Zoeken

Het weduwschap met duivinnen.

Het werd door sommige liefhebbers met succes beoefend, terwijl talrijke anderen het na een eerste proef, die geen voldoening schonk, hebben opgegeven. Wij hebben persoonlijk op dit gebied proeven gedaan, zodat wij dus met kennis van zaken kunnen spreken.

Anderzijds zijn er verschillende grote vitessespelers uit de Luikse agglomeratie, die deze methode met wisselende kans hebben toegepast, zo vriendelijk geweest ons hun bevindingen mede te delen. Ziehier dan de opmerkingen die wij op dit punt hebben kunnen vaststellen, alsmede de besluiten die wij er uit kunnen trekken. Niet alle duivinnen en zelfs niet alle goede duivinnen geven op weduwschap goede resultaten. Het percentage afval is zelfs zeer groot, veel groter dan bij duivers en hier ligt dan ook de reden waarom veel liefhebbers deze methode verlaten. Het is echter vooral alswanneer de wind uit het zuiden blaast en alswanneer de snelheid zeer hoog ligt, dat de duivinnen, die de kneep aanvaarden, omzeggens onklopbaar zijn. Op een afstand die drie- tot vierhonderd kilometers niet overtreft, is er reeds een zeer goede duiver in volle vorm vereist om zo snel als een duivin van dezelfde hoedanigheden en in zelfde vorm te vliegen.
Voegen wij er nog aan toe, dat ze bij slechte weersgesteltenis veel gemakkelijker dan duivers doorbreken. Ze zijn ook veel rapper in vorm. Het is zodanig waar, dat men reeds na acht tot tien dagen scheiding mag zeggen, dat deze die niet in grote konditie zijn nog maar weinig kans hebben het naderhand te geraken. Men heeft dus onmiddellijk zekerheid, hetgeen een niet te onderschatten voordeel uitmaakt.

Welke besluiten heeft u uit uw ervaring bij het weduwschapspel met duivinnen kunnen opmaken?
Aangezien het uitgemaakt is dat ze vroeger in vorm zijn dan de duivers, alsook dat ze bij slechte weersomstandigheden beter vertrekken, is het dus logisch ze bij aanvang van het seizoen te spelen - d. i. alswanneer men hetzij op grond van de weersgesteltenis, hetzij op grond van de voorbereiding, oordeelt dat het voorzichtiger is de duivers nog niet in te  zetten. Laten we onmiddellijk opmerken, dat men niet mag verwachten te slagen met gezellinnen die volledig moeten voorbereid en prijs gegeven worden in haar rol van speelgoed voor de duivers. Om in het spel te slagen, moet men over enkele goede duivinnen beschikken, die niet te oud zijn en die in de gelegenheid waren zich bij voorbaat goed te oefenen. Want het is werkelijk niet de aangewezen methode om in goede voorwaarden de opleiding van een duivin te doen, die nog immer de mand heeft gezien.

Welk materiaal is er vereist om duivinnen op weduwschap te spelen?
Het is onontbeerlijk een goede ren ter beschikking te hebben, voorzien van evenveel nestbakken als men zinnens is duivinnen te spelen. Deze vakken moeten ruim zijn, gemakkelijk te reinigen en derwijze ingericht, dat men er de duivin gemakkelijk kan voederen en te drinken geven. Het is best twee bakjes aan de buitenkant op te hangen, een voor de granen, een ander voor het drinkwater. Men let er op, dat geen twee vakken tegenover elkaar geplaatst zijn. Indien de ren in open lucht staat, dan moet men de duivinnen die erin opgesloten zijn eveneens kunnen beschutten tegen koude, regen en wind, die de bestaande vorm zouden te
niet doen of verhinderen dat de vorm ontstaat. Wij raden ook aan de bodem van elk vak met een goede laag stro te bedekken, zodat koude aan de poten voorkomen wordt, alsook netheid gemakkelijker behouden blijft.

Wanneer moet men de duivinnen koppelen die men op weduwschapwenst te spelen?
Dat hangt natuurlijk af van hun ouderdom, alsmede van het tijdstip waarop men zich voorneemt ze in te zetten. Ziehier een voorbeeld dat aan andere situaties kan aangepast worden. Gesteld dat wij zes duivinnen bezitten die wij op weduwschap willen spelen. Drie ervan zijn tweejarige of ouder, de drie andere één jaar. De drie eerste zullen wij met oude duivers koppelen en dit op een tijdstip dat ze nog toelaat elk een jong te kweken en van acht tot tien dagen opnieuw te broeden vooraleer ze voor de eerste wedstrijd ingezet worden. De duivinnen van één jaar worden aan de «late jonge duivers» gekoppeld, uit welke het niet mogelijk is
gedurende hun eerste jaar groot profijt te halen. Het offer is niet zo groot, gezien het er vooral om gaat aan deze late duivers een goed voortgezette groei te verzekeren. De drie laatste koppels eerst gevormd op een tijdstip dat men eveneens op een broed van zeven tot acht dagen heeft voor de eerste wedstrijd. Het verschil ligt hier, dat deze drie laatste koppels niet zullen gekweekt hebben. Maken wij nu de optelling: gesteld dat wij besloten hebben de eerste zondag van april te beginnen spelen, dan koppelen wij de jonge duivinnen met de late duivers op 15 maart en de oude rond 10 februari. Tien dagen voor het leggen, achttien dagen broedtijd, ruim veertien dagen op het jong vooraleer opnieuw te leggen, zo komen we, met inbegrip van de zeven tot acht dagen broed, tot ongeveer vijftig dagen tussen de koppeling en de eerste wedstrijd. De jongeren, op 15 maart gekoppeld, zullen de 25e leggen en zullen dus op de eerste zondag van april ernstig broeden.

