Zoeken

Weduwschap in al zijn aspecten - deel V

Zijn weduwnaars ten allen tijde goed om gespeeld te worden? Is de vorm er niet, dan kan er dus niets bereikt worden? Wat is de vorm?

Zijn weduwnaars ten allen tijde goed om gespeeld te worden?

In de opvatting van een nieuweling is het best mogelijk de zaak zo te zien. Het is echter een illusie. Het is niet omdat de weduwnaar kirt en de vleugels klapt dat hij in vorm is. Hetgeen bij weduwschap altijd voorkomt is het op punt zijn, t.t.z. dat de weduwnaar, eens met zijn stiel vertrouwd, ten allen tijde weet dat bij zijn terugkomst van een wedstrijd, zijn duivin zich in het deel van zijn nestbak zal bevinden. Hij heeft dus altijd haast zijn hok te vervoegen. Anderzijds gewennen de duivers gemakkelijk aan het leven van vrijgezel. De omgeving op het hok is altijd uitstekend en de gehechtheid aan het hok blijft groot. Maar hieruit mag niet worden afgeleid, dat alles wat op het weduwschap zo goed voorkomt, schitterend goud betekent, of dat weduwnaars ten allen tijde in vorm zijn, want dit ware een grove vergissing.

Is de vorm er niet, dan kan er dus niets bereikt worden?

In alle geval niets bijzonder. Met onze duiven is het eender gesteld als met boksers, wielrenners, enz. Er zijn echter wel rijke naturen te vinden, die veelvuldiger en langer de vorm behouden dan andere, door wie nochtans eenzelfde voorbereidingsmethode gevolgd wordt. Bij aanvang van het seizoen kan het op punt stellen alleen volstaan om op korte afstand goede uitslagen te veroveren. In rondvluchten kunnen klas en goede konditie een goede reisduif in staat stellen zich eervol te klasseren en zelfs andere, in betere vorm, maar van geringere kwaliteit, te overwinnen. Tijdens het volledig seizoen van de korte afstandsvluchten zullen de best in vorm zijnde duiven hun mededingers overwinnen.
Maar om in halve-fond en in grote afstandvluchten waarlijk mooie uitslagen te behalen is het vereist, dat de duiven van goede kwaliteit en in volle vorm zijn.

Wat is de vorm?

Het is een overmaat van energie door overmaat van gezondheid aan de atleet geschonken. Vorm komt voort uit een goed op punt stellen, een aangepaste voeding, een goed gedoseerde training, een warme en regelmatige temperatuur . Maar niettegenstaande de beste zorgen kan de vorm weerbarstig blijven.
Niemand, en persoonlijk vormen we geen uitzondering op de regel kan er zich op beroemen de grote vorm, die wij eens de "grillige fee" hebben genoemd, tegen een bepaald tijdstip van het jaar op zijn hok te bestellen. Maar het is eerder uitzonderlijk, dat een goed geleide kolonie per seizoen niet minstens enkele weken de grote conditie kent. Het komt er vooral op aan het nodige geduld uit te oefenen en het juiste tijdstip voor de inzet af te wachten.

Waardoor herkent men de goede vorm van een duif?

Om op deze vraag afdoende te antwoorden, is het vereist punt per punt te behandelen. Beginnen we met algemeenheden.
Bij een duif in vorm zijn alle spieren gespannen en laten een dusdanige opeenhoping van kracht raden, dat gans het organisme er anders door voorkomt. De ademhaling is beter en vollediger, de holle beenderen en luchtzakken zijn maximaal met lucht gevuld, zodat de duif dikker als naar gewoonte voorkomt, alhoewel hij niet zwaarder geworden is. Het zenuwstelsel, evenals het klierenstelsel, zijn in volle werking. De lever is opgevuld met reserves, waaruit het organisme bij voortgezette vluchten zal putten. Ook psychisch speelt de vorm een grote rol, doordat hij het oriënteringsvermogcn van de reisduif tot volle ontwikkeling brengt. Hier ligt de verklaring, dat een duif uit de goede richting komt, terwijl dezelfde duif, enkele weken later, uit vorm, naar alle richtingen meegedreven wordt en zelfs niet meer in staat is een troostprijs te behalen.
De supervorm, die zelfs befaamde duiven slechts bij uitzondering weten te bekomen, maakt een goede duif werkelijk onklopbaar en stelt ze in staat prestaties te leveren die iedereen toejuicht. Een duif in supervorm is werkelijk onvermoeibaar.

