Zoeken

Weduwschap in al zijn vormen - opgetekend in 1949 - Deel 1

't Duivenspel is er zo op vooruitgegaan dat wie zijn duiven niet zorgvuldig weet voor te bereiden, bedrogen uit de slag komt.

Voorwoord
Wel zijn er  maatschappijen waar de concurrentie niet zo groot en sterk is en het dus mogelijk is goed te spelen zonder dat er feitelijk form van de duiven mee gemoeid is maar toch vindt men in alle hoeken van het land. Meerdere mensen die van duiven meer dan een liefhebberij maken en uit een duif het laatste weten te melken.
Wie met de vooruitgang" niet meegaat, gaat achteruit!
Het aantal echte weduwschapspelers, zij, die dus methodisch een ploeg weduwnaars volgens alle regels van de kunst voorbereiden is niet zo groot als algemeen wordt gedacht" massa onzer Vlaamse kleine liefhebbers speelt geen weduwschap, omdat ze nog steeds niet schijnt te begrijpen waarin de grote voordelen van deze methode liggen en vooral hoe simpel ze is om te beoefenen.
Dit laatste, hoe tegenstrijdig het ook mag klinken - is voor velen de grote struikelsteen. Aan de basis van het succes op weduwschap ligt de eenvoud van opvatting. Wie het nog niet weet, zal het leren... en ondervinden. We kunnen nooit genoeg overtuigd zijn dat in de duivensport de basis van het succes en dus ook van het mislukken bij ons zelven ligt.

« Eenvoud is de schoonste deugd » leerden we op de kleine school en pas nu, vele jaren later, leert ons ook de duivensport de juiste betekenis ervan beseffen, omdat we reeds zo dikwijls zonder er aan te denken, hebben moeten ondervinden dat we verkeerd dachten en dat we mislukten  ... omdat we niet simpel genoeg waren en dingen die simpel waren ingewikkeld gingen maken; omdat we in onze ijver om iets te kennen en te weten en in onze waan dat we « het vast hadden », het essentiële uit het oog verloren en ons gingen  blind staren op bijkomstigheden en dingen die ten slotte met de kern van de zaak weinig of niets meer te maken hadden.
Wat volgt zijn de gezonde principes.
- De methode is er de logische toepassing van. Lees ze aandachtig en, als ge ze wilt toepassen , begint dan met het allereerste, dat is   consekwent zijn met wat ge weet.

De gewone weduwschapsmethode
Er zijn duizend manieren om het weduwschap te spelen.
- Het is mogelijk het weduwschap in de kleinste hokken te spelen. We zeggen méér nog : het is heel moeilijk goed te spelen op weduwschap, elders dan in 'n klein hok. Als we zeggen « klein », dan beduiden we niet de plaats die er benomen wordt, maar het getal der nesten. Om uit de  methode het maximum resultaat te halen, zijn twintig nesten een getal dat men niet mag te boven gaan. Wie méér dan 20 duiven op weduwschap wil spelen, heeft er alle belang bij ze in meerdere ploegen van tien à twaalf in te delen, en beter nog van zes tot acht, voor drachten van 100 tot 400 km., aangezien de weduwnaars praktisch iedere week mogen ingekorfd worden als het geldt vitesse en. kleine halve-fondvluchten. Het  enige absoluut noodzakelijke is dat de duivin in haar hokje kan worden afgezonderd, en dat de duiver, eens hij in het hok binnen is, slechts met de toelating van de liefhebber de gelegenheid krijgt de duivin te benaderen. Ziedaar het principe zelf van het weduwschap. De nesten die aan  deze voorwaarden beantwoorden, zijn niet moeilijk om maken. Men kan ze zowel uit appelsienkisten als met het fijnste hout ineensteken. De verdeling in twee delen kan zowel in de zin der breedte als in de diepte worden verwezenlijkt.  Maar hier, zoals in alles, dient men den voorrang te geven aan de eenvoudigste.
