Zoeken

Dubbelinterview Vandenheede - Verreckt-Ariën

Op een zomers getinte maandagavond in oktober stond een rendez-vous op onze kalender met 2 der toonaangevende figuren van ons land op de ‘zware halve fond’ en ‘lichte fond’, de ‘smaakmakers’ van het sportseizoen 2010…

Met name de tandems Agy & Pascal Verreckt-Ariën uit Tesssenderlo, zopas uitgeroepen tot 1° Nationaal Kampioen ‘Grote Halve Fond’ KBDB’ 2010… en Freddy en Jacques Vandenheede uit Zingem! Afspraak was ‘Bistro onder de Toren’ te Gijzenzele bij Koen Brackenier waar we de ‘top 2’ van ons land uit 2010 in beide disciplines, voor u aan de tand voelden… en op zoek gingen naar hun ‘succesformule’ die aan de basis ligt van de glansrijke prestaties waarmee ze nagenoeg week na week de concurrentie hebben bestookt, meer zelfs… hen bijwijlen overklassend hebben gedomineerd. Geen enkele vraag of item werd uit de weg gegaan… geen enkel onderwerp was taboe. We hadden op voorhand onze vragen op papier gezet… en gans het gebeuren werd op de gevoelige plaat vastgelegd en gefilmd. Levensecht, zonder scrupules, recht voor de raap… met de vragen die op eenieders lippen gebrand liggen… recht op de man af.
We  hadden 1° Nat Bourgeswinnaar jonge duiven 2010, Andre Moonens…  uitgenodigd om het gesprek in goede banen te leiden… om de continuïteit in het verhaal en/of gesprek te garanderen bij de verfilming… want praten, vragen stellen, meeluisteren en tegelijkertijd notities maken, zou dit zeker niet in de hand gewerkt hebben.  Het werd voor ons (Andre en mij) alvast een leerrijke avond, daar waren we het achteraf alvast over eens… hopelijk zal dit ook voor u als lezer (en kijker) het geval zijn. Zoals gezegd werd het 2 uur durend interview ook volledig gefilmd… een film die na montage op PiPa zal geprojecteerd worden en door eenieder zal te bekijken zijn. Dit zijn alvast de vragen die we op onze gastheren hebben afgevuurd, en de antwoorden die we uit hun mond, voor u mochten noteren… we wensen u hierbij alvast veel lees- en leergenot!
(P&A: staat voor Agy & Pascal Verreckt-Ariën… F&J: voor Freddy & Jacques Vandenheede)


Verreckt-Ariën

Het interview
 

Spelsysteem

PiPa: -Agy en Pascal, jullie leggen het accent vooral op het spel met de oude en jaarlingen die volgens het principe van ‘totaal weduwschap’ worden gespeeld. Hebben jullie vroeger ook het klassieke weduwschap uitgeprobeerd? En wat zijn naast het ‘kleinere getal duiven’ (geen thuisblijvende partners meer) die bij het ‘totaal weduwschap’ nodig zijn… nog andere typische voordelen of verschilpunten van jullie systeem?
P&A: We zijn voor de duivensport naar onze huidige locatie komen wonen in 2002.
In 2003 zijn we dan meteen van start gegaan met 10 koppels (doffers en duivinnen) op ‘totaal weduwschap’! Het was een eerder ‘pover’ tot ‘slecht jaar… en dat schrijven we niet toe aan het systeem op zich… maar wel aan het feit dat met 10 eenheden de ploeg te klein was . Die duiven trainden niet naar behoren… en duiven die in de week voor geen meter trainen, daarmee kan je in het weekend niet winnen.
In 2004 gingen we met 60 eenheden van start, en de trein liep wel. Ons systeem noem ik dan ook het ‘systeem van de chaos’… niet te veel vaste patronen of rituelen… de duiven motiveren hierin als het ware zichzelf. Als verzorger moet je enkel de ogen open houden, en hier een daar een handje toesteken. Nu… in 2005 kregen we het idee dat het klassiek weduwschap toch beter zou lopen, en dus probeerden we dit uit. Meteen werd ons duidelijk dat het moeilijker is om op deze manier een gans seizoen de ‘topconditie’ vast te houden. De duivinnen begonnen onderling te paren… toen we ze opsloten in bakjes, wilden ze niet meer eten en werden zelfs mager… dat liep niet naar mijn zin, vandaar dat we sinds 2006 opnieuw en nu definitief naar het ‘totaal weduwschap’ zijn overgeschakeld!