Welke zijn de voornaamste voorwaarden om de vorm te bekomen?

Er zijn er vijf, de ene even belangrijk als de andere:

1. Over duiven beschikken met rijk en vruchtbaar bloed;
2. ze in goede gezondheid behouden;
3. ze in goede hokinstallaties onderbrengen;
4. ze rationeel voederen;
5. naargelang de omstandigheden van de woonst, zo nodig de warmte afwachten.

Een woord over ieder van deze voorwaarden:
1. Sommige liefhebbers verliezen kostbare tijd door duiven te kweken wiens bloed verarmd is, hetzij door een te lang verblijf in een slecht of middelmatig midden, hetzij door slecht gedoseerde of slecht beredeneerde verwantschapsteelt. Dergelijke duiven zijn tot niets groot in staat. Men kan ze vervangen of door kruising het ontbrekende dynamisme bijbrengen.
2. Het is omzeggens overbodig te spreken over de gezondheid, zonder dewelke er in geen enkele sporttak, die een groot energieverbruik vergt, iets te verwachten is. Niettemin kan men hier aan toevoegen, dat alhoewel niet ziek, duiven toch niet ten allen tijde in beste gezondheid verkeren. Het volstaat bij om 't even welke atleet, dat een bepaald orgaan niet volledig werkt, opdat de goede gezondheid waarover wij het hier hebben niet zou aanwezig zijn. Talrijke liefhebbers geven hier te weinig aandacht.
3. Iedereen weet dat de hokinstallaties een overwegende rol spelen bij het in vorm brengen. Talrijke liefhebbers brengen jaarlijks grote offers om duiven aan te kopen, maar verwaarlozen volledig de door een zich steeds meer opdringende concurrentie opgelegde verbetering van hun hokinstallaties door te voeren. De zon, grote bron van de vorm, moet op elk hok eregast zijn.
4. Het is niet aangewezen hier alle inlichtingen over een goede voeding te geven. Wij brengen de kwestie in herinnering enkel en alleen om eens te meer de aandacht van de lezer op het belang ervan voor de vorm te vestigen. Sommige voedselregimes worden op min of meer lange termijn echte vijanden van de vorm.
5. Een hok kan, met betrekking tot de vorm, al naargelang de weersgesteldheid, in april-mei slecht zijn, maar in juni-juli buitengewoon goed. Dit geldt meestal voor koude hokken. Men kan deze toestand verhelpen door meer zon binnen te laten. Maar hoofdzaak is goed de gewone periode van vorm te onthouden en de inzet ernaar te richten. Een koud hok kan ideaal zijn om in juli de fondvluchtcn te spelen, de duiven ruien er later en komen dus later in vorm. Maar dat men niet tracht zich reeds in maart-april te onderscheiden. In een zelfde gedachtengang kan gezegd worden, dat men artiest moet zijn om duiven, ondergebracht op een hok met broeikasttemperatuur, tot einde juli in vorm te houden. Men moet in dergelijk geval het maximum profijt weten te  halen uit de toestand waarin de duiven zich bevinden, maar niet het onmogelijke verwachten.

Is het mogelijk een ploeg weduwnaars gedurende een volledig seizoen in vorm te behouden?

Bedoelt men de gewone vorm, die toelaat mooie prijzen te behalen en zelfs kopprijzen op om 't even welke afstand en dit het ganse seizoen door, dan mag voor een liefhebber die waarlijk over een ploeg van grote klas beschikt, bevestigend geantwoord worden. Maar bedoelt men de super-vorm, die een duif in staat stelt buitengewone verrichtingen te leveren, naar dewelke wij bewonderend opzien, dan moet gezegd worden dat zulks niet bestaat. Hoe groot ook de handigheid van een duivenverzorger of de kwaliteiten van de duiven zijn, steeds is men genoopt vast te stellen, dat een kolonie weduwnaars tijdens eenzelfde seizoen hoogten en laagten vertoont. Het valt des te beter uit, naargelang de temperatuur buitengewoon goed is alswanneer de duiven op het maximum van hun konditie zijn en snelheid en gemakkelijker vluchten hoofdzaak wordt naarmate de vorm verminderd. Meestal stellen wij onze duivers half april op weduwschap en de laatste week van juli herkoppelen wij ze. Tijdens deze tijdspanne behalen wij elke zondag prijs, hetgeen echter niet wil zeggen dat wij telkens hoofdprijzen in de wacht slepen.