Zoals iedereen omzeggens reeds weet, moeten de binnenwanden van 'n weduwnaarshok zo blank zijn als 'n hospitaalmuur, en de duiven  mogen er geen ander zitplaatsje hebben dan hun eigen nest. Het systeem van weduwschap, dat we gaan uiteenzetten, vertrekt van het principe dat men nooit te veel voorzorgen kan nemen met duiven die men op weduwschap zet, vooral in den beginne en zelfs de eerste jaren. Het voorziet het opleren op nest, ieder jaar, vóór het wegnemen der duivinnen. Trouwens is er niet veel te winnen op de voorjaarsvluchten, en gewoonlijk  worden de inzetten slechts belangrijk vanaf einde April.
Het wegnemen der duivinnen geschiedt op het tweede koppel eieren, als ze rond de 12 dagen broeden. De eieren worden 's anderendaags 's  morgens weggenomen, terwijl men de duivers heeft uitgelaten, die dus de nacht hebben doorgebroed. Eens dat ze drie of vier dagen  weduwnaars zijn, doen de duivers kort opeen al de opleervluchfen, vanaf 10 tot 15 km. Telkens ze terugkomen, wacht hen de duivin, in de ene helft van het hokje gesloten, maar ze mogen haar niet benaderen. Ze mogen elkaar dus wel zien doorheen de afscheiding, gedurende 'n tiental  minuten, en dan wordt hun de duivin ontnomen.
Wanneer de duivers schijnen begrepen te hebben wat men van hen wil, worden ze ingekorfd voor een prijsvlucht, zonder er te veel op te zetten. Bij hun terugkomst mogen ze één of twee uren met hun duivin blijven. Als men er de tijd toe heeft, laat men ze dan, in het begin toch, samen eens met hun duivin uitvliegen. Als men de duivinnen wegneemt wanneer ze voor de tweede maal met een jong liggen, doet men dit zohaast het jong granen inneemt. Zolang de duiver het jong bijhoudt, laat men hem zijn duivin niet zien, Zoals de melkers zeggen, wordt hij dan als « weduwnaar op een jong » gespeeld. Vele duivers vliegen er hard op. Men wachte nochtans niet tot de duivers zich alzo uitputten, en men neemt het jong weg na 2 of 3 dergelijke vluchten hoogstens. Dan begint het eigenlijke weduwschap en het is, op die wijze, niet meer nodig dat de duivers terug alle opleervluchten doen. Ze zijn gereed om de duivin weer te zien, en men mag ze gerust inkorven, zelfs voor 'n vitesse-vlucht, zonder hun de duivin te laten zien, de dag der inkorving. Er zijn duivers die weken vragen vooraleer ze gissen wat men van hen wil. Het zijn niet altijd de slechtsten. Om dit euvel te voorkomen of te verhelpen doet men hun, midden in de week, een korte vlucht doen, bij welker terugkomst ze hun duivin weer te zien krijgen gedurende enige minuten. Men handelt op dezelfde wijze een weinig vóór het inkorven en men brengt ze dan naar 't lokaal, van zodra ze hun duivin hebben weergezien.
Als echter de weduwnaars hun doening begrepen hebben, zijn de vluchtjes in de week overbodig. Ze kunnen zelfs schadelijk worden voor vogels boven Parijs gespeeld, vooral bij hard weder. Iets heel anders nog is hen alle dagen een afstand te doen afleggen, zoals velen het hebben  aangeraden. Met het systeem ze aldus dagelijks op afstand te lossen, zijn de weduwnaars rap « op ». Hun vuur is dan alléén maar 'n stroovuur!