Mogen duivinnen zo maar direkt op weduwschap ingezet worden?
Wij raden het niet aan. Zij vertrekken alle zes tcsamen en worden twee opeenvolgende weken op broed gespeeld, eens van zeven tot acht dagen, een tweede keer van veertien tot vijftien dagen. Het blijft steeds verstaan, dat wij spreken over op voorhand getrainde duivinnen en over jaarlingcn die in het jaar van hun geboorte voldoende gespeeld werden om hun stiel te kennen. Wil men de liefde tot het nest nog opdrijven, dan kan de verzorger nog altijd de avond tevoren de duiver wegnemen, zodat hij vóór de inkorving de duivin op haar eieren kan nemen en deze dus meent dat zij alleen is voor het broeden. Het geeft een buitengewone konditie bij de eerste wedstrijden en indien het klasseduivinnen zijn, zullen ze reeds onmiddellijk zeer goede uitslagen afdwingen.

Wanneer begint definitief het weduwschap?
Na de tweede zondag op nestspel. Alswanneer de duivinnen van de wedstrijd terugkeren, worden de duivers van het hok weggenomen en zetten de duivinnen het broeden voort tot ze er van afzien. De dinsdagmorgen worden eieren en schotels weggenomen en worden de duivinnen in de nestbak opgesloten. Men laat ze nog één of twee ocfenvluchten doen, echter uitsluitend na vier uur, want gezien ze niet meer aan het hok gehecht zijn, zullen ze van langsom moeilijker terug binnenkomen. De eerste week blijven ze in het vak opgesloten en ze worden niet meer in de ren geplaatst. Ze mogen hun duiver niet horen. Men moet zich zoveel
mogelijk beperken tot wedstrijden met inkorving op zaterdag. De vrijdagavond toont men de duiver gedurende een tiental minuten, hetgeen volstaat om het vuur aan te wakkeren. De zaterdag opent men een uur voor de inkorving de vakken, men plaatst er de schotels en de duivers terug. Alswanneer ze een twee tot drietal minuten gekird hebben, opent men dat de toegang van het hok en men verplicht duivers en duivinnen tot een korte vlucht. Eens terug binnen laat men ze een kwartier tot twintig minuten in het nest liefkozen en daarna korft men de duivinnen in. Men mag hier op het stuk van toenadering voor het vertrek veel minder streng zijn dan bij het spel met de duivers.

Hoe worden weduw-duivinnen bij aankomst onthaald?
's Zondags wacht de duiver, opgesloten, op zijn gezellin in het tweede gedeelte van de nestbak. Zodra de duivin binnengekomen is, wordt het schot weggenomen en mogen ze gedurende een tweetal uren vrijuit minnespelen. Men stelt de toegang open zodat ze samen een korte uitvlucht kunnen doen, daarna neemt men de duivers weg. De duivinnen worden in de nestbak opgesloten, waaruit de nestschotel opnieuw weggenomen werd; ze worden er gevoederd en te drinken gegeven. De dinsdagavond doen ze een vlucht van een uur, tijdens dewelke de toegang gesloten blijft. Dit is de enige vlucht die ze tijdens de week zullen doen.
Bij het vallen van de avond worden ze beneden naar de voliere gebracht en elk afzonderlijk in een vak opgesloten, zoals wij reeds eerder uiteengezet hebben. Wij herhalen nog eens, dat het voor het behoud van de vorm van groot belang is over een voliere te beschikken, die goed in de zon geplaatst is; alsmede dat men de duivinnen moet kunnen beschermen tegen nachtkoude en jagende wind. Onderwijl worden de duivers terug op het hok geplaatst. De volgende zaterdag, een uur voor de inkorving, worden de duivinnen een per een uit de voliere gelost en na enkele buitelingen rond het hok vinden ze hun duiver die zijn wachtpost betrokken heeft terug. Ze liefkozen nog gedurende een kwartier en dan... inzet en spel volgens de waarde van de kandidaten. Gaat het om duivinnen die het spel kennen, dan kan men ze gerust met eenzelfde kans op succses van uit de voliere inkorven. Het is van het allergrootste belang, dat de lust bij de duivinnen aanhoudt. Men mag het spel gedurende vier tot vijf opeenvolgende -maar niet meer- herhalen. Alsdan moet men opnieuw laten broeden, met volledige rust en dit gedurende twaalf tot vijftien dagen. Daarna mag men, indien althans de uitslagen bemoedigend waren, in dezelfde voorwaarden die wij reeds uiteengezet hebben, rechtstreeks het weduwschap hernemen. Het grootste voordeel dat dit systeem biedt is, dat men onmiddellijk de duivinnen kent die er zullen op ingaan.
De vorm is zeer vroegtijdig, veel meer dan bij de duivers. Daarentegen is het omzeggens overbodig aan te dringen bij een duivin, die niet reeds na twee of drie weken weduwschap in konditie geraakt. Het is bijna zeker verloren moeite.

Reacties

Had eigenlijk al meermaals willen reageren op dit artikel.....

Al héél veel geluisterd hoe duivinnenspel nu echt in elkaar steekt ( naar liefhebbers die er wél goeie prestaties mee behalen).....in bovenstaand artikel vind ik geen énkel aanknopingspunt ??????!!!!!!!!!