Zoeken

Om en bij de winterkweek - deel I

Algemeen klimaat niet verwaarlozen. Veel duivenliefhebbers zijn ervan overtuigd dat ze hun kwekers zo dicht mogelijk bij de natuur moeten houden om sterke en gezonde jongen in de schotel te hebben.

De uitdrukking “dicht bij de natuur” is feitelijk heel gebrekkig gekozen, omdat onze reisduiven lang geen echte natuurduiven meer zijn maar volwaardige, goed gevoede en prima verzorgde huisdieren. De wilde duiven zoals bosduiven en tortelduifjes zullen gedurende de winter, zoals alle andere inheemse vogels, zeker niet kweken. Door het relatieve voedselgebrek kunnen de natuurduiven zich de luxe niet permitteren. Ze vinden nauwelijks genoeg om zelf in leven te blijven, verre dus van een koppel jongen te azen.

Iedereen kent de mooie spreuk “In mei legt elke vogel een ei”. De duivenliefhebbers spreken zichzelf echter tegen wanneer zij beweren op een natuurlijke wijze aan winterkweek te doen. Winterkweek is regelrecht tegen alle natuurwetten in, winterkweek is een uitvinding van de mens, dus een gekunsteld iets. Niet alleen het voedselgebrek maar ook de zeer korte daglichtduur legt alle geslachtelijke activiteit stil bij de natuurduiven. Onze reisduif, nu sinds eeuwen een huisdier, mag en moet men soms een handje toesteken door een of ander kunstgreepje toe te passen tijdens de winterperiode.

Er zijn verschillende uitwendige prikkels nodig opdat de reisduiven tot reproductie of vermenigvuldiging zouden overgaan. De daglichtduur en temperatuur spelen een kapitale rol in het op gang brengen van de seksuele activiteiten bij de duif. Bij goed gevoede en gezonde duiven laat dit aspect zich minder gevoelen, maar om 100% te slagen met de winterkweek zal men de belichting en de temperatuur van het hok, dus het algemene klimaat, niet volledig mogen verwaarlozen.

Men kan de geslachtelijke activiteit bij de duif tijdens de maand november betrekkelijk en geleidelijk opvoeren door de gescheiden duiven twaalf tot vijftien uur kunstlicht te geven. Men kan die belichting zelf regelen en controleren ofwel met een geprogrammeerde automatische klok. Normaal zijn rond eind november de geslachtsorganen van de duiven en andere vogels in rust. De testikels en de eierstok zijn dan zeer klein in volume vergeleken met het volume van deze organen tijdens de zomermaanden. Dit is een normaal en natuurlijk fenomeen. Het langer belichten van de gescheiden kweekduiven tijdens de donkerste dagen van het jaar prikkelt via de oogzenuw een klein maar zeer belangrijk orgaantje onderaan de hersenen gelegen, de hypofyse.

Dit is de belangrijkste productiecentrale van hormonen van het lichaam. De lichtstraal valt op het netvlies in het oog. De lichtprikkel wordt omgezet in een elektrische prikkel welke via de oogzenuw de onderhersenen bereikt, namelijk de optische kernen en de hypothalamus. Dit zijn twee hersencentra dicht bij de hypofyse gelegen. Hier wordt de elektrische prikkel omgezet in een chemische prikkel, namelijk de productie van het follikel stimulerend hormoon (FSH).

Dit gebeurt in de hypofyse. Dit hersenhormoon bereikt via de bloedbaan de eierstok en de testikel. Het FSH doet bij de duivin de eicellen groeien en rijpen en het gehalte aan vrouwelijk hormoon toenemen. Bij de duiver stimuleert het FSH de spermarijping en verhoogt het gehalte aan mannelijk hormoon in het bloed. Dit tamelijk ingewikkelde proces ligt bij de natuurduiven tijdens de winter stil; dit is de geslachtsrust. Bij duiven kan men dit fysiologische proces kunstmatig op gang brengen.

Maak gebruik van de praktijkervaring van anderen

Het mislukken van koppels door uitblijven van de leg, het grote aantal klare of niet bevruchte eieren en natuurlijk de klassieke vechtpartijen tussen de moeilijkste koppels onderling zorgen elke winter voor een opmerkelijk hoog percentage afval of beter duivenmiserie. Dit percentage is merkelijk hoger op kweekhokken waar de accommodatie gebrekkig is. Met accommodatie wordt dan bedoeld de technische hulpmiddelen zoals verwarming en verlichting, welke het algemene hokklimaat verbeteren.