Het is ook niet nodig, vóór de inkerving, de duivinnen te laten zien aan de duivers die boven Parijs meegaan, eens ze begrepen hebben, want men mag met het vuur der weduwnaars niet roekeloos omgaan, vooral wanneer het vrij sterke vluchten geldt. Integendeel, moet men aan de  duivers, die op vitesse-vluchten gespeeld worden, de duivin tonen vóór het inkorven, en dit gedurende minstens een kwartier, mits zorg te dragen duiver en duivin gescheiden te houden door de daartoe dienende afscheiding. Men mag dit zelfs brengen op één uur voor duivers die traag het spel begrijpen of die traag in form komen. Juist vóór het inkorven van de duiver, neemt men de afscheiding  weg : zodra de weduwnaar zijn duivin naar de schotel roept, en deze hem komt strelen, is het ogenblik gekomen hem voorzichtig te pakken. Als men de duivinnen niet meer toont vóór het inkorven, zal het volstaan de schotels in de nesten te plaatsen, een tiental minuten vóór de inkorving. Tijdens de week zullen de schotels vervangen worden door houten blokken, die dan functie doen van rustplaatsen. Men kan ook de schotel  omdraaien. Bij zijn terugkomst van een vitessevlucht, wordt de duivin gedurende 15 tot 30 minuten met den duiver gelaten. Als het een ernstige dracht betreft, mag men ze er wat langer bijlaten, indien hij niet moe is teruggekeerd. Zoniet, zullen een tiental minuten volstaan. Daarna is het aan te raden, de duif 'n lauw bad te geven, dat hem tot kalmte zal weerbrengen, en hem tot rust aanspoort.

  

In tegenstelling met wat men er over het algemeen van denkt, heeft het weduwschap niet tot doel de duivers te overhitsen, met de hoop ze alles te zien geven wat ze kunnen, maar wel integendeel ze zo kalm en rustig mogelijk te houden, opdat de form heel lang zou duren.
Wanneer het weduwschap slecht wordt toegepast, door beginnelingen of door liefhebbers die er niemandal van begrijpen (en heel zeldzaam zijn deze die het werkelijk begrijpen), dan heeft het als eerste uitwerksel het vuur der duivers spoedig tot het toppunt op te jagen. Zoals we het reeds gezegd hebben, duurt dit vuur maar enige weken, en men loopt groot gevaar de duiven, door dit vuur letterlijk verbonden, te verspelen, juist als hevige nest-jagers. Indien dit vuur moest aanhouden (wat wel eens gebeurt), overspant het zodanig de ploeg weduwnaars, dat het een  zeldzaamheid is deze nog te zien opknappen. Voorbeelden zijn er genoeg van weduwspelers, die na de schitterende successen van een  uitzonderlijk speeljaar, deze nadien hard moesten bekopen.
Om te voorkomen dat een ploeg na enige weken uit form zij of voor goed gebroken na een seizoen, is er maar één middel : opgelegde rust na iedere prestatie, rust die langduriger en vollediger zal zijn naarmate de   krachtinspanning, zwaarder en meer vermoeiend is geweest. Om een weduwnaar niet buiten strijd te zetten alvorens men eigenlijk begint te  spelen, moet het opleren ervan met regelmatige vorderingen geschieden, en immer binnen de grenzen zijner krachten. Opdat de vergaarbak der krachten eener duif zich automatisch hervult na elke krachtinspanning, moet men tevens een overvloedige en afwisselende voeding voorzien, om het organisme te geven al wat het voor zijn normale werking eist.
Om de form bij de weduwnaars lang te doen duren, moet men haar niet opjagen zoveel men kan, maar integendeel de form zo traag mogelijk  doen stijgen, en haar bedwingen.... zo ze te rap en te hoog dreigt te stijgen.
De wekelijkse voorbereiding van een weduwnaar mag vergeleken worden bij het opblazen van een ballon. Om goed te doen, moet het opblazen van een ballon stilaan gebeuren. Dit van een weduwnaar moet de  hele week duren. Maar evenals een ballon slechts op zijn uiterste mag  opgeblazen worden juist vóór de oplating, zo ook moet de weduwnaar maar pikfijn gereed zijn op het ogenblik der inkorving. Beter nog, moet de voorbereiding alzo gebeuren dat de « opblazing » nog voortduurt in de kevie en slechts bij de lossing op haar maximum komt. Het vuur van den weduwnaar moet gelijk zijn aan het vuur dat stilletjes onder "de as" blijft voortsmeulen, maar bij de lossing, als het ware, terug in volle gloei komt.
