Zoeken

Weduwschap in al zijn vormen - opgetekend in 1949 - Deel 4

Een fijne combinatie van nestspel en weduwschap

Een systeem dat alle voordelen van het weduwschap biedt en tevens ook alle voordelen van het nestspel weet te benutten — dus een  meesterlijke combinatie vormt tussen het weduwschap en het nestspel is de methode Kelïens van Ertvelde : we zouden het evenzeer kunnen betitelen « weduwschap met duivers en duivinnen op nest » als wel « nestspel met duiven zonder koppelgenoot ».


Het systeem is zo buitengewoon simpel dat het door iedereen gemakkelijk in praktijk kan worden gesteld.

Voor het toepassen van deze methode zijn enkel twee gewone hokken vereist, die door een deur met elkaar in verbinding staan en met een afzonderlijke ingang langs buiten.
Hokken A en B zijn dus gewone nesthokken. Na het uitvliegen kunnen de duiven van op de valplank C ofwel in het hok D of in het hok E  binnengaan. De duiven worden gelijktijdig gekoppeld in hokken A en B
De verschillende koppels zitten dus in het hok A en in het hok B. Vanaf de oudjes met 1 jong liggen van acht dagen, mogen de duivers en de  duivinnen maar overhand hun jongske verzorgen. Ze staan dus alléén voor hun jong, hetgeen hen in buitengewone form brengt en houdt. Aldus  speelt men formidabel met duivinnen op 'n jong van 14 dagen, 3 weken of 4 weken. Idem ook met de duiver. Maar waar blijft men dus met een der koppelgenoten, tewijl duiver of duivin alléén bij hun jong zitten?
Wel, dit is heel eenvoudig... maar men moest er aan denken.
De duivers van het hok B zitten bij de duivers van het hok A, wijl de duivinnen van hok A bij de duivinnen van hok B  zitten — en dit vanaf ze met een jongske liggen van 8 dagen.
's Morgens en ''s avonds verplichtend vliegen, eerst van hok A. Terwijl die duivers uitvliegen, roept men met wat eten de duivinnen die op hok B zitten door het gangske naar hok A. Als de duivers 'n half uurtje gevlogen hebben, worden ze binnen geroepen, maar nu in hok B. De duivers van hok B, die in de dag op hok A gezeten hebben, zijn eens zo hevig naar hun jongske.
Hetzelfde gebeurt met de duivinnen, die na de duivers moeten vliegen. Ge begrijpt dus dat dit systeem toelaat de nadelen van het natuurlijk spel tot het kleinste minimum te herleiden.
1. de duivers jagen zich niet af.
2. de duivinnen worden gerust gelaten en leggen maar om de zeven a acht weken.
3. de gehechtheid aan het nest wordt voortdurend « geprikkeld » eenvoudig door het verblijf op een vreemd hok.
De duiver of duivin is dus veel heviger naar haar nest en heeft ook meer aard op zijn hok.
Wat het weduwschap aan voordelen biedt, geeft dit systeem ook. Daarenboven laat het toe zowel de duivinnen als de duivers te spelen.

Reacties

Indien dit 2 identieke hokken zijn worden alle nesten toch stuk gevochten door ofwel de duivers die in het andere hok komen ofwel hetzelfde met de duivinnen want als ik het goed begrijp zitten vanaf dat de jongen een 8 tal dagen zijn de duivers tesamen op hok A en de duivinnen op hok B of ben ik verkeerd in mijn redenering?