Zoeken

Elke duif heeft haar eigen ruiritme, meer over het baden

Over dit onderwerp werd al heel wat geschreven en worden wij nog regelmatig vragen gesteld. Het is inderdaad zo, dat de ene duif rapper ruit dan de andere. Sommigen beweren zelfs, dat vooral de fondduiven trager ruien dan de vitesseduiven. Anderen zijn van mening dat vlotte ruiers slappe duiven zijn.

De meeste opvattingen desbetreffend berusten echter op veronderstellingen zonder enige vorm van bewijskracht. Men verliest uit het oog dat ruien door verschillende zaken kan beïnvloedt worden. Een ervan heeft te maken met de koppelingsdatum en de manier waarop de duiven op weduwschap worden gebracht.
Duiven die in november herkoppeld werden en nadien twee nesten achter elkaar mochten grootbrengen, zullen veel sneller ruien dan deze die op dezelfde datum gekoppeld werden, doch op het eerste nest weer gescheiden werden voordat er een tweede maal werd gelegd.
Zo zijn er verschillende fondspelers die vroeg kweken, doch zodra de jongen 14 dagen oud zijn, worden de duivinnen weggenomen. Begin april worden die duiven dan terug herkoppeld en na enkele dagen broeden (maximum 8 dagen) terug gescheiden.
Op deze wijze zal het ongeveer half juni worden voordat de 1e slagpen zal uitvallen.
Duiven van hetzelfde ras en op dezelfde datum gekoppeld, doch die twee nesten achter elkaar mochten grootbrengen, zullen er dan hun derde of vierde slagpen al uit hebben. Dus deze laatste zijn dan de vlotte ruiers en de eersten de trage.
Sommigen leiden hieruit af dat die fondvliegers de trage ruiers zijn, doch in dit geval heeft het met fond of vitesse niets te maken, maar wel met de voorbereiding tot de verschillende prijsvluchten. Deze die twee ronden lieten kweken en op het derde broed op weduwschap brachten, hebben de weduwnaars in de maand april al in volle forme. Eens half mei zijn hun beste pijlen al verschoten. De meeste vitessespelers stoppen hun oude duiven dan omdat zij ondertussen volop met de jonge duiven bezig zijn.
De fondspelers echter beginnen hun oude duiven dan pas te spelen. Zij streven er naar hun duiven in forme te krijgen tegen half juni, omdat dan hun mooiste vluchten op de kalender staan. De mooiste fondvluchten heeft men namelijk van half juni tot einde juli. Er zijn duiven die half juli nog maar twee pennen kwijt zijn. Dit tengevolge van de speciale voorbereiding doch niet omdat zij tragere ruiers zijn dan deze van de vitessespelers, die ondertussen vijf tot zes pennen lieten vallen. Het is een vaststaand feit, dat een weduwnaar die zijn vijfde pen liet vallen, zijn beste vliegconditie achter de rug heeft.
Er zijn echter nog verschillende oorzaken op het al dan niet ruien. Hoe warmer de hokken en hoe meer er met kunstlicht gewerkt wordt, zal eveneens de duiven rapper doen ruien, terwijl iedere aantasting van ziekte het ruien doet vertragen. Maar toch is het een feit dat in dezelfde omstandigheden verkerende duiven, toch verschillende ruiers kunnen zijn.