Om te verwezelijken wat we hier komen te zeggen, moet men de duif, en het stieltje van weduwschapspeler door en door kennen, Een Duif verplichten te werken is al niet zo heel gemakkelijk, maar de duif verplichten rust te nemen is veelal nog heel wat moeilijker. En, dat men het keert en draait hoe men wil, de spieren hebben absoluut rust nodig om zich te ontlasten van hun vleesstof, de ingewanden moeten zich zuiveren en het bloed vooral moet zich kunnen zuiveren.
Ook is het  gedurende die rusttijd dat de duiven de reserven opdoen die hen zullen doen opzwellen en die zij nodig hebben om den harde arbeid af te leggen, waaraan ze onderworpen zijn. Geen volstrekte heropknapping zonder gedwongen rust. Doch, alléén een redelijk doorgevoerde « training » en een volkomen vernieuwing der krachten maken herhaalde en langdurige prestaties mogelijk. Gedurende heel de tijd tussen het vliegen van 's morgens en 's avonds moeten de weduwnaars rusten, en zo volledig mogelijk rusten, in andere woorden, ze moeten zich leggen, 't lichaam op één vleugel rustend. Zij die nooit het weduwschap gespeeld hebben, en de kans kregen gedurende het speelseizoen op 't hok van een befaamd weduwspeler te komen, zijn heel verbaasd te constateren dat er een volkomen stilte heerst, dat alle duiven liggen en niet één zich beweegt, dit ten minste als men geen gerucht heeft gemaakt om naar het hok te gaan.
Het verschil is hemelsbreed tussen hetgeen men dan ziet en hetgeen men zich had voorgesteld, want niet ingewijden zien gaag een hok met weduwnaars voor als een vuurbol in voortdurende uitbarsting!  Om de weduwnaars tot rusten te verplichten, moet men hun het zicht van andere duiven sparen die uitvliegen, en het licht op het kot gepast regelen. Er zijn weduwnaars voor dewelke de uitzonderlijke ligging van het hok de halve duisternis overbodig maakt, vooral wanneer ze vroeger reeds aan 't weduwschap werden onderworpen en men ze  alléén op verre vluchten speelt. Meestal nochtans hebben de weduwnaars 'n halve duisternis nodig die hen tot rust dwingt.
Het licht kunnen regelen in een  weduwnaarshok eist veel handigheid. Men komt er toe door opmerkzaamheid, doch zelden van eerst af aan. Hoofdzaak is, terzelfdertijd met het licht, ook de temperatuur te regelen, die nooit plots mag veranderen, en tevens 'n volmaakte verluchting te waarborgen.
Men kan de form doen stijgen of haar bedwingen, met alleen het licht te vermeerderen of te verminderen. Een te felle verlichting overhitst de  weduwnaars, terwijl te grote donkerte hen eerder week maakt. Duiven die in de halve donkerte worden gehouden, mogen niet plotseling  uitgelaten worden voor vluchtoefeningen; men zal eerst volle licht geven gedurende tien tot twintig minuten. Ze hebben alzo de tijd hun ogen aan die verandering te gewennen, hun spieren lenig te maken en de gewrichten in beweging te brengen alvorens de oefening aan te vatten. Die kleinigheden op het eerste zicht zonder belang, worden dikwijls uit het oog verloren door nieuwelingen of verwaarloosd. Ze maken nochtans de kracht uit der specialisten. Dit is ook het geval voor de oefeningen en voor de voeding. Niets schijnt er gemakkelijker dan de weduwnaars te doen vliegen. In het begin vooral. Na gedurende enige dagen een vlag te hebben gehangen, blijven ze vanzelf vliegen tot na de tijd door elke  liefhebber redelijk beperkt.
