比利時赛鴿史 ~ 摩利斯.狄尔巴(Maurice Delbar)

摩利斯.狄尔巴乃是比利時30~50年代長距離高手,在其調教下,自家鴿族儼然自成一系!

Hij is heer en meester op de Pyreneeënvluchten, in onweerstaanbare stormloop houdt hij huis aan de kop, nooit is de duivensport zo overrompeld als door zijn uitslagen tussen 1935 en '40. Zijn grootste concurrenten zijn kampioenen die met zijn duiven vliegen, raszuiver zoals Berlengee, Dath, Delvinquiere, Dusarduyn enz. enz. ofwel gekruist. Het ras Delbar is zo rijk aan pure klasse dat het kruist met alles, in de eerste plaats met Janssen. Na de oorlog is het, vooral in Nederland en Duitsland, met groot succes gedaan.

Delbar is een toonbeeld van een goeie vent. Gaaf is het woord; het is gewone spreektaal onder de Transvaalse Boeren. Hij is een breedgeschouderde, gezond uitziende, ijzersterke sportfiguur van rijzige gestalte met kloeke kop en pezige nek. Men zou eerder geloven dat hij beroeps-wielrenner of lange afstandloper was geweest dan eigenaar van een textiel-ververij (Apprêtuur). Hij maakt de indruk van iemand die met mate de goede gaven van het leven weet te genieten, 's zomers duift hij, 's winters jaagt hij (op grof wild). De jagers van de Ardennen beschouwen hem als een der hunnen, onder de wilde zwijnen tracteert hij speciaal oude beren op gloeiend lood. Hij bezit een collectie karabijnen die deze van madame Willy Herman te Ceroux Mousty, die aan het geheimzinnige Rudolf-meer tegenwoordig Turkana op Abessijnse leeuwen jaagt, naar de kroon steekt. Hij is een weergaloos scherpschutter! De duiven van Delbar munten uit in drie opzichten: schitterende ogen, nooit geziene - zo perfecte- kelen en berenkracht. Voor 't overige zijn het eenvoudige dieren, rustig van aard, een beetje onbehouwen, als beren op sokken die geen blijf weten met hun macht, alhoewel niet grof en met opvallend weinig neusvlees. Geen stroomlijn of aerodynamieke vormen: krachtpatsers tot en met, die niettemin gedoseerd met hun energie-reserven omspringen. In de reismand bemoeien zij zich niet met vechters, ze zoeken
een plek niet ver van waar eten en drinken hangen en gaan op één vleugel liggen, indien mogelijk om te slapen.
Ogen en spieren en stalen zenuwen - ziedaar het geheim van Maurice Delbar. Zijn duiven vliegen zuiver op hun bloedrijkdom en uithoudingsvermogen. Als zij vakkundig gevoederd zijn en goed uitgerust, komt er aan hun macht geen einde. Het zijn lokomotieven, eenmaal in de lucht hangend moeten zij aan de karavaan wel trekken en sleuren, zoals op de weg Gerrit Schulte het, in zijn grote dagen kon, aan een stuk door de krachten van zijn tegenstrevers bombarderend, met het zwaarste kaliber, tot zij begeven... De spieren liggen in machtige bindels, dwars op de kam, los, levend, taai en elastisch als fijne natuur-hevea. Toen wij de "Kleine Lichte" in handen kregen, was hij klam en "bezweet" - alhoewel een duif geen zweetklieren heeft - en in forme om zo de mand in te gaan voor St. Vincent met wind op de kop.

