Zoeken

Op zoek naar een prima kweekkoppel - Deel II

Wij zullen er zeker niet zo ver naast zitten, als wij stellen dat er op alle hokken of toch ongeveer, duivers en duivinnen zitten waarmee een behoorlijk kweekkoppel zou te vormen zijn.

Laten wij elkaar nochtans goed begrijpen op dat punt: daarom heeft men dat kweekkoppel echter nog niet ontdekt. Het is immers de kwestie van zoals op de Lotto te spelen.

Een voorbeeld wat dat betreft?
Enkele jaren terug raakte mijn vriend ls succesrijk fondspeler een kweekdoffer kwijt. Zo maar plots niet meer thuisgekomen. Die duiven had al zijn ganse leven bij één en dezelfde duivin gezeten, omdat hij er zeer behoorlijke prijsvliegers uit kweekte. Inmiddels moest er een duivin opgeruimd worden, die op haar beurt steeds bij dezelfde doffer had gezeten en uit dat koppel werden ook voortreffelijke prijsvliegers gekweekt.

U hebt het natuurlijk al geraden wat er toen gebeurde. Zonder veel overtuiging ging de resterende doffer tegen de resterende duivin, maar... Al wat er uit gekweekt werd, was stukken beter dan uit de voorgaande koppels. Alléén maar spijtig dat de duivin na een paar jaar aan het einde van haar bobijn was.

Gesteld dat hij dat jaren vroeger had ontdekt, dan stak de kans er volop in dat hij er een reeks kampioenen kon uit gekweekt hebben. Hij is ervan overtuigd dat er op zijn hok nog wel doffers en duivinnen rondvliegen waarmee één of zelfs meer beste kweekkoppels te vormen zijn. Het is alleen maar kwestie van de juiste combinatie te ontdekken.
Om van daaruit af te leiden dat er een serieuze dosis geluk moet aan te pas komen om een goed kweekkoppel te vinden is maar een stapje. Die ‘chance’ kan men echter een beetje in de hand werken door steeds zoveel mogelijk proefkoppels te koppelen. Het gaat immers zo een beetje als spelen op de Lotto of een pronostiek: hoe meer kolommetjes men invult, hoe meer kansen men schept om te winnen. En als men dergelijke proefkoppelingen dan nog kan uitvoeren met klasseduiven, dan verhoogt de kans op slagen zeer zeker.

Akkoord, wij hebben al meermaals weten kweken uit kampioenvliegers en dat het niets werd en dat anderzijds een reuze kweekkoppel ontdekt werd uit duiven die er als vliegers veel minder hadden van terecht gebracht. Om de factor ‘chance’ nog een beetje duidelijker te belichten, ook nog dit: men ontdekt dat een koppel kampioenen heeft voortgebracht, maar op het moment dat men tot die ontdekking komt is één van beide kwekers, soms allebei, van kant gemaakt omdat hij of zij het als vlieger niet waarmaakten.

Wat wij met dit alles een beetje duidelijker willen maken?
Dat het van het allergrootste belang is uit alle nieuw gevormde koppels minstens één afstammeling te testen. En met nieuw gevormde koppels bedoelen wij niet alleen maar oudere duiven die werden omgekoppeld, maar ook koppels gevormd met jaarlingen. Wij hebben tot dit praatje besloten door het feit dat wij een melker hoorden vertellen, dat hij nooit uit zijn vliegduiven jongen wil aanhouden. Naar onze persoonlijke smaak de grootste stommiteit die men opbrengen kan.

Bij ons gingen tien jonge doffers (nu jaarlingen) naar het weduwnaarshok. Wij zullen ervoor zorgen dat zij stuk voor stuk een volwaardige partnerin krijgen, ook allemaal jaarse duivinnetjes, die naar onze persoonlijke smaak alles hebben om goed te kunnen kweken. Uit die tien koppels zullen wij zeker van elk een koppel jongen ringen en wat behoorlijk opkomt, zal achteraf degelijk worden getest.

Verder zitten er nog enkele voortreffelijke jonge duivinnetjes die in reserve worden gehouden om er later op het jaar proefkoppelingen mee te ondernemen met enkele van onze beproefde kweekduivers. Wij zullen trouwens geen enkele kans missen om zo vroeg mogelijk aan de weet te komen of wij elementen bezitten om een prima kweekkoppel te treffen.

Reacties

希望不久后马上能读到下一部分。这真的是好像看连载小说,心中充满了期待