Zoeken

Van het einde van de rui tot aan het koppelen - deel I

Het energie-vermogen dat een duif per seizoen kan aanspreken is beperkt. De beste voorbereiding bestaat erin, mits behoud van moraal en gezondheid, zuinig met dit vermogen om te gaan, zodat het op het tijdstip van de wedstrijden ten volle kan aangesproken worden.

In volgend gezegde hebben wij de grondgedachte, die een liefhebber tijdens de lange periode van naseizoen en winter moet leiden, samengevat. Deze periode moet inderdaad zowel op fysisch als op moreel vlak als een eerste voorbereiding tot de wedstrijden van het volgend seizoen worden aanzien.

Een goed speler mag nimmer het einddoel, waarop gans zijn activiteit moet gericht zijn, uit het oog verliezen. Voor een gewoon liefhebber ligt dit doel in het behalen van prijzen, om het even op welk tijdstip ze behaald worden en om het even hoe de weerklank ervan weze. Voor een artiest echter ligt het doel in het in topconditie brengen van zijn duiven op het uitgekozen tijdstip, nl. het tijdstip van de grootste wedstrijden, alswanneer het onder alle oogpunten het meest interessant is zich te onderscheiden.

Eens het ruien door,en om de rui gunstig te doen doorgaan weze niets gespaard, moet men zich ervan overtuigen, dat het krachtenverbruik van een duif sterk verminderd wordt. Het beperkt zich tot het in stand houden van het lichaam, de strijd tegen de eventuele koude, dus een minimum krachten verbruiken naargelang de te verrichten oefeningen. Het is dus het geschikte ogenblik om het organisme te laten bekomen van de opeenvolgende inspanningen, ten gevolge van een stevige, en soms te zware, voeding, gevolgd tijdens de wedstrijdperiode en de ruitijd. Wordt deze voeding voortgezet en vooral alswanneer het krachtenverbruik niet meer gelijk opgaat, dan is deze voeding zeer schadelijk; de gevolgen ervan zijn zeer nadelig en dikwijls onherstelbaar, de uitwerking ervan slaat vooral op de lever en het spierenstelsel.
Talrijke liefhebbers menen het goed, het voedingsregime in niets te beperken en zij zijn zeer verwonderd dat het beoogde resultaat uitblijft. Minstens acht op tien keer ontreddert het organisme bij te rijk gevoederde duiven; ze lijden aan leverziekte en tot grote verbazing van hun manager, smelten de spieren. Het zou nochtans op hetzelfde neerkomen, indien wij slechts vlees en gebak zouden eten. Meent u dat dit voedselregime ons zou in staat stellen snel te lopen of hard te werken?

Het is logisch en noodzakelijk overvloedig te voederen tijdens de kweekperiode; het is even logisch en even noodzakelijk een van haar vrijheid beroofde duif, alles te verschaffen wat ze tijdens de rui nodig heeft; maar het is absoluut logisch en noodzakelijk het naseizoen en de winter te benuttigen om spierstelsel, darmen en zo meer, de onontbeerlijke rust te gunnen, niets verslijt een motor meer dan voortdurend voluit aan te drijven, hetzelfde geldt voor het inwendig organisme dat de motor van een duif uitmaakt.

De duiven moeten tijdens de winter, zelfs indien men van plan is met zijn reisduiven deel te nemen aan grote tentoonstellingen van laureaten, niet zo goed en schoon voorkomen als tijdens het volle seizoen. Men mag ze vooral niet uit hun gewoonten halen, om ze tot deze tentoonstellingen voor te bereiden. Talrijke liefhebbers zien er tegen op hun beste duiven te vertonen. Enkele uitstapjes in de voorwaarden die wij komen aan te geven, kunnen evenwel niet in het minst enig kwaad. Zeer kalme duiven zullen natuurlijk minder   schoon van uitzicht voorkomen dan hun geburen, die meer vuur hebben, maar welk belang heeft dit dit nu op dit tijdstip, in acht genomen de terugslag die een in volle winter opgedreven conditie in de naaste toekomst wel kan hebben.

