Zoeken

Van het einde van de rui tot aan het koppelen, de rechte weg! - Deel III

Voor alwie een duif grondig kent, hetgeen met de beste keurder het geval is, valt het niet zo moeilijk uitwendige fysieke hoedanigheden of gebreken vast te stellen.

Deze hoedanigheden werden onlangs nog door de grootste Belgische en Franse kampioenen op papier vastgelegd en zijn hoofdzakelijk de volgende: evenwicht, beenderstelsel, spierstelsel, vleugelbouw, rijkdom van het gevederte, soepelheid en vitaliteit. Het is op dit stuk dat goede keurders de taak van jonge liefhebbers en nieuwelingen, wie het nog in vertrouwen in eigen middelen mangelt, kunnen vergemakkelijken.

Maar wij zijn verplicht hieraan toe te voegen, dat jammer genoeg niet alle fysieke kwaliteiten uitwendig zijn. En hierdoor wordt de taak van alwie geroepen wordt een oordeel uit te spreken, bemoeilijkt. De inwendige organen van een duif. hart, longen, lever, klieren en andere, darmen, spijsverteringstelsel en ademhalingstelsel, enz... enz..., die alle een zeer belangrijke rol vervullen bij het volle rendement van een duif kunnen slechts min of meer nauwkeurig beoordeeld worden naar de uiterlijke tekens van de goede gezondheid, die een aan het onderzoek onderworpen duif vertoont. Dit feit alleen reeds maakt de taak van de keurder des te moeilijker en sluit elk onfeilbaar oordeel uit. Maar zelfs op dit gebied kan een zeer goed keurder, eraan gewoon alle soorten duiven te behandelen, nogal gemakkelijk het onderscheid maken tussen duiven in uitmuntende staat van gezondheid en andere, die hieraan te kort komen. Jammer genoeg beïnvloedt de onvolmaaktheid van een uitwendig orgaan niet altijd het uitwendig fysisch uitzicht en zelfs wanneer deze onvolmaaktheid van aard is alle sportieve waarde van een duif te ontnemen, dan nog valt ze niet altijd te ontdekken.

Een persoon kan in goede gezondheid lijken, alhoewel het hart niet aan vermoeidheid weerstaat of lever en darmen zeer gevoelig zijn. Een dergelijk persoon zal, niettegenstaande zijn schijnbare goede gezondheidsstaat, niettemin nooit meer dan een nul in een wedstrijd zijn. Ziedaar een eerste punt, dat de onfeilbaarheid van een prognostiek tegenstaat.

Hieruit volgt dus een eerste  besluit: zelfs indien de arbeid van een keurder, die terzelfdenijd gewetensvol, bevoegd en streng is, van aard is een kweek vooruit te brengen, dan nog mag een liefhebber, die zich tot hem om voorlichting richt, redelijkerwijze toch niet eisen dat zijn advies geen andere dan goede duiven verblijven tussen deze die hij eerst gerangschikt heeft.

Een wijs man weet altijd vraagtekens te stellen, daar waar het niet geraadzaam is met volle zekerheid te handelen. Hij weet goed, dat, ondanks al onze wensen en al onze bekwaamheid, leven en natuur niet zo vlug vorderen als de beschaving ze verwezenlijkte. De in zijn specialiteit ingemuurde geleerde, reeds hierdoor verhinderd datgene te zien dat niet in zijn enge gezichtshoek invalt, evenmin als de man van de wetenschap die het door zijn onverzettelijkheid onbewust verkeerd kan hebben, zijn in staat hetgeen onveranderlijk blijft, te veranderen.

Wij hadden het daareven over de inwendige organen van een duif, waarvan het onderzoek steeds moeilijk uitvalt. Maar er bestaat nog een tweede punt, eveneens van zeer groot belang, dat zelfs voor de meest bevoegde keurder de weg tot absolute zekerheid afsluit. Het betreft nl. de psychische hoedanigheden. Een duif kan onder alle opzichten ideaal gebouwd zijn en daarboven eveneens over een beste gezondheid beschikken, toch vormt dit alles nog het  onloochenbaar bewijs dat zij over alle hoedanigheden beschikt om een goede duif te zijn. Want indien ze naast alle andere kwaliteiten daarenboven niet eveneens de wil tot overwinnen bezit en over een snel en zeker oriëntarievermogen beschikt, dan zal ze nooit meer dan een gewone ot een middelmatige duif worden.

