Zoeken

Weduwschap in al zijn aspecten - deel IV

Invloed van de rui op de weduwnaars tijdens het vliegseizoen. Het vallen van de eerste pen. Onregelmatige rui en zijn gevolgen.

Kan het ruien invloed hebben op het rendement van de weduwnaars in de wedstrijden?
Beschouwt men de rui inzake regelmaat, ja. Laten we zeggen, dat eens begonnen, de rui normaal zonder haast of stilstand moet voortgaan. Gewoonlijk valt een vleugelpen uit alswanneer een voorgaande reeds halfweg of driekwart hernieuwd is. Tussen het ruien van de eerste en de tweede pen is er soms wel eens stilstand, t.t.z. de tweede valt uit, verschillende dagen nadat de eerste volledig hernieuwd is. Het is wel enigszins onregelmatig, maar niet zo erg, indien de tussentijd slechts enkele dagen bedraagt. Maar men moet voorzichtig zijn met een weduwnaar die reeds sinds acht  dagen een nieuwe pen heeft zonder de volgende te laten vallen. Voegt zich bij deze anomalie, dat hij lichter is dan naar gewoonte, dan moet ge hem niet inkorven, want ge loopt de grote kans hem te verliezen. In dit geval moet ge wachten tot de pen uitgevallen is en het  gewicht weer normaal is geworden. Wij oordelen, dat in dergelijk geval  slechts één kans bestaat dat deze duif in goede vluchtkonditie is, daaren tegen negen kansen dat zijn toestand te wensen overlaat.

Komt het echter op de begindatum van het ruien van de grote slagpennen aan, dan antwoorden we ontkennend op de gestelde vraag. Het is mogelijk, dat een duif in betere vorm is na dan vóór het ruien van  de eerste grote vleugelpen. Talrijke vaststellingen zowel bij ons als elders,  laten op dit punt toe te  besluiten, dat er op dit gebied geen vaste regel is.  Het rendement, zowel van een weduwnaar als van een duif in natuur stand gespeeld, hangt af van de konditie en niet van de rui. Nochtans  mag niet uit het oog verloren worden, dat het ruien een goede barometer  is, die ons toelaat de konditie na te gaan. Ervaring heeft er ons toegebracht te  wensen, dat een pen best iets te vroeg uitvalt dan te laat.

Is een duif niet ernstig gehandicapeerd op het ogenblik van het uitvallen van de eerste vleugelpen?
Deze vraag werd herhaaldelijk gesteld. Het is overigens de mening  van veel liefhebbers. Dit vooroordeel heeft des te taaier leven, daar er  meer duiven zijn die mislukken of zich slecht klasseren, zodat men gemakkelijk een uitvlucht vindt in deze verontschuldiging om tegenslagen  te verklaren. Algemeen zijn de temperatuur-overgangen, op het tijdstip van het ruien van de eerste pen, nog zeer bruusk en hierin ligt de oorzaak van de wisselende vorm. Indien nu op dit ogenblik sommige duiven  gemakkelijker mislukken, ligt de reden dan wel bij het ruien? Wij zijn  overtuigd dat er ontkennend mag geantwoord worden. Meermaals hebben  wij weduwnaars in dergelijke staat kopprijzen weten behalen.
Hoe zou het anders mogelijk zijn, dat het uitvallen van de eerste pen sommige duiven handicapeert terwijl andere al hun vermogens onaangetast zouden behouden. Een jaar hebben wij zes prijzen behaald met onze zes eerste getekende en dit dezelfde week dat ze hun eerste pen geruid of hernieuwd hadden. Eenzelfde vaststelling konden wij op verschillende andere hokken doen, namelijk zeer recent bij Mare Roosens te Leernes, alsook bij de betreurde Guillaume Peeters te Biomont-Herve. Alswanneer de duiven in goede konditie zijn, en de verhouding is dezelfde indien de vorm minder gevorderd is, dan heeft het uitvallen van de eerste pen niet de minste weerslag op hun prestaties.