Het staat bijvoorbeeld vast dat duivers, die sedert lang afzonderlijk worden gehouden, mooier zullen voorkomen dan degene die de manager in gemeenschap met hun duivinnen laat. Maar we zouden allerminst de verzekering durven geven, dat het op het belangrijkste tijdstip niet juist andersom zal aan toegaan. Hetgeen hier voorafgaat kan sommigen onlogisch voorkomen, maar hoe dikwijls zouden wij het niet vastgesteld hebben. Het feit is dat, op een gebied waarop alles in hoofdzaak terug te brengen is tot de praktijk, en de duivensport behoort nu eenmaal tot een dergelijk gebied, mooie dromen, mooie redeneringen, mooie verhandelingen en aanlokkelijke theorieën niet volstaan; dit alles moet gelijk opgaan met de proefnemingen. Redeneringen noch illusies zijn van tel. Alleen proefnemingen, ontzenuwd door mislukkingen of bekrachtigd door welslagen, kunnen uitmaken waar gelijk en ongelijk liggen. Redenering kan in alle  geval niet tegen ondervinding op. Iedereen zoekt iets nieuws, maar het nieuwe, dat sommigen al eens tot elke prijs willen vinden, is het niet altijd synoniem van beter. Maar laten wij alle filosofie opzij, onze duiven komen er niet door vooruit. Herhaald wordt ons van alle kanten opnieuw de vraag gesteld, een  voedselregime voor de winter op te geven. Wij herhalen, dat er geen vaste regel bestaat wat betreft keuze tussen de soorten granen; verschillende stelsels kunnen inderdaad eenzelfde goed resultaat opbrengen. Het belangrijkste is, zo stipt mogelijk het percentage van de verschillende granen na te volgen. Men hoeft geen groot geleerde te zijn om te begrijpen dat de staat, zowel fysisch als moreel, waarin de duiven aan het werk worden gebracht op het tijdstip van de grote wedstrijden, een zeer grote rol vervult nopens het rendement.

Zelfs indien het voedingsprobleem volledig opgelost is, biedt dat nog geen zekerheid nopens een ideaal resultaat. Dit is slechts de fysische kant van de zaak, maar wij geven ten aanschijn, dat de morele kant eveneens van groot belang is. Moest men deze factor volledig kunnen verwaarlozen, dan zou men zonder  enige kans op tegenspraak kunnen vooropzetten dat de beste oplossing te vinden is in een voortgezet en zelfs volledig gescheiden leven van de duiven.

Om uit te maken of het gescheiden leven dient behouden te worden, volstaat het dat degene die het systeem toegepast hebben, zelf de vraag stellen en oplossen. Heb ik betere uitslagen behaald sinds ik mijn duiven van het begin van de rui tot op het einde van de winter ontkoppeld houd? Indien het antwoord op deze vraag niet volstrekt gunstig is, of indien men zich moet neerleggen bij de evidentie, dat de aldus behaalde uitslagen niet boven de vroegere opgaan, dan moet men dit stelsel niet verder naleven. Bij eenzelfde resultaat moet men zo oprecht zijn toe te geven, dat men bij de verandering verloren heeft. Men heeft vooreerst zonder enig voordeel de zaken ingewikkelder gemaakt en ten tweede de duivinnen door ze een scheiding op te leggen en zelfs in vele  gevallen op te sluiten, hetgeen hen gerust kan gespaard blijven, ernstig gehandicapt. Het heeft geen zin illusies te vormen, alleen de uitslag van een  proefneming moet weerhouden worden. Valt de proef gunstig uit, dan zet men door, zoniet zonder aarzelen terug op uw stappen. Al onze duiven, oude en jonge, duivers en duivinnen, oude weduwnaars of andere, leven 's winters naast elkaar en wij zouden niet de minste moeilijkheid ondervinden ze aldus tot op drie a vier weken voor het koppelen, t.t.z. tot einde januari, in deze stand te houden.

