Zoeken

Kweken is denkwerk

Laat ons nog maar eens op dezelfde nagel kloppen. Iedereen heeft tegenwoordig allicht een paar koppels die voor de kweek bestemd zijn. Al naar gelang men verder speelt zijn er meer kweekkoppels noodzakelijk.

Het is inderdaad zo dat de vitesse minder slachtoffers eist dan de fond. Anderzijds is het ook zo dat men toch gemakkelijker een goede vitesser kweekt dan een afstandvlieger. Wat de slijtage van de duiven betreft, denk ik dat de aanpak daarin een grote rol speelt. Men kan zowel een vitesser als een fondvlieger vroegtijdig verslijten. Er zijn er die in alle categorieën overdrijven. Hoe meer er van de vliegploeg geëist wordt, hoe meer er aangevuld moet worden. Om een fondklepper aan te vullen moeten meer jonge duiven gekweekt worden, dat is een feit. Op dit terrein heeft de vitesser het wel iets gemakkelijker, denk ik. Het ene geeft het andere de hand. We hebben er wat geduld mee of we willen het spel steeds maar opdrijven en er alles uitpersen. Van jonge duiven en van  jaarlingen wordt soms zodanig veel gevraagd dat zij de kans niet meer krijgen om het als volwassen oude duif te bewijzen. En dan maar kweken. Op een on geduldige manier van handelen valt een hok zeer gemakkelijk. Een successeizoen met de jonge is vlug voorbij en dan staat men daar . . . zonder een ploeg oude. Ja, het spel dat men beoogt bepaalt het aantal kweekkoppels dat er nodig is. Hoe meer de specialisatie naar de jonge duiven gericht is, hoe meer kweekkoppels er nodig zijn.

Verliest men bij deze massale kweek het selectieprincipe niet uit het oog?

Zijn al deze duiven de naam kweker waardig? Ik betwijfel het soms of er wel echte fokdieren voorhanden zijn in al die volières die wij hebben. Is het niet één grote loterij waarbij wij denken of hopen dat er uit de massa een groot lot zal verschijnen? Moet de massa kweekduiven soms niet de naam van het hok hoog houden of dienen voor de verkoop?

Echte fokdieren zijn uiterst zeldzaam weet u. Kwekers, die de naam waardig zijn, moeten regelmatig iets beters voortbrengen dan de doorsnee duiven. Een extra is het beste van het beste, dat is iets totaal anders, iets dat onverwachts uit de bus komt. Het is een samenloop van omstandigheden waarbij alle voorwaarden optimaal vervuld werden zodat de natuur een crack geboren kon laten worden. Wij kunnen niet bij voorbaat zeggen dat uit doffer A en duivinnetje B, de klasseduif zal voortspruiten waarvan wij allemaal dromen. Neen, wij moeten onze kweek tot het normale beperken en daarvoor komen al weinig exemplaren in aanmerking. De kwekers moeten samen een uiterst selectief gezelschap uitmaken, geselecteerd uit ... ja, dat is een ander paar mouwen.

Het selectieve gezelschap kan onder andere bestaan uit de volgende vogels: voor alles zijn er de duiven met een goede stamboom. De origine is een allereerste voorwaarde, dat is een niet te ontkennen feit. Het is zelfs een onwrikbare conditie om als fokdier te mogen fungeren. Op dit gebied kunnen wij niet kieskeurig genoeg zijn. Wij huldigen hierbij het principe dat goede alleen van goede voorouders kunnen voortkomen. Erfelijk gesproken is het altijd zo dat men niet kan meekrijgen als jong wat er niet insteekt bij de oudjes en de voorouders ervan. Een doelgerichte kweek kan niet zonder een minimum van stamboom tenzij we weer een gewoon lootje trekken uit de grote, massale loterij. Wij moeten toch weten waarom wij een duif uitkiezen om de soort voort te zetten. Er moet toch een reden zijn, een erfelijke reden op de eerste plaats. Is er nog een stuk palmares bij dan is dat een troef extra in de hand. Is het een zoon of dochter van een goede vlieger, dan is dat een even goede troefkaart. Is het een kleinzoon of dochter van een zeer goede, des te beter. Alles is goed met goed bloed.