Het klimaat op een hok wordt bepaald door het samenspel van temperatuur en vochtigheidsgraad en dit verschilt nogal sterk van hok tot hok. Als algemene regel geldt dat een goed duivenhok droog moet zijn en dat de temperatuurverschillen tussen dag en nacht niet te hoog mogen zijn. Het duivenhok mag dus overdag geen droge en warme serre en ’s nachts een vochtige kille kelder zijn. De duiven verdragen zeer goed lage temperaturen en ook zeer hoge temperaturen, maar die mogen niet te plots komen en verdwijnen. Het is zo dat bij zeer grote koude, de gekoppelde duiven geen nest zullen maken en eieren leggen. Dit kan op sommige hokken 100 procent bij alle koppels voorkomen hoewel ze prima gezond zijn. Zulke duiven moet men onmiddellijk scheiden en tevens de hokaccommodatie verbeteren. Ofwel wachten op beter weer en dat met het ongeduld van een duivenliefhebber. Men kan die moeilijke koppels wel kunstmatig met hormonale inspuitingen op gang brengen in sommige uitzonderingsgevallen. Onze reisduiven zijn lang geen natuurduiven meer, maar volwaardige huisdieren. Kunstmatige middelen zijn hier dus zeker niet uit den boze maar wel een heilzame oplossing voor lastige problemen.

Voor sommige melkers houdt de winterkweek van het verleden niet veel prettige herinneringen in, soms voldoende reden om er dit jaar niet zo vroeg meer aan te beginnen. Dit is allesbehalve een lichtvaardige uitspraak want wij zijn er stellig van overtuigd dat de algemene tendens hier in België vrij vlug zou veranderen, moesten we nog eens van die gepeperde winters meemaken, zoals die in een ver verleden vaker voorkwamen. De reden hiervoor ligt niet alleen in het feit dat de eigenlijke kweek zelf minder vlot verloopt maar ook omdat de pas gespeende jongen in zeer ongunstige omstandigheden moeten buiten komen om de omgeving te leren kennen en de eerste vluchtjes te maken.
In Duitsland waar de winters veel strenger zijn en langer duren, wordt praktisch niet aan winterkweek gedaan. Hetzelfde kan men trouwens zeggen van onze Noorderburen. Wij zijn zeker geen tegenstanders van de vroege winterkweek, integendeel, maar deze objectieve beschouwingen kunnen toch moeilijk ontwricht worden.

Jaren geleden zagen we veel klare eieren en soms geen eieren, zelfs na drie vier weken nog geen enkel gebeuren. En dit volgens melkers mening op een doodzieke kolonie. Toch werd geen enkele ziekte vastgesteld bij die duiven. Duiven die weigeren te paren, de klassieke vechtpartijen daar nog eens bijgenomen en men mag ruw geschat van 25 procent mislukkingen spreken.

Praktijkervaring toont echter ook aan dat er mensen 100 procent geslaagd zijn, ze zijn tevreden en enthousiast. De probleemstelling ligt op tafel. Welke factoren zijn verantwoordelijk voor de mislukkingen, welke fouten werden er gemaakt en hoe kan men er op de meest rationele wijze aan verhelpen? Een goed onderwerp om een gespreksavond met open discussie mee te vullen als men maar één zaak goed in zijn hoofd prent: reisduiven zijn huisdieren en geen natuurduiven. Reisduiven zijn levende wezens met een gevoelige psychologie wat betreft variaties in spelsysteem, verhokken en veranderen van kweekpartner. Men mag het psychologische evenwicht van de kwekers niet doen wankelen door om de haverklap een nieuw systeem toe te passen. Men moet de duiven hier tegemoet komen en wel door de volgende techniek toe te passen. De jonge duivers welke op het kweekhok als nieuwkomers worden binnengebracht, worden samen met de gepensioneerde weduwnaars, dus kandidaat kwekers op het eigenlijke kweekhok bij de oude kwekers gebracht. Al die mannelijke kweekduiven moeten gedurende een langere periode kunnen wennen aan elkaar en aan het nieuwe hok. Elk moet er vrij zijn halve woonbak kunnen kiezen naargelang orde en stand. Deze aanpassingsperiode kan best geschieden gedurende de maand november, tijdstip dat de duiven gescheiden zitten. De duivers welke gekoppeld worden d.w.z. deze die een andere duivin krijgen en de jonge koppels nieuw op het hok, worden eventueel samen met de oude blijvende koppels voorafgaandelijk gedurende een paar dagen halfweg de maand november voorgekoppeld. Tijdens deze voorkoppeling of proefkoppeling leren de duivinnen hun partner, hun woonbak en hun toekomstige omgeving kennen. Er zullen zeker heel wat interessante feiten aan het licht komen tijdens deze proefperiode.
Duiven welke niet willen paren, zal men op voorhand kennen. Duivers die liever een andere duivin en woonbak opzoeken, zal men vlug onderkennen. Naar de harde vechters zal er niet lang moeten gezocht worden. Kortom al de narigheden van de eigenlijke kweekperiode zullen op voorhand aan het licht komen en aldus veel miserie voorkomen. Daarna worden de duiven terug gescheiden tot op de meest geschikte dag voor een definitieve koppeling.