Voor enkele jaren werden onze jaarlingen helemaal niet gescheiden,
ze waren nochtans omzeggens alleen tijdens de maanden september en oktober gekoppeld. Wij hebben eenvoudig veertien dagen voor de vermoedelijke datum van koppeling de duivinnen van drie weduwnaars waaraan wij andere wilden geven, weggenomen. Wij hadden ze in de onmogelijkheid gesteld nest te maken. Alswanneer wij de beslissing namen de vakken te openen om ze te laten leggen, vatten ze onmiddellijk vuur en de duivinnen legden juist in dezelfde tijdspanne als de andere, die tijdens drie weken ontkoppeld waren geweest. Bij het aanhalen van deze proefneming, die wij voor enkele jaren gedaan hebben, zit allerminst de bedoeling voor u een bewijs te leveren dat dit systeem beter is dan een ander. Wij willen alleen het bewijs brengen, dat het feit dat onze jaarlingen, zowel duivers als duivinnen, in het geheel niet ontkoppeld werden, hen allerminst verhinderd heeft uitslagen te behalen, die ons volledige voldoening schonken.
Andere voorbeelden, naar hetzelfde procédé even goed als bij ons lukte, ontbreken evenmin. Wij hebben verschillende kleine liefhebbers, maar die goed spelen, gekend en kennen er overigens nog steeds, die slechts over uiterst kleine hokinstallaties beschikken, zodat ze hun duiven niet eens kunnen ontkoppelen, maar die zich niettemin schitterend onderscheiden.
Wij horen natuurlijk reeds verschillende lezers aandraven met het argument, dat het hen niet mogelijk is hun duiven in gemeenschap te houden zonder niet herhaaldelijk in volle winter, eieren te vinden. Wij antwoorden hen, dat dit noch bij de duiven ligt, noch bij het systeem, maar enkel en alleen bij de kunde van de manager. Stel u vooral niet voor, dat u op dit gebied goed resultaat zult bekomen door uw duiven begin augustus, vóór de rui, te scheiden en ze rond  november terug samen te brengen, of door ze te beletten onmiddellijk na de wedstrijden te broeden. Welslagen op dit terrein is kwestie van geduld en  vooruitzicht. Het komt er eerste en vooral op aan omtrent 1 november de duiven op hun nest enigszins te ontmoedigen. Aldus komt men er toe, bij het sluiten of het uit elkaar nemen van de nestbakken, zowel de sexuele als de drang tot het zoeken van een nieuw nest op het laagste peil te brengen. De duiven leven alsdan naast elkaar alsof ze alle van hetzelfde geslacht zijn. In Nederland, met de temperatuur die er het hare bijbrengt, wordt deze staat gemakkelijk behouden tot aan het tijdstip van het koppelen.
Wij hebben twee aangrenzende hokken, die met een binnendeur, die in het naseizoen alsook voor de tijdspanne van de rui geopend wordt, wederkerige toegang verschaffen. Welnu, het resultaat is zo treffend, dat het meer dan eens bij verschillende koppels voorkomt, dat de duivin langs de ene kant verblijf houdt terwijl de duiver langs de andere kant aan zijn zitplek houdt.

