Zoeken

Ruiperiode

Ruiperiode, vrijheid, dierbare vrijheid, de dierlijke motor.

Wat doen de duiven in vrijheid ?
Zij trekken er van onder per koppel en vervolgen hun familie, vliegen waar zij willen, volgen hun vogelinstinkt. Zij verharden in het groot onvervangbaar bad der natuur en zoeken op het veld alles wat zij nodig hebben voor hun levensonderhoud van het ogenblik, t.t.z. de ruiperiode. Deze voeding zal hen niet alleenlijk de noodzakelijke elementen verschaffen voor het behoud van het leven, doch ook voor het verwezenlijken van een volmaakte rui, voor het vervaardigen van stevige pluimen, pluimen die hen een gans jaar zullen schragen, zonder enige tekortkoming om hem leven te verzekeren en te ontsnappen aan de gevaren van het veld die altijd van alle kanten dreigen. Laat ons eerst en vooral zeggen dat de meeste granen die de duiven op het veld aantreffen niet in dezelfde STAAT zijn als deze die wij hen op het hok geven. Zij zijn van het grootste deel in een ZEKERE staat van KIEMING, doch niet alle in dezelfde staat. Sommige ver gevorderd, andere minder ver en eindelijk nog andere, juist zoals wij die zelf geven op het hok. Gekiemd of een in kieming zijnde graan, ondergaat grote veranderingen in zijn bestanddelen.

1. Er is hydrolyse van zetmeel, die des te verder de kieming gevorderd is de verteerbaarheid bevordert.
2. Het ontstaan van vitaminen door de kieming.

De duif stelt zich niet tevreden met granen te nemen doch kiest die uit volgens haar instinkt. Hetgeen wel bewijst dat de op het veld  genomen granen verschillen met deze die wij op het hok voederen.

Op een hok dat wij heel goed kennen, willen de duiven geen lijnzaad opnemen. Wanneer er min of meer wat bij hun rantsoen gevoegd werd, het blijft na iedere maaltijd altijd liggen. Wanneer nu dezelfde duiven op het veld rondlopen nemen zij er een redelijke hoeveelheid van die zij vervolgens aan hun jongen geven, zoals men het ziet aan de bek dezer laatsten na het azen. Tenslotte wanneer tijdens de kweek buiten het naseizoen en zelfs tijdens het seizoen lijnzaad aan dezelfde duiven toegediend wordt, nemen zij er geen graantje meer van. Men moet er dus uit besluiten dat het graan die wij hen geven, verschilt met dat, dat zij vinden en kiezen op het veld. Het is hetzelfde lijnzaad, doch onder een ander gedaante. Wij hebben dit voorbeeld van lijnzaad genomen, wij hadden evengoed het voorbeeld kunnen aanhalen van de gerst. Dit graangewas wordt in het algemeen niet al te graag door de duiven opgenomen. Wanneer gij een duif slacht tijdens de oogsttijd, zult gij, zolang er gerst op het veld is, er in de krop van de duif aantreffen. Dit experiment hebben wij vaak opgedaan op eigen hok en ook bij andere met wie wij over dit onderwerp spraken.
Van zodra gij ziet dat de velden naakt worden, verhoogt het rantsoen op het hok. Naast de klassieke granen vindt de duif op het veld een aantal andere granen, die wij niet kennen alsook vele andere soorten van groenten en kleine keien.
Benevens de zeer verschillende voedzame bestanddelen, vindt de duif op het veld, vitaminen waaraan zij ten alle tijde behoefte aan heeft, en vooral tijdens de ruiperiode, de kweek en de wedstrijden. Deze vitaminen zijn geen voedsel, doch dienen om het voedsel vast te zetten aan het lichaam. Zonder vitaminen is er geen opname mogelijk en een voeding zonder vitaminen is juist zoveel als water putten met een emmer zonder bodem, alles gaat er door zonder enig spoor na te laten.
Wilde vogels hebben geen vitaminen nodig want zij vinden er voldoende. De vogels die van de vrijheid niet genieten, hebben er volstrekt behoefte aan. En indien gij er hen geen toedient zal hun gestel er onder lijden. Waarom is er zulk een groot verschil tussen de pluimage van een vogel in de volière en een andere die in de vrije natuur leeft.

