Zoeken

De Geschiedenis van de Belgische duivensport, "101 Methoden" Vanhee Michel & Gerard Wervik (BE) Het spel met de jonge duiven

Wanneer worden jonge duiven gespeend? - Welke voeding krijgen vers gespeende jonge duiven? - Wanneer worden jonge duiven opgeleerd? ... etc ...

Wanneer worden jonge duiven gespeend?

De jonge duiven worden van de ouders weggenomen aan een ouderdom van 22 tot 24 dagen. Dit geldt  zowel voor de winterjongen als de jonge duiven die op latere datum geboren worden.
De winterjongen worden overgebracht naar een afzonderlijk hok waarop altijd, vooral tijdens de koude dagen en nachten, een temperatuur van 12° C heerst, bij middel van een elektrisch vuur.
De eerste acht tot tien dagen wordt de bodem van het hok beleed met een dikke laag tarwestroo.
Onmiddellijk na het spenen krijgen alle piepers een kuur, teneinde de maag flink te laten werken  en hun lichaam snel te laten versterken en ontwikkelen.
—Deze kuur bestaat in het toedienen van l koffielepel Terramycine-EGH formule op 5 liter water.
De dag dat de jonge duiven worden gespeend, worden de geslachten onmiddellijk van elkaar gescheiden. De reeds goed zichtbare duivers worden op een apart hok geplaatst, tot een aantal van 50 met het oog er op latere datum de weduwschapmethode toe te passen. De overige jonge duiven, dit zijn de duivinnen en de minder goed herkenbare duivers, verhuizen naar een ander hok.

Welke voeding krijgen vers gespeende jonge duiven?
Gedurende tien dagen die volgen op hun spening, krijgen de jonge duiven volgend voeder toegediend :                     
— Een mengeling bestaande uit :
50 % zuiveringsmengeling en 50 % kweekmengeling.
Van deze mengeling krijgen de jonge duiven gedurende de geciteerde periode volle bak voeder,
t.t.z. dat er altijd voeder in de voederbakken blijft om toe te laten dat diegenen die aanvankelijk niet komen eten, toch nog voeder ter hunner beschikking vinden.
De voederbakken worden tweemaal per dag van vers voeder voorzien.

Er wordt vooral aandacht geschonken aan de gritbak en de vitamineralen. Jonge duiven en vooral vers gespeende jongen hebben een grote behoefte aan grit. Het is dus tenzeerste aangeraden tweemaal per dag de gritbak van verse grit te voorzien.
Na de voorgeschreven periode van tien of zelfs veertien dagen,indien dit noodzakelijk wordt geacht, wordt er overgeschakeld naar het gewone voedingsregiem van de oudere duiven, t.t.z. 's morgens zuiveringsmengeling en 's avonds kweekmengeling, telkens tot ze verzadigd zijn. De voederbakken worden telkens van de hokken weggenomen. Er blijft dus tussen de twee maaltijden nooit voeder op het hok liggen.
Na de tiendaagse periode van aanpassing op het speenhok, worden alle jonge duiven die dan reeds flink de vleugels beginnen te slaan, na het toedienen van het ochtendvoeder, allen buiten gelaten en zelfs buiten gesloten tot de volgende maaltijd. Wanneer de weersgesteltenis zulks toelaat, wordt van deze periode af, dagelijks het bad ter beschikking van de jeugdige duifjes gesteld. Dit bad wordt om de twee dagen gereinigd en van vers water voorzien, waaraan het bekend badzout voor duiven wordt gevoegd.
Van het ogenblik af dat de jonge duiven het luchtruim kiezen, krijgen ze iedere dag open hok, zodat ze in en uit het hok kunnen tot het toedienen van het avondvoeder.
Wanneer de jonge duiven zichtbaar lust voelen om van het hok in groep weg te trekken, wordt een aanvang genomen met de ofenvluchten. Wat voorafgaat geldt eveneens voor de jonge duivers die, trouwens zoals medegedeeld op een ander hok verblijven, een hok dat niet palend is aan het hok van de andere jonge duiven.