Het sorteren van een kolonie bestaat erin, de duiven uit te kiezen die in staat zijn de beste reisploeg te vormen. Selectie biedt zekerheid nopens de toekomst van de kweek. Zij wijst de rasduiven aan, die het best geschikt zijn om produkten te brengen, wier waarde jaar op jaar verhoogt. Het is tijdens de lange winteravonden dat een vooruitziend liefhebber de tijd neemt om rustig het sorteren, de selectie en het koppelen van zijn duiven te overleggen. Het is van de al dan niet goede oplossing, die aan deze verschillende problemen gegeven wordt, dat niet alleen de voortgang inzake kweek voor de volgende jaren afhangt, maar in de meeste gevallen evenzeer het succes van het wedstrijdseizoen, dat eens nieuwjaar voorbij zeer rap nadert. Laten we met orde te werk gaan. De  sortering moet ons in staat stellen deze duiven uit te kiezen die de best mogelijke ploeg reizigers uit ons hok kunnen samenbrengen. Om dit probleem op te lossen, moet men eerst en vooral juist weten hetgeen men eerlang van zijn reizigers zal vergen. Het komt er op aan een wedstrijdprogramma vast te leggen, dat zoveel aan onze opvattingen en verwachtingen, als aan de middelen waarover wij met onze duiven beschikken, beantwoordt. Eens dit werk afgedaan, zullen wij de duiven die het best geschikt zijn om in de door ons vastgestelde wedstrijden met goed gevolg uit te komen. Naar het uitgekozen programma en de keuze van de kandidaten, zal de leeftijd een belangrijke rol spelen. Het staat bijvoorbeeld vast, dat een liefhebber die uitziet naar grote afstandsvluchten, eerst en vooral over meer duiven moet beschikken en vervolgens moet kunnen rekenen op een ploeg redelijk oude duiven. Gezien de fysische kracht niet alleen de kwaliteit uitmaakt van een lange afstandsvlucht. Het komt wel meer voor, dat opgedane ervaring en weerstandsvermogen er in ruime mate een zeker gebrek aan dynamisme, dat uit de leeftijd kan voortkomen, goed maken. Het is om dezelfde reden, dat alwie de grote afstanden wil spelen en er regelmatig succes wil behalen, duiven ter beschikking moet hebben die lang meegaan, t.t.z. duiven die niet reeds versleten zijn vooraleer ze de gewenste ondervinding hebben opgedaan, zodat ze het werk ook bij ongunstige weersgesteldheid nog met volle succes aankunnen.
De kwestie ligt natuurlijk anders alswanneer het om vitesseduiven gaat. Dank zij radio en andere vooruitgang, gaan de meeste vluchten of korte afstanden in gunstige omstandigheden door, zodat verworven ervaring op dit stuk niet doorslaggevend is.
De grootste hoedanigheden van een vitesseduif zijn: strijdlust en vlug oriëntarievermogen. Strijdlust is een voorrecht van de jeugd. Het is niet te loochenen, dat een jonge duif gestuwd wordt door dynamisme, dat meestal de bovenhand haalt op de reeds minder scherpe ijver van de talrijke oudere mededingers. In een zelfde gedachtengang mogen wij niet uit het oog verliezen, dat hetzelfde geldt wat betreft de voorbereiding tot de wedstrijden, waarover wij reeds in onze studie over het weduwschap uitvoerig hebben gesproken; de minste toets laat een sterke indruk op het meer emotioneel zenuwstelsel van een jonge duif,  terwijl het soms zeer moeilijk valt een meer uitgeslapen kandidaat, die sinds lang het klappen van de zweep kent, in beroering te brengen. Wat het oriëntatievermogen betreft, dit is een aangeboren kwaliteit, die de liefhebber slechts door training tot ontwikkeling kan brengen. Eens zover, vervult de ervaring omzeggens een onbeduidende rol bij het ren dement van een vitesse-duif.
Als besluit van hetgeen voorafgaat, kan gezegd worden, dat een liefheber die uitsluitend snelheidsvluchten speelt, er zorg moet voor dragen dat zijn ploeg reizigers voor het grootste deel uit jonge elementen bestaat. Men moet eens en voor goed ermede gedaan maken het aantal prijzen te beschouwen; het is op de waarde van de prestatie dat het aankomt. Men kan er nimmer iets bij verliezen een oude, versleten, afgestompte duif, die nog slechts in staat is laatste prijzen te verdienen en wier rendement overigens alleen nog in dalende lijn gaat, te vervangen door een jong element, vol vuur en dat de toekomst voor zich heeft. Dit stelt voorop, dat een liefhebber die zich beperkt tot de kleine afstanden, jaarlijks kwaliteitsduiven moet inkweken, zodat hij voortdurend zijn kaders kan verjongen. Uitzondering op deze regel van het vervangen mag slechts gelden voor sujekten die op de leeftijd dat andere verminderen waarlijk nog extra zijn. Overigens mag evenmin niet uit het oog verloren worden, dat dergelijke extra elementen, die onverslijtbaar en vol vitaliteit blijven, even waardevol en even noodzakelijk zijn op het kweekhok als in de reisploeg. Wijsheid legt op, ze stil te leggen vooraleer de eerste tekens van sleet zich vertonen. Eenzelfde bemerking geldt even eens voor de fondduiven.
Wij zullen de overige punten voor het sorteren vlug doornemen: gezondheid, rui, waarborg van afstamming, uitwendige hoedanigheden bij het prototype vastgelegd, zenuwstelsel, gedraging op het hok en tijdens de vlucht. Het staat de liefhebber vrij, bij volle kennis van zaken, na talrijke waarnemingen en controles waartoe het hok dagelijks gelegenheid biedt, een oordeel te vellen. Deze waarnemingen zijn soms meer waard dan de geleerdste theorieën...
Een uitstekend liefhebber van snelheidsvluchten deed ons laatst de volgende bemerking: alswanneer ik op het hok kom, dan ga ik aandachtig en soms zeer lang het gaan en keren van mijn duiven na. Zo bijvoorbeeld zijn er duiven tussen die 6 tot 7 vleugelklappen geven om op.een vak dat 1.50 m hoog is, te geraken, andere integendeel, die veel zenuwachtiger zijn, geraken er met drie of vier klappen. Moet ik U zeggen, dat de beste steeds tussen deze laatste te vinden zijn. Nog andere even belangrijke opmerkingen kunnen door een liefhebber, die zich op waarneming toelegt, gedaan worden.

