Zoeken

Bostijn Leopold, Stichelbaut

 

Welke rol hebben de Aloïs Stichelbautduiven gespeeld bij Leopold BOSTYN te Moorslede ?
In 1950 : 1e, 2e, 3e en 4e prijs nationaal Pau.
In 1970 : 1e en 3e internationaal Pau. - 1e nationaal Ruffec.
In 1972 : 1e internationaal Biarritz. - 1e prijs E.B. St-Vincent.
Niemand heeft in 1970 ooit beter gepresteerd dan Leopold of "Polle" Bostyn uit Moorslede dit deed. Hij heeft toen iedereen overklast,zoals hij dit ook vaak deed voor 1940, en ook in 1950 het jaar dat hij de vier eerste prijzen nationaal uit Pau veroverde. Tussenin is hij altijd een grote vedette gebleven.
Piet de Weerdt schreef eens van hem, nu 20 jaar geleden : "Laat Pol Bostyn om de drie jaar al zijn duiven verkopen en hem opnieuw laten beginnen, hij wordt opnieuw de grote kampioen!"
Onze Hollandse confrater deed dan aan een zinspeling om te verduidelijken dat de kampioen uit Moorslede werkelijk een grote stielman was.
En dat is hij altijd geweest ! Maar toeval of niet, Bostyn verdween door spijtge omstandigheden nu en dan eens van het podium, maar telkens hij zich volop voor zijn duiven ijverde, kwam hij terug zijn plaats innemen tussen de allergrootste Belgische kampioenen.
Zulks op papier schrijven is niet moeilijk, maar de werkelijkheid is wat anders ! Voor Pol Bostyn is dit altijd een doodgewone zaak geweest.
Einde seizoen 1970 was het zo gesteld, dat hij de grootste vraag had naar duiven, maar nu niet zodanig aan uitverkoop deed. Zijn betrachting aan de top te blijven is gewoon normaal te noemen.
Leopold Bostyn is altijd de man van de "origine-duiven" geweest. Hij heeft alle Belgische rassen door en door gekeurd en slechts deze duiven aangewend waarvan hij wist dat, hoe zwaarder het werk, hoe beter ze presteren konden.
Hij is altijd een vriend geweest van Aloïs Stichelbaut en deze laatste vaak uit netelige posities getrokken toen het voor 1940 niet al te best vlotte in het vlasbedrijf. Verstonden ze elkaar opperbest in de "commerce" dan was hun beider verstandhouding opperbest op gebied van de duiven. Dit wil zeggen dat Polle Bostyn reeds in de eerste dertiger jaren, duiven met Aloïs Stichelbaut ruilde.
Maar vooraleer het over de Stichelbautduiven van Polle Bostyn te hebben, zijn we wel verplicht een beetje geschiedenis te schrijven over het ontstaan van Bostyn's duivenstam.
Leopold Bostyn debuteerde in de duivensport in 1932 en wel bepaald met twee koppels - om goed te kunnen volgen zullen we deze vier duiven een letter geven A - B - C - D.
Ziehier het gedenkwaardig ontstaan van dit beroemde hok.

Twee kweekkoppels

A. -"De kleinen" van 1932.
Was een beroemde duif van het hok van Adiel Talpe te Dadizele. Hij vloog nooit verder dan Dourdan (275 km) en won tientallen eerste en kopprijzen.
Van origine kwam hij uit twee duiven die door Achiel Talpe werden gekocht, t.w. een duiver van Vincent Mariën en een duivin van Julien Matthijs uit Vichte (die ook Vincent Mariën X Vandevelde was).
Bemerk welke rol die Mariën-duiven na de oorlog 1914-1918 hebben gespeeld, zowel bij "Wies" Stichelbaut als bij Julien Matthijs, Leopold Bostyn, enz.

B. - "De Wittentik" van 1930.
Michel Moerman uit Roeselare de vroegere voorzitter van de Westvlaamse Duivenbond, had van een zekere Hyppolyte Van Camp te Roeselare een duiver ten geschenke gekregen. Michel Moerman, die toen een grote persoonlijkheid was in West-Vlaanderen, had de "Wittentik" gekweekt uit een duiver van Vincent Mariën en een duivin van Leopold Lamote;
Leopold en zijn broer Jules woonden altijd in Moeskroen en wij hebben ze alle twee zeer goed gekend. Leopold Lamote bezat overwegend duiven van Fons Vandevelde uit Oudenburg en Comminne's van Leers-Nord, die tussen haakjes gezegd ook Vandevelde's waren.
In onze archieven vonden we nog een reportage van Leopold Lamote terug toen we bij hem in 1948 op bezoek waren en waarin woordelijk geschreven staat : "Met Mariën deed ik in 1925 een verwisseling, zodat ook nog dezes bloedstroom in mijn duiven steekt".
Wij mogen aannemen dat er in de "Wittentik" van Michel Moerman voor 75% Mariën-bloed in de aderen vloeide.

