Zoeken

De rui

Levenskracht en vruchtbaarheid. Goed ruien is een hoofdvereiste voor de reisduif wil men haar met succes in lijn stellen gedurende het volgende seizoen.

De pluimen, welke jaarlijks moeten vernieuwen, zijn die van de kop en de hals, de dekpluimen van de vleugel, de banden van de vleugels, de vingerpennen, die de wortels van de vleugelpennen bedekken, de tien vleugelpennen aan elke vleugel, de twaalf staartpennen en hun dons boven stuit en staart, met de  pluimen, die er tegenover aanwassen aan de onderkant en waarvan het nut reeds werd aangeduid.
De pluimpjes op het lichaam ruien bijna het ganse jaar. Dit hangt af van de gezondheidstoestand en van het kweken, daarom mag dit ruien beschouwd worden als volledig geschied, binnen een tijdverloop van twee jaar.

Goed ruien laat zich als volgt herkennen:

Kop en hals
De pluimpjes op de kop rond de oren en de hals mogen bij het «uitwassen» geen haarachtig uitzicht hebben, maar wel van een fijne dons. Dit haarachtig uitzicht op de kop en rond de oren is een teken van  zwakheid in de kop door een verkoudheid door de duif nagelaten.

De vleugel
De kleine dekpluimen
De kleine dekpluimen van de vleugels mogen bij het uitkomen noch vernauwing, noch knoopjes in de schachten (de huisjes) vertonen, zomin als die van de  banden en de vingerpennen, welke bovendien hun volledige lengte moeten hebben.
De vleugelpennen
Deze moeten vrij zijn van nepen of knoopjes zowel aan de veren als aan de schachten (huisjes). Ze mogen niet getand zijn, dit wil zeggen, dat wanneer men de  vleugel 5 centimeter ver opentrekt de punten van de veren langs de binnenkant van de 10 vleugelpennen een lijn moeten vertonen als de snede van een mes  zonder tandjes. Elke pen moet haar volledige lengte bezitten en in overeenstemming zijn met de nummers van afstamming van de duif. Is deze geboren op nummers vijf, zes of zeven, dan moet zij tenminste haar zelfde nummer vernieuwen, ofwel een nummer hoger, zo men het ruien als goed wil beschouwen.
Als een vleugel nrs. 5, 6, 7, 8 en 9 in het najaar niet zou ruien op zulk een wijze, dat hij terug zijn geboortenummers heeft, ofwel dat de afstanden tussen de uiteinden van de vleugelpennen kleiner worden, dan mag men zulke duif als minderwaardig beschouwen het jaar nadien. Zulks doet zich merendeels voor bij reisduiven, die niet goed verzorgd werden tijdens het vliegseizocn of waarbij de eigenaar verwaarloosde ze van de besmettingskiemen te ontdoen.
Opmerking I: Het gebeurt, dat een duif negen gezonde vleugel pennen geruid heeft op volle lengte en de laatste pen (nr. 1 langs buiten) twee millimeter te kort blijft of op dezelfde lengte als de voorlaatste pen (nr. 2) blijft staan. In dat geval moet ge nazien of de voorlaatste pen (nr. 2) haar lengte nog bezit: dus 2 of 1,5 centimeter tegenover het uiteinde van de staart.
Wanneer ge dit hebt vastgesteld, moet ge nagaan of de buitenste pen (nr. 1) geen andere gebreken vertoont. In geval van niet, dan mag je deze duif nog als  degelijk voor de toekomst beschouwen.
Opmerking II: Het tegenovergestelde doet zich meer voor. In dat geval is de buitenste pen (nr. 1) bij het ruien nog langer gegroeid van de voorlaatste (nr. 2) of tenminste zo lang als deze en toch kunnen de vleugelpennen over het geheel 1 tot 2 centimeter te kort geruid zijn.
Zulks is het gevolg van het feit, dat die duiven in slechte omstandigheden leven, waardoor zij nadien voor vlucht en kweek verloren zullen gaan.