Dit ogenblik situeert zich rond eind november en begin december, liefst bij mooi weer en op een vrije dag voor de liefhebber. Best is toch van er om en bij te zijn want een kwade duiver heeft niet lang werk om een duivin haar schedel te villen, men weet nooit... De weersomstandigheden op vochtige en kille hokken spelen een kapitale rol in het al dan niet slagen van de koppeling, het gelijktijdig leggen van de eieren, dus de homogeniteit van de jongen. Gedurende al deze verschillende fazen wordt best 12 tot zelfs 15 uur kunstlicht gegeven om zoals eerder vermeld de vruchtbaarheid en paringsdrift te stimuleren. De vochtigheid moet met een voor het hok aangepast toestel zo laag mogelijk worden gehouden. Dit geldt vooral voor tuinhokken.

Korte tijd voor het koppelen wordt extra vitamine toegediend. Vooral vitamine E is van belang. Dit kan zowel in het drinkwater (gedispergeerde vitamine E) als met het voeder geschieden (olieoplossing vitamine E). Deze vitamine noemt men ook wel eens de vruchtbaarheidsvitamine, dus...

De duivinnen moeten tevens extra vitamine D krijgen om de kalk voor de schaalvorming beter uit het voedsel te kunnen benutten en om aldus een normale schaalvorming in de eileider mogelijk te maken. De week vòòr het koppelen mag men eens een paar dagen extra peulvruchten voederen om de duiven wat op te hitsen. Dit noemt men “flushing” in de vaktaal. Kwekers welke bij zeer koud weer de eieren of de platte jongen te lang onbedekt laten, zodat er schade optreedt, deugen niet en moeten van het kweekhok worden verwijderd. Een echte kweekduif durft bij zeer koud weer soms nog niet van de schotel om te eten en te drinken uit liefde voor haar kroost.

Reacties

Ik heb met aandacht het bovenstaande artikel gelezen en doe het frontaal "anders" :
Nu zitten 98 duiven in twee volieres en krijgen "vollen" bak rui/standaard maar alle dagen appelazijn van carrefour auchan.

Half november twee dagen kuur cocci & twee weken later twee dagen kuur wormen.
Tussendoor blijft hetzelfde eten/drinken.

Plus/minus half december ALLES op de hokken teneinde een ronde jongen te kweken doch geen licht, goedkooptste kweekmengeling, grit metn roze vitaminesmineralen doch E-vitamines tot de leg in het drinken.

Eind januari zien we wel wie gelijk had : "ik" den armtierigen en/of "zij" de rijkaards ....

Waarom elke dag appelazijn? verder ben ik het wel met je eens.

Max,

eindelijk iemand met "kennis" van zaken die een oude arme man voor een groot stuk gelijk geeft

hoe zou u "elke dag appelazijn" corrigeren ?

met dank.

Ik deel de mening dat al het bijlichten geen enkele bijdrage levert aan de hypofyse enz. Ik heb wel het idee dat de bijnieren en de cortisonen een rol spelen in het hele belichtingsgebeuren. Dat de duiven bij een winterkweek wel moeten worden aangejaagd middels een goede voeding, supplementen en zout/mineralen. Staat voor mij buiten kijf. Maar, licht om de seksen op temperatuur te brengen, daar geloof ik niet in. Dit is meer goed voor de gemoedsrust van de kweker zelf, opdat die niet zijn duiven stoort in hun liefdespel. Want een kweker die onrust afgeeft, omdat hij de huidige duivenmode niet volgt. Die kan beter vertrouwen hebben in de gezonde verzorging die hij zijn duiven geeft: rust, ritme en regelmaat. Plus een goed hok en dito een gezonde mengeling aangevuld met o.a. de bekende supplementen en klaar is kees, zeggen ze in nederland.

PS: dat de hypofyse en pijnappelklier blijkbaar de seksen in temperatuur doen stijgen is onomstreden. Maar dat wil nog niet zeggen dat je in de winterperiode ze extra moet belichten m.a.w. het is gewoon niet nodig bij gezonde duiven en gezonde omgeving. De cortisone zie ik meer als een aanjager van de bloedsomloop en het tijdig versturen van de benodige voedingstoffen; die het mogelijk maken om sowieso een broedsel te maken...eieren.