Voor diegenen die een duif grondig kennen, vallen de uitwendige fysische hoedanigheden niet zo moeilijk vast te stellen. Deze kwaliteiten zijn in hoofdzaak: evenwicht, beenderstelsel, spierstelsel, bouw van de vleugel en vitaliteit. Fysische hoedanigheden zijn jammer genoeg niet alle uitwendig en hierdoor wordt de taak bemoeilijkt van alwie geroepen wordt een oordeel te geven.
De inwendige organen van een duif: hart, longen, lever, klieren, darmen, wier waarde een grote rol vervult bij haar prestaties, kunnen slechts min of meer juist beoordeeld worden volgens de opvallende kentekens die zich bij een onderzoek voordoen. Dit feit maakt op zichzelf de taak van een onderzoeker moeilijker en sluit elk onfeilbaar oordeel uit. Wij spraken zopas over een volmaakte en gelijktijdige werking van de inwendige organen, waarvan het onderzoek altijd moeilijk uitvalt. Er is nog een andere kwestie, even belangrijk, die eveneens, ook voor de meest bevoegde, de absolute zekerheid ontoegankelijk stelt: de psychische hoedanigheden.
Een duif kan best onder alle opzichten volmaakt gebouwd zijn en over een uitstekende gezondheid beschikken, niettemin maakt dit nog geen onfeilbaar teken uit van een grote waarde in de wedstrijden. Indien ze naast alle kwaliteiten, niet eveneens de wil te overwinnen en het vermogen van het snelle oriëntatie bezit, zal ze nooit meer dan een middelmatige soort worden.
Op dit punt staat de liefhebber die voortdurend met zijn eigen duiven begaan is, die ze kweekt, ze bestudeert, traint en hun afstamming kent, op eigen hok sterker zijn dan de beste keurder. Eigen waarnemingen en de mand blijven op dit stuk zijn kostbaarste hulp en zijn veiligste gids. Hetgeen voorafgaat doet niets af aan een strenge selectie op een duif in de hand, zodat de sportieve waarde van deze duif kan nagegaan en aangevoeld worden. Er komen tegenwoordig veel te veel duiven voor, die niet lang genoeg meegaan. De reden daartoe ligt hoofzakelijk hierin, dat de selectie reeds lang en te uitsluitend steunt op alleen maar de psychische kwaliteiten, d. i. het oordeel van de mand, zonder acht te geven op al de rest. Om stand te houden moet men terzelfdertijd goed kweker en goed speler zijn. Intelligentie, wilskracht en fysische mogelijkheden moeten tegelijkertijd vooruitgang maken. Het kan best dat een duif de rechtstreekse weg volgt en de sterkste wil heeft zo vlug mogelijk haar hok te vervoegen. Indien haar krachten onderweg te kort schieten of na enkele vluchten begeven, dan is het geen interessant element.

Volledig slagen ligt in het samenvoegen van de twee voornoemde faktoren: fysische en psychische kwaliteiten. Een speler op de snelheidsvluchten bereid zijn ondergang voor, indien hij zijn kweek enkel en alleen afstemt op de kwaliteiten die de mand hem te kennen geven; spelers op grote afstandsvluchten vergissen zich evenzeer alswanneer ze enkel en alleen bekommerd zijn om uitwendige hoedanigheden, zonder rekening te houden met de psychische faktor en deze na te gaan. Om zeker te zijn van vooruitgang, moeten de twee hier behandelde op gelijke voet gesteld worden. Eerst en vooral: selectie met de duif in de handen, nopens de fysieke conditie en de sportieve waarde die men zo nauwkeurig mogelijk tracht uit te maken. Terzelfdertijd, jaar op jaar, de proefbank teneinde zeker te zijn, dat intelligentie, wilskracht en oriëntarievermogen nog steeds bij de gekweekte lijn aanwezig zijn. Alswanneer dit werk, van in het begin op duiven van goede kwaliteit toegepast, gedurende jaren streng doorgevoerd wordt, dan zal in een groot percentage van de gevallen volmaaktheid worden bereikt en slechts  duiven worden behouden, die fysisch in staat zijn te verwezenlijken wat verwacht werd en die meteen gedurende jaren de zwaarste wedstrijden  aankunnen.