Altijd maar die afstamming. Ja kijk, daar blijf ik bij. Eerst de origine, dan uitslagen erbij en op de laatste plaats slechts het keuren in de hand. Mooi is zo verradeli jk! Er zijn zoveel mooie meisjes maar goede kweekmoedertjes, dat is een andere soep. Een mooie stamboom is altijd een stevig houvast. De beste vorm van waarborg boven al de rest. Dan zit er ten minste in wat wij verlangen te bereiken. Ik kan niet genoeg uw aandacht vragen voor de niet te beschrijven waarde van de afstamming. Hoe meer wij daar van afweten, hoe meer en hoe beter wij voorgelicht zijn over de mogelijke nazaten, over de mogelijke kansen, over de koppelgenoot die er goed bij zou kunnen passen.

Kweken is ook koppelen

Mijn beste duiven hebben, toevallig of niet, de beste stamboom. Daarnaast is er het palmares of de gewonnen prijzen van de duif in kwestie. En nogmaals niet alleen van de vader of de moeder maar van de gehele naaste familie.

Als onze gereputeerde fokstier over dit alles beschikt en hij heeft toevallig ook zelf zijn best gedaan, ja dan is praktisch alles present wat wij als topeis stellen. Dan verbeteren onze kansen niet onaanzienlijk. Dat zijn natuurlijk grote uitzonderingen en het is niet voor iedereen weggelegd om dergelijke dieren aan te schaffen. Daarom nog maar een keer het belang van de familie. Er zijn daar wel nauwe familieleden waaruit wij ons misschien iets kunnen aanschaffen, veroorloven, permitteren. Toch ziet u wederom dat wij altijd in hetzelfde straatje terecht komen. Als ik u tenminste niet ga vervelen met mijn stamboom, met die belangrijke familiebanden, bloedverwantschap of zoals u het wilt noemen. Ik spreek hier natuurlijk niet van een familielid uit het zevende knoopsgat, zoals men dat bij ons wel eens pleegt te noemen. Neen, niet zoals de nicht van de schoonvader van mijn tante, enzovoort ... Ik zou nog willen gaan tot aan de tweede graad, tot kleinzoon of kleindochter, tot zoon of dochter uit een zus, maar niet verder. Ja ja, alle duiven kunnen jongen  voortbrengen, alle koeien geven jaarlijks ook een kalf . . . maar eentje die op haar beurt veertig procent vet op de melk zal geven is al een ander pakje boter. We moeten een streefdoel hebben. Een boogschutter moet het aandurven om naar de gaai te mikken, of niet soms. De verrassingen zijn nooit uit de lucht gegrepen, dat is ook goed.

De extra doffer als u die hebt, die krijgt een drietal goede wijfjes per jaar, en u kan er wel eens een koppel eitjes van onderleggen, wie dat kan staat natuurlijk met meer garanties in zijn handen. Kweken vraagt een totale inzet van de liefhebber. Het is een heerlijk tijdverblijf, de mooiste hobby voor mezelf. Het is allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan. Toch moeten wij jaarlijks een poging wagen om het beter te doen.

Beter gaat niet met de massa

Beter lukt niet lukraak. Beter is een stukje denkwerk. Als u twee duiven laat paren, koppelt u niet die twee exemplaren maar ook alle voorouders ervan, een heel geslacht met alle er aan verbonden eigenschappen en gebreken. De natuur is nu eenmaal zo dat de gebreken nogal dikwijls eens beter bij mekaar passen dan de kwaliteiten. Het is om die reden dat de beste duiven nog steeds een reeks minderwaardige of toch een aantal mindere exemplaren geven, als dit niet zo was was het al te gemakkelijk. De natuur is niet vrijgevig met extra's. De natuur wil steeds nivelleren naar de middelmaat toe, naar gelijke merels.

Als u geen goede fokstier hebt dan geef ik u als raad om uit al uw merels te kweken en om u een reeks eieren aan te schaffen of late jongen uit een goed kweekhok.