Zoeken

Familiekweek bestendigt de kenmerken

Familiekweek bestendigt de kenmerken: het wordt beoefend met volmaakte duiven, die de liefhebber tenvolle voldoening schenken; het laat toe een ras tot stand te houden, of juister een zuivere lijn in de afstamming.

Kruising dient om het bestaande te verbeteren, door toevoer van nieuw bloed of door het aanbrengen van een onbekende hoedanigheid. Vereniging van twee aan elkaar vreemde duiven brengt nogal dikwijls vermeerdering van vitaliteit en dynamisme mede. Een echte liefhebber moet jaarlijks de grootste zorg besteden aan het koppelen van zijn duiven, zodat bij elk kweekseizoen zijn teelt erop vooruitgaat. Dit vraagstuk mag niet aan het toeval worden overgelaten.

Alwie erin slaagt, zonder toeleg en zonder precies te weten wat hij wil en toch er toe gekomen is enkele goede duiven te kweken, gaat meestal niet lang mede. Om goed speler te zijn en te blijven, moet men jaarlijks  jongen inkweken die beter zijn dan de ouderen. Slaagt u daar niet in, dan zal uw gebuur beter slagen en binnen 2 a 3 jaar zal hij u verslaan, want  hij zal vooruitgang gemaakt hebben en u zult ter plaatse gebleven zijn. Zowel in de duivensport als op eender  welk ander gebied, gaat het om  een ontegensprekelijke wedloop naar vooruitgang.

Wie niet vooruit gaat, gaat snel achteruit

Dikwijls wordt onze voorkeur gevraagd tussen familiekweek en kruising. Onze opvatting op dit stuk hebben wij in de ondertitel van dit hoofdstuk weergegeven. Wij kunnen echter deze vraag niet eens voor goed beantwoorden: onze voorkeur kan verschillen naargelang het hok waar wij ons bevinden. De twee stelsels kunnen zelfs met dezelfde duiven goede uitslagen bieden. Laten wij de overige punten niet uit het oog verliezen, dat de tijd waarin we nu staan, naar de volle betekenis van het woord, geen zuivere kruisingen meer kunnen voorkomen. Een reisduif, zoals we ze nu kennen, maakt een ras uit in hetwelk min of meer verschillende lijnen voorkomen. Deze aanvankelijke verscheidenheid geraakt min of meer opgenomen: zowel de Luikse als een Antwerpse duif vertonen hun uitgesproken eigenaardigheden niet meer zo in dezelfde mate als 50-60 jaar geleden.

Wij kunnen dus nog slechts spreken over kruising tussen verschillende bloedstromen. Niettemin kunnen wij de geijkte uitdrukking verder aanwenden. Voor  talrijke liefhebbers maakt familiekweek de gemakkelijkste oplossing uit. Men maakt de waardeschaal van het eigen hok op, zonder ook maar in het minst acht te geven op de mededinger. De beste duiven uit de partij worden goede duiven genoemd, zelfs indien ze nooit in een ernstige wedstrijd een kopprijs hebben behaald, ze worden beoordeeld ten opzichte van hun ploegmakkers. De volgende kweek wordt op op deze elementen gesteund, die alleen ingevolge een al te grote inschikkelijkheid van de eigenaar als goede duiven worden aanzien. Men laat de andere duiven, die vanzelfsprekend nog van geringere kwaliteit zijn, geleidelijk uitvallen; na enkele jaren zijn alle duiven uit de kolonie aanverwant. Ziedaar hoe talrijke liefhebbers te werk gaan en de familiekweck als het ware, zonder ernaar gezocht te hebben en zeker zonder er zich rekenschap van te geven, beoefenen.

In dergelijke omstandigheden moet familiekweek een hok zeker naar het verval leiden, want de mooiste vrouw ter wereld kan niets meer aanbieden dan hetgeen ze heeft. Er bestaan 98 kansen op 100 dat de middelmatige hoedanigheden waarmede men begint, nog afnemen naargelang de kruisingen binnenin de kolonie verder doorgaan. Het kan best, dat de duiven van het vijfde of zesde geslacht mooier zijn dan deze uit eenzelfde familie die hen zijn voorafgegaan, maar meestal zal het rendement verminderd zijn in dezelfde mate als dat elke koppeling uit eenzelfde familie aan vitaliteit doet inboeten. Deze al te  eenvoudige wijze van familiekweek mag de aandacht van een verwittigd liefhebber niet weerhouden. Het is hier wel op te merken, dat de duiver wier vitaliteit door dergelijke onderlinge kruisingen verminderd werd, bijzonder geschikt zijn voor kruisingen en dat nieuw bloed hen er zeer vlug bovenop helpt. Hoe dan ook , en hetgeen hier nu volgt geldt evenzeer voor alwie op een basis van extra vertrekt, het blijft steeds uiterst gevaarlijk zich te laten in verleiding brengen door het gemak van het systeem, dat wij zopas uiteengezet hebben. In een goed geleide kolonie moeten steeds twee tot drie verschillende bloedlinies voorkomen; men behoudt de uitgangslinie zuiver door familiekweek en toevoeging van duiven uit eenzelfde bloed, maar elders gekweekt en men kruist regelmatig de afstammelingen ondereen. Op deze manier en mits de basis op gestelde tijd versterkt wordt, bestaat de mogelijkheid lang mede te gaan en er is slechts een strikt minimum import van vreemde lijnen, echter uit eenzelfde bloed, vereist.

Men kan dan evenzeer rekenen op de voordelen die beide stelsels bieden:
      1. Door familiekweek blijft de basis gaaf behouden.
      2. Men beschikt over duiven die zich zeer goed tot kruising lenen.
      3. Regelmatig profijt halen uit heilzame vernieuwingen, die door vreemd bloed, maar dat de kweker bekend is, aangebracht worden.
      4. Volledige kennis van verwantschap en mogelijkheden van de verschillende linies, die er als het ware slechts een enkele uitmaken.
      5. Medegaan zolang de loopbaan van de liefhebber kan duren.

In de duivensport is de vertrekbasis van uitzonderlijk belang. Men blijft vasthouden aan middelmatige duiven en men blijft hopen er te kunnen goede  uit  kweken, precies alsof men uit een kei bloed kan trekken.

Talrijke liefhebbers beweren niet in de mogelijkheid te verkeren juist die goede duiven aan te kopen, die hen moeten in staat stellen uit het slop te geraken.  Maar diezelfde liefhebbers voederen, zonder enige kans op succes, dertig tot veertig duiven, die ze dan nog opleren en spelen en steeds zonder succes. Wij  stellen hen de vraag, of het geld dat ze nuttloos aan voedsel, onderhoud en training van hun minderwaardige duiven besteden, hen niet op korte tijd in staat zou stellen twee of drie koppels die ze, zoals wij uiteengezet hebben, als basis nodig hebben, aan te schaffen.

Wij stellen een einde aan onze uitleg, want we zijn er niet zo zeker van dat we niet eens te meer in de woestijn gepredikt hebben.