Wanneer de vleugelpen niet vernieuwt op het tweede nest
Wanneer een duif haar vleugelpen niet vernieuwt, op haar tweede nest, zal men de eiren wegnemen en kalkeieren in de plaats leggen. Mocht het U echter verrassen, dat ge het feit niet had opgemerkt of mocht ge het vergeten hebben er naar te kijken gedurende de broeitijd, neem dan de jongen uit het nest weg, wanneer ze acht tot tien dagen oud zijn.
De niet verpluimde duiven zal men vervolgens gedurende veertien dagen scheiden en hun gezondheidstoestand onderzoeken, door ze te vergelijken met fig. 1 bis en door de beschrijving er van te lezen. Bemerkt men slijmvocht van boven in de slokdarm of in de luchtpijp, dan duwt men om en weer op de onderbek, zodat de kop van achter tegen de hals dringt, en terzelfdertijd ziet men of er geen slijmen van achter de grote of kleine amandel verschijnen; want meestal zijn deze de oorzaak van het slechte ruien. Bij vele reisduiven, die door een lichte besmettingskiem zijn aangetast, ontstaat een ontsteking tijdens het voeden van haar eerste jongen.
Voor de wijze van verzorging leest men de beschrijving van fig. 2 voor die gevallen, waarin het vlees van de bek zich rooskleurig-wit voordoet.
 
Nooit vleugelpennen trekken
Een reisduif, die niet meer normaal haar pluimen vernieuwt moet men nooit trachten tot ruien te dwingen door het uittrekken van vleugelpennen. Het niet-ruien is alleen een gevolg van bloedarmoede of ziekte met stremming van de bloedsomloop, oorzaken die maken, dat de duif de nodige kracht niet heeft, om haar pennen te vernieuwen.
Wie deze raad volgt, komt beslist tot een goede uitslag.
Opmerking: Wanneer duiven een of meer vleugelpennen zouden breken door een ongeval, zo mag je deze pennen uittrekken, na uw dieren eerst verzorgd te hebben op hierboven vermelde wijze. Zulks is de enige manier om met zekerheid goede uitslagen te  bekomen.
N.B.: Het is aan te bevelen deze pennen te trekken in de maand Maart of April.

De achtervleugel
De achtervleugel bevat twaalf pennen, die jaarlijks gedeeltelijk ver nieuwen, en op drie jaar tijd gans moeten vernieuwd zijn bij een duif, die  vrij is van alle ziektekiemen.
Vele duiven met een prima gezondheid ruien de achtervleugels reeds op hun tweede jaar.
Dit ruien moet op de volgende wijze geschieden bij een jonge gezonde duif, vóór juni geboren.
1ste jaar: acht pennen, vijf te beginnen van tegen het lichaam, dus 12-11-10-9-8 en drie te beginnen van de grote vleugel 1-2-3.
2de jaar: één langs iedere zijde 7-4.
3de jaar: één langs iedere zijde 6-5.
Zulks is van het grootste belang,daar deze acht pennen gedurende drie jaar lang dienst moeten doen, en vijf pennen hiervan langs elke kant van het lichaam, de rug en de stuit van de duif moeten beschermen. Al de jonge duiven, die tijdens hun eerste jaar in de broekpennen 8 pennen vernieuwen, dat is 5 van tegen het lichaam en 3 aan de zijde van de vleugelpennen, dan mogen zij gerangschikt worden bij de goede oude duiven, gezien zij in een normale gezondheidstoestand hebben geruid.
De achtervleugel heeft zijn volle lengte, wanneer op het einde er van, achter de tweede band, de vleugel gesloten is, op een lengte van 1 tot 1,5 centimeter en van dezelfde kleur is als deze van de lichaamspluimen die zichtbaar zijn, eender welke kleur de duif bezit.
 