PiPa: -Freddy & Jacques, waarom opteren jullie nog steeds voor het aloude systeem met ‘thuisblijvende partners’?
Freddy: laat me eerst dit duidelijk stellen. In het begin was ons spel enkel gericht op het spel met de jonge duiven. Dat paste in mijn levensloop… ik was onderwijzer van beroep, en de schoolvakantie viel steeds samen met het hoogseizoen van het jonge duivenspel. Tot we in 1997 een slechte La Souterraine kenden… waarbij al onze ‘nesten’ stuk waren, en de rest van het seizoen nagenoeg de mist in ging. Toen besloten we om ook onze kans te wagen met de jaarlingen en oude duiven. Doch om zowel met doffers als duivinnen te spelen, en deze allemaal de nodige trainingsarbeid te laten afwerken, was er te weinig tijd… op dat moment waren de duivinnen in de ploeg der jonge duiven de besten… vandaar dat we besloten om te starten met jaarse duivinnen op weduwschap. Duivinnen lijken ons ook ideaal voor de vluchten van 400 tot 600 Km die toen onze voorkeur wegdroegen.
Het is pas sinds 2008, toen we besloten om in tandem van start te gaan… dat we ook met doffers in het strijdperk zijn getreden, maar dan wel meer met het oog op de ‘dagfondvluchten’ (lees 600 tot 800 Km). Die vliegen dus meestal om de 2 weken een fondvlucht! Duivinnen kan je wekelijks de mand insteken… ze gaan dan ook in blokken van 3 – 4 tot 5 weken na elkaar de mand in op de provinciale en nationale ‘grote halve fond’… afhankelijk van de moeilijkheidsgraad en zwaarte van de vlucht… zoiets moet je week na week evalueren en bijsturen waar nodig! Verminderen de prestaties, trainen ze minder… zoiets moet je als liefhebber aanvoelen! Dit wordt niet hok per hok geëvalueerd, maar eerder duif per duif. Zo kan je progressie maken in het spel door in te spelen op de omstandigheden. Wij doen het wel nog steeds met ‘thuisblijvende partners’!