Van Dax in 1935 won Delbar, nationaal in de Entente Beige: 2 7 11 en 13, hij had er vier mee. Voor velen, die dachten dat ze goeie hadden, was het om zich dood te schrikken. Hij zette drie duiven in te Aalst, interprovinciaal op Angouleme: 1 2 en 3, het waren de enigen die er op de dag van lossing doorheen kwamen, zo gloeiend heet was het en zo hevig woei de wind op de kop, dit record is bij mijn weten nooit geëvenaard. In '37 zette hij zes duiven national op Narbonne aan de Middellandse Zee, broers en halfbroers, bij de opbouw van het ras had hij naar leeftijd en verwantschap niet gekeken, hij had ze ingeteeld a la Janssen: 1, 2, 4,  5, 9 en 18.Er vlogen zestienhonderd duiven, maar het was een andere tijd, wie een knaak op zak had was een spekkoper en dat waren er niet veel. De sjarels hadden geen centen om voor hun Quievrainisten eten te betalen, crisis en bezuiniging was alles wat de klok sloeg. In '38 zes op St. Vincent national Entente Beige: 1,3 ,5 ,13 en 14. "Mijn god - zei Ferdinand Schul te Roosendaal, destijds de sterkste zware fondspeler van Nederland - zijn de onze dan alleen maar daksch...? Excuseer het lelijk woord; hij gaat ons allemaal opvreten met huid en haar".

Na de oorlog had Maurice dezelfde beroemde, nauw ingeteelde duiven. Hector Berlengee, die zelf geen duiven door de oorlog gebracht had, kreeg al in 1944 twintig jongen, hij mocht ze uitkiezen uit alles wat er lag! De moeder van zijn 1e international Barcelona in 1949, de "Blauwe Berten" was een pure Delbar, zijn vader eveneens, ik heb ze toen ze twaalf jaar oud was nog gekocht, publiek te Brussel, alsook de moeder van de "Goede Grijzen", twee duivinnen van '44.
De moeder van de "Berten" was een volle zuster van de stammoeder van het ras Jan Aarden te Steenbergen, een Delbarduif, die op de Haagdijk te Breda gepaard werd met een Deguffroy van Wingene, d.w.z. ras Delbar, via Charles Vanderespt, die er ook al makkelijk aan kon komen. Het jong ervan dat Jan Aarden kreeg, was van het jaar '45, een betere heeft hij nooit gehad, zij werd de grootmoeder van de "38" en de "49", de doffer waar zij in de eerste instantie mee gepaard zat, was een pure Delbar van Tiestje Stok te Halsteren. Zijn naam was de "Zieke", naar 't schijnt hadden Wagemaker te Tholen en Ko Nipius te Middelharnis hem uit Ronse meegbracht. Ik ben er overigens niet bij geweest.
De derde stamduif van het ras Delbar in het Steenbergse ras is een duif van L. Dekkers te Etten. De Zeeuws-Vlamingen Staf Dusarduyn te Groede en Bram van Gijs, beestenkoper te Breskens reden naar Delbar en brachten er alles vandaan mee wat van hun gading was. Vooral Staf heeft er wonderen mee verricht: drie maal de eerste nationaal van Dax...
De sigarenfabrikant Frans Bazelmans te Zeelst bij Eindhoven, kreeg alles wat zijn hartje begeerde, dat was voor de oorlog al zo geweest. Maurice was een grootmoedig man, die compassie had met sukkelaars. Hij kon geen nee zeggen. Een soort Robin Hood was hij, wie een massa geld bezat moest mee betalen voor anderen die dat niet hadden en die hij duiven meegaf voor een grijpstuiver of helemaal voor niets. Ik heb wel eens geschreven dat die generositeit zich wreekte, er kwam een tijd dat zelfs hij er met zoveel goeie meer uit kon schudden als pruimen uit een pruimeboom die er paars en blauw van ziet.

