Zoeken

De zichtbare, goede kwaliteiten van een duif: de mening van Gerard Vanhee (Wervik, BE) - opgetekend in 1973 - deel I

Teneinde de zichtbare goede kwaliteiten van een duif met zekerheid te kunnen bepalen, moeten wij ze ter hand nemen en haar lichaamsbouw onderzoeken. Dit heeft zijn groot belang zowel voor de kweek- als voor de vliegduiven.

Vooreerst een zeer ernstige bemerking :
Teneinde succes te hebben in kweek- en vliegperioden is het van het allergrootste belang eerst de gezondheidstoestand van de duiven te onderzoeken. De gezondheid van de te onderzoeken duiven is meer waard dan eender wat anders. Houdt dus handen af van duiven die in een twijfelachtige of wankelbare gezondheid verkeren. Wanneer ge terechtkomt op zulk hok, zeg dan aan de eigenaar dat ge een volgende keer terugkomt.

De lichaamsbouw

De kop van een duif moet niet noodzakelijk groot of klein zijn, maar de hoedanigheden bezitten van een stam. Bij Vanhee ontwaart men op de kweek- en vlieghokken zeer weinig duiven met een dikke kop. Het zijn eerder kleine kopjes, omdat ze uit zulke stammen werden gekweekt, de oude stam Bekaert - Commine — vervolgens Huyskens-Van Riel, Stichelbaut, Cattrysse, Janssen.

De oude Cattrysse-soort was een voorbeeld van kleine koppen. Het oog dicht bij de schedel en dicht bij de spleet van de bek. Wanneer nu de duif ter hand genomen wordt en tegen de borst wordt gehouden, bemerkt ge onmiddellijk en tergelijkertijd de twee pupillen zonder dat daarom de kleur van de ogen kan vastgesteld worden. De vorm van de kop speelt geen belangrijke rol. Een platte kop of een zogenaamde "palingkop" naar standaardtype. Het hangt dus af uit welke geteelde stam de duif afkomt.

Nochtans mag het deel boven de ogen niet te plat zijn en wanneer wij daar even over platte koppen schreven, dan wordt bedoeld de platte kant die van de voorkant van de schedel naar beneden loopt.

Het geheel van de kop moet zekerheid bieden dat er vooraan genoeg ruimte is voor de hersenen en de ogen er goed ingesloten zitten, zoals beschreven, die trouwens een goede en snelle oriëntering mogelijk maken.

Duiven met uitpuilende ogen worden niet geduld. De bek van de duif moet goed gesloten zijn, want ook dit heeft zijn belang. Wanneer de bekspleet niet goed of onvoldoende gesloten is, wijst dit dat er iets  met haar gezondheid hapert, wij bedoelen de luchtwegen.

Bij een gezonde duif ziet men nauwelijks de oren. Zij zijn bedekt met zeer kleine pluimpjes die als gestreken boven de oren liggen. Een duif op rust met rechtstaande pluimpjes boven de oren zal u aantonen dat er iets niet in orde is. Dergelijk verschijnsel zien wij vaak wanneer de duif van de wedstrijd terugkeert, maar eens hersteld van de krachtinspanningen is er binnen een paar uren nog nauwelijks iets van te zien.

Van iemand die jaren aan een stuk zeer sterk met duiven presteert is men altijd geneigd geweest te zeggen : « die man weet meer over duiven dan een doodgewone melker ! » Gerard Vanhee wordt onder deze kategorie gerekend en het is zo dat hij soms te vaak, grote verplaatsingen moet doen om een vriend te helpen zijn duiven te ziften en de overblijvende te koppelen.

In Zuid-Afrika, waar hij voor drie weken op bezoek was, heeft de kampioen uit Wervik gelegenheid te over gehad om honderden duiven te hanteren. En waar hij duiven hanteerde, kreeg hij altijd dezelfde bemerking : « ge kijkt zo weinig naar de ogen en stelt U dan geen belang in sommige kleuren ? »

Nog te veel liefhebbers zijn de mening toegedaan dat de ogen een welbepaalde kleur moeten hebben om een goede vlieg- of kweekduif te zijn. Welnu onder alle ogenkleuren vindt men goede duiven, of het nu een rood, wit, geel, bruin, grijs, kastanje of pee-oog is. De enige voorwaarde die gesteld wordt is, dat het oog levendig of vitaal is ; een sterke uitdrukking geeft en zeer goed gesloten in de kop zit. Andere theorie over het oog is voor mensen die daar een studie van gemaakt hebben en over het oog van een duif meer en beter weten. Zij die de theorie beter weten, moeten daarom nog bewijzen dat hun duiven het beter kunnen.

Ogen

Een vereiste die gesteld wordt bij het onderzoek van een kweekduif over een goed gesloten oog moet beschikken : « de cirkel onder de oogleden moet donker grijs of lichtjes zwart gekleurd zijn. Dit is gemakkelijk vast te stellen wanneer het onderste ooglid even naar beneden wordt geschoven. Dit is  gemakkelijk te controleren en een bijkomende gelegenheid om de kwaliteit van een oog te bepalen.

Over de verkenningscirkel, die tegen de pupil aanleunt en dank zij de spieren van het oog kan bewegen, wordt bevestigd zoals er reeds zoveel over  geschreven werd : « hij is bij de ene duif meer zichtbaar dan de andere ». Op het hok Vanhee zult ge daar nooit horen over spreken. De ogen hebben alleen hun betekenis wanneer de duiven worden gekoppeld, door na te gaan of de ogen een glanzende tint vertonen en door er over te waken dat b.v. nooit geen twee wit- of grijsogers met elkaar worden gepaard.

Anderzijds hebben duiven voor het kweekhok de voorkeur wanneer het oog dicht bij de spleet van de bek ligt. Om dit duidelijk te stellen is het voldoende een lijn te trekken van de punt van de bek, die de spleet van de bek volgt en midden in de pupil van het oog eindigt. Dit is naar de overtuiging van Gerard Vanhee een duif met een zeer goed oog. Het geldt niet als een vereiste maar zulke duif krijgt de voorkeur voor een nieuwe en welbepaalde kruising.

De keel

Van belang is het te vernemen dat Gerard Vanhee bij het onderzoek van een duif altijd in de bek kijkt. Hij wenst duidelijk te zien of de duif gezond is, t.t.z. een rose kleur vertoont, en of de luchtpijp een fijne spleet vertoont en diep gestreken in de bek ligt, zodanig dat bij het wijd openen van de bek, de spleet achter de tong bijna onzichtbaar is. Om het beter uit te drukken moet de ademholte diep in de keel gelegen zijn. Wanneer de bek wijd open is, dan mag de duif de luchtpijp en de luchtopening niet gedurig omhoog duwen. Dit wijst er op dat er iets met de duif verkeerd loopt. Hetzelfde kan worden gezegd wanneer de luchtpijp een grote opening vertoont, groot genoeg om er een duivenboon in te werpen.

In vele gevallen wijst dit er op dat de duiven een dringende behandeling nodig hebben. Het zal dan ook geraadzaam zijn de duiven een kuur toe te dienen met een of ander goed produkt  Het zou jammer zijn goede vlieg- of kweekduiven te zien tenonder gaan door een nalatigheid.

In deel II bespreken we o.a. de borstkas, de vleugel, de achtervleugel, de bekspleet ...etc ...