Zoeken

Weduwschap in al zijn aspecten - deel III

In dit artikel wordt de voeding van de weduwnaars belicht.

Kunt ge een goede voedingswijze voor de weduwnaars opgeven?
Reeds dikwijls, overigens niet ten onrecht, werd geschreven, dat in de praktijk van het weduwschap de grote moeilijkheid in de voeding ligt. Door nu de aandacht van jonge weduwschapspelers hierop te vestigen, werden echter reeds vele dwaasheden begaan. In de overtuiging goed te doen, hebben ze hun weduwnaars niet alleen verzadigd, maar eveneens allerhande voedermengelingen toegediend wier samenstelling een ware uitdaging is van het gezond verstand en van rationele voedingsbegrippen.
Wielrenners, boksers, kortom alle atleten tot zware inspanningen gedwongen, zouden niet lang in goede konditie kunnen blijven moesten ze zich alleen maar met vlees, zij het nog het allerbeste, voeden. Bepaalde organen zouden een dergelijk regime niet kunnen verdragen. Niet alles wat men eet voedt, slechts hetgeen verteert en opgenomen wordt. Wielrenners en boksers hebben meer dan vlees nodig, eveneens hebben duiven iets meer dan eiwitstoffen van doen.


De weduwnaars moeten steeds levendig zijn bij
hun dagelijkse training; een aangepaste voeding is onontbeerlijk

Meent ge dat overdaad van eiwitstoffen de goede konditie van duiven kan tegengaan?
Ik ben er volstrekt zeker van. Gedurende min of meer lange tijd verdragen ze het regime, maar dan komt de teleurstelling: de lever wordt ziek en het vlees blauw, de spieren verslappen.
Kort geleden bezochten wij de hokken van een liefhebber, die er maar niet in slaagt een duif in de prijzen te klasseren. De duiven zijn niet ziek, hun keel is zuiver, het gevederte in goede staat, maar de spieren zijn ingevolge de slechte werking van de lever, op een-derde verminderd. Het vlees is blauw en volledig bedekt met grote schilfertjes, het  winterdons is omzeggens, nog in zijn geheel aanwezig, de duiven blijken allen slechte rug te hebben, achteraan zijn ze zwak doordat de omvang van de lever sterk verminderd is, het algemeen gewicht is voldoende gebleven, maar de spieren zijn zwaar en levensloos.

Waaraan schrijft ge de slechte staat toe van deze duiven?
Uitsluitend aan het slecht voedingsregime dat hen wordt opgelegd.
Wij hebben de vraag gesteld, welke mengeling voortgezet werd en ziehier het antwoord: een emmer bonen, een emmer erwten, een emmer wikken, een halve emmer tarwe en een vierde emmer mais, hetgeen ongeveer 75% peulvruchten uitmaakt. De liefhebber in kwestie had zijn best gedaan om zijn duiven zoveel krachten als mogelijk te geven. Tenslotte werden zij door zijn regime volledig vergiftigd. Het is helemaal niet om zich erover te verwonderen, dat deze duiven hun mededingers niet kunnen bijhouden. De grote vorm komt niet altijd als men het wenst, maar goede gezondheidskonditie moet op het hok heersen op het ogenblik dat de wedstrijden aanvang nemen; het is uit de  gezondheidsstaat dat de vorm komt. In de staat waarin de duiven, waarover wij het hier hebben, zich bevinden, valt er van hen niets te verwachten vooraleer een radikale wijziging in het voedingsregime gebracht wordt en ten minste vier a vijf weken verstreken zijn. Het valt zelfs te vrezen, dat zij slechts volgend seizoen volle rendement zullen kunnen geven. De verantwoordelijkheid hiervan ligt bij het toegediende voeder.