In '47 werd hij officieel nationaal kampioen van België op fond en zware fond. Ik meen dat het in '48 was dat hij de 2e nationaal St. Vincent te Luik won, met een noordwestenwind. En al de centen die er op te rapen waren,  een burgermansfortuin was het. Ik belde hem op om hem te feliciteren; zijn zoon Mick zei: "Papa was zó na dood gevallen". Hij lag met constateur tegen zich aan onder aan de trap van zijn duivenkot, het was toen een hoge, steile trap met glad versleten houten treden.
Zijn beste twee duiven waren in die jaren de "Bon Bleu" en diens zoon, de "Ballon". Hij gaf mij voor een paar niet noemenswaardige briefjes een zuster van de "Ballon"; zij werd op het hok van Albert Baekelandt, beenhouwer te Wakken, met de "Steek" van Huyskens-Van Riel, eveneens van ons hok in Wielsbeke, de moeder van de 2e prijs international van Barcelona. Delbar gaf mij, omdat ik die duif "zo geren zag" een rode duivin, dochter van de "Rode Barcelona" van Danhaive te Basecles, met een andere zuster van de "Ballon". Die rode duivin, de "700" had een zuster, een geschelpte uit hetzelfde nest. Die werd de moeder van Delbar's 1e national Angouleme tegen zes duizend duiven, in '59 of '60, laat in het seizoen, ik meen zelfs van op 1 september.
De "700" was een kruising Bricoux-Delbar, het pakte als haar op de hond. De kruising Delbar-Janssen was op de hokken van talrijke nationale kampioenen, in meerdere landen, in de eerste plaats Nederland, even succesvol. In feite ging dat nog veel makkelijker, omdat er veel meer superieure Janssen's in omloop waren dan Bricoux.