PiPa: duiven die nagenoeg wekelijks de mand ingaan, hoe blijft u de ‘schwung’ erin houden? Zit er een bepaald vast stramien in het tonen vooraf, en bij thuiskomst… kunnen jullie wat meer uitleg verschaffen over jullie aanpak en ervaringen hierbij?
P&A: Het systeem en de duiven waar we in 2007 het best mee waren… waren in 2010 ook nog de beste! We hadden nu eens geprobeerd om een 10-tal kweekduivinnen als vaste partner thuis te laten, ook om wat meer jaloezie en zo ook wat meer ‘chaos’ op het hok te creëren… om zo de motivatie nog wat op te voeren. Na een tijdje zagen we dat de doffers de kweekduivinnen als partner begonnen te nemen, en deze ingreep ons doel voorbij schoot… het systeem werkte niet meer voor de duivinnen. We ondervonden ook dat duivinnen die altijd thuis blijven, niet die motivatie hebben en geven dan de vliegduivinnen die wekelijks de mand  ingaan! Wat we wel merken is dat vooral ‘koppels’ het dikwijls erg goed doen, bij het ‘totaal weduwschap’! Om nog even in te spelen op wat Freddy daar zonet gezegd heeft… bij ons gaan de duivinnen iedere week mee… maar we trekken enkel naar de topklassiekers met de duivinnen die in ons oog op dat moment ‘top’ zijn! De andere werken een kleinere (halve fond) vlucht af. De motivatie bij thuiskomst vinden wij niet zo belangrijk… een duif die ‘diep’ gegaan is, of zelfs moe is… is graag even rustig. Zoals gezegd is ons systeem één en al ‘chaos’… de duivinnen die van ‘kort’ thuiskomen vinden niet altijd hun partner als ze thuis komen… al zijn er wel altijd ergens enkele doffers thuis. Tegen dat de andere duiven dan van de ‘grotere’ vlucht thuiskomen, worden deze duivinnen van de ‘korte afstand’ dan meestal in hun bak opgesloten… soms zelfs in de mand gestoken.
F&J: Bij ons is het zo dat de duivinnen die in ons oogpunt niet ‘top’ zijn op dat moment, en dus dat weekend niet ingezet worden op de provinciale of nationale ‘grote halve fond’… ook werkelijk ‘thuis’ blijven! Ze worden  bij thuiskomst van de anderen wel samen gelaten met hun partner. Vanaf dat ik met duiven speel heb ik altijd alles tot in detail opgeschreven en genoteerd… dag na dag! En uit die ondervindingen en notities werden dan de nodige conclusies getrokken, en naar gehandeld… laat me toe te zeggen dat er dus ergens wel een ‘rode draad’ loopt doorheen onze manier van spelen en handelen… echte de ondervinding leert ons dat ‘DE’ draad… niet bestaat! De liefhebber moet bepaalde zaken aanvoelen, en er naar eigen goeddunken en ondervinding… naar handelen! Ik ga u eens een voorbeeld geven… Vroeger kregen de duivinnen voor het vertrek altijd ongeveer 1 uur hun partner te zien. Nu had ik op een bepaalde dag ‘oudercontact’ op school… en dat liep wat uit. Toen ik thuiskwam had ik hoop en al nog 10 minuten de tijd om alles eens samen te laten, om nog op tijd in het lokaal te zijn voor inkorving van de duiven. De deur ging open… en ik diende direct te beginnen met pakken om ze nog tijdig in de mand te krijgen… de duiven bleven dus slechts tussen de 1 en 10 minuten samen voor ze de mand ingingen. Ik geef toe… dat ik toen niet meteen met het meest geruststellende gevoel richting lokaal trok. Op zaterdag zetten de duiven echter één van hun beste prestaties van dat seizoen neer... iets wat later nog meermaals werd herhaald en bevestigd. Vandaar dat ik nu durf zeggen… de tijd dat de duiven voor vertrek samen zijn, speelt geen rol! De doffers krijgen hier zelfs nooit een duivin te zien voor vertrek! Ook bij thuiskomst speelt het geen rol hoelang men de partners tezamen laat… het is de intuïtie van de liefhebber die van doorslaggevende aard is… hoe zwaar was de vlucht, wat staat er volgende week op het programma… het zijn factoren die bij ons bepalen, hoe we zullen handelen!
P&A: Bij ons wordt er altijd getoond voor vertrek… ook om ze ‘gepakt’ te krijgen! De vliegduiven hebben bij ons niet allemaal een vaste bak of partner… vandaar dat ik zonet sprak over de ‘chaos’. Normaal kom ik (Pascal) rond 5 uur thuis van het werk, en laat ik alles samen… ik ga dan een ‘koffieke’ of zo drinken… en na een 45 minuten beginnen we de duiven te pakken. Bij een fondvlucht met inkorving op woensdag brengen we de duiven meestal ’s middags nog eens weg voor een oefenvluchtje van 20 à 30 Km. Om 5 uur gaan ze dan samen en blijven tot ’s avonds bijeen. Dan worden ze op donderdag normaal ingemand ‘zonder tonen’… of komen ze voor de halve fond slechts een 5 tot maximum 30 minuten samen. Bij thuiskomst blijven ze in volle seizoen meestal samen tot ’s anderendaags morgen… dan kruipt men reeds om 5 uur uit de veren, en tegen 6 uur zijn de duiven reeds gescheiden… meteen tijd om hen vroeg te voederen en hun buikje rond te eten. Enkel na een zware vlucht… of wanneer de duiven een minder frisse indruk laten bij thuiskomst worden de duiven vroeger gescheiden, en blijven ze niet te lang samen… zodat ze meteen goed kunnen rusten en op hun positieven komen, recupereren en… goed eten! Al durven we na een ‘moeilijke of zware vlucht’ ook wel eens beslissen om ze niet samen te laten bij thuiskomst! We laten de duiven dan eerst wat recupereren… en mogen ze op zondag dan samen! De duivinnen vertoeven tijdens de week in hun rusthok… overdag zitten ze verplicht buiten in de volière, ’s nachts in hun rusthok. De doffers hebben de vrije keuze of ze in hun hok blijven zitten of overdag ook even in de volière van de gezonde buitenlucht of de zon willen genieten.

Voeding en begeleiding

PiPa: Het trainingsschema en voedingsregime , hoe ziet dat er bij jullie uit?
P&A: De duivinnen trainen slechts 1 x per dag rond de klok van 9 uur. Opvoederen doen we niet echt… de duiven krijgen steeds zoveel ze willen. We hebben ons door de jaren heen zowat een eigen soort gecreëerd… die niet snel onderling paren, en vooral ‘goed trainen’… de duiven zijn als het ware uitgeselecteerd door het systeem. Wie niet in het systeem past gaat er onverbiddelijk uit!
F&J: Bij ons trainen de duiven dagelijks 1 of 2 keer, al naargelang tijdstip van het seizoen en het verloop van de vorige vlucht(en). Ook hier krijgen ze volle bak, maar dan een eerder ‘lichte voeding’ bestaande uit 50% kweek + 50% licht (lees zuivering en dieet).
Wat betekent opvoeren voor ons?
Dat is het geleidelijk vervangen van de zuivering en dieet, door vluchtmengeling… de laatste maaltijden zelfs ‘vetrijk’! Wat betreft de mengelingen gebruiken wij een mix door elkaar van bepaalde fabrikanten!
P&A: Om ons systeem van voederen uit te leggen geef ik misschien best mee hoe we vanaf de voorbereiding tewerk gaan. Als het weer het toelaat, moeten onze duiven vanaf januari elke dag vliegen. Bij ons is 14 februari niet alleen ‘Valentijntjesdag’ voor onszelf… maar ook voor de duiven, want dan koppelen wij steeds. Tegen die tijd zie ik graag dat de duivinnen tegen de 2 uur in de lucht hangen, voor de doffers is dat 1 uur à anderhalf uur! Wij ondervonden… als wanneer ze dit niet doen… je met een probleem zit opgezadeld, dat zich later op het seizoen vertaald in een mindere conditie en mindere prestaties! Duiven kan je tot 1u30 aan een stuk doen vliegen… door licht te voeren! Onze ondervinding is… wanneer de duiven in het begin goed trainen… ze dit ook in het seizoen blijven doen… maar in het seizoen kan dit uiteraard niet langer met ‘licht voeder’!