Familiekweek bestendigt de kenmerken:
het wordt beoefend met volmaakte duiven, die de liefhebber tenvolle voldoening schenken; het laat toe een ras tot stand te houden, of juister een zuivere lijn in de afstamming. Kruising dient om het bestaande te verbeteren, door toevoer van nieuw bloed of door het  aanbrengen van een onbekende hoedanigheid. Vereniging van twee aan elkaar vreemde duiven brengt nogal dikwijls vermeerdering van vitaliteit en dynamisme mede. Een echte liefhebber moet jaarlijks de grootste zorg besteden aan het koppelen van zijn duiven, zodat bij elk kweekseizoen zijn teelt erop vooruitgaat. Dit vraagstuk mag niet aan het toeval worden overgelaten. Alwie erin slaagt, zonder toeleg en zonder precies te weten wat hij wil en toch er toe gekomen is enkele goede duiven te kweken, gaat meestal niet lang mede. Om goed speler te zijn en te blijven, moet men jaarlijks jongen inkweken die beter zijn dan de ouderen. Slaagt u daar niet in, dan zal uw gebuur beter slagen en binnen 2 a 3 jaar zal hij u verslaan, want hij zal vooruitgang gemaakt hebben en u zult ter plaatse  gebleven zijn. Zowel in de duivensport als op eender welk ander gebied, gaat het om een ontegensprekelijke wedloop naar vooruitgang.
Wie niet vooruitgaat, gaat snel achteruit.
Dikwijls wordt onze voorkeur gevraagd tussen familiekweek en kruising. Onze opvatting op dit stuk hebben wij in de ondertitel van dit hoofdstuk weergegeven. Wij kunnen echter deze vraag niet eens voor goed beantwoorden: onze voorkeur kan verschillen naargelang het hok waar wij ons bevinden. De twee stelsels kunnen zelfs met dezelfde duiven goede uitslagen bieden. Laten wij de overige punten niet uit het oog verliezen, dat de tijd waarin we nu staan, naar de volle betekenis van het woord, geen zuivere kruisingen meer kunnen voorkomen. Een reisduif, zoals we ze nu kennen, maakt een ras uit in hetwelk min of meer verschillende lijnen voorkomen. Deze aanvankelijke verscheidenheid geraakt min of meer opgenomen: zowel de Luikse als een Antwerpse duif vertonen hun uitgesproken eigenaardigheden niet meer zo in dezelfde mate als jaren geleden. Wij kunnen dus nog slechts spreken over kruising tussen verschillende bloedstromen. Niettemin kunnen wij de geijkte uitdrukking verder aanwenden. Voor talrijke liefhebbers maakt familiekweek de gemakkelijkste  oplossing uit. Men maakt de waardeschaal van het eigen hok op, zonder ook maar in het minst acht te geven op de mededinger. De beste duiven uit de partij worden goede duiven genoemd, zelfs indien ze nooit in een ernstige wedstrijd een kopprijs hebben behaald, ze worden beoordeeld ten opzichte van hun  ploegmakkers. De volgende kweek wordt op op deze elementen gesteund, die alleen ingevolge een al te grote inschikkelijkheid van de eigenaar als goede duiven worden aanzien. Men laat de andere duiven, die vanzelfsprekend nog van geringere kwaliteit zijn, geleidelijk uitvallen; na enkele jaren zijn alle duiven uit de kolonie aanverwant. Ziedaar hoe talrijke liefhebbers te werk gaan en de familiekweek als het ware, zonder ernaar gezocht te hebben en zeker zonder er zich rekenschap van te geven, beoefenen.
In dergelijke omstandigheden moet familiekweek een hok zeker naar het verval leiden, want de mooiste vrouw ter wereld kan niets meer aanbieden dan hetgeen ze heeft. Er bestaan 98 kansen op 100 dat de middelmatige hoedanigheden waarmede men begint, nog afnemen naargelang de kruisingen binnenin de kolonie verder doorgaan. Het kan best, dat de duiven van het vijfde of zesde geslacht mooier zijn dan deze uit eenzelfde familie die hen zijn voorafgegaan, maar meestal zal het rendement verminderd zijn in dezelfde mate als dat elke koppeling uit eenzelfde familie aan vitaliteit doet inboeten. Deze al te eenvoudige wijze van familiekweek mag de aandacht van een verwittigd liefhebber niet weerhouden. Het is hier wel op te merken, dat de duiver wier vitaliteit door dergelijke onderlinge kruisingen verminderd werd, bijzonder geschikt zijn voor kruisingen en dat nieuw bloed hen er zeer vlug bovenop helpt.
Hoe dan ook, en hetgeen hier nu volgt geldt evenzeer voor alwie op een basis van extra vertrekt, het blijft steeds uiterst gevaarlijk zich te laten in verleiding brengen door het gemak van het systeem, dat wij zopas uiteengezet hebben. In een goed geleide kolonie moeten steeds twee tot drie verschillende bloedlijnen voorkomen; men behoudt de uitgangslijn zuiver door familiekweek en toevoeging van duiven uit eenzelfde bloed, maar elders gekweekt en men kruist regelmatig de afstammelingen ondereen. Op deze manier en mits de basis op gestelde tijd versterkt wordt, bestaat de  mogelijkheid lang mede te gaan en er is slechts een strikt minimum import van vreemde lijnen, echter uit eenzelfde bloed, vereist.