De rechte weg naar het hok

De verschillende Dordin-rapporten hebben het bewijs gebracht, dat duiven meestal niet langs de rechte weg terugkeren. Het is dus niet steeds de mededinger die het snelst vliegt die het eerst toekomt. Wil tot overwinnen, snel en zeker oriëntatievermogen, zijn twee onmisbare hoedanigheden voor een goed vluchter en die de beste keurder slechts kan gissen. Op dit gebied staat een liefhebber, die voortdurend met zijn duiven begaan is, die ze kweekt, bestudeert, traint en hun afstamming kent, op eigen hok sterker. Aan de beste keurder. persoonlijke waarnemingen en de mand blijven op dit punt de kostbaarste en zeker de veiligste gids. Alswanneer de verzorger van onze betreurde vriend Georges Wibail tweehonderd duiven laat vliegen, dan wil hij altijd een weddingschap aangaan, dat zijn "Petit Champion" de eerste op het hok zal zijn, eens de toegang opengesteld was. Ziedaar een voorbeeld van aanwijzing, die door  waarneming kan bekomen worden.


Pierre Dordin, Harnes met zijn verzorger

Hetgeen voorafgaat doet volstrekt niets af van een strenge selectie, verricht door de duif in de hand te nemen, nopens de klasse van de duif die men kan nagaan of aanvoelen. Er komen tegenwoordig veel te veel duiven voor, die niet lang genoeg meegaan.

Waaraan ligt de oorzaak?
Hoofdzakelijk hierin, dat de selectie reeds veel te lang en veel te uitsluitend steunt op de psychische hoedanigheden, t.t.z. op het rendement van de mand, zonder acht te geven op al de rest. Dit komt meestal voor op vitesse-hokken. Om stand te houden moet men terzelfdcrtijd intelligentie, wil en fysieke mogelijkheden vooruit helpen.

In tegenstelling met hetgeen wij hiervoor gezegd hebben, is het wel mogelijk dat een duif de rechtstreekse weg volgt en dat ze de wil heeft haar hok te vervoegen, maar indien haar krachten onderweg te kort schieten of na enkele vluchten begeven, dan is het toch helemaal geen interessant element. Een volledig slagen ligt in samengaan van deze twee grote faktoren: fysieke en morele hoedanigheden. Een speler op snelheidsvluchten bereidt zijn ondergang voor indien hij zijn kweek uitsluitend afstemt op de hoedanigheden, die de mand hem op al te korte tijd laat kennen. Duurzaamheid op lange termijn, ziedaar hetgeen zijn aan dacht moet gaande houden. Een speler op lange afstandsvluchten vergist zich eveneens alswanneer hij enkel en alleen maar bekommerd is om de uitwendige hoedanigheden, zonder acht te geven op de morele faktor en deze regelmatig na te gaan. Alswanneer dit werk toegepast en streng doorgevoerd wordt en dit gedurende jaren op duiven van goede hoedanigheid, dan zullen in een groot procent van de gevallen de volmaaktheid die we nastreven worden benaderd. Slechts deze duiven zullen overblijven, die fysisch in staat zijn te bereiken datgene wat hun intelligentie en hun wil hen oplegt.

Daarenboven zullen zij tevens gedurende verschillende jaren in de hardste wedstrijden kunnen volhouden. Wij hebben reeds herhaalde malen gezegd, dat een duif een «geheel» uitmaakt en dat de waarde van dit geheel niet categoriek uit enig kenteken of uit een of ander gedeelte van een duif kan opgemaakt worden. De beste duif is zonder enige tegenspraak deze duif die in de hoogste mate over de vereiste hoedanigheden beschikt, om snel, rechtdoor en lang te vliegen.

Vandaag de dag betwist wel niemand meer, dat de duivensport een kunst is. Jonge liefhebbers moeten ervan overtuigd zijn en moeten alles in het werk stellen om op de kortste tijd kunstenaar in het vak te worden. In alle sporttakken komen er jongeren voor en wij kennen beginnelingen uit onze sport, die na in korte recordtijd de vereiste kennis hebben opgedaan, zich onmiddellijk hebben weten op te dringen en de ouderen ter plaaste gelaten hebben. Zonder inspanning verwerft men niets en men wordt alleen specialist in zijn vak door persoonlijke arbeid. Een welslagen in de duivensport is voor alles een kwestie van evenwicht en van de gepaste middenweg. Deze gepaste middelmaat en evenwicht zijn van evenzeer belang in de kweek, tot stand komen en opleiding van een duivenkweek, als in sportmethode van voorbereiding en spel. In alle kunst gelden evenwicht en middenweg als eerste wet. De grote moeilijkheid in onze sport bestaat er juist in ze te bereiken en wellicht nog meer het handhaven ervan. Zelfs wanneer men op de hoogste trap staat van de ladder, dan nog kan de kleinste dwaasheid een val in vierde versnelling te weeg brengen. Er zijn meer dan een voorbeeld aan te halen van hetgeen wij hier schrijven. De juiste middenweg en evenwicht, die zo noodzakelijk zijn, staan in volle tegenstelling met de overdrijving.