Waar kwam het ras Delbar vandaan?
Uit de lucht komen vallen was het niet. Als ik ga boren naar de bronnen van het onverslaanbaar fondras Delbar, moet ik nu tachtig jaren diep gaan. In de jaren voor de eerste wereldoorlog was het dat in het Waalse gehucht Jolimont de jonge dokter Bricoux de wapens smeedde waar hij later al zijn tegenstrevers mee in het zand zou doen bijten; in die zelfde tijd was het dat in de streek van de Vlaamse Ardennen met de Kwaremont, de Kruisberg en de Edelare, zo goed bekend uit de Ronde van Vlaanderen, Oscar Delbar, Maurice's vader de eerste kleur en verve gaf aan de naam, die eenmaal in volle glorie schitteren zou aan het firmament van de duivenliefhebberswereld. Papa Oscar, die drie en tachtig jaar geworden is, bezat reeds "over zeventig jaar" een fondman waar niet aan te kluiven was, het was zijn "Blauwe Vier", boven Parijs de schrik van gans de streek. Het kwam zover dat Oscar hem ging inzetten voor St. Vincent toen nog voluit aangeduid als St. Vincent de Tyrosse op het vluchtprogramma. Dat was in '13, het laatste jaar voor de oorlog. In die tijd lagen de kaarten anders dan nu. De West-Vlaamse boerkens hadden heel wat minder in de pap te brokken. Maar de "Vier" won de 4e prijs nationaal en hij zou misschien nog glanzender wapenfeiten hebben verricht als het geen oorlog geworden was. In de oorlogsjaren werd er van gekweekt. Ongelukkigerwijze echter was de faam van de "Goede Blauwe" de Duitsers ter ore gekomen. Op een kwade dag in 1918 kwam een legerwagen voor de deur die alle duiven oplaadde en wegvoerde naar Duitsland. Niemand geloofde op dat moment dat zij er nog ooit een veer van zouden terug zien.
Vader en zoon Delbar echter lieten het er niet bij zitten. Voor de poorten van de hel zouden zij wat hun was ontroofd, gaan terughalen. Direct na de Wapenstilstand in november '18 werden contacten gezocht met de Geallieerde Bezettingstroepen in het Rijnland en wonder boven wonder werden zes duivinnen terug gevonden, waaronder vijf dochters van de "Blauwe Vier". Zij werden gekruist met het ras Depreter van Putte bij Mechelen. Putte ligt om juist te zijn op de steenweg van Mechelen naar Heist op den Berg en Hallaar, niet ver van Koningskooikt en Lier waar vanouds de beste duiven hebben gezeten. Ik heb mij laten zeggen dat Depreter duiven had van niemand minder dan Karel Wegge en Simon Frank (Hallaar). Als het waar is en het zijn de goeie geweest dan zal de soort van de "Vier" er eer mee verbeterd zijn dan verslechterd. Er kwamen nog andere kapitale duiven naar Ronse. Duiven van de sterke speler Moreels te Brussel, ras Frans Deloof te Ledeberg (Gent) en duiven van ene d'Hondt van Gavere, daar niet ver uit de buurt. Een paar jaar later kwamen twee schitterende kweekduiven van A. van Oppens te Ronse (ras Portois-Rasson) en een van Valeer Portois, de vader van Jozef zelf, het bloed nog versterken. Wie Frans Deloof was en vanwaar hij kwam, weet niemand beter dan de Sas van Gentse veteraan Gust Marquinie, die er voor de oorlog van 'Veertien meermalen mee verwisseld heeft. Het waren zuivere De Ridder's van Dendermonde (Wegge-De Herdt) alsook duiven van Paul Sion - alle goede rassen van de wereld - en burgemeester Julien Commine te Leers-Nord (Vandevelde-Wegge-Fache). Frans was internationaal keurmeester van pluimvee. Zijn vrienden waren Jean Heyvaert te Opwijck (Wegge) en Henri Christeijns te Beveren-Oudenaarde (Wegge). En niet te vergeten de Depuydt's van Aartrijke, niet vér van Moere en van Devriendt!
Wij zien dus dat een man als Maurice Delbar min of meer dezelfde bloedstromen cultiveerde als bijvoorbeeld dr. Bom. En ook als dr. Bricoux. Karel Wegge is, als men dat alles nagaat, de man geweest die een onuitwisbare stempel gedrukt heeft op de fondras van de hele 20e eeuw. Weinige elite-families beheersen de grote nationalen is een adagium dat nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. Hoewel nadien een bloedkweker heeft Delbar in het begin tamelijk veel gekruist. Vooral met duiven van Eduard Rasson te Espierres en Jef Portois te Ronse. Hij was een nobel mens en een gentleman.
Hij bezat in de jaren twintig een buiten gewone kweekduivin, de "Prinses", dochter van de "Bordeaux", die op een zwaire interprovinciaal de eerste vloog met voorsprong. Zijn zoon nestbroer van de "Prinses" won op die vlucht de tweede. Duidelijker kan het niet. De "Prinses" heeft bij Maurice "gouden eieren" gelegd. Delbar heeft voorts gekruist met Hector Desmet, met Charles Vanderespt en met Oscar Devriendt. Bijzondere vermelding verdient ook een duivin van de Franse liefhebber met zijn Vlaamse naam Felix van Outryve (Roubaix). Delbar kreeg een zuster van zijn vermaarde "St. Vincent", die de bijnaam had van de "Villa" en dat niet naar  de Mexicaanse roverhoofdman, maar vanwege het feit dat hij op deze Pyreneeënvlucht de eerste international plus een riant villa'tje won. Dat is dus
wat anders dan een mattenklopper of een handveger. Volgens Maurice was die duif van Van Outryve van zijn (Delbar's) soort, hij heeft tijden gekend dat hij meer in Frankrijk speelde dan in België.
Ik wil nog een paar regels schrijven over de 67-4034217 van Portois. Hij won 1e nat. Brive in 1972 en 5 intern. San Sebastian in 1972. Bij opsomer De Merlier in Maarkedal is hij de grootvader van 1e nat. "Argenton" 80-4321030 tegen 2141 duiven.