PiPa: In voorafgaande gesprekken, en naar aanleiding van de reportage bij uw nationale zege uit Tulle… spraken we reeds over jullie voedingssysteem. Ik denk dat we de naam wel mogen vernoemen… het voedingssysteem dat jullie gebruiken is gebaseerd op de Matador-mengelingen, waarvoor jullie als een soort ‘testhok’ fungeren! Welke mengelingen gebruiken jullie hiervan en hoe?
P&A: De Matador voedingsadviseur springt geregeld bij ons binnen, en we luisteren altijd naar zijn advies. Al is dit uiteraard nog altijd ‘theorie’… de praktijk durft daar wel eens van afwijken of verschillen!  Zoals zonet gezegd… in januari-februari is dit lichte voeding, dus met weinig vetten. Van zodra hun trainingsarbeid over het uur gaat, en de 1u30 benadert… moeten er meer koolhydraten bij gevoerd worden, en dat betekent bij ons… meer maïs bijvoederen. Om hen zo langere tijd aan het vliegen te houden komt er later ‘vetrijk’ (lees ‘Turbo Matador’) bij. In februari is dit ‘Start’-mengeling. Later in het vliegseizoen is dit de ‘Vliegmengeling’ verrijkt met de meer vetrijke  ‘Turbo’.
F&J: Het systeem van Pascal & Agy leunt bij het onze aan… maar wij gebruiken daarvoor een ‘mix’ van mengelingen. Zoals zonet gezegd gebruiken wij ook een meer ‘vetrijke’ mengeling naar inkorving toe.. bij ons is dit ‘Energy Versele’ aangevuld met pinda’s!

Pipa: Freddy & Jacques, in jullie vriendenkring zijn er mensen die de pannen van het dak spelen met deze Matador-mengelingen, waar ook Agy & Pascat het mee doen… hebben jullie deze mengelingen al geprobeerd?
F&J: Toen we deze zomer 1° Nat Argenton wonnen, zijn de mensen van Matador hier ook geweest voor het maken van een reportage voor een bepaald duivenmagazine… ze hebben ons toen een zak ‘Turbo’ ter beschikking gesteld bij wijze van proef, maar voordien hadden wij die voeders zelf nog niet gebruikt.

PiPa: Als jullie duivinnen nagenoeg wekelijks de mand ingaan voor vluchten van 500 Km… dan moeten hun batterijen binnen de kortste keren terug opgeladen zijn? Gebruiken jullie naast de zonet omschreven voeding, ook nog andere producten ter recuperatie of conditieopbouw?
P&A: Vooral een ‘snelle recuperatie’ vinden wij belangrijk… en dat proberen wij te ondersteunen met bepaalde bijproducten. Om de duiven zo snel mogelijk te laten recupereren zijn ‘eiwitten’ (proteïnen) nodig. Dat is de reden waarom de mensen vroeger mengelingen met extra erwten gingen voederen na thuiskomst. Wij doen dit niet… omdat erwten ongeveer 48 uur nodig hebben om energie in de duif op te slaan, en bovendien hebben zij de nefaste invloed… dat zij voor 40% balast bevatten, dat ook door het duivenlichaampje moet verwerkt worden!
Wij gebruiken daarom liever een poeder… zoals ‘Backs Proteïn’ waarvan 80% meteen wordt opgenomen, en slechts 20% is afval. Hoe kleiner de stukjes of deeltjes eiwit zijn die u toedient, hoe sneller ze in het bloed worden opgenomen… en het herstel intreedt! Zo hebben de duiven goed 5 à 6 uur na hun inspanning, terug voldoende energie om opnieuw volop te trainen… en dan kan men deze duiven een week later opnieuw zonder probleem meegeven op 500 tot 600 Km! Duursporters maken ook gebruik van dergelijke eiwitproducten als recuperatie, meestal op basis van piepkleine peptidestukjes… die bestaan uit 2 tot 3 aminozuren. Deze di- en tripeptides worden veel sneller, zelfs meteen in het bloed opgenomen!
F&J: Eigenlijk doen wij op dat vlak niets speciaals. We geven wel elektrolyten bij thuiskomst… Hoe lang? Dat hangt af van de ‘zwaarte’ van de vlucht, en het te volgen programma! Voor ons is dit meer ‘de grenzen aftasten’ … de ondervinding leert dat duiven in ‘superform’ meer kunnen dan de rest!