Wanneer worden jonge duiven opgeleerd?
De oefenvluchten nemen dus een aanvang wanneer de jonge duiven neiging vertonen in groep van het hok weg te trekken.
's Morgens, na het reinigen van de hokken, doch vóór dat ze voeder worden toegediend, nemen de jonge duiven voor het eerst kennis met de mand. Het opleersysteem bij vader en zoon Vanhee geschiedt als volgt:
Een vijftal oude duivinnen vergezellen de jonge duiven naar hun eerste lossingsplaats van ± 3 km ; vervolgens gaat het naar 5 en 10 km, maar altijd gaan de oude duivinnen mee op reis, die dus de jonge duiven de weg moeten leren.
Aan 10 km worden de jonge duiven iedere dag en voor een duur van 14 dagen tot zelfs drie weken, iedere dag op deze afstand geoefend. Daarna volgt een oefenvlucht uit Douai, d.i. 40 km, en van deze afstand gaat het naar 135 km en 160 km.
Nadat de jonge duiven 160 km hebben afgelegd, vertonen ze hun eerste drift voor paring. Dit ogenblik wordt dan ook uitgekozen om de jonge duivers aan oude duivinnen te paren. Duivinnen tot dit doel speciaal gehouden en klaar gemaakt tot de uitgekozen dag. Vóór dat de jonge duivers worden gepaard, én wanneer er een warme dag aanbreekt, worden ze in een reismand geplaatst onmiddellijk nadat ze het ochtendvoeder werden toegediend. Zij krijgen geen water op het hok en worden het aldus aangeleerd buiten de mand het drinken in de aangehechte drinkbak te zoeken. De duiven worden in een goed verlichte plaats voor de duur van een dag in de mand gelaten, tot een uur voor hen het avondvoeder wordt toegediend. Deze handelswijze wordt een tweede maal herhaald, zodat de jonge duivers die later veel en hard in de jonge duif-wedstrijden zullen moeten werken, en soms twee of drie dagen in de reismand zullen moeten verblijven, geen last zullen ondervinden van dorst en gemakkelijk de drinkbak zullen
vinden,

Jonge duiven met eieren

De tijd is al lang voorbij dat er bij duivenliefhebbers een vrees bestond om jonge duivinnen, in het jaar van hun geboorte, met eieren te laten komen. Toen was het spel met de jonge duiven niet zo geëvolueerd. In de aanvangsdata om met jonge duiven te spelen is er ook veel verandering gekomen, zodanig dat nu overal begin juni met jonge duiven wordt gespeeld. Een groot aantal jonge duiven zijn dan reeds zes maanden oud en wij mogen gerust schrijven dat 80 jonge duiven reeds een nest hebben. De wedstrijden voor jonge duiven zijn te mooi en te aantrekkelijk geworden  om nog aan dit spel te kunnen weerstaan. Het spreekt vanzelf dat vele jonge duivinnen op een  jeugdige ouderdom nog geen bevruchting verdragen. Ofwel verzwakken ze door het nestjagen van de duiver, ofwel wanneer de periode van het leggen op komst is, kan er een of ander oorzaak van zijn  dat er een ontsteking van het eierkanaal ontstaat. Ook vader en zoon Vanhee hebben in het spel met de jonge duiven lang al hun strepen verdiend. Zij wonnen eerste en vele kopprijzen uit Clermont, Dourdan, Orléans, Tours, Poitiers, Angoulême en Bordeaux. Zij hebben zelfs hun eigen methode uitgewerkt om met sukses jonge duiven te spelen, hetgeen wij verder bespreken. Dat jonge duivinnen met eieren komen, bestaat geen enkel bezwaar en is maar normaal

