Zoeken

Een vorm van selectie: groten wijzen de weg - deel III

In het boek “Geschiedenis van de Belgische Duivensport”, Deel I, door Jules Gallez staat op bladzijde 78 iets meer te lezen over de hoedanigheden van de duiven van de destijds wereldberoemde kolonie Huyskens-Van Riel.

Wij citeren: “Hoe deze duiven er uit zagen? Middelmatig toch stevig gebouwd, vormden zij een stevig geheel. Het waren goed gespierde vogels zonder nochtans overdreven dik of zwaar te zijn. De vleugels waren in evenredigheid tot het lichaam doch vooral niet te groot, daar hielden Huyskens-Van Riel niet van. De ogen blonken alsof zij met een laag vernis overgoten waren. De kelen waren perfect, duiven met zwakke kelen werden er niet geduld. In één woord, zij hadden de kwaliteiten welke alle andere goede rassen bezitten.”

In een nummer van “De Sportduif” van 27 september 1949 lezen wij in een reportage over Huyskens-Van Riel, dat de duiven er regelmatig gekeurd werden door Raymond Van Steenberghe. Wie deze laatste ooit bezig zag of zijn boekje ‘Word keurder op eigen hok las’, weet dat het vooral de kelen en de spieren zijn, die op de eerste plaats in aanmerking komen. Hij kent eveneens veel waarde toe aan fijne pluimenkwaliteit. Dat zoveel jaren geleden tenoren als Huyskens-Van Riel al veel waarde schonken aan het keelonderzoek stemt tot nadenken. Wanneer wij even veel jaren geleden voor onderzoek naar de huisarts gingen, keek ook hij langs onze ver geopende mond naar onze keel. Als wij nu bij de arts komen doet hij ondermeer net hetzelfde. Hij heeft er nu zelfs een speciaal lampje voor. Wij vragen ons gemeend af waartoe die artsen dat doen, als er toch niets in een keel te zien is zoals sommigen nog durven te beweren.


Het prachtige hok van Huyskens-Van Riel, Ekeren-Donk waarvan sprake in dit artikel.

Remi Hoebrechts uit Hoeleden, nationaal kampioen grote fond 1993, schenkt ook bijzonder veel aandacht aan de keel van zijn duiven. Zijn opvolgers in het kampioenschap, Nouwen-Paesen uit Grote Brogel, onderzoeken al jaren lang vrij regelmatig de keel van hun duiven. Ex-kampioen van België, Victor Cristiaens uit Humbeek, zegt: “Een goede duif heeft een goede en een slechte duif een slechte keel.” Persoonlijk zouden wij het anders stellen: “Alle goede duiven hebben een goede keel, maar alle duiven met een goede keel zijn nog geen goede duiven. Dus bij de goede kelen vindt men nog veel slechte duiven.”

Slechte kelen wijzen in ieder geval op sleet of een wankele gezondheid. Op hokken waar men veel slechte kelen aantreft, wordt steeds voor een groot percentage aan afval gekweekt. Zelfs uit koppels die beide een perfecte keel hebben, bekomt men een deel dat niet voldoet aan de gestelde eisen. Wie zijn kolonie in stand wenst te houden, zal er goed aan doen de slechte kelen regelmatig te verwijderen.

Duiven die aanvankelijk een goede keel hadden, kunnen na verloop van jaren een slechte krijgen. Zo zagen wij al veel jonge kampioenduiven, die na het vluchtseizoen een slechte keel hadden. Nooit hebben wij het meegemaakt dat zij later goede vliegers of kwekers werden. Wanneer wij een duif van 10 jaar of ouder in de hand krijgen, zullen deze negen op tien een goede keel vertonen. Eens dat men bemerkt dat het keeluitzicht slechter wordt, zal men eveneens vaststellen dat de afstammelingen niet meer zijn zoals voordien. Om met kennis van zaken een keel te beoordelen, moet men wel voldoende ervaring hebben opgedaan. Het is moeilijk om bij een eenmalige controle een juist oordeel te vellen. Hoe dit komt? Er zijn verschillende oorzaken die het keeluitzicht kunnen beïnvloeden. Wij citeren: te vet zitten, tijdelijk aangetast zijn door een parasitaire ziekte, duivinnen die met eieren of kleine jongen moeten komen. Met het verdwijnen van dergelijke oorzaken verdwijnen ook meestal de slechte kelen. Dus vooraleer een beslissend oordeel te vellen, moet men zeker zijn dat een slecht uitziende keel van bestendige aard is. Het is dus nuttig van een lijst aan te leggen waarop men op verschillende tijdstippen het keeluitzicht noteert. Wanneer men na het vluchtseizoen vaststelt dat een duif steeds een perfecte keel vertoonde terwijl een andere wisselvallig ofwel altijd slecht uit de keuring kwam, zal men snel merken uit welke groep steeds de goede en de slechte kwamen.

Dus keelkijken is zeer nuttig op voorwaarde, dat het gedaan wordt door ervaren personen. Wie er nooit naar kijkt, zal er inderdaad niets in vinden en aan beginnelingen wordt voorzichtigheid aangeraden. Het open sperren van de bek vergt eveneens wat vaardigheid. Men moet het steeds zeer kalm en voorzichtig doen, dus nooit met geweld willen forceren.

Reacties

what is the secret to the throat? how can i find out?