Evenals Huyskens-Van Riel ruim twintig jaar later zou hebben, had Maurice Delbar in '28 twee kweekkoppels in handen, waar kampioenen van voortkwamen aan de lopende band. Het waren
1) de "Wittepen" 26-2204993,
2) de "Goede Kweker" 28-4199357,
3) de "Prinses" 25-21111418 en
4) de Wittepen duivin "Depreter" 28-2523831.
De "Goede Kweker" (2) was een zoon van l en 3.
Tot zijn leedwezen heeft Maurice van dit koppel geen kot vol jongen gekweekt, naar hij wel gedaan heeft van de nummers 2 en 4. Had hij van deze beide koppels gekweekt met geweld en de jongen over en weer gepaard dan had hij - zoals op de gedenkwaardige Narbonne in 1937 - jaren achtereen alle nationalen kapot kunnen spelen. Want tegen deze duiven was niet te vliegen.
Van deze vier kweekduiven, twee doffers en twee duivinnen, die de hechte grondslag vormen, waarop het ras Delbar werd gebouwd, had er slechts een gevlogen, de andere hadden nooit in de mand gezeten. Dat was de "Oude Wittepen" nummer 1. Dat hij tamelijk zuiver in de lijnen was, wordt aannemelijk gemaakt door het feit dat ook zijn broers, de "Jabot", de "Witoger", de "Witteneuze" enz. grote kampioenen waren.

Delbar's zes beroemde doffers!
Van de nummers 2 en 4 kwamen zes doffers en drie duivinnen, waarvan de een al beter was dan de ander, ik zal ze aanduiden met A - t.m. F.

Letter A was de "Kleine Blauwe", ik heb hem niet meer gekend, herinner mij althans niet hem ooit in handen gehad te hebben. Maurice hield hem kort, omdat hij zo hard kwam beneden Parijs, toen hij versleten was werden de teugels gevierd, hetzelfde zou Hector Debou in 1968 doen, tot zijn verrassing vloog zijn "San Sebastian toen international een uur vooruit op die hete Spanjevlucht, met een gekruiste Delbar, via Depoorter van Deerlijk "Kleine Blauwe" Delbar; Angouleme 6, Bordeaux 5, Dax 13, Bordeaux 2, Pau interprov. 2, Bordeaux 2, Bordeaux in 1935 internationaal België-Holland 5, er vlogen 2456 duiven, waarvan er dezelfde dag slechts 6 hun hok konden bereiken. Zonnig heet, wind op de kop. Charles Vanderespt te Oostende, won de eerste internationaal met zijn vale doffer "België-Holland", 't Was een stief goeie zei Charles. Jules Vermaut te Wevelgem, die jong gestorven is, grondlegger van de hokken Labeeuw en Vanbruaene, won de tweede prijs. Ik meen dat Cattrijsse, Depuydt en Duguffroy of de oude Kamiel van den Abeele te Astene, met wie Delbar ook al eens "verwisseld" heeft, het half dozijn vol maakten.
Van toen af aan begon Maurice serieus de grote fond te spelen.