.
Het spreekt voor zichzelf dat de jonge duivinnen een aparte verzorging verdienen waarvan men voorziet dat ze na de trainingsvluchten spoedig zullen gepaard zijn en een nest zullen krijgen.
Op de hokken Vanhee worden dan ook de nodige voorzorgsmaatregelen genomen. De jonge duiven krijgen iedere dag identiek hetzelfde voeder zoals de oude duiven. Op het hok krijgen ze iedere dag vers grit en zelfs een mengeling van diverse soorten, waaronder de niet te versmaden tot kleine korrels gevormde rode steen. Vóór en tijdens de trainingsperiode krijgen ze de kuren toegediend  zoals op een andere plaats besproken en ontbreken de nodige vitaminen en sporenelementen (mineralen) niet, om de jonge duivinnen toe te laten sterk te ontwikkelen. Dit alles werkt hun drift en rijpheid in de hand. Dit wil daarom niet zeggen dat alle jonge duivinnen plots tot rijpheid komen om een partner te nemen, maar feit is het dat jonge duivinnen behoorlijk behandeld, zonder moeilijkheden voor de eerste keer met eieren komen.
Hun verdere loopbaan na goede prestaties is er niet door in gevaar gebracht, vermits tientallen duivinnen na hun eerste jaar als vliegduif naar het kweekhok verhuizen. De bewijzen hiervan liggen bij de hand wanneer men naar het aantal jonge duivinnen kijkt die op het kweekhok Vanhee verblijven. Zoals trouwens op alle andere hokken Vanhee, krijgen de jonge duivinnen overvloedig gevitamineerde mineralen gemengd met Stop Santos ter beschikking op het hok, waarvan de uitwerking deze is, dat de uitwerpsels als bolletjes en altijd droog zijn. Wij moeten dus aannemen : de regel die vroeger bestond, dat een jonge duivin slechts aan een ouderdom van negen maanden tot volledige ontwikkeling is gekomen, momenteel volledig is voorbijgestreefd. Het is trouwens in juni, juli en augustus dat er een massa geld met jonge duiven te verdienen is. Het is dus normaal dat jonge
duivinnen nu heel wat vlugger « rijp » zijn. Tenandere, welke specialist in het spel met de jonge duiven zou durven beweren dat zijn jonge duiven uitsluitend voor hun « plankje » vliegen ?

Jonge duiven in het jaar van hun geboorte op weduwschap
In ons boek « 101 Methoden - Deel II » handelend over het spelmet de jonge duiven in het jaar van hun geboorte, verscheen in ruime mate de methode in 1970 door Gerard en Michel Vanhee toegepast.
Dat ondervinding ook in dit domein de beste leerschool is, werd bevestigd door enkele uitslagen die diepe weerklank hebben gevonden. Want precies in 1972 hebben beiden zich nog ernstiger voor het spel met de jonge duiven ingezet.
De uitslagen die werden behaald, waren fantastisch.
Wij citeren er voorlopig een paar :
30-7 Blois (380 km) Interprovinciaal 1039 duiven Ie, 2e, 3e, 5e, 7e,enz.
12-8 Blois (420 km) Interprovinciaal 1051 duiven Ie, 2e, enz.
1973 ;
29-7 Blois Interprovinciaal 2048 duiven Ie, 2e, 3e, 6e, 16e, 24e, 52e,60e, enz.
Blois Interprovinciaal dubbeling tegen de oude 364 duiven Ie, 2e,3e, 10e, 15e, 22e, 32e, 35e, enz.
Een paar dergelijke uitslagen spreken tot de verbeelding van ieder duivenliefhebber die alles onderneemt om in dit soort spel onder de uitblinkers te behoren. Bij de dynamische Vanhee's stond er bepaald geen maat op. De methode van leiden en verzorgen van de jonge duiven werd herzien en verbeterd. De praktische behandeling van de jonge duiven vóór ze op reis werden gezet, onderging merkbare verbeteringen. Kortom, er werd niets aan het toeval overgelaten om jonge duiven iedere week in een topkonditie aan de start te brengen. Vanzelfsprekend gaat het hier om de uitbating van jonge duiven die tijdens de winter werden geboren. Zij worden naar algemene regel voor wat de winterjongen betreft op 31 december geringd, hetgeen verklaard dat de kweekduiven omstreeks 26 november werden gekoppeld.
De methode die wij komen uiteen te zetten, is dus bepaald met zogenaamde vroege of winterjongen, geboren omstreeks 24 december en geringd op 31 december.