Welk rationeel systeem kunt ge aanbevelen?
Veel liefehbbers hebben 's winters hun duiven in betere staat dan tijdens het seizoen van de wedstrijden. Doordat ze 's winters een min substantieel voeder toedienen en 's zomers in het tegenovergestelde uiterste vallen. Zeer weinig organismen zijn bestand tegen een voortgezette overvoeding. Anderzijds moet een wijziging in de toegediende mengelingen zeer geleidelijk worden ingevoerd. Het is b.v. onbegrijpelijk hoe men er toe kan komen, na een winterregime waarin alle eiwitstoffen geweerd werden, zonder  overgang in maart of april een overdreven percentage duivenbonen, erwten of wikken toe te dienen. Wij menen dat bij aanvang van het speelseizoen een dosis van 25%  peulvruchten niet mag overschreden worden. Wordt de arbeid zwaarder en neemt de warmte toe, dan mag dit percentage opgevoerd worden tot 35%, hoeveelheid die, naar ons oordeel, in geen enkel geval mag overschreden worden.
Voor wie er naar vraagt, geven wij hier een goede mengeling bij wedstrijden op te dienen, hetzij men het nestspel of het weduwschapspel speelt:

10% duivenbonen,
10% engelse erwten,
5% wikken,
5% linzen,
25% tarwe,
30% mais,
5% dari,
5% zonnebloem en 5% kleine olieachtige granen, afzonderlijk als dessert toe te dienen.

Raadt ge aan samengestelde handelsmengelingen te kopen?
Het is niet vereist, evenwel in twee gevallen kan het voorkeur verdienen, namelijk alswanneer een liefhebber de moeite niet wil nemen de eigenschappen van de verschillende granen, die een goede voeding uit maken, te leren kennen of nog alswanneer hij niet in staat is de waarde van de voor de samenstelling aangekochte granen te beoordelen. Het volstaat inderdaad dat een dezer granen slecht weze om er niet toe te komen de duiven in goede konditie te brengen. In deze twee gevallen is het best samengestelde mengelingen te kopen, maar het is volstrekt nodig zich steeds, zelfs als de prijs iets hoger ligt, tot een eerlijke leverancier te richten, die altijd eerste kwaliteit-granen aankoopt. Daarenboven moet deze leverancier bevoegd zijn, wil men de zekerheid hebben dat zijn graanmengelingen rationeel samengesteld zijn.
Wat nu het gevaar betreft, een te grote hoeveelheid eiwitstoffen in deze mengelingen aan te treffen, maak u daarvoor niet ongerust. Zelfs indien de leverancier onbevoegd is, zal het feit dat deze granen duurder zijn dan andere, wel volstaan om ze niet als toemaatje in uw mengeling mede te krijgen. Overigens is het nog altijd mogelijk, door toevoeging van maïs of tarwe, de eiwitten te verminderen.

Is het verkieslijker de weduwnaars op de bodem dan in hun nestbak te voederen?
Alles hangt af van de aangenomen gewoonte. Zelfs verzorgers, die hun weduwnaars de dag door in de nestbak opsluiten, kunnen toch een goede uitslag bekomen met voederen op de bodem van het hok. Wij menen, dat duiven beter alle in een mengeling voorkomende granen eten, alswanneer ze bij kleine hoeveelheid op de bodem uitgeworpen worden, zodat ze de granen die in hun bereik liggen naar zich toenemen. Wordt het voeder goed aangebracht en toegediend, dan kan wedijver een kostbare rol spelen in het opwekken van de eetlust. Daarna heeft men alle gemak om een vingerhoed dessert in alle bakken uit te strooien, vooraleer de duiven terug op te sluiten tot de volgende uitvlucht, indien dit de gewoonte is. Liefhebbers die in de nestbak voederen, moeten voorkomen dat het voeder te lang in de nestbakken blijft, want de volgende maaltijd zal er onder lijden.
Daar de eetlust van de weduwnaars soms op enkele dagen sterk verschilt, doet men er best mede steeds de maximum dosis in het vak aan te bieden, maar de bakken moeten steeds na het halfuur hetzij weggenomen, hetzij geledigd worden (deze karwei komt niet voor bij het voederen op de bodem).
Wil men beletten dat de weduwnaars uit de voorgezette mengeling hun lievelingsgranen uitkiezen, dan moet men er zich op toeleggen zo benaderend mogelijk het juist  voldoende rantsoen aan te bieden.


Bij het individueel voederen in de nestbak is het aan te raden
een mengeling van grit, piksteen, ...etc... in het potje te voorzien;
vergeet niet regelmatig te verversen.

Reacties

dat is wel allemaal waar maar goeie diuf weet best wat goed voor hem is ik zeg wel een GOEIE DUIF