PiPa: Nu we toch bij de begeleiding van de duiven aangekomen zijn… zullen we meteen ook maar de vraag stellen die op nagenoeg ‘ieders lippen’ brandt… hoe ziet het medisch plaatje er bij jullie uit, volgen jullie ook hier een vast stramien of een bepaalde aanpak en behandeling?
F&J: Bij ons wordt er bij thuiskomst steeds behandeld tegen ‘trichomonaise’… afhankelijk van de vlucht soms 1 dag… soms 2 dagen… in het drinkwater! Voor de rest doen we bij de oude duiven normaal niets. Wel gaan we regelmatig op controle  bij de dierenarts… en volgen we dan diens advies, echter zonder strikte schema’s waar we ons aan vasthouden! Jonge duiven is echter iets anders… die zijn net als kinderen… en rapen dus vlugger iets op… ook omdat daar nog meer kaf tussen het koren steekt, vooral dan in de manden. Jonge duiven volgen we dus strikter op… en hier behandelen we ook tegen de zogenaamde ‘kopziekten’!
P&A: Bij ons wordt er niet iedere week behandeld tegen trichomonaise. We hebben ook geen vast stramien. Wel hebben we een vast schema dat op papier staat dat we strikt volgen in de periode na het seizoen… tot de start van het nieuwe seizoen, zeg maar op 1 april. Onmiddellijk na het seizoen kuren we 8 dagen tegen trichomonaise… noem het gerust een ‘dubbele kuur’ (lees: dosis). Dan gaat het medicijnkastje voor een tijdje dicht. Begin januari kuren we dan een 10-tal dagen tegen paratyphus. Rond 23 januari volgt dan de verplichte enting tegen paramyxo. Een maand later op 23 februari wordt er ingeënt tegen ‘pokken’. Begin maart volgt dan een kuur van 8 dagen tegen trichomonaise, gevolgd door een 10-daagse kuur met ‘Soludox’ voor de luchtwegen en koppen. Eind maart volgt dan een controle bij de dierenarts!
Zolang de prestaties goed zijn volgt er niets speciaal tot goed 2 weken voor de ‘Bourges I’ nationaal! Als ik de maandagmorgen de ramen of deuren opentrek… dan moeten ze buiten stormen… moeten ze mij als het ware ‘omver vliegen’! Dit is voor mij ‘het’ signaal… of het nu snor zit of niet! Als dit niet gebeurt, of in het slechtste geval ik er enkele moet buiten jagen… dan trek ik meteen richting dierenarts!In het seizoen moet men zeer voorzichtig zijn, en de oogjes goed open houden!  In normale omstandigheden trekken we een 4-tal keer per jaar richting dierenarts!