Maar het volstaat niet dat de duiven in den beginne lang vliegen. Wat er nodig is, is dat ze goed vliegen en dat ze het zo volhouden, heel de speeltijd door. Want de negentienden der weduwnaars zijn gebroken, alvorens ze hebben kunnen tonen waartoe ze in staat waren, en dit door de overdreven vluchtoefeningen van 's morgens en 's avonds. Men moet beginnen met tien minuten, indien men bestatigt dat na die tijd de duiven niet meer in lenige vlucht blijven, doch in kracht vliegen. Het vliegen moet voor de weduwnaars een genot zijn en niet een dwangarbeid. Van zohaast ze niet meer uit genot vliegen, moet de oefening gestaakt worden. De verlenging van de duur der gedwongen vlucht moet   onopgemekt en trapsgewijze gebeuren. In 't volle speelseizoen, wanneer de ploeg weduwnaars zondag na zondag wordt ingekorfd, is het zelfs mogelijk de vlucht vrij te laten, dus de weduwnaars zonder vlag te laten vliegen, naar believen en zolang ze willen. Trouwens, als men van die oefening te veel eist, dan is het geen oefening meer, maar een afmattend werk voor de duiven. In plaats van hoog de lucht in te gaan, blijven deze dan laag rond het hok vliegen : ze vliegen niet meer, doch slepen zich vooruit, juist als wielrenners die "met een beestje" op den rug zitten. De weduwnaars kunnen doen eten zonder ze te overlasten met versterkende middelen, ontleend aan het apothekersarsenaal, of met geel van  eieren en bolletjes vlees, is ook een knoop van het aanhouden der successen. Om daartoe te komen vermijdt men zoveel mogelijk het  toedienen van kleine ophitsende granen; daarin is de grootste voorzichtigheid vereist, en de liefhebber laat zich nooit bekoren. In ieder geval mag men die slechts, zo weinig, na het eetmaal toedienen. Het geheim der weduwschapspelers bestaat hierin, aan de weduwnaars zoveel mogelijk van de grootste granen te doen nemen en in eerste mate, deze die ze in 't minst lusten. In den beginne moet men niet op de tijd zien die de duiven zetten om de grote granen binnen te spelen, vooral, 's morgens niet. Naderhand heeft men er alléén 's morgens nog last mee. Soms is er een vol uur, zelfs een uur en half nodig om de duivers hun eerste maal, 's morgens, te doen nemen, vooral het eerste jaar. Het voornaamste voor de melker is nooit zijn geduld te verliezen. Indien het morgenmaal niet genoegzaam voldoet, legt men er zich op toe de granen die 's avonds worden  toegediend, in verhouding te vermeerderen. Men begint met duivenbonen, die dikwijls nogal wat tijd vragen om opgepikt te worden. Vervolgens komen de Engelse erwten aan de beurt, en dit gaat heel rap, dan de vidsen (als men er geeft, want goede vidsen zijn moeilijk te vinden), dan maïs ('t zelfde als voor vidsen, trouwens de goede maïs is nog zeldzamer), korte dikke gerst, rosse tarwe, gepelde haver en eindelijk 'n beetje  kleinzaad. Zolang de eetlust voldoende is, mag men de weduwnaars een mengeling toedienen. Duivers die kalm gehouden worden,  blijven heel 't seizoen door goed eten. Zoals op natuurlijk spel, dient men, de dag der thuiskomst van de vlucht, en 's anderendaags, 'n lichte  voeding toe. Als de vlucht zwaar is geweest, wind op kop en warm weder, geeft men als eerste voedsel vers brood, en als eerste drank lauw water met veel kandijsuiker of honing in. Dit water wordt dan weggenomen als de duif er ééns van dronk.
De honig, in de maat van een koffielepel per liter water, dient vooral in de week als voorraadsvoedsel als er 'n zware vlucht in het verschiet is. Zij die deze methode verstandig zullen toepassen, zullen lukken. En ze zullen weten waarom. Het zal hen behoeden voor onaangename  verrassingen waaraan die weduwspelers blootgesteld blijven die niet redeneren of praktijk missen. 
Trouwens, het « waarom » kennen der dingen die op een hok gebeuren, is het geheim van 'n aanhoudend succes.