Men kan dan evenzeer rekenen op de voordelen die beide stelsels bieden:
1. Door familiekweek blijft de basis gaaf behouden.
2. Men beschikt over duiven die zich zeer goed tot kruising lenen.
3. Regelmatig profijt halen uit heilzame vernieuwingen, die door vreemd bloed, maar dat de kweker bekend is, aangebracht worden.
4. Volledige kennis van verwantschap en mogelijkheden van de verschillende linies, die er als het ware slechts een enkele uitmaken.
5. Meegaan zolang de loopbaan van de liefhebber kan duren.

In de duivensport is de vertrekbasis van uitzonderlijk belang. Talrijke liefhebbers grijpen hun leven lang naast het succes, enkel en alleen uit reden van een verkeerd begin. Men blijft vasthouden aan middelmatige duiven en men blijft hopen er te kunnen goede uit kweken, precies alsof men uit een kei bloed kan trekken. Talrijke liefhebbers beweren niet in de mogelijkheid te verkeren juist die goede duiven aan te kopen, die hen moeten in staat stellen uit het slop te geraken. Maar diezelfde liefhebbers voederen, zonder enige kans op succes, dertig tot veertig duiven, die ze dan nog opleren en spelen en steeds zonder succes. Wij stellen hen de vraag, of het geld dat ze nutteloos aan voedsel, onderhoud en training van hun minderwaardige duiven besteden, hen niet op korte tijd in staat zou stellen twee of drie koppels die  ze, zoals wij uiteengezet hebben, als basis nodig hebben, aan te schaffen.
Wij stellen een einde aan onze uitleg, want we zijn er niet zo zeker van dat we niet eens te meer in de woestijn gepredikt hebben. Naast een goede rui en een goed winterregime, begint het succes van een seizoen reeds voor de koppeling. Met volle kennis van het gestelde doel dat hij wenst te bereiken, belast een vooruitziend liefhebber zich reeds vanaf dit ogenblik ernstig met zijn duiven en verwaarloost hij geen enkele troef die hij in zijn spel kan betrekken.
Alle moeilijkheden, die bij de koppeling voorkomen, vinden uitsluitend hun oorzaak in een onvoldoende conditie van de duiven die men wil samenbrengen. De datum van het opnieuw bij elkaar brengen van de koppels kan wel voorzien worden, maar mag niet definitief vastgelegd worden, nadat men er zich  rekenschap heeft kunnen van geven dat de duiven, zowel de duivers als de duivinnen, gereed zijn. In deze voorwaarden worden de koppels, zelfs de  nieuwe, in een oogwenk gevormd en alles verloopt van zelf. Tien dagen na de koppeling zijn er in alle nestschotels eieren. Kom binnen drie of vier weken niet klagen met het bericht, dat u alle moeite gehad hebt om nieuwe koppels samen te stellen, of dat uw duivinnen lang wachten met leggen. De oorzaak ligt bij u, want u hebt de dwaasheid uitgehaald uw duiven te willen herkoppelen alvorens ze in de gewenste konditie waren. U had langer geduld moeten oefenen. Uw overhaasting, denk er goed over na, kan zowel uw wedstrijdseizocn als uw kweekseizoen ernstig in het gedrang brengen. Stem uw handelswijze niet af op deze van uw gebuur, want het kan best zijn dat zijn duiven in staat zijn om op 1 februari te herkoppelen, alswanneer de uwe slechts begin april gereed zullen zijn. Van deze toestand hangt een korte jacht op het nest af, die zekerheid biedt nopens