Zoeken

Weduwschap in al zijn aspecten - deel II

Moet men op rust gestelde duiven laten uitvliegen, terwijl de andere op wedstrijd zijn? Welke is de beste manier om weduwnaars bij aankomst van de wedstrijden te onthalen? Dit en nog veel meer over succesvol weduwschap.

Moet men op rust gestelde duiven laten uitvliegen, terwijl de andere op wedstrijd zijn?
Niets belet dit, maar het is geenszins noodzakelijk. Inderdaad, op het tijdstip dat men sommige duiven laat rusten, is de ganse ploeg reeds volledig getraind, zodat het uitblijven van enkele rondvluchten niet van belang is. Men dient nochtans te onthouden, en men houdt in de mate van het mogelijke rekening met deze opmerking, dat de eetlust beter en
standvastiger is bij weduwnaars die regelmatig vliegen.

Welke is de beste manier om weduwnaars bij aankomst van de wedstrijden te onthalen?
Eerst geven wij het klassieke systeem, door de overgrote meerderheid der weduwschapspelers toegepast en dat wij ook jaren lang hebben gevolgd. Naderhand zullen wij de redenen aangeven, die ons er toe brachten enkele varianten in te brengen.
De duivinnen bevinden zich in het hen voorbehouden gedeelte van de nestbak, alwaar ze, zoals reeds hierboven uiteengezet, hebben kunnen eten en drinken. Onmiddellijk nadat de weduwnaar geklokt werd, wordt de nestbak langs binnen geopend en het koppel vindt zich gelukkig terug. De duur van deze samenkomst verschilt naar gelang de ernst van de door de duiver volbrachte taak, alsook naar gelang de tussentijd voor de eerstvolgende inkorving.

Kunt gij daar niet nader op ingaan?
Wij oordelen dat een vitesseduiver, die zeer vurig en met een minimum vermoeidheid toekomt, minder lang bij zijn duivin moet blijven dan een andere, die half afgebeuld van een lange vlucht terugkeert. Des te meer omdat de vitesseduif omzeggens altijd reeds de volgende vrijdag of zaterdag opnieuw zal ingekorfd worden, terwijl de lange afstandvlieger minstens een rust van veertien dagen zal krijgen.
Alswanneer de binnenkomende duivers te vurig zijn, is het best al te veelvuldige paringen te voorkomen. Zo nodig zal men de duiver niet toelaten onmiddellijk na zijn aankomst zijn duivin te benaderen. De duiver vindt in zijn vak zijn persoonlijk drinkbakje ter beschikking, alsook een vingerhoed kleine granen. Hij zal minder vurig zijn indien hij op voedsel moet wachten tot zijn duivin weggenomen wordt. Voor vitesse-duiven mag de duur van deze samenkomst na aankomst gaan van een kwartuur tot een uur.
Wil men de vorm lang aanhouden, dan moet men op dit punt, vooral in het seizoenbegin, zeer streng zijn. Voor de kandidaten op de  halve-fond, die de volgende vrijdag moeten ingekorfd worden, gaat men  op dezelfde manier te werk. Wat de lange afstandvliegers betreft, mag de duivin zonder enig toezicht of beperking, tot 's avonds bij hem gelaten worden.

Wanneer en hoe worden de weduwnaars na hun aankomst gevoederd?
Ziehier hoe wij ongeveer een uur na aankomst te werk gaan: wij  plaatsen een vingerhoed kleine granen in het hen voorbehouden gedeelte van de nestbak en zodra de duiver begint te eten, nemen wij zijn duivin weg. In tegenstelling met de andere dagen, laten wij de duivers 's zondags opgesloten tot aan het avondmaal.
Kort na het wegnemen van de duivinnen, ontvangen ze in hun vak een tiental grammen licht voeder: brood, tarwe, dari, gerst en een weinig lijnzaad. Na vier uur stellen wij de vakken open en dienen een weinig gerst toe op de bodem van het hok. Terwijl ze eten, keren wij de schotels om.