LetterB was de tweede doffer uit het wonderkoppel, een blauwe, hij is de fameuze "Biarritz". Heel België en Nederland erbij, hebben jarenlang met ontzag gesproken over de "Kleine", tweemaal winnaar van 1e national St.Vincent, voor zijn jongen werden doorgaans de hoogste prijzen betaald. Toch heb ik er nooit aan gewild dat de "Kleine" al was hij ongetwijfeld Delbar's favoriet - Baré te Anderlecht maakte er een beroemd geworden foto van - en al werd hij altijd gepaard met de beste kweekduivinnen, ook de beste kweker was.
Ik heb altijd de indruk gehad dat de "Biarritz" en de "Dax" - 1e prijs internationaal Narbonne - niet minder waren dan de "Kleine". De "Biarritz" heeft, in nauwe bloedverwantschap, drie wondervogels gegeven, alle drie in 1937. Een is er naar Adolphe Plisnier gegaan, in Waterloo, directeur van de Banque de Bruxelles. Een,  duivin, naar Hector Berlengee boer en burgemeester van zijn dorp Aspelare in Oost-Vlaanderen, die roodbonte stieren van duizend kilo fokte. En de derde naar Charles Vanderespt te Oostende. "Die wist ze ook goed te gebruiken" - zegt Maurice in het voorwoord tot zijn verkoping te Kortrijk in 1945.
Charles zette er een dochter van zijn "België-Holland" op en bouwde daar, in het kader van zijn eigen ras, dat overwegend bestond uit Vandevelde van Oudenburg, een Delbar-fondstam mee op die deze veteraan van vele slagvelden tientallen jaren lang deed standhouden tegen het geweld van de mannen van de kust.
En de "Dax"? Oger Delvinquiere, burgemeester-beenhouwer te Blandain bij Doornik, kreeg er een zoon van, die de vader werd van de 2e prijs internationaal Barcelona 1949, de 1e prijs gewonnen door Berlengee met zijn "Blauwe Berten", een pure Delbar. De "Biarritz" zelf was beneden Parijs een oprechte luierik. Het moest al ontzettend zwaar zijn, wilde zijn katsjoe in de constateur belanden. Zo won hij eens de 7e van Orléans, maar toen vielen de mussen dan ook gebraden van 't dak. Vergeleken bij zijn formidabele broers heeft hij maar twee grote prijzen behaald: Dax 7, Biarritz 1e. Op Madrid werd hij nooit ingezet, daar had hij misschien vooruit de eerste op kunnen winnen. De "Biarritz" was groter van stuk en machtiger van constructie dan de anderen. Het is maar bij uitzondering dat ge zulke beren en stieren van macht tegen komt. Op zo'n duif een goeie duivin en ge kweekt een kot vol kampioenen. Ik had het over de "Berten" van Berlengee, de overwinnaar van de "ondraaglijk zware" Barcelona in 1949. Die ben ik eens tegengekomen op het  kweekkot van Hector Desmet, ik meen in '52 of '53. Hector "kloeg" er over dat hij zo moeilijk kweekte. Hij zei: "Had ik nog maar mijn ouderwetse Horemansen, gelijk de soort van mijnen Bloktrein... Maar zulke zijn er niet meer".
Ik ging mee naar binnen en we dronken een tas koffie. Ik zei: "Neem een Janssen van Arendonk, die zijn er nog zat en ze kweken alle jaren een half dozijn superduiven, waar iedere slechte kweker, n'importe van welk ras, mee op andere gedachten te brengen is". "Tiens" - was het antwoord - "ik moet er eens op peinzen".
Gerard Vanhee deed dat ook, maar die nam een besluit. De "Wittekop" van Van Miert uit Oud-Turnhout was het resultaat. En een voorbeeld uit vele.

Letter C, de "Dax" van Delbar was een briljante, lichtgeschelpte witslag doffer, met zijn broeder de "Barcelona" de schoonste en rassigste van alle, die reeds op de halve fond hard aanzette. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik in mijn leven vele uitmuntende fondduiven in handen heb gehad. Als ik er over nadenk en-ik laat de vogels die de diepste indruk op mij gemaakt hebben, de revue passeren dat staat de "Dax" van Delbar mee van het hoogste genoteerd, 't Was ook de "Dax" die in 1938, op de DuivenOlympiade te Godesberg aan de Rijn, in het historische Hotel Dreesen, de 2e prijs won. Jammer dat Henri Baré de "Dax" nooit voor de lens gekregen heeft. Hier een paar uitslagen: Dax 2, Dourdan 6, Poitiers 4, Dax 14, Bairritz 3, Doublage nationaal 10, Narbonne, nationaal en internationaal 1, St. Vincent 2, doublage national 1. De nazaten van de "Dax" zijn in heel Europa verspreid. Zelf heeft Maurice hem, in weerwil van het grote geld dat hem ervoor geboden werd nooit willen verkopen. Hij is op het hok gestorven in de winter van '45.