De vleugel van de oude duiven
Het ruien van de vleugelpennen begint met de tiende pen, dus met degene, welke zich het dichts bij de achtervleugel (de broekpennen) bevindt. (Zie schets van de vleugel). Omtrent vier weken nadien valt de negende. Wanneer de nieuwe negende tot op de helft van haar lengte volgroeid is, valt de achtste en zo achter elkaar de zeven andere pennen.
Dit vernieuwen hangt echter nauw samen met de gezondheidstoestand van de duif en de wijze van verzorging bij het kweken, twee aangelegenheden, die veel invloed kunnen hebben op een goede vernieuwing van de pluimen, alsook deze van de andere lichaamsdelen.
De dekpluimen en banden van de vleugel ruien pas, nadat pen nummer zes gevallen of bijna gans vernieuwd is. Dit hangt veelal daarvan af, of de duif verplicht is min of meer lang te voeden, want in dit laatste geval is er altijd een vertraging in het ruien, vervanging die zolang duurt totdat ze van haar jongen ontlast is, en die heel veel nadeel kan veroorzaken. Daarom is het raadzaam niet veel te kweken en de jonge zeer vroegtijdig te spenen en in die periode aan de duiven een  bloedzuiverende thee toe te dienen. Het ruien van de broekpennen of achtervleugel geschiedt gewoonlijk nadat de vierde slagpen half vernieuwd is, dus bijna op  hetzelfde ogenblik als de staart : doch het getal pennen, dat vernieuwt, is dikwijls heel verschillend.
Bijvoorbeeld, een gezonde duif, welke vroegtijdig in het jaar geboren is, vernieuwt gewoonlijk het eerste jaar acht pennen, dat is vijf langs het lichaam en drie langs de grote vleugel. Het jaar nadien vernieuwt deze duif gewoonlijk maar twee broekpennen, dit aan weerskanten. De duif, die het eerste jaar slechts zeven pennen vernieuwt, twee langs de vleugel en vijf tegen het lichaam, moet als ze gezond is, het volgende jaar twee pennen vernieuwen langs de grote vleugel en één langs het lichaam. Tijdens dat vernieuwen zal de duif zo volledig mogelijk beginnen te ruien.

Bij de jonge duiven
Jonge duiven, die vroeg in het jaar geboren en goed verzorgd zijn, zonder besmettingskiemen uit het nest komen, ruien eerst voor een groot deel aan kop en hals, verder zoals de oude duiven. Ze ruien volledig in het najaar. Op dit tijdstip mogen zij eerst als ontwikkeld worden beschouwd.
De jonge duiven geboren na juli of augustus, die gezond zijn, goed verzorgd en nog niet gekweekt hebben, vernieuwen nog een groot deel van hun pluimenkleed; maar behouden altijd vleugel- en staartpenncn. Zulks is niet nadelig voor hun gezondheid gedurende het volgende jaar en ze mogen gerust opgeleerd worden nadat de oudere duiven in zwier  zijn. Om het ruien te bevorderen, trekt men in de maand april van het volgende jaar aan weerszijden de pen uit van de staart, waarop het ruien  bleef stilstaan in de wintermaanden; zo nodig de twee volgende, wanneer  de vorige half volgroeid zijn. Men trekt echter nooit een van de vleugelpennen uit. Wanneer men er aan denkt pennen uit de staart te trekken, dan is het geraadzaam eerst een bloedzuiverende thee toe te dienen, ca. twee dagen en vervolgens twee dagen vitaminen aan het water toevoegen.