Wat te denken over duiven bij dewelke het ruien van de ene vleugelpen uitblijft, alswanneer de andere reeds enkele tijd uitgevallen is?
Het is niet zo erg. Wij hebben goede weduwnaars onregelmatig weten ruien tot aan de derde pen en desniettemin volle rendement gaven. Het blijft natuurlijk altijd een anomalie en het is beter dat de twee vleugelpennen terzelfdertijd uitvallen. De vlucht kan echter niet door deze onregelmatigheid midden in de vleugel benadeeld worden, niettemin kunnen wij deze onregelmatigheid noch verklaren, noch een middel ter voorkoming ervan opgeven. Het feit doet zich gewoonlijk bij het begin van de rui voor, het evenwicht wordt bij de tweede of de derde pen hersteld en voor of na blijft de vorm van de duif dezelfde. Sommige jaren komt deze onregelmatigheid meer voor dan andere. Een verklaring echter kunnen wij niet geven.


Vleugel waarvan de 3e slagpen half is uitgegroeid, vierde nog niet gevallen

Op welk tijdstip van de rui zijn de duiven in hun beste konditie?
Dit hangt in ruime mate af van het hok. Is het er warm, goede ligging of doordat het boven een verwarmd vertrek is ingericht, dan zullen de duiven vroeg, en zelfs voor de rui, die overigens eveneens vroegtijdig zal doorgaan, in vorm zijn, maar het is best mogelijk dat, naarmate de temperatuur buiten warmer wordt, de successen eveneens verminderen. Indien de hokinstallatie eerder koud is, oost of noordoostelijke richting, dan komt de goede conditie integendeel later, maar met de zomerse warmte zal ze toenemen. Hoofdzaak is dus, dat een liefhebber zich er terdege rekenschap van geeft in welke situatie zijn duiven zich bevinden en diensvolgens zijn wedstrijdprogramma met keuze van de afstanden er  naar opmaakt. Ons duivenhok was naar het oosten gericht. Het is er 's winters zeer koud en meestal tot 15 mei. Tijdens verschillende opeenvolgende jaren hebben wij kunnen opmerken, dat onze duiven tijdens het vallen van de derde en de vijfde vleugelpen hun beste konditie haalden. Dit alles eenvoudig als voorbeeld om de lezer ertoe aan te zetten  de zich opdringende vaststellingen te doen. Men doet ons echter niet zeggen, dat wij ten deze een vaste regel gesteld hebben of dat wij het voorgesteld hebben alsof deze  zienswijze de meest algemene ware.

Mag men duiven nog inkorven, die hun vijfde vleugelpen ruiden?
Zeker en zelfs zullen de weduwnaars, indien het weduwschap naar  goede regel ingevoerd werd, in dit stadium van rui nog in volle konditie zijn. Maar het gevaar bestaat, vooral als het warm is en indien de wedstrijd een langdurig verblijf in spoorwegwagens medebrengt, dat de duiven in de mand kaal worden. Het begin van de grote rui hangt in grote  mate af van het tijdstip waarop de weduwnaars hun vijfde vleugelpen  verliezen. Komt het vroeg voor, t.t.z. begin juli, dan is er veel kans dat geen enkele dekpluim valt voor het uitvallen van de zesde vernieuwing. Maar valt de vijfde pen begin augustus, dan is het hoog tijd de weduwnaar stil te leggen, want het is omtrent zeker dat kort daarop de kleine pluimen uit de volle vleugel zullen volgen. Anderzijds is het altijd voorzichtig niet op de uiterste grens te spelen, want de reisduiven doen best nieuwe reserves op voor aanvang van de grote rui, die onmiddellijk op de wedstrijdperiode volgt. We kennen een groot kampioen, die het in 1980 wilde volhouden tot half-augustus. Zijn weduwnaars hadden hun vijfde pen geruid en reeds waren 's morgens talrijke pluimen in hun nestbakken te vinden. De uitslag van deze niet goed te praten handeling was eenvoudig: de vijf weduwnaars waren op de uitslag niet terug te vinden. Het experiment, door bedoelde kampioen aangehaald, is ruim voldoende om er niet meer aan te beginnen.
Ook in onze sport is gulzigheid een gebrek, dat soms duur betaald wordt.


Bemerk de ventilatie tussen de laatste slagpennen

Reacties

Explications correctes et sérieuses.
Didier WAILLY