Letter D is van de "Bariolé", hij droeg de oude ring 19-61035, maar was geboren in '32. De "Bariolé" was een doffer met een duivinnenkop. De "Dax" en de "Bariolé" leken van oog, van uitdrukking en van bouw - niet van kleur - als twee druppels water op elkaar. Zijn beste prestaties: Bordeaux 16, Angouleme 21, St. Vincent 21, Narbonne nationaal en international 2, St. Vincent 13, St. Vincent 21. Ook van de "Bariolé" hebben op de hokken van meerder kampioenen nationale winners gezeten.

Letter E is de "Barcelone" een schitterende blauwe wittepen van ijzeren lichaamsbouw, een der schoonste vogels, puur op kwaliteit en op uitmonstering, die ooit bestaan hebben.
Hij won o.a. Barcelona 4, Bordeaux 30, Biarritz 2, Lourdes nationaal 14, internationaal 5, Pau 9, Biarritz nationaal 9, Narbonne nationaal en internationaal 4, St. Vincent 12, Nationaal 5 enz. Verschrikkelijke uitslagen op fond en grote fond en dat alles met nazaten van een enkel koppel kwekers. Tenslotte als klap op de vuurpijl l

 

Letter F, de "Kleine Lichte" 32-4293562, de beroemde duif die Delbar's embleem geworden is. Ik meen dat hij zeventien jaar oud geworden is, hoeveel zonen en dochters hij gegeven heeft is niet bij benadering te schatten. Vijftig a zestig waren er in 1950 zeker nog in leven. Op hun beurt zijn ze stamduiven geworden op de hokken der genen die ze kochten of kregen. Jan Aarden was een hunner; het ras Delbar leeft voort in het Steenbergse ras, via de stamduifvan '45 via Oomens-De Weerd en de "Zieke" van Stok en een doffer van C. Dekkers te Etten. De duif uit Breda was een kleindochter van de "Kleine Lichte", via de Gebr. Duguffroy te
Wingene stamde zij af van Delbar's "Biarritz". Te oordelen naar het gevoel in de spieren van de "Zieke" zat er bij hem ras in van Kamiel van den Abeele te Astene, die op ver en zwaar altijd de besten waard was.
Op de gedenkwaardige Holland-België in 1935 won van den Abeele de 6e prijs.
Prijzen letter F, de "Kleine Lichte": Bordeaux interprov 12, Angouleme 10, Chateauroux 10, Angouleme 2, Biarritz 17, national 9, en dan de St. Vincent's St. Vincent 4, St. Vincent 3, St. Vincent 10, St. Vincent 2, St.Vincent l, St. Vincent l, twee uur en tien minuten vooruit nationaal, "Heeft een fortuin gewonnen" - zegt Delbar, - "en mag aanzien worden als de beste duif van het land".
Interessant is, tot besluit na te gaan, welke politiek van kweken Delbar er met zulke wonderdoffers op na hield. Met welke duivinnen hij kruiste en hoe de uitslag was. Mislukken kon het niet makkelijk, begrijpt u wel. Daarbij valt te constateren dat - voor wie eenmaal in het bezit is van zulke duiven - de kweek in bloedverwantschap makkelijker gaat en een belangrijk hoger percentage goeie oplevert dan in de kruising. Door ervaring in de leerschool bij zijn vader wijs, kruiste Maurice doorgaans met tamelijk oude duivinnen, waarvan vast stond dat zij al goeie gegeven hadden, de beste zal ik hier vermelden:

De briljante kweekduivinnen van Delbar.
1) een grijze duivin van '34, gekocht op de verkoping van ene Alexander Chardon te Haine St.Pierre, dochter uit diens "Vieux Gris" van '28 met de oude kweekduivin Deschrijver (Roux), langs weerskanten Bricoux. Ook zijn in dit verband de namen genoemd van Rousseau van Jemeppe, die het ras had van de aanvliegers van dr. Lejeune te Rabozée, via Collin, en de Vandevelde's van Moulart te Frasnes, niet die van Ukkel waar Duray mee aanspande en zelfs de naam van Gaston Reijlandt, de West-Vlaamse cordonnier (schoenmaker) die in Brussel was komen wonen en ze daar met zijn ooievaars geweldig van leer gaf: "hij klopte even duchtig op de spijkers in zolen en hakken als op de kop van zijn tegenstrevers die dat niet gaarne hadden...". De grijze duivin Chardon is gepaard geweest met de "Kleine" en heeft uitmuntende jongen gegeven. Een dochter uit dit koppel werd gepaard met de "Goede Grijze" een halve Bricoux. Hier komt een der beste
Spanjevliegers van na de oorlog van voort, de fameuze "Grijze" van  Hector Berlengee te Aspelare. Ik heb zijn moeder gekocht alsook de moeder van de "Berten", twee kleine Delbar-duivinnen van het jaar 1944. Maar toen ik ze te pakken kreeg waren ze inmiddels elf jaar oud.

2) een duivin van de "Fijnen" van de Gebr. Duguffroy te Wingene die toen gepaard zat met een duivin van Wandje Rasson te Espierres, boer en groot kampioen op de fond; hij had de goeie van burgemeester Julien Commine te Leers-Nord

3) een lichte duivin "Petit Bijou" van '32, gekregen van zijn vriend FelixVan Outryve (Frankrijk), is de zuster van zijn "Villa";

4) de goede kweekduivin van het hok Delouvroy te Ronse, blauwe duif ter grootte van een kieken, door Delbar aangekocht als zij negen jaar oud was, publiek te Kortrijk

5) twee duivinnen van het ras Camiel Van den Abeele te Astene bij Gent (koeboer), beroemd fondspeler, uit diens oude "Witoger-Biarritz-duivin". Een broeder van deze duivin gaf op het hok Cyriel Norman te Oeselgem de 2e national Carcassonne in 1952 (op het hok gevonden);

6) een duivin van Hector Desmet te Geraardsbergen, ras Bricoux-Havenith ('t Scheer).

Mijn inziens heeft de "Kleine" de beste gegeven in 1944, in samenkweek met de oude kweekduivin van Delouvroy. Charles Vanderespt was speciaal naar de "Courrier" gekomen om die duivin te kopen . "Neen" zei Maurice "ik zal het doen en ge zult ervan hebben wat uw goesting is". De beste kweekster, na de oude "Depreter" is evenwel geweest het "Goed Blauw" 35-4202076. Zij heeft gekweekt met zonen van de "Kleine", de "Dax" enz. Nauwe inteelt, maar bijna alles wat er van voortkwam was goed. Maar bijna alles werd verkocht of weg gegeven...
In Nederland zijn Delbar's beroemde duiven gekruist met alle rassen en, met alle goede vliegers, van heinde en ver. Een der beste kruisingen was die op het hok van Alfons Metsaars te Rijen, met een van diens twee beroemde Janssen-doffers, de '18 en de '19; via tandarts Van de Meulen te Zandvoort kwam daar de "Meeuw" van voort, die furore gemaakt heeft op het hok van dr. Linssen te Helmond. Dat overmatig "wit" in het gepluimte van de "Meeuw" kwam niet van Janssen want die hadden die kleur niet, die werd er in Arendonk vanouds stelselmatig uit gedaan; de "Dax" van Delbar was een "witslag" met een hele serie witte pennen. Maurice heeft naar zulke dingen nooit gekeken. Als vierkante de beste geweest waren, had hij geen tijd verspild met het kweken van ronde. Op het hok van dr. Linssen had ik het liefst de "Zoon van de twintig" van de "Klak", die kweekte met alles. Maar dat was dan ook geen gekruiste maar een pure Janssen van Arendonk.

 

评论

Hi Maurice Delbar, My name is Tony Diaz from New York City there are a lots of flyer that has delbars,and i just won one at an auctions from Claude Rothgiesser, i would like to know if you had race this pigeon at all the band number is 2010-BELG-9036597 an if the bird did do anythink for you.

THANK YOU
TONY DIAZ