Een speciaal hok voor jonge duiven
Op het ogenblik dat de jonge duiven omstreeks 20 a 25 januari worden gespeend, worden in de mate van het mogelijke en voor zover dit reeds zichtbaar is, de duivers naar een apart weduwnaarshok overgebracht. De keuze gaat naar 60 a 70 duivers ofschoon er slechts plaats is voor 48. Het gaat hier dus om een hok waarop 48 weduwnaarsbakken geplaatst zijn. Naarmate de jonge duiven ouder worden, en na streng toezicht, worden de verborgen gebleven duivinnen weggenomen, terwijl duivers die eerst duivinnen schenen te zijn, ook van hok moeten veranderen.
Hun eerste kennismaking met de buitenlucht geschiedt reeds een paar dagen na het spenen. Zij verblijven een paar dagen in de spoetnik, en nog een paar dagen later vliegen allen reeds naar de nok van het dak. Eens dat ze beginnen rond te toeren, krijgen deze jonge duivers een ganse dag de vrijheid.
Einde maart, begin april komen de oude weduwnaars gereed om de eerste oefenvluchten te ondergaan.
Op dat tijdstip zijn de jonge duivers 3 maanden oud en worden ze samen met de oude duivers getraind. En vermits de Vanhee's vlak op de grens wonen, oefenen ze hun duiven uit verschillende richtingen tot een afstand van 15 tot 20 km. Na deze korte oefenvluchten gaan jonge duivers samen met de oude weduwnaars tweemaal naar Clermont, 160 km. Eens dat ze deze Frankrijk-oefenvluchten in de vleugels hebben, beginnen ze tekenen te tonen om te paren. Op dat ogenblik worden ze voor enkele dagen goed gevoederd en krijgen ze ieder een weduwnaarsbak voor zover er nog bij zijn die geen nestbak hadden gekozen. Op 15 mei voor een eerste ploeg jonge duiven en op 15 juni voor, een tweede ploeg jonge duiven, in twee verschillende hokken geplaatst, komen oude duivinnen het hok van de jonge duivers vervoegen. Oude duivinnen die dit hok gewoon zijn en hun nestbak van het jaar voordien zeer goed kennen.
Koppel per koppel blijven ze in de nestbakken opgesloten tot allen goed gepaard zijn. Bij het openen van de nestbakken ontstaan soms vechtpartijen of omwisselen van nestbak, maar de verzorger houdt een oogje in 't zeil dat alles goed afloopt. Duivinnen worden in hun voorbehouden plaats in de nestbak opgesloten en eens dat het jong geweld de goede woonplaats kent, krijgen ze allen de vrijheid op het hok en buiten, zodat ze naar hartelust hun eerste gevoelens voor hun duivin kunnen uitleven.

De nadruk wordt erop gelegd, dat het beslist aan te raden is, oude duivinnen van twee jaar en ouder aan de jonge duivers te paren. Het nestjagen wordt er gevoelig door ingekort vermits oudere duivinnen na 8 of 9 dagen paring, reeds eieren in het nest hebben. Gedurende de periode van paring tot het leggen krijgen deze duiven volle bak kweekmengeling, ook wat voeder en voldoende grit in de nestbak.
Tijdens de periode van het broeden nemen de jonge duivers aan geen wedstrijden deel. Zij worden tweemaal per dag gevoederd : 's morgens een soeplepel zuiveringsmengsel per duif, en 's avonds een soeplepel kweekmengeling per duif. Dit voeder volstaat, opdat vooral de jonge duivers door het stil blijven geen overtollig vet zouden aankweken.
Gedurende het broeden krijgen ze tweemaal per dag de vrijheid, telkens op het ogenblik dat de duivin haar plaats in het nest terug ingenomen heeft. Tegen het einde van de broedtijd worden de jonge duivers nogmaals tot 160 km getraind. En wanneer ze een jonge in het nest hebben van ongeveer 14 dagen oud, moeten ze klaar zijn voor de eerste kompetitie, t.t.z. hun eerste wedstrijd uit Dourdan van 260 km.

