Zoeken

Ruiproces en randverschijnselen - Deel II

Vroeger heerste algemeen de gedachte dat ruiende kippen in een goede conditie moesten gehouden worden en daarom kregen ze zoveel graan (gerst, tarwe, maïs) en weinig meel (eiwitrijk) toegediend.

De moderne inzichten hebben echter het tegendeel beweerd. Tegenwoordig geeft men weinig graan en veel eiwit. Juist het tegenovergestelde van vroeger. De oorzaak van deze ommekeer ligt in de wetenschap zoals voederproeven bij ruiende hennen en onderzoekingen van de veren in laboratoria. Veren bestaan voor een zeer groot gedeelte uit eiwit. Men ging de samenstelling van deze eiwitten na. Hieruit werd de gedachte geboren dat ruiende hennen, en dit geldt ook voor duiven dus extra eiwit nodig hebben om het verlies te compenseren. Men heeft naar aanleiding hiervan gevonden dat het opnieuw vormen van een vederpak in zekere mate beïnvloed is door eiwitrijke voeding. Want, zo werd gezegd: “een kip verliest veren waar veel eiwitten in voorkomen, dus we moeten door middel van de voeding de eiwitgift verhogen. En inderdaad bleek nu dat kippen vlugger door de rui gingen. Op deze manier kon men de ruiperiode 10 à 14 dagen inkorten”.


Een rijke ruimengeling, onontbeerlijk om een mooie rui te waarborgen.
 

Uit dit verhaal wat over kippen handelt, kan men voor de duif wel dezelfde logische gevolgtrekking halen. Het is dus voor de hand liggend dat men de duivenmengeling aan de prestaties moet aanpassen. Zal men in de winter 10% peulvruchten verstrekken, dan dient men tijdens de rui 25-30% peulvruchten te geven evenals ten tijde van de kweek. Uit die eiwitten zullen veren moeten komen en dit kan dan ook. De voeding zal ten tijde van de rui dus goed uitgebalanceerd moeten worden, d.w.z. variatie, ruim voldoende eiwit, vitaminerijk en de dieren zullen open hok moeten hebben om allerlei factoren, die we niet kennen, tot zich te nemen.
Toch schijnen naar ik hoorde duiven geen aardwormen op te pikken, dat zijn eiwitbronnen welke ze om een of andere reden blijkbaar vermijden. Nu we gezien hebben hoe we de rui kunnen beïnvloeden, vermeld ik ook even dat er dieren zijn waar de rui moeilijk gaat ofwel abnormaal verloopt. Oorzaken hiervan zijn een onvoldoende voeding ofwel onvolkomenheden hierin; dit heeft u uit het bovenstaande kunnen opmaken. Voort zijn er uitwendige parasieten die de rui inderdaad ziekelijk doen verlopen. Het afbrokkelen en kapot gaan van veren welke een dier weer tracht te vervangen, put de duif uit, maakt haar inferieur. Ook inwendige parasieten kunnen oorzaak zijn van abnormale rui en abnormale opbouw van de veren. Te kort uitgroeien waardoor men mismaakte vleugels krijgt.
Dan is er het hele arsenaal vergiften welke de veren doen uitvallen of beletten van terug in te groeien. Een kwade naam heeft Thallium, (1) dit vergif doet ook bij zoogdieren de haren uitvallen en kan een langdurige kaalheid veroorzaken. Het wordt gebruikt in muizendodende middelen. (Opgelet, als u iets tegen de muizen op het hok plaatst!).
Vatten we voor de ‘liefhebbers van korte verhalen’ ons onderwerp nog even samen, dan blijkt dat de rui veroorzaakt wordt door een complex van factoren waarbij de daglengteafname en de hormonale beïnvloeding op de voorgrond treden. Eveneens blijkt dat de mens er veel kan aan doen, nl. ruimschoots verstrekken van eiwitten in de voeding tijdens de rui, open hok en goed uitgekiende samenstelling van de voedingsstoffen geven en zorgen voor een prima gezondheidstoestand.
Het is mijn bedoeling geweest de lezers ervan te overtuigen dat het verschijnsel rui niet een ziektetoestand is maar een zuiver natuurlijk gebeuren. Dat men tengevolge van ziekte een abnormale rui kan krijgen is een bijkomstig iets. Maar daar zal de goede duivenliefhebber wel voor oppassen.

Op- en aanmerkingen

De duiven, waarbij de verpluiming volledig geschiedde, verkeren doorgaans gemakkelijk in excellente gezondheid. De liefhebber, die op het ogenblik dat de vernieuwing van de pluimen zich afspeelt, de nodige verzorging aan de duiven verwaarloost, zal het in de duivensport nooit ver brengen!
We mogen nooit vergeten, dat een uitstekende gezondheid aan de basis ligt van een regelmatige rui. Daarom moeten we al het mogelijke doen om deze gezondheid te verkrijgen en te behouden, door de duiven veel vrijheid te verschaffen en overmatig reizen en kweken te vermijden. Waar open hok kan toegepast worden, leven de duiven in de vrije natuur, genieten van de deugddoende zonnestralen, hebben veel bewegingsvrijheid en maken een uitstekende ruiperiode door.
Maar let wel, we openen de ramen pas bij mooi weer en laten de duiven nooit urenlang rondslenteren in de regen. Wie dat verwaarloost, krijgt vroeg of laat met ziekten af te rekenen. We vermijden ook angstvallig alle trekwinden op het hok tijdens de rui. Vooral bij vochtig weer of koude wind. Wie deze voorzorgen niet neemt, stelt zijn duiven eveneens bloot aan allerlei ziekten. Bovendien ruien de duiven vlugger en beter op een warm hok.

(1) Wat is Tallium?
Thallium is een metaal dat in 1861 ontdekt werd door W. Crookes. Samen met C.A. Lamy slaagde hij erin om in 1862 het metaal te isoleren. De naam thallium stamt af van het Griekse thallos, wat uitlopende twijg of tak met loof betekent. Het werd zo genoemd vanwege de groene kleur, die één van de spectraallijnen heeft. Thallium wordt gewonnen in Griekenland, voormalig Joegaslavië en Denemarken.
In het milieu komen kleine hoeveelheden thallium voor. Het wordt ook maar op bescheiden schaal toegepast, voornamelijk als rattenbestrijdingsmiddel en in de elektronische en chemische industrie.