Jonge duiven – Verduisteren – Bijlichten

PiPa: Ook in het spel met de jonge duiven verschilt jullie aanpak… of jullie manier van spelen. Agy & Pascal, klopt het nog steeds dat de jonge duiven bij jullie eerder op het 2° plan komen, of is daar ondertussen verandering in op komst?
P&A: Ik (Agy) ben blij dat u nu op mijn terrein bent aanbeland, want de jonge duiven zijn in feite een stukje ‘mijn terrein’… Pascal hechtte tot hiertoe daar minder belang aan… ook om dat hij daar gewoon de tijd niet toe heeft, hij heeft de handen vol met zijn ploeg oude vliegduiven. Voor mij zijn de jongen dus ‘zeer belangrijk’… voor Pascal ‘minder’! Dat was in feite de reden waarom we tot nu toe steeds ons 1° ronde van de hand deden, en enkel vanaf de 2° ronde de jongen voor onszelf hielden! Die leerden wij dan op tot een Soissons en enkele keren halve fond… al naargelang de conditie en rui der slagpennen… de nationaals hadden ‘minder’ belang.  In feite mogen we stellen dat 2010 een soort herstart was met de jonge duiven. Onze doelstelling is om naar volgend jaar toe ook voor de nationaals een ploegje klaar te stomen… en dat op een nieuw hok. De vraag die Pascal zich daarbij stelt, is… hoe hij die duiven wil laten pieken? Onze duiven zijn  niet meteen wat men noemt… een paarrijpe soort. Het concept is in ieder geval zo dat er een centraal hok is waar de duiven dan op samen komen… de beide hoeken van het hok zijn ‘rusthokken’. Wat ik (Pascal) tracht te creëren is een hok met vele kleurtjes, hoekjes en kantjes… waar de duiven kunnen in stoeien, zich verstoppen  en zich goed thuis voelen… noem het voor mijn part… de creatie van de ‘Amsterdamse wallen’ in Tessenderlo… allez… op het duivenhok dan!
De voeding is een stuk gelijklopend… tot nu kregen die wel niets speciaals, en ook geen bijproducten. Vanaf nu zullen we dus ook de begeleiding op punt zetten zoals bij de oude vliegduiven. Al zal het spel met de jonge duiven wel niet als echte ‘selectienorm’ gelden. We houden als jaarling zowat alles door wat na het seizoen overblijft… het ligt in de bedoeling om de jonge duiven 1 à 2 nationaals te laten afwerken als routine. Wat niet wil zeggen dat onze jonge duiven niet serieus geselecteerd worden. Jonge duiven met ‘slechte ogen’ hoef ik niet… die moeten eruit. Ook jonge duiven die (makkelijk) ziek worden gaan eruit… dat is een eerste soort ‘natuurlijke selectie’, zo u wil. Wij houden enkel duiven met ‘goede ogen’… al ben ik geen kenner… ik ga hierbij af op wat ik leerde uit ondervinding, uit reportages, uit boeken… daar bouwde ik een stuk eigen kennis mee op. Ook bekijk ik graag ‘nationale asduiven’ en ‘winnaars’… ik tracht daar dan gemeenschappelijke eigenschappen te zoeken en te vinden.
Agy behandelt haar jonge duiven als zijn het haar ‘kindjes’… ze maakt ze handtam… en dat is niet altijd naar de zin van Pascal. Dat maakt het soms lastig met de jaarlingen, en geeft soms problemen bij training en met de paardrift onderling… vandaar dat ik ze liever niet ‘te’ tam heb!
F&J: Bij ons worden de jonge duiven nog altijd op de aloude manier van het nestspel gespeeld… geen weduwschap te Zingem. Waarom veranderen als het aloude systeem nog steeds zijn deugdelijkheid bewijst? Bij ons ligt er nog steeds stro op de bodem… en zo worden vele hoekjes en kantjes gecreëerd… en dat brengt ‘ambiance’ op het hok… bijna alle duiven hebben hun nestje dan ook ergens in het stro op de grond. Dat geeft een grote diversiteit aan standen… de ene zit net gepaard, de andere op nestjagen, sommigen met eitjes, einde broed, kleine jongen of grote jongen in het nest… er zitten altijd wel duiven die ‘gepast’ of extra ‘gemotiveerd’ zitten! De jongen worden bij ons verduisterd van eind februari- begin maart tot begin juni… maar worden daarna ‘niet’ bijgelicht!
P&A: Ook wij verduisteren de jonge duiven, maar gaan wel nog bijlichten… dit heeft als doel om de rui uit te stellen, om zo deze cyclus eerstens wat op te schuiven… in de hoop dat ze ook als jaarling en als oude duif die (nieuwe) cyclus dan verder overnemen.

PiPa: En de training en begeleiding… worden de jongen veel opgeleerd, tijdens de week nog weggebracht, en.. ik hoorde Freddy & Jacques zonet zeggen dat bij de jonge duiven ‘korter’ op de bal wordt gespeeld, kunnen jullie iets meer uitleg verschaffen over dit alles?
F&J: In het begin zitten de jonge duiven van de 1° + 2° ronde gescheiden, maar als alles goed aan het vliegen is… gaan de deuren open, en mag alles gewoon los door elkaar lopen… we spreken dan over ongeveer een 200-tal jonge duiven. Bij het opleren gooien we niet meteen alle eitjes in dezelfde mand… en worden de 1° en 2° ronde wel nog apart opgeleerd… niet alleen omwille van het leeftijdsverschil, maar ook om alles in de manden, en in de wagen te krijgen.
Eens opgeleerd, worden onze jongen nog sporadisch zelf weggebracht… meestal trainen die goed aan huis… zelfs spontaan 45 minuten tot 1 uur. Ze zelf nog veelvuldig wegbrengen zou ook een pak extra werk met zich meebrengen… u moet ze nog altijd allemaal gepakt krijgen… vandaar dat het eerder uitzondering dan regel is. Zoals eerder gezegd volgen we bij de jongen wel een strikter begeleidingsschema dan bij de oude duiven. Het behandelen en onder controle houden van ‘tricho’ blijft de ‘rode draad’ in ons verzorgingssysteem… maar bij de jonge duiven behandelen we ook wel vaker eens tegen de ‘kopziekten’… zonder daarom naar één of ander specifiek product te grijpen. Kijk, als u tegen iets behandelt… dan moet u daar ook ‘resultaat’ van zien… bij training, betere conditie, duiven moeten er mooier gaan uitzien enz… je moet met andere woorden kijken wat (welk product) aanslaat, waarvoor uw duiven gevoelig zijn, waarop ze reageren. Maar de zo veel genoemde ‘oogswaps’ nemen wij niet… nogmaals, we doen het gewoon op aanvoelen… en ondertussen leerde de ondervinding ons ook wel, voor wat onze duiven het meest gevoelig zijn.
P&A: Echt kuren tegen de koppen doen we weinig of niet, en de ‘swaps’ laten we ook niet nemen. Wel hebben vele hokken de jongste tijd last van de zogenaamde ‘one eye colt’… een inspuiting met 0,2 cc Linco Spectin, 0,2 cc Suanovil en 0,2 cc Catosal zorgt ervoor dat dit probleem meteen van de baan is.
F&J: Medicatie wordt bij ons altijd via het drinkwater of voeding gegeven… wij zijn allergisch voor inspuiten! Wij proberen dergelijke (oog) problemen op te lossen met ‘druppelen’
P&A: Elk jaar opnieuw hebben onze jonge duiven last van ‘adeno’… meestal een milde vorm… maar toch verschilt dit ieder jaar. Blijkbaar zijn onze duiven daar gevoelig voor. Wanneer ze daar vroeg op het jaar last van krijgen… dan ondernemen wij daar weinig of niets tegen. Gebeurt dit tegen of tijdens het opleren… dan gaan we wel meteen behandelen. Maar preventief daar iets tegen doen… helpt niet… welke middelen op natuurlijke basis er ook worden aangeprezen. Het ziektebeeld kan soms tot 8 à 10 dagen aanhouden… en zowel de ‘goede’ als de ‘minder goede’ (lees: slechte) duiven kunnen het krijgen… het is volgens ons een soortgebonden verschijnsel. Zo hadden we een jonge duif die het heel erg zitten had… het ergste van allemaal… het belette haar niet om later de 1° Prov Bourges te winnen. Duiven die echter gevoelig zijn voor andere ziektes… daar hebben we minder geduld mee… die gaan er onverbiddelijk uit.
F&J: Ik wil daar nog even op inpikken… het ‘adeno’ verschijnsel is iets dat een ganse kolonie treft… het is dus zeker geen soort van eliminatie op basis van gezondheid. Andere ziektes zijn dit wel… ook daar hebben wij dan minder geduld, en hoeven jonge duiven die makkelijk problemen krijgen met de gezondheid… op niet veel genade te rekenen.

