Zoeken

Het boekje of de computer om te weten wat je op het hok zitten hebt: het maakt allemaal niets uit

Bijlange geen nieuwigheidje waarover wij het dit keer even hebben willen. Het is echt niet alleen uiterst interessant maar noodwendig over zoveel mogelijk détails op de hoogte te zijn nopens alle duiven die momenteel op eigen hok een onderkomen krijgen.

Ook over ouders en voorouders. Kortom over hun afkomst, in ons duivenjargon betiteld als ‘origine’. Vandaar dat afzonderlijke steekkaarten, van duif tot duif, van zo een groot nut zijn voor de melker. Veel zaken, zoals de afkomst van de duif in kwestie, de geboortedatum en alle van belang geachtte dingen, vanaf de geboorte. Later moet dit natuurlijk allemaal aangevuld worden met de gevlogen prijsvluchten en de resultaten ervan, plus het aantal deelnemende duiven, de minuutsnelheid, het weertype (zeer belangrijk!). Misschien ook de gewonnen geldprijs, hoewel dit laatste zuiver sportief bekeken van minder belang is. In onze ogen althans, want een duif die maar tot 50 miezen wordt ingezet, kan bezwaarlijk tot 1000 winnen en…van dat tot 1000 winnen, daar zijn wij ook al heel lang van thuis gekomen en dat imponeert ons al lang niet meer. Maar kom, blijven wij terzake en leggen wij er nogmaals de nadruk op dat het van enorm belang is er een steekkaartensysteem, al dan niet op computer, op na te houden.



Eind 19e, begin 20e eeuw werd al veel aandacht besteed aan het bijhouden van de stamopbouw

Een dergelijk fichensysteem geeft het ganse jaar door immers een pak uiterst interessante aanwijzingen. Ook bij de eindeseizoenselectie komen die gegevens zeer goed van pas. Vooral als er over doorhouden of opruimen van sommige twijfelaars beslist moet worden.

Met de bewezen goede en de bewezen slechte heeft men bij selectie feitelijk geen enkel probleem. Zoveel te meer echter met de twijfelaars! Aan de hand van een nauwkeurig bijgehouden steekkaart, waar men alles zwart op wit kan overschouwen, staat men soms verbaasd te gapen over de prestaties van sommige duiven. Men vindt er immers steeds opnieuw die beter gepresteerd hebben dan men op het eerste zicht dacht, terwijl er dan weer anderen zitten die het er veel minder knap hebben afgebracht dan men geneigd was te denken. Dat heeft bij ons althans voor een niet gering stuk te maken met persoonlijke sympathie of antipathie tegenover die duif.

Men heeft het voor zekere duiven en men herinnert zich praktisch alleen maar de goede prestaties. Voor een duif heeft men het om een of andere reden veel minder (bij ons staat een schuwe altijd op een slecht blaadje!) en dan wordt een misser veel zwaarder aangerekend dan voor die andere. Met de steekkaart in de hand, na afloop van het vliegseizoen, kan er echter geen sprake zijn van sympathie of antipathie tegenover bepaalde duiven. Het staat er immers allemaal zwart op wit. Missers en goede prestaties door elkaar. Cijfermuziek dat niet liegt dus!

Aan de hand van die steekkaarten is het ook een klein kunstje een puntenklassering op te maken van elke duif afzonderlijk. Wij maakten elk jaar een soort algemene klassering van de vliegers aan de hand van de verder geciteerde gegevens. Op onze steekkaarten werden volgende gegevens per kolom ondergebracht: datum, lossingplaats, aantal duiven, behaalde plaats omgerekend op 100 duiven, minuutsnelheid, weertype en voor nestduiven de neststand. Het vakje voor de behaalde plaats omgerekend per 100 duiven is, naar onze persoonlijke smaak, van enorm belang. Op die manier krijgt men immers een veel duidelijker overzicht der geleverde prestaties.

Ten titel van inlichting voor wie het eventueel niet zou weten, die omrekening van de plaats per 100 duiven is een doodeenvoudige regel van drie. Zo een duif die de 20e prijs wint in een prijsvlucht van 1000 duiven krijgt, in het vakje per 100 duiven het nummer twee. Duiven die missen in een prijskamp per drietal krijgen het nummer 34 voor die vlucht, per tweetal een 51 en waar het per viertal gaat het cijfer 26. Als men dan einde seizoen de cijfers van het vakje per honderd duiven gaat optellen en men deelt de som door het aantal gevlogen vluchten, dan krijgt men de gemiddelde plaats en hoe lager dat getal hoe beter die duif heeft gepresteerd.

Met de meeste duiven computerprogramma's worden deze coëfficiënten bliksemsnel gerangschikt. Op die manier is het zeer eenvoudig een algemene klassering op te maken van alle vliegers op het hok. Het spreekt voor zichzelf dat de liefhebbers, die een computer bezitten, bijlange zoveel cijfer- en schrijfwerk niet meer te doen hebben. Er zijn momenteel op de markt tal van gebruiksvriendelijke duivenprogramma’s, die na het ingeven van de gegevens zelf de berekeningen, klassementen, stambomen, enz. berekenen en opslaan. De liefhebber heeft nog enkel een toets van het computerklavier in te drukken en alle gevraagde gegevens komen te voorschijn.