Voeding voor jonge duiven in voorbereiding tot snelheids- en halve-fondwedstrijden
Om in dit soort wedstrijden bij de uitblinkers of kampioenen te behoren, is het een hele kunst om de jonge duiven de gepaste voeding toe te dienen teneinde hen iedere week in de beste konditie te krijgen. Bij de Vanhee's wordt de 3e en 4e ronde jonge duiven meestal ingezet in wedstrijden van kortere afstand : 160 tot 260 km.
Vanzelfsprekend gaat het hier om jonge duiven die in gemeenschap leven en omwille van hun ouderdom geen kans krijgen om aan de wedstrijden van de grote halve-fond en fondvluchten deel te nemen.
Ten gerieve van diegenen die in een speelseizoen slechts aan snelheid en kleine halve-fond deelnemen, kunnen vader en zoon Vanhee volgende voedingsmethode aanbevelen, die voor hen steeds tot mooie suksessen heeft geleid.
Na een reeks oefenvluchten, t.t.z. dat de jonge duiven voldoende getraind geweest zijn, wordt volgend voedingssysteem streng gevolgd :

l) 's morgens, een uur vóór ze de vrijheid krijgen :
een mengeling bestaande uit geroosterd brood. Het vers brood wordt eerst tot korrels gemalen en daarna in een oven gedroogd.
Hieraan wordt toegevoegd, 7 soorten kleine granen : canariezaad (ronde of platte miller), rood koolzaad, gewoon zwart koolzaad, raapzaad, hennep, lijnzaad en rijst. Dit mengsel bestaat uit ieder een deel, t.t.z. op basis van l kg per soort, geroosterd brood inbegrepen.
Van dit mengsel krijgen de jonge duiven iedere morgen l soeplepel toegediend. Dit mengsel bezorgt jonge duiven tijdens de dag nooit opgezwollen krop en is meteen goed verteerbaar.

2) 's avonds :
wordt de gewone mengeling toegediend, t.t.z. zoals alle oude duiven dit krijgen. Het voeder wordt langzaam toegediend tot de eerste duif naar de drinkpot loopt om te drinken. Een paar dagen vóór de inkorving worden de nog hongerige duiven een extraatje toegediend. De dag van de inkorving wordt 's morgens uitsluitend de lichte voeding van 's morgens toegediend.
Vader en zoon Vanhee leggen de nadruk op de kunst jonge duiven met strenge hand te voederen, om wekelijks in de wedstrijden tot 250 km uit te blinken.
De piepers mogen in ieder geval niet een overvloedige voeding ontvangen. Eerder worden ze vooral 's morgens een beetje hongerig gehouden, maar 's avonds moeten ze niettemin een goede mengeling ontvangen, nodig voor hun verdere ontwikkeling en sterkte voor de volgende wedstrijd. Het is vanzelfsprekend dat ook deze kategorie jonge duiven, als toevoeging aan de voeding, de nodige vitaminen worden toegediend via het drinkwater, wat dan meestal op maandag op donderdag toegediend wordt.
Jonge duiven die uitsluitend snelheid en kleine halve-fond vliegen, en dit soms weken na elkaar doen, verbruiken omwille van de opgelegde afstand, niet zoveel energie, maar moeten over voldoende krachten bezitten om de hen opgelegde afstand met succes af te leggen en bij thuiskomst van de wedstrijd, snel binnen te komen.

Reacties

hello it will be nice to translate this in englis ,, thank s best reg,
----
sz.mihok.

I'm working on it.
I will translate as soon as possible
Jeantje

...install GOOGLE TOOLBAR. It will translate any page to your language.