PiPa: En de selectie?  Worden de jonge duiven louter op basis van gewonnen prijzen overwinterd… of zijn er andere zaken of criteria waar jullie rekening mee houden?
F&J: Kijk vroeger speelden wij enkel met jonge duiven, en werd er dus ook geselecteerd op hun prestaties, dat lijkt mij logisch! De jongste 10 seizoenen was er een evolutie in het spel van jonge naar oude duiven… daar waar we vroeger trachtten om alles uit onze jonge duiven te halen… proberen we nu niets meer te forceren. We proberen ze wel enkele vluchten van 400 à 500 Km (provinciaal of nationaal) te laten afwerken als jong… dit voor de duiven die ofwel ‘goed’ aan het broeden zijn, of met jongen tussen 10 en 20 dagen oud zitten. Duiven die nestjagen, of op het einde van hun nest zitten, of met ‘kleine jongen’… worden op de kortere vluchten ingezet, meestal een Ablis of Angerville. Sommige duiven worden wel op hun behaalde prijzen geselecteerd, andere op hun afstamming. Vanaf jaarling moeten ze wel stevig aan de bak komen, en is het behalen van prijzen minstens per 10-tal wel degelijk een maatstaf!
P&A: Op het einde van het seizoen houden wij normaal zowat alles door… gewoon omdat het spel met de jongen tot nu, niet echt een doel op zich was… vandaar dat de prestaties niet altijd een doorslaggevende rol spelen bij selectie op dat moment. Tegen dat het seizoen afgelopen is… is bij ons het grootste kaf reeds van het koren hoor… omdat we een gans seizoen door, werken met eliminatie… alles wat ziek en scheef was, of een slecht oog had… werd er in de loop van het seizoen reeds uitgeselecteerd!

Kweekstrategie

PiPa: Om een hok ‘topduiven’ met meerdere ‘echte cracks’ te bekomen, moet er voldoende kwaliteit op de hokken aanwezig zijn. Zijn er speciale zaken waar jullie rekening mee houden bij het koppelen van de duiven? Hoe gaan jullie te werk?
F&J: Wij gaan er in eerste instantie altijd van uit om ‘goed’ x ‘goed’ te koppelen… en dan proberen we een beetje te compenseren qua bouw, model. Aan echte familiekweek doen we niet echt… of slechts zeer uitzonderlijk… bijvoorbeeld een broer x zus-koppeling is slechts een probeersel. Feit is dat we gemerkt hebben dat de grootste ‘cracks’ uit kruisingen afstammen… al kennen we er allemaal zo weinig van. De erfelijkheidsleer laat zich niet zomaar dirigeren. Een bewijs daarvan… onze grootste ontgoochelingen in de kweek zijn vaak de koppelingen ‘goed’ x ‘goed’ waarin we zeer hoge verwachtingen stelden… ze draaiden veelal uit op een sisser.
P&A: Wij geloven ook niet in inteelt… zoals door Jacques zonet aangehaald… de grootste cracks worden vaak uit kruisingen geboren. Ook wij opteren om ‘goed’ x ‘goed’ te koppelen. Ik zie graag duiven met ‘lange smalle’ pennen, die geen al te kort borstbeen hebben… en vooral geen slechte ogen. Al koppel ik niet vaak ‘te goede ogen’ tegen elkaar… !