In volle rui: alle dekveren zijn gestoten

Een mooi voorbeeld desbetreffend heb ikzelf meegemaakt.
Wij laten het hier volgen:
In 1985 kreeg ik een koppel septemberjongen van Herman V.D.Broeck uit Berlaar. Eén dezer jongen, die ik wegens de licht rode kleur het “Vaalke” noemde, ruide datzelfde jaar vier pennen. Zijn nestbroer, een donkere die ik “De Zwarte” noemde, ruide geen enkele pen. Wanneer ik de algemene zifting wou gaan doen, bleek een zogenaamde gelegenheidskeurder uit mijn gemeente, het "vaalke” aan de top van de ter doodveroordeelden te hebben gezet. Als reden: dat is een slappe duif want zij ruit veel te vlug. De “Zwarte” stond bij zijn favorieten.
De gelegenheidskeurder trok kwaad de deur achter zich dicht, toen ik hem verklaarde dat het “Vaalke” ondanks alles zou behouden blijven. Als jaarse duif werden beiden gelijktijdig afgericht. Geen van beiden kwam ooit op tijd en bij de volgende zifting stonden beiden op de zwarte lijst. Toen maakte vriend Raymond Van Steenberghe er mij gelukkig attent op, dat het “Vaalke” een ware klasseduif was en ik ze als tweejaarse maar eens moest klaarmaken voor Bordeaux. Omdat het op één duif meer of minder dan ook niet aankomt, behield ik ook de “Zwarte”, de nestbroer van het “Vaalke”.
In 1987 werden beiden op een zondag in mei zonder veel verwachting gespeeld uit Noyon. Uitslag: het “Vaalke” won de 2e prijs en de “Zwarte” de 5e prijs. Datzelfde jaar won het “Vaalke” nog 4 maal per tien in Hafo Lier en Union Antwerpen, om de kroon op het werk te zetten met de 19e prijs nationaal Bordeaux. De “Zwarte” won van tijd tot tijd nog wel eens prijs, maar een uitschieter was er niet meer bij. Hier kan dus geen sprake zijn van verschillend ras want beiden kwamen uit hetzelfde nest. Zij bevonden zich op hetzelfde hok, zodat dit ook geen oorzaak kan zijn dat de ene zoveel sneller ruide dan de andere. Dat de rappe ruier hier de beste vlieger werd, zal met dat ruien waarschijnlijk niets te maken hebben gehad, doch eruit afleiden dat het een zwakkeling was, gaat evenmin op.
Bij Jos De Swert uit Kessel maakten wij een ander voorbeeld mee. Een van de beste vliegers, een blauwe-witpen, bleef na de grote rui op vier oude staartpennen staan en het merendeel der liefhebbers oordeelde dat die duif als vlieger haar beste tijd had gehad. Wanneer wij ze onderzocht hadden en als favoriet aanwezen voor het volgende seizoen, wees Jos ons op de vier oude staartpennen. Het feit dat die duif zo een perfecte keel had en verder zo fijn in de pluimen zat, was oorzaak dat wij onze zienswijze niet wilden veranderen.
Wij hadden nogmaals geluk, want het jaar daarop vloog die blauwe-witpen zijn beste seizoen bij elkaar. Deze twee verschillende gevallen van ruiproblemen bewijzen nogmaals wat een massa onzin door sommigen wordt uitgebazuind. Veel liefhebbers vertellen zaken, die hen door anderen verteld werden doch waar zijzelf geen ondervinding van hebben. Dit heeft voor gevolg dat er een massa ongerijmdheden nog altijd als evangelie wordt aangenomen. Veel goede raad (?) moet men dikwijls met een korreltje tot een hele kilo zout nemen, zoniet verdwaalt men in het bos van de fantasietheorieën. Eens daarin verzeild kan men er moeilijk tussenuit komen en dit belemmert u de weg naar het succes te vinden.
Wie kampioen wil worden mag zich niet te veel nonsens laten wijs maken. Men moet altijd trachten met zijn twee voeten op de grond te blijven. Een beetje logisch denken kan u daarbij aanzienlijk helpen. Dat men van vlot of traag ruien gaat afleiden dat het slappe ofwel sterke duiven zijn, of dat het vitesse- of fondduiven zijn, lijkt mij wel ver gezocht. Ik geloof daar niet in.                                                                                                          

Het baden

Om een gezonde reisduifte bezitten, wordt vereist, dat ze wekelijks een vrij bad kan nemen.
In de warme zomerdagen is het wenselijk, dat men ze gelegenheid geeft om tweemaal per week te baden. Wanneer de duif voelt, dat het baden haar niet bevalt, zal ze er vanzelf van afzien: Integendeel, als ze er zich goed bij voelt, zal ze zelfs in de loop van de dag, tweemaal een bad nemen.
Vergeet niet, dat het baden de organen van de duif versterkt en alle vuiligheid aan poten en pelletjes op de borst doet verdwijnen.


Kuieren in de zon na een lekker bad

Reacties

Ik vind deze artikels steeds leuk om te lezen.

Groeten
Luc Klaps

er zouden nog meer van die artikels moeten verschijnen ,jonge liefhebbers hebben er een boodschap aan

groeten patrick