C. - "De Wittekele" duivin van 1930.
Ze werd eveneens aangekocht bij Adiel Talpe te Dadizele. Deze duivin werd bij Talpe gekweekt uit volgende kruising : Haar vader was de "Bordeaux", die bij Adiel Talpe de 1e prijs won uit Bordeaux te Gent. Hij had hem als jonge duif gehaald bij Gustje Verstraete te Balgerhoeke (vader van de nu nog beroemde Gustje Verstraete, en waar o.m. Gilbert Vandeweghe uit Olsene zijn beste duiven haalde en waar ook de "Rik" en de "Genaaiden" van Desmet-Matthijs van afstamden).
Die eerste prijs Bordeaux werd bij Adiel Talpe gekoppeld aan de "Goede Angoulême-duivin van een zekere Alfons De Coninck uit Wevelgem en waarvan we de afkomst niet kennen.

D. - De Blauwe Duivin" van 1932.
Werd eveneens aangekocht, maar als jonge duif bij de tabaksfabrikant Adiel Talpe te Dadizele. Het was een dochter van zijn "Plouvier";
Plouvier was woonachtig te Moeskroen en gedurende meer dan een halve eeuw een beroemd duiven-convoyeur en duivenkampioen.
Plouvier en Lamote waren "twee zielen in één zak" en vanzelfsprekend bezat Plouvier overwegend duiven van Lamote (Vandevelde X Comminne X Mariën)


 Dit is de "Daladier" van Pol Bostyn maar dan de naoorlogse "Daladier", die eerst door Hector Desmet, Geraardsbergen, werd aangekocht en in 1960 na het afsterven van H . Desmet door Leopold Bostyn werd aangekocht.


En hiermede willen wij eindigen omdat in feite deze vier duiven de ganse oude basis vormen van Pol Bostyn.
hij koppelde in 1934 : A met D en B met C en t'was troef !
Uit A en D is maar één jong geboren geworden en was Pol Bostyn's beroemde "Bleken" van 1934.
Uit B is een ganse reeks kampioenen gesproten, w.o. de "Oude Zwart Bordeaux" van 1934, die ZEVEN eerste prijzen won uit Bordeaux (zie ook verder) !
Pol kweekte zijn zo beroemd geworden "Oude Daladier", 3345463/39 uit de "Eeuwige tweede" van 1934 met en zuster van de "Bordeauxnaars" van 1935.
In 1944 werd de "Bolle" geboren. Zijn ringnummer 3194261/1944, en hier dateert het eerste groot succes van de kruising met de Stichelbaut-duiven. Zijn vader was de "Oude Bleken" van Aloïs Stichelbaut uit Lauwe en zijn moeder een dochter van de "Daladier", 3345463/1939, met een "Molenaar-duivin" van Nestor Tremmery uit Oudenburg, die een kleindochter was van de destijds zo beroemde "Jules Cesar" van Dokter Bricoux uit Jolimont (een Tremmery X Vandevelde).
De "Bolle" was waarschijnlijk de beste fondduif die er ooit heeft gevlogen. Hij won o.a. 7e prijs Bordeaux Hooglede ; 4e prijs Bordeaux West-Vlaanderen ; 2e prijs Libourne nationaal ; 22e prijs St-Vincent nationaal ; 8e prijs Poitiers West-Vlaanderen ; 3e Prijs Pau nationaal enz...enz...
De "Bolle" had dus voor 50% Stichelbaut-bloed in de aderen en later zou Bostyn hem terug bij zuivere Stichelbaut-duivinnen terugbrengen, waardoor een zuivere Stichelbaut-kultuur ontstond.
Wat wij komen neer te schrijven dateert onmiddellijk na de oorlog 1940-1945, maar reeds in de jaren 30 hadden Bostyn en Stichelbaut kruisingen uitgevoerd.
De "Oude Zwarte Bordeaux" van 1934 met zijn 7 eerste prijzen uit Bordeaux, verhuisde naar het hok van Wies Stichelbaut te Lauwe.
Uit deze kruising "Oude Zwarte Bordeaux" 1934 van Bostyn en het "Oud Bordeauxtje" van Aloïs Stichelbaut zijn verschillende duiven geboren geworden, die alle kentekenen van deze kruising vertoonden, nl. de witte pen(nen) die deze duiven in de vleugel vertoonden. (zie erfelijke kwaliteiten bij postduiven van Vic Vansalen 1972.)
Een en ander is er oorzaak van geweest dat er over deze kruising nooit veel gepraat is geworden.
Vooraf hadden Stichelbaut en Bostyn een kontrakt willen opstellen, om een en ander te verduidelijken, maar dit kontrakt is dan in het water gevallen omdat beide al te goede vrienden waren.
Dit kontrakt, indien het nu had bestaan, zou momenteel (1973) in handen van Bostyn van een gouden waarde zijn geweest. Dit is louter een uitdrukking van ons en zonder vooringenomenheid, omdat wij in onze archieven nog deze "historie" teruggevonden hebben, en hiervan mededeling geven omdat nu vaak met Stichelbaut-origine wordt uitgepakt wanneer er in verste verte geen spoor in te vinden is.