De weduwnaars voeden zich 's zondags niet tot verzadiging?
Neen en het is ook best zelfs 's maandags niet te mild te zijn. Ze komen 's maandags niet buiten en men voegt 20% gerst aan hun gewone voeding toe. Men verdeelt dit mengsel totdat ze de gerst evenals de andere granen opnemen. De overige dagen van de week wordt de gerst van het rantsoen afgenomen. Bij warm weder zal de eetlust van de weduwnaars slechts tot de dag der inkorving aanhouden, mits 's zondags en 's maandags de gegeven aanwijzigingen op te volgen. Wees dus hieromtrent niet ongerust.
De overige dagen van de week volstaan om de duiven, wier spijsverteringsorganen enigszins kunnen verflauwd zijn, in goede konditie te herstellen. Herinneren we eraan, dat niet alles wat ingenomen wordt voedt, doch slechts hetgeen opgenomen wordt.

Ge sprak tevoren van een nieuw systeem. Waarom dacht ge te veranderen?
Allereerst omdat wij van experimenten houden, waarvan wij het resultaat aan de lezer kunnen mededelen. Vervolgens omdat wij tijdens vorige seizoenen herhaaldelijk bemerkt hebben, dat na vier of vijf zondagen van volle onstuimigheid, de vorm van onze weduwnaars tot stilstand komt. Wij zoeken dus het middel om zolang mogelijk de bijde meeste van onze weduwnaars vastgestelde aanvangsijver te behouden.

Waarin bestaan deze wijzigingen?
Wij menen dat het belangrijk is het beginsel van een geleidelijke voortgang in acht te nemen, vooral als het om oude weduwnaars gaat. Wij hebben bij duivers, volledig bekend met het weduwschap, goede resultaten bekomen met het navolgend stelsel.
Wij herbegonnen de training zonder de duivinnen noch bij vertrek noch bij aankomst te vertonen. Zij vertrokken voor de eerste wedstrijd zonder hun duivin te zien. Bij aankomst was ze hem voorbehouden in het gedeelte van de nestbak. Zij konden elkaar gedurende een tiental minuten zien, maar dan werden de duivinnen weggenomen. Zelfde handeswijze voor de tweede wedstrijd. Bij de derde wedstrijd lieten wij de duivin voor een paar minuten vóór het vertrek zien. Eerst de vierde zondag werd het hen gegund hun duivin te benaderen en slechts een paring werd geduld. De seizoenaanvang was iets min, maar verderop en bij het einde waren de uitslagen gewoon schitterend.

Ge zag dus van de korte losvluchten af, onmiddellijk voor de inkorving, die ge zo dikwijls aangeprezen hebt?
Inderdaad, bij het aangehaalde experiment hebben wij deze losvluchten vóór de inkerving laten vallen. Het ging overigens om oude duivers, reeds met het weduwschapspel bekend en wier reserves wij tijdens de eerste maand wilden sparen, teneinde dan naderhand met des te beter gevolg meer te kunnen eisen. Dit heeft ons natuurlijk aanvankelijk enkele kopprijzen gekost, maar naderhand hebben wij de achterstand flink opgehaald. Met oude duiven moet men op middelen zinnen om verzadiging uit gewenning te voorkomen. Bij aanvang van het seizoen kan men een eigenaar van een ploeg, zelfs tamelijk oude weduwnaars, best vergelijken met een automobilist die voor 't eerst een nieuwe wagen gebruikt. Eerst de motor roderen, vooraleer de gaspedaal volledig aan te spreken. Is de motor goed ingereden en benzine voorradig, dan gehoorzaamt de wagen  op de minste druk en kan hij volle rendement geven. De grote uitslagen in het weduwschapspel zijn hen voorbehouden, die kunnen geduldig wachten en middelen weten te vinden om geleidelijk maar gestadig vooruit te gaan.