Zoeken

Weduwschap in al zijn vormen - opgetekend in 1949 - Deel 2

Volstrekt weduwschap op driedubbele nesthokken.

De methode die we gaan beschrijven, vergt geen groter inrichting dan deze die nodig is voor het gewone natuurlijk spel. De enige verandering die aan het hok moet aangebracht worden, bestaat hierin dat men het moet voorzien van nesthokjes met 3 afdelingen. Die hokjes kan men zelf maken als men geen schrik heeft voor een beetje handwerk en als men zijn handen weet te gebruiken. Rekening houdend met het feit dat die  nestbakjes door twee koppels duiven betrokken worden, in plaats van door een, kosten ze feitelijk minder dan gewone nesthokken met een of  twee afdelingen. Het middenvak is even groot als de twee andere (35 tot 40 cm.), en is van een vaste afsluiting voorzien. De vakken van links en rechts kunnen gesloten worden door een deur in traliewerk, die langs het middenvak draait. Een andere dubbele deur, die naar beliefte uit een vol plankje of uit een traliewerk mag bestaan, scheidt de twee vakjes van links en rechts van het middenvak. Gans geopend, slaat de deur tegen de achterkant. Als men enkel het volle deel van het deurtje opent, dan kan de duif het middenvak niet betreden, want ze bevindt zich voor het traliewerk van de deur, maar ze ziet alles wat in de twee andere afdelingen gebeurt.

Het is onnodig een plankje van voor aan de afdelingen aan te brengen. Dit plankje zou tot niets dienen. Om een beetje hout te sparen, zou   men vaste nesthokjes kunnen maken, maar 't sop is de kool niet waard en wij verkiezen veruit de losse afzonderlijke hokjes, die men naar  believen kan zetten of plaatsen waar men wil. In den winter neemt men ze weg van het hok, men kuist ze flink en men zet ze in de grote koude, om ze gebeurlijk van ongedierte of mikroben te ontdoen. Wil men ze van plaats of van hok veranderen, dan gaat dit als van zelf. Het ideaal is dat buiten de oefenvluchten, alle duiven voortdurend in hun nesthokje blijven, waaraan ze zich aldus méér hechten. De weduwschapspelers hebben de liefde van een duif voor haar nesthokje heel goed begrepen en weten uit te baten, liefde die vooral heel groot is, als er geen andere zit- of    rustplaatsen op het hok zijn.

Iedere duiver krijgt een vakje van links of rechts. Eén drievoudig nesthok volstaat dus voor twee duiven. De twee deurtjes aan de ingang van ieder vakje worden langs buiten tegen het middenvak open gedraaid en dit vakje wordt langs beide zijden door het planken deurtje afgesloten, zodanig dat geen van beiden er in kan.
Tot hiertoe spraken we nog niet van opleren en dus ook niet van spelen, we zitten nog in de voorbereidingsperiode. Om de duiver sterker aan zijn hokje te doen houden, voedert men hem afzonderlijk in het vakje of geeft men hem ten minste af en toe een kleine versnapering in dit hokje. Men verandert niets aan de hokjes, zolang de duivers minstens geen vlucht van 100 km. hebben afgelegd. Vanaf dit ogenblik beginnen de voorbereidingswerken, die na korte tijd altijd maar stijgende, wonderbare uitslagen zullen geven. De eerste dag wordt het volle deurtje geopend, dat het middenvak, bv. van het vak rechts, scheidt. De duiver van rechts, die we nummer 1 zullen noemen, ziet dat er 'n tweede vak bestaat naast het zijne, maar hij kan er niet in, want hij staat voor het deurtje in traliewerk.  Het verlangen om er zich van meester te maken, is nochtans groot, want we weten allen bij ondervinding dat een duiver vooral zijn plaats altijd tracht te vergroten. Er zijn er zelfs die zich zouden meester maken van een hele reeks nesthokken, laat staan van een heel hok, indien dit mogelijk was.

's Anderdaags opent men alles, de deur in traliewerk inbegrepen. De duiver nr1 maakt zich ogenblikkelijk meester van het  middenvak. Men moedigt hem hierin aan door hem regelmatig op die plaats wat kleinzaad toe te dienen. Veronderstellen we dat het een zaterdag is, dag voor een inkorving op een vlucht van 100 tot 150 km. Alleen reeds door het feit dat de plaats, waarover de duiver beschikt,  groter is, zal de duiver nr 1 geneigd zijn veel vlugger naar huis te keren. Juist voor het ogenblik dat men hem gaat inkorven, opent men het volle deurtje van het vakje links en de duiver nr1 staat plotseling voor de neus, of liever bek voor bek met den duiver nr 2 van links, die nochtans  het middenvakje niet  kan betreden, omdat hij voor het traliedeurtje staat. Uitdagend geronk, gramschap van nr 1 en dreigende snavelslagen zijn het gevolg... Men laat de zaken niet te ver gaan en nr 1 wordt ingekorfd voor een vlucht.

Er bestaan 9 kansen op 10 dat hij zich 's anderdaags veel beter zal klasseren dan hij vroeger deed. Maar gedurende zijn afwezigheid laat men nr 2 het middenvakje betrekken. Een beetje voor de terugkeer van nr 1sluit men  opnieuw het volle deurtje links, ten einde de beide vogels niet al te erg en onnodig op te hitsen. Bij zijn thuiskomst mag nr 1 het middenvak  innemen tot 's anderendaags 's morgens. Gedurende de week laat men de  duivers nr 1 en nr 2 zich om de beurt meester maken van het vakje en men draagt er goed zorg voor het volle deurtje toe te draaien, om  vechtpartijen en bekslagen te vermijden. De volgenden zaterdag laat men om  de beurt een van beiden het middenvakje betrekken en op het ogenblik dat me de twee kandidaten wil inkorven, zet men ze langs weerskanten voor het traliedeurtje. Door het feit dat ze elkaar zien en niet kunnen te lijf gaan, schieten ze ogenblikkelijk in vuur en vlam. Men laat het niet te lang duren en men draagt beiden naar het lokaal, 's zondags zijn ze allebei op post !Men laat ze allebei beurtelings een paar uren vrij over het middenvak beschikken; daarna sluit men langs weerskanten de volle deurtjes tot de volgenden zaterdag.