De staart
Op een enkele uitzondering na, telt de staart twaalf pennen, zes linkse en zes rechtse. Deze zes pennen moeten tegen en tussen elkaar gewassen zijn op zulke wijze, dat wanneer men ze van boven bekijkt er maar een enkele pen volledig zichtbaar is.
Het ruien van de staart geschiedt gewoonlijk, nadat de vierde vleugelpen half vernieuwd is. De algemene vernieuwing gebeurt regelmatig en begint met de vijfde pen, een linkse en een rechtse, van buiten naar  binnen geteld. Wanneer deze ruim tot op de helft van hun lengte vernieuwd zijn, vallen de middenste. Van zodra deze half volgroeid zijn, vallen de twee vierde pennen, vervolgens de derde, dan de buitenpennen, en eindelijk de twee voorlaatste, altijd een linkse en een rechtse.
Bij een goede vernieuwing van de staartpennen mogen de pluimen nergens gaatjes of vezels vertonen. De schachten (huisjes) mogen geen knoopjes vertonen en ook niet gekloven zijn. Wanneer het ruien van de staanpennen gedaan is, moet de algemene lichaamskleur van de duif ten minste één centimeter achter de donkere band van de staart zichtbaar zijn, iets wat bij een geschelpte of blauwe duif het best te bemerken is. Zo de reisduif een goede staart als stuur moet bezitten, wil dit niet zeggen, dat zij daarom een lange staart moet hebben.
Een te lange staart geeft altijd nadeel en nooit voordeel tijdens het vliegen, omdat dit gebrek ontstaat, bij 99% van de duiven omdat de  vleugel niet op zijn vereiste lengte vernieuwd werd. Dit komt gewoonlijk  voor, wanneer het bloed ongezond is of de duif de ene of andere besmetting heeft opgedaan. Iedereen ziet hier opnieuw de noodzaak om alle  besmettingskiemen te doen verdwijnen. Aan hen, die een duif bezitten met een te lange staart, zou ik het volgende aanraden: maak uw duif eerst vrij van haar besmettingskiemen en aarzel dan niet de staart in te korten tot op 1,5 of 2 centimeter maximum voorbij het uiteinde van haar vleugel (uiteinde vleugelpennen). Ge zult ondervinden, dat die duif een veel steviger vlucht krijgt.

Gekloven of gespleten pennen
Gespleten pennen ontstaan meestal uit bloedarmoede. De reisduif, die gebrek heeft aan bloed, is er altijd aan blootgesteld, daar de vleugelpen van nature behoefte heeft aan voldoende hoeveelheid rijk bloed, om tot een volledige groei te komen. Deze hoedanigheid is onmisbaar, om de vleugelpen te doen veren als een staalpen. Ook zijn de duiven, waarvan de vleugelpennen in bloedarmoede volgroeid zijn, goed zichtbaar: deze hebben altijd de schijn mager en droog te zijn en het vraagt een degelijke verzorging, om wat fijn wit poeder op hun pluimen te krijgen. Wanneer het geval zich voordoet bij een duif van waarde, zal men deze niet laten reizen of kweken. Men zal haar bloed zuiveren door haar tweemaal per week een thee toe te dienen en twee dagen per week vitaminen.
Zo gaat men voort, tot de gespleten pennen door gezonde vervangen zijn.
Bij dit verschijnsel, zoals bij de vorige, zal men de platen met de besmettingskiemen onderzoeken, om de oorsprong van de kwaal te leren kennen. Gespleten pennen kunnen ook het gevolg zijn van lastige reizen of een verdwaling gedurende een paar dagen, beide oorzaken, die een grote vermoeidheid teweeg brengen en alzo aanleiding geven tot verzwakking. In deze gevallen zal men bovengenoemde geneeswijze toepassen, totdat de gespleten pennen vernieuwd zijn. Deze verpleging zal nochtans van korte duur zijn, daar het meestal oude pennen zijn, die klieven, welke gedurende hetzelfde seizoen nog vernieuwen.

Opmerking over het ruien
Vele duivenliefhebbers zijn door eigen onwetendheid of nalatigheid de oorzaak, dat hun goede duiven met nieuwjaar nog niet gans geruid zijn. Zulks heb ik reeds honderden malen op verschillende hokken kunnen vaststellen. De oorzaak er van is te zoeken in het feit, dat de duiven te laat in het jaar aan de prijsvluchtcn hebben deelgenomen en zodoende te laattijdig hun jongen moeten voeden.
Opdat deze ongelukkige dieren hun oude pluimen nog zouden kwijt geraken, behandelde men ze gedurende de wintermaanden tot januari ten minste eenmaal per week, door het toedienen van een bad - een thee en vitaminen.
In acht van de tien gevallen zal de duif nog ruien, zelfs tot in de maand februari. Het is echter absoluut uitgesloten die duiven weer vroeg in het jaar jongen te laten voeden of ze aan de wedstrijden te laten deelnemen.

Reacties

Thanks 4 article

very tanks for best informations

Valuable information and important
Thanks

Trés interessant dommage qu'il ne soit pas en français !

thank you for article

Thanks for Informative article.