Is het wel nodig nog meer voorbeelden aan te halen? Het merendeel van de liefhebbers die een crack bezitten of er ooit een in hun bezit hadden, zoeken maar steeds bij alle andere duiven en eisen ervan de eigenaardigheden die zij bij hun crack ontdekt hebben. Dit sluit natuurlijk hun onpartijdigheid uit en ontneemt hun oordeel elke nauwgezetheid. Duiven, zowel de extra's als de andere, zijn nu eenmaal niet alle uit eenzelfde vorm gegoten; er zijn zelfs geen twee gelijke. Ware het andersom, dan zou onze sport zeker een groot deel van zijn belang verliezen. Alle theoritici uit onze sport, die elkaar tijdens de laatste eeuw opgevold hebben, hadden de overtuiging een  opzienbarende ontdekking gedaan te hebben. Hun theorieën zijn de een na de andere op de proefbank afgesprongen. Men verkiest, men eist, men wil, dat een duif deze bepaalde vorm heeft, deze ogen, deze spieren, deze vleugel en bij een onderzoek van twintig cracks komt altijd voor, dat deze twintig minstens in een van deze belangrijke gedeelten totaal verschillend zijn.

Bestaat er wel een sport waarin de beste venegenwoordigers allen atleten zijn, met nauwkeurig eenzelfde model?
Kun je uit de vorm, de gestalte of de dikte van de benen van Zatopek, Coppi of Reif uitmaken dat ze bij een kampioen thuishoren? Is een bokser van 110 kg. met ongeveer dezelfde spieren als een bokser van 81 kg. noodzakelijk sterker in de competitie? Rik Van Steenbergen en Stan Ockers vormden in  Amerikaanse achtervolging in een zesdaagse een van de beste ploegen ter wereld. Ze pasten wondergoed bij elkaar en vulden elkaar volmaakt aan. En  nochtans lichamelijk gezien, waren het twee totaal verschillende typen. In grote vorm was Ach. Bruneel onklopbaar. In gewone conditie was hij een zeer gewoon renner. Nochtans zijn noch armen, noch benen, noch zijn handen, noch zijn intelligentie veranderd. Evenals een persoon kan een duif als atleet haar sportieve waarde halen uit de volmaaktheid, ze weze nog zo groot, van een enkel deel van haar persoon. Harmonie, ontwikkeling, volledige en gelijktijdige werking van alle organen, zowel inwendige als deze die men zien en voelen kan, maken haar tot een wonder evenwichtig vechter, in staat de grootste verrichtingen weg te geven. Maar onthoud goed indien ook maar een van deze vermogens, organen uitvalt, dan is een atleet, wie hij ook weze, niet meer tot iets buitengewoons in staat.

Laten wij in een uurwerk alle samenstellende stukken losschroeven en onderzoeken. Deze stukken hebben een verschillend belang, sommigen lijken zelfs zonder enig nut. Niettemin, indien ook maar het geringste stuk ontbreekt, dan is het evenwicht verbroken en het wonder mechanisme werkt niet meer. Tot besluit herhalen we eens te meer: nemen wij ons in acht al te vlug in iets op te gaan, wezen we op onze hoede voor overdrijving, maar voor alles onthouden wij ons van alle exclusiviteit. Dit betekent nu weer niet, dat wij de armen mogen kruisen of zo maar moeten bij neerleggen, dat onze duiven thans reeds aan hun definitieve waarde toe zijn. Neen, wij moeten voortdurend studeren en verder zoeken. Het is de grootste aantrekkingskracht van onze sport.

Maar leggen we de gewoonte af al te gemakkelijk te menen, dat wij de maan hebben ontdekt, als het nauwelijks om een vuurpijl gaat. In het zoeken naar  steeds beter, komen wij de grootste vreugde het dichtst te benaderen, die onze sport aan hen voorbehoudt die haar weten te dienen en haar werkelijk weten te beleven. Pionniers behouden onze volledige sympathie. Een breed onderzoekingsveld ligt voor hen open. Ze beschikken over alle vrijheid: zij hebben zelfde vrijheid een nieuw model te ontwerpen. Het belangrijkste, noch zij noch wij mogen het vergeten blijft de uitslag, de vooruitgang. Vriend liefhebber, onthoudt dat vooruitgang slechts zekerheid wordt alswanneer wij, om de sportieve waarde van onze duiven te verhogen, zullen weten acht te geven op alle deeltjes die het wondere mechanisme ervan samenstellen en meteen al deze elementen die de faktor rendement bepalen, zullen weten naar de volmaaktheid op te voeren. Aldus zal wijsheid ons aandeel zijn.

Reacties

Beste DM,

Wat een prachtige reportages en zeer leerzaam Smile

hello
we use from one particular method called forced moulting .
it have lots of benefits for race team.