Zoeken

Ludovicus Van de Wouwer (Berendrecht, BE): eerste Belg in Million Dollar Race én Victoria Falls WCPR in 2018

Ludovicus Van De Wouwer, geboren in Zandvliet in het jaar 1951 en op pensioen sinds 2011, kreeg de duivenmicrobe te pakken via zijn grootvader Cornelius Roelants. Die leerde zijn kleinzoon Ludovicus, Louis voor de vrienden, al van jongs af aan de kneepjes van het vak. Met succes, want in 2018 pakte hij zowel in Zuid-Afrika als in Zimbabwe de eerste Belgische duif.


Ludovicus Van de Wouwer

Schatbewaarder van meerdere sterke rassen

In 1980 verhuisde Ludovicus van Zandvliet naar Berendrecht. Hij legde zich toe op de halvefondvluchten en deed dat met succes. Er werden verschillende eerste prijzen gewonnen in het Grensverbond, maar dé uitschieter was toch wel de 1ste provinciaal Orléans van 3807 oude duiven in 1988. Uiteindelijk werd er overgeschakeld naar de fond en voornamelijk de grote fond. In de zoektocht naar langeafstandsvliegers werd er aangeklopt bij Jan Lijnders (Reuver, NL). Jan was de schatbewaarder van het pure zwarte Van Wanroy-goud. Ook werd fondbloed van Barendregt Bakker, Eijerkamp-Muller en Jef Schellekens in de stam ingekruist. Ludovicus was onmiddellijk weg van die kilometervreters: goed gebouwd, zachte pluimen, krachtige spieren, vlammende ogen en een enorme uitstraling. Dat waren de duiven die hij wou en ook nu verhuizen er nog regelmatig Van Wanroy-duiven naar zijn kweekhok.

Momenteel lopen de Van Wanroy-duiven voor 60 procent als een rode draad doorheen de kolonie. Sinds die inbreng en de kruising van de Van Wanroys met het beste van François Struyf (nationaal kampioen grote fond 2006), Jimmy Brands (nationaal kampioen grote fond 2000), Karel Huygen en Constant Jongenelen zijn de prestaties flink verbeterd. De laatste jaren werd het kweekhok aangevuld met duiven van Eddy Korsten (lijn Bronzen Vleugel-winnaar 2002), Frans van den Heuvel (ras Jan Theelen), Fernand Vermeulen (ras Noel Peiren) en Van Kooten-Van Bemmel. De soorten Ko Van Dommelen (via Simon Budding) en Bruggemann (Leo Kloots) zijn de laatste aanwinsten.

1e Belg Million Dollar Race én Victoria Falls WCPR 2018

Dat al die rassen hem geen windeieren leggen, bewijzen ook dit jaar zijn prestaties in de oneloftraces. Zowel in de finale van de Million Dollar Race in Zuid-Afrika als in die van de Victoria Falls World Challenge Pigeon Race in Zimbabwe was de eerste Belgische duif er een van hem. Beide finales werden vervlogen in loodzware omstandigheden, met als winnaars BE17-6132932 (23e finale Million Dollar Race) en BE17-6132946 Loes 1 (30e finale Victoria Falls WCPR). De geschiedenis die zich in Zuid-Afrika herhaalt, want ook in 2016 had Ludovicus de eerste Belgische duif in de finale van de Million Dollar Race, toen op plaats 34.


Louise 9, 1e Belgische duif Million Dollar Race 2018 en 23e in de finale


Loes 1, 1e Belgische duif Victoria Falls WCPR 2018 en 30e in de finale

Kampioenschappen 2017

Ook in eigen land kende Ludovicus een ijzersterk seizoen met talloze prijzen en titels, en dat terwijl hij meestal slechts twee duiven per vlucht inkorft. Kijk maar eens naar wat hij in 2017 allemaal op zijn palmares bijschreef:

1e Kampioen Oude Fond Stabroek 2017
1e Kampioen Oude Grote Fond Stabroek 2017
1e Kampioen Oude Grote Fond Kempische Fondclub 2017
2e Kampioen Oude Fond Kempische Fondclub 2017
3e Kampioen Oude Fond Union 2017
3e Kampioen Oude Grote Fond Union 2017
3e Criterium Marathon Antwerp Flying Club 2017
3e Kampioen Marathon Antwerp Flying Club 2017
9e Kampioen Jaarse Fond Kempische Fondclub 2017
10e Algemeen Kampioen Antwerp Flying Club 2017
Winnaar Speciale Trofee van Belgische Verstandhouding (Stabroek 2017)

Duivers en paters

In België speelt Ludovicus het gewone weduwschap: de duivers gaan mee en de duivinnen blijven thuis. Hij beschikt momenteel over 23 oude en 12 jaarse duivers. Na Bourges (500 km) en Châteauroux (550 km) worden de ploegen gevormd voor alle vluchten van 650 km tot en met Barcelona. Verder heeft hij nog jaarlijks een 20-tal paters die half mei worden opgeleerd en toch een paar fondvluchten van 500 km dienen te vliegen. Dat zijn late en zomerduivers die het hele seizoen geen duivin zien en enkel ervaring mogen opdoen voor het toekomstige grote werk. In het paterjaar worden van die doffers natuurlijk geen wonderen verwacht, maar ze blijken later wel vaak goede duiven te zijn.

Een 30-tal kwekers zorgen jaarlijks voor een 100-tal jonge duiven waarbij de eerste en tweede ronde duiven worden opgeleerd tot en met de halve fond. Alle duiven, zowel de kwekers als de vliegers, worden gekoppeld met Lichtmis. De vliegduiven brengen geen jongen groot en worden na een achttal dagen terug gescheiden. Van de beste vliegers worden ieder jaar enkele eieren verlegd. Eind maart of begin april worden ze terug gekoppeld en mogen ze vuil broeden. Ze worden eind april op broeden opgeleerd. Na Perpignan mogen ze wel een nest met één jong grootbrengen. Als voorbereiding op de grotefondvluchten vliegen ze meestal twee keer Quievrain/Noyon en twee keer een halvefondvlucht. Daarna volgen nog Bourges en Châteauroux en dan worden ze verdeeld over de verschillende vluchten. Voor Ludovicus is het van groot belang dat de duiven tussen twee grotefondvluchten in de nodige rust krijgen.

Eenvoud troef

Op medisch vlak draait alles rond eenvoud en natuurlijke producten. Heel het jaar door wordt er look en appelazijn toegevoegd aan het drinkwater van de jonge en kweekduiven. Soms wordt er zelfs thee klaargemaakt. De kwekers hebben de laatste jaren geen enkele behandeling gekregen en indien er jongen niet goed opkomen, worden ze verwijderd.

De vliegduiven worden ieder jaar, na de verplichte enting tegen paramyxo, met het borsteltje geënt tegen de pokken. Voor en na het speelseizoen wordt er naar de dierenarts gegaan en indien nodig ingegrepen. Loopt er iets niet goed tijdens het vliegseizoen, dan wint Ludovicus natuurlijk snel de nodige informatie in om gepast te kunnen (be)handelen.

Ook op het gebied van voeding blijft het allemaal behoorlijk eenvoudig. De kweekduiven krijgen twee soorten kweekmengeling en de jonge duiven een standaardmengeling met een toevoeging van twintig procent gerst. De vliegers krijgen na de vlucht een eiwitarme mengeling, daarna een mengeling van drie soorten vluchtmengeling en de laatste twee dagen voor inkorving vetrijk eten. Bij thuiskomst zijn er altijd elektrolyten of honing in de drinkpot te vinden. Eenvoud troef dus!