het behoud van de reserves bij uw reisduiven en eveneens omtrent de regelmatigheid in de waarde van de eerste vlucht van de jongen. Alle personen met ervaring, die over duiven schrijven of spreken, gaan er over akkoord, dat het succes van een wedstrijdseizoen tijdens de voorafgaande periode van de grote rui voorbereid wordt. Een goede en volledige rui wijst niet alleen de goede staat uit waarin de duiven zich op dit ogenblik bevinden, t.t.z. meestal na een druk beladen reisseizoen, maar maakt tevens een waarborg uit van uitstekende gezondheid en groot weerstandsvermogen tegen de gestrengheden van de aanstaande winter. Het is ons niet onbekend, dat sommige goede duiven grote prestaties geleverd hebben, alhoewel een of meer pennen slecht waren; deze uitzonderingen bevestigen alleen maar de regel. Deze slechte pennen hebben hun oorzaak aan een voorbijgaande narigheid of aan een te grote vermoeidheid. Eens deze oorzaken verdwenen,  bestaat er geen enkele reden meer dat de rui, die een ogenblik verstoord werd, niet volledig en volmaakt zou doorgaan. Met uitzondering van deze speciale gevallen, ze komen meestal voor bij duiven die zeer lastige vluchten doorgemaakt hebben, of waaraan men bij de kweek overdreven krachtverspilling geëist heeft, zijn er wel geen voorbeelden van duiven, die, na een rui in slechte voorwaarden, toch nog de trots uitmaken van hun eigenaar.
Op dit stuk blijft de regel zoals hij nog lang zal stand houden: een duif die volledig geruid heeft, blijft gemakkelijker en regelmatiger in goede gezondheid en daaruit volgend geraakt ze gemakkelijker, met meer  zekerheid en veel vlugger, in vorm. Dergelijke duif glijdt met een minimum weerstand, dus vermoeidheid, door de lucht. De hoedanigheid van haar gevederte maakt regen, mist, allerhande, ongunstige weersgesteldheid, tot kinderspel. Men zegt alsdan, dat dit een ras uitmaakt, dat bij alle weder goed binnenkomt, alswanneer dit goed gedrag bij alle weder eenvoudig te danken is aan hun goed gevederte. Sinds Lang geven wij onze lezers de raad hun jonge duiven en jonge duivinnen te trainen. Tot dezelfde lezers zeggen wij thans, alswanneer  na enkele tijd deze praktijk gevolgd te hebben, er in geslaagd zijt een kleine partij goede duivinnen bij de hand te hebben, schikt het dan zo, dat u deze in het vervolg verder kunt spelen. Op gebied van hokinstallatie zijn ze niet veeleisend: een klein hok met gewone toegang volstaat. Koppel ze met uw beste  jonge duivers, late of andere, die u enigszins tijdens het seizoen van op dit hok kunt trainen.
Met deze duivinnen niet af met kweken, train ze op het geschikte ogenblik, zodat u ze bij de hand hebt op het tijdstip van de grote vluchten en speel ze dan maar, eerst voorzichtig, op de grote fondvluchten. Bij gelijke kwaliteiten zijn ze in staat met de beste weduwnaars te wedijveren.
Indien u deze praktijk regelmatig uitvoert en jaarlijks uw ploeg met de beste jonge rekruten aanvult, dan zult u na enkele seizoenen over een partij bekende duivinnen beschikken uit dewelke u goede kwekers kunt halen, die op andere het grote voordeel hebben, niet aan het verzwakkende systeem van het weduwschap te zijn onderworpen geweest.

Reacties

Thanks