PiPa: zowel bij beoordeling van vliegduiven als nu ook bij de kweekduiven, kijkt u sterk naar de ogen van de duiven. Naar wat kijkt u dan, en waarom?
P&A: Belangrijk daarbij is een goede ‘iris’ van de duiven… een ‘iris’ met veel kleur en pigment in… een teken van bloedrijkdom. Een goede ‘iris’ met kleine pupil is noodzakelijk voor de duif om goed te kunnen zien, en in te schatten waar ze zich ongeveer bevindt. Ik vermoed dat een duif met goede iris, daarboven… hoog in de lucht… zowat een 100 Km ver kan zien… zodat hij als het ware de vliegafstand kan inschatten. Vergelijk het met het instellen van de lens van een camera totdat men een ‘scherp zicht’ heeft!
F&J: Wij houden met ogen en zo, niet echt rekening…  hier zijn het eerst de ‘prestaties’ die tellen… ook de stamboom speelt daarbij geen rol. Die gaat pas een rol van betekenis spelen wanneer de prestaties er zijn… en niet omgekeerd! Ook de ouderdom van de duif heeft niet echt belang… want het is niet de ouderdom die de ‘vitaliteit’ van een duif bepaald… het is veeleer een ‘rasgebonden’ eigenschap. Het mooiste voorbeeld daarvan is toch wel de ‘Limoges’ De Rauw-Sablon, die werd aangekocht op hun totale verkoop in 2003… hij was toen 12 jaar oud. Het heeft hem niet belet om tot en met 2009 bij ons extra jongen op de wereld te zetten!

PiPa: Iemand die wereldwijd tot een beroemdheid is uitgegroeid in het keuren en beoordelen van duiven is wijlen Piet De Weerd. Hij keurde de duiven ook op de ‘spieren’… hechten jullie daar ook belang aan?
P&A: Het kan misschien wel zijn belang hebben, maar gezien ikzelf geen kennis ter zake heb… kan ik er dus voorlopig ook geen rekening mee houden!
F&J: Ook wij hebben op dat vlak niet echt kennis ter zake… maar we veronderstellen dat de mand er de minder begaafden automatisch uitselecteert… de echte ‘toppers ‘zullen op dat vlak wellicht de nodige kwaliteiten bezitten!

Tot zover een kort relaas uit een 2 uur durend vraaggesprek waarin we probeerden te peilen naar het reilen en zeilen achter deze kolonies… hun speelmethode, manier van begeleiden, het klaarstomen van hun duiven voor de vluchten… kort gezegd: hun filosofie over dat ‘vliegend wonder’… dat nog altijd ‘duif’ noemt , probeerden te achterhalen! Hopelijk zullen velen van u er iets van opsteken… al moet onze slotconclusie toch zijn dat ‘het’ systeem niet echt bestaat… maar dat het eerder een aanvoelen van de liefhebber in kwestie is, wat zijn duiven op dat bepaald moment al dan niet nodig hebben… waar er al dan niet moet bijgestuurd worden… en daar spelen de conditie van het hok op dat moment, weer en vluchtomstandigheden zeker een niet te onderschatten rol in. Al valt er ongetwijfeld wel ergens een ‘rode draad’ uit hun verhalen te ontwaren… noem het een soort ‘leidraad’ die doorheen hun manier van spelen en begeleiden loopt… die u als houvast kan hanteren bij de verzorging van uw duiven. Het zal dan van  u als liefhebber in kwestie afhangen hoe u inspeelt op de verschillende omstandigheden… om uw manier van handelen met de duiven in resultaten omgezet te zien… het hangt vaak af van details! Zou het net niet daar zijn dat het grote verschil schuilt tussen de ‘echte toppers’ en ‘Jan Modaal’… de doorsnee liefhebber? Binnenkort zal ook het ganse filmpje te bekijken zijn op PiPa… we wensen u alvast veel lees- en kijkgenot! Hopelijk kan u er iets van opsteken dat bijdraagt tot een verbetering van uw prestaties! Succes!

P.S. Wij van PiPa, bedanken langs deze weg in ieder geval zowel Agy & Pascal, als Freddy en Jacques voor hun bereidwillige medewerking bij dit openhartig gesprek en interview! En aan confrater Andre voor deskundige bijstand voor het in goede banen leiden van dit interview!