De dierlijke motor
De dierlijke motor is een volmaakt wezen en niemand weet sinds hoeveel eeuwen. Sedert, wie weet, hoeveel jaren werkt een mens nu om een motor te bouwen — die op verre na nog niet perfect is ? — aangezien wij weten dat een benzinemotor slechts 16,5% nuttig werk levert van zijn kaloriën. De Dieselmotor is reeds wat beter, aangezien deze 35 °/o nuttige kracht verwerkt. Dat is heel normaal, daar deze motor veel eenvoudiger is, daar hij noch bougies noch draad bevat (er is geen ontsteking). In een viertijd motor (die de meerderheid uit maakt) is er één werktijd en drie voorbereidende tijden. Deze tijd is de drukking, de samengeperste gassen zijn verbrand, de plaatsruimte gesloten zijnde is er verhoging van druk en deze slaat de zuiger met geweld naar beneden. Het is deze druk die op de drijfwielen van het voertuig werkt door tussenkomst van armen, slangen en tandwielenenz...
In de dierlijke motor gaat het heel anders. Alles gebeurt veel langzamer en voorzichtiger. Onze motor moet inderdaad langer duren en wij hebben geen vervangingsstukken, niet veel tenminste. Ons organisme hernieuwt zich bestendig, onze cellen worden verwoest en worden vervangen door nieuwe. Deze hernieuwingen geschieden naargelang de ouderdom van het wezen en de verandering is niets anders dan een onevenwicht tussen de versleten cellen en hun vervanging. Wij hebben verbazend veel cellen, naargelang de rol die zij te vervullen hebben. Er zijn beenderen, vlees, vet, pezen, haar of pluimen, merg, zenuwen, bloed. Daarbij, het vlees van de dij is hetzelfde niet als dit van het hart of de lenden. Het heeft uitwendig noch hetzelfde uitzicht noch dezelfde smaak, noch hetzelfde bestanddeel. Het dier is samengesteld uit een talrijke hoeveelheid verschillende cellen, ieder volmaakt aangepast voor de haar opgelegde rol door de natuur.. Mekanisch is het dier iets wonderbaars alsook de planten en de natuur inhet algemeen.
Indien wij zulk een verscheidenheid aan cellen hebben, dan hebben wij om deze te voeden en te hernieuwen, een afwisseling van voeding nodig, zelfs zeer afwisselend om de nodige voeding te vinden voor de verschillende cellen. En toch is het dierlijk organisme zo goed gemaakt, zo  volmaakt dat, indien er een element ontbreekt, dat het lichaam door wat men het geeft, zelf omzet in wat het nodig heeft maar uitzondering maakt voor wat de minerale elementen betreft.
Deze omzetting geschiedt toch niet zonder enig verlies aan energie. Om een materie om te zetten in een andere is er een werk vereist dat
energie vraagt.
Sommige volkeren eten bijna niets anders dan rijst, en zij leven toch. Andere mensen eten noch eiers noch vlees en ook zij leven. En toch eet iedereen onder een of andere vorm graangewassen, want de graangewassen zijn volstrekt onmisbaar. Wij hebben suiker nodig ! De andere materiën zijn plastische materialen. Zij maken het lichaam uit, doch brengen noch werk noch energie voort. Deze gekoncentreerde energie bevindt zich in de graangewassen : maïs, tarwe, gerst, haver, rogge, rijst enz.. om er slechts enkele te citeren. Deze graangewassen bevatten zetmeel, maar dit zetmeel bevat molekulen, veel molekulen, veel te veel zelfs opdat het dier deze zou kunnen opnemen en verwerken. Daarom moeten zij vooraf gesplitst worden in kleine deeltjes. Het is juist zoals men zou trachten een groot stuk steenkool in een kleine kachel aan te brengen. Onmogelijk nietwaar, voor een gewone kachel moet het stuk vooraf in kleinere stukken gebroken worden.
Het is het werk der vertering dat het zetmeel molekulen in opneembare molekulen splitst.
(*) Opgetekend bij Dr. Veearts G. Dobbels, Meulebeke.

Reacties

Wij geven in de ruiperiode tweemaal wekelijks koudgeperste lijnzaadolie over het voer. Daar hebben we betere ervaring mee dan met lijnzaad zelf, die snel aan bederf onderhevig is.

Wat is hierover uw mening?