Zoeken

Bedenkingen bij winterkweek: het nut van beendermeel en levertraan

Bij het sorteren van mijn archief vond ik nog wat krabbels betreffende winterkweek. Op de keerzijde had ik gelukkig vermeld: interview afgenomen van fondspeler Raymond Van Steenberghe op 12 oktober 1980.

Het gaat hier om de mening en bevindingen van wijlen voornoemd kampioen over de winterkweek. Hierbij in extenso dit gereconstrueerd onderhoud, met de woorden en zinnen zoals ze door Raymond werden gebruikt en door mij destijds opgetekend...

“Het was al bijna veertig jaar geleden dat ik nog aan winterkweek had gedaan. Omdat ik dus op dat gebied heel weinig ondervinding had, ging ik raad vragen aan een gereputeerde winterkweker, die al een halve eeuw praktijk achter de rug had. Zijn werkmethode was de volgende:

Jonge duiven kregen vanaf de achtste dag pilletjes toegediend, die hij zelf had gemaakt van beendermeel, honing, boter en levertraan. Bij vorst werd het drinkwater zo nodig vloeibaar gehouden door een elektrische lamp (5 watt) die enkele centimeters boven het wateroppervlak in de drinkpot was aangebracht. Een vriend die ook vele jaren met succes aan winterkweek deed, raadde mij aan: Meng iedere dag bij de opfok van de jongen wat levertraan en beendermeel onder het graan.

De proef werd gedaan met zes koppels. Op hun hok werd bovendien ’s morgens het elektrische licht aangedaan tot het licht werd en ’s avonds brandde dat van 17 tot 20 uur. Dit om de oudjes zo vroeg en zo laat mogelijk te laten azen. Een koppel dat op een afzonderlijk hok zat, waar geen elektrisch licht voorhanden was, kreeg gewoon de volle bak mengeling.

Toen ik de jongen van vier weken speende, kwam ik tot de ontdekking dat het koppel jongen wat zonder levertraan en beendermeel en zonder kunstlicht gekweekt werd, het mooiste was. Wat meer is, het duivinneke van dat koppel werd later mijn beste duif tot Angoulème. Dit had tot gevolg, dat ik er de volgende winter niet meer aan dacht om beendermeel en levertraan te geven. Ik deed toen aan winterkweek op een tuinhok, waar geen kunstlicht aanwezig was. Toen de strenge winter zich al enkele dagen deed gelden kwamen de jongen uit de eieren te voorschijn. Een vriend raadde mij aan om kartonnen dozen over de nesten te plaatsen om de warmte te bevorderen. Maar ik deed het niet. Ik wou weten in hoeverre het mogelijk was te kweken bij dergelijke temperaturen en had mij voorgenomen niets speciaals te doen.

De verzorging werd tot een minimum beperkt. Het bestond hierin, dat ik ’s avonds met een zaklamp de bevroren drinkbakken ging weghalen om ze de volgende morgen weer gevuld op het hok te brengen. De eetbakken werden bijgevuld en de duivenbonen waren steeds in de zelfrijzende bak te vinden. Zo werden dat jaar mijn jonge duiven gekweekt op een hok waar ik meer dan eens 10 graden vorst vaststelde en waar in de loop van de dag niemand op het hok kwam. Zelf kwam ik er alleen om eten en drinken te geven. De hokken werden niet gekuist omdat ik de droge mestmethode toepaste.”

Besluit en opmerkingen

“Uit dit alles is mij gebleken, dat het mogelijk is om tijdens de strengste winter met een minimum aan zorgen mooie jonge duiven te kweken. De oude duiven die moesten kweken werden gescheiden op 15 oktober. De duivinnen werden in een volière geplaatst en kwamen daarna niet meer los. Zij kregen steeds volle bak en zuiver water.
Wanneer ik tijdens de winterkweek ’s morgens en ’s avonds met een zaklantaarn op het hok kwam, viel het mij op dat de duivinnen steeds bij hun jongen zaten en dat vier weken lang. De ouden hadden dan nog geen tweede nest en maakten zelfs geen aanstalten om opnieuw met eieren te komen. Bij het wegnemen van de jongen zijn de duivinnen naar de ren verhuisd en zaten de doffers op weduwschap.

Wat het toedienen van beendermeel en levertraan betreft ben ik van mening, dat het niet het minste nut oplevert. Wanneer men dit spul onder het graan mengt, zal men vaststellen dat de duiven veel minder eten. Men zou dan kunnen denken dat het pilletjessysteem beter is. Een proef hiermee bij een vriend had tot gevolg, dat wij ook hier geen verschil konden bemerken tussen de duiven die de pilletjes kregen en de duiven die ze niet kregen.

Met dit alles heb ik ondervonden dat om te slagen met de winterkweek er eigenlijk niets speciaals vereist is. Men hoeft niet noodzakelijk over warme hokken te beschikken noch over veel tijd. Slechts een volle bak mengeling geven is voldoende. Drinkpotten die niet uit steen of glas zijn vervaardigd en liefst zo groot mogelijk. Minstens met 3 liter water inhoud. Indien er meer dan 10 duiven in het hok zitten, zorgen zij er wel voor dat zij bij vriesweer steeds een gaatje in het ijs open houden, zelfs bij 10 graden onder nul.
Liefhebbers bij wie de winterkweek mislukt, moeten de oorzaak dus elders zoeken. In de meeste gevallen is de oorzaak dat de ouderdieren niet helemaal gezond noch voldoende voorbereid waren.”

Wanneer de winterkwekers koppelen?

“Van 1962 tot 1970 koppelde ik mijn kwekers rond 25 november. Daarna koppelde ik een maand later, dus rond 25 december. De reden daarvoor? Wanneer men een maand later koppelt zijn de ouderduiven beter uitgeruid en gewoonlijk in betere conditie dan de duiven die men einde november koppelt. De jonge duiven die met nieuwjaar geringd werden, kwamen eind januari buiten. Dus in het putje van de winter, wanneer men veel kans had op sneeuwbuien. Dat kon tot gevolg hebben dat men méér duiven van het dak verspeelde dan als men een maand later gekoppeld zou hebben en de duiven begin maart buiten gekomen zouden zijn. De vroegste jongen zijn dan ook een maand te vroeg rijp voor de jonge duivenvluchten. Wanneer de opleervluchten beginnen, zijn de meeste al paarlustig met het gevolg dat de driftkoppen hun hok voorbij vliegen en nooit meer terugkomen. Duiven die een maand jonger zijn, kan men begin mei gaan opleren als ze nog niet zo paarlustig zijn, zodat er veel minder achterblijven. Zij ruien net zoals de ouderen in hun kleine veren en even traag in hun slagpennen. Zij zijn dan ook goed geschikt om er het hele seizoen mee te spelen. Dit systeem schijnt ook gunstig te zijn voor de oude duiven waarmee men wenst te spelen.”

Reacties

looking at the condition of the pigeon i think ''winter feeding'' might have been better.
poor condition and lack of oil/oil seeds.
or a poor photo...

I find that many people make the mistake of giving pigeons far too much protien when they winter breed. The youngsters are ofcourse fine as they can obsorb the protien as they are growing howver the old birds cant and with such high deposits of protien in there blood it leaves them open to e-coli infections!!! It may be less of a problem if you let your old birds out during the breeding cycle however in the UK this impossible with prey birds.

When one reads articles like the one by Alan Wheeldon in The Pigeon Insider
http://www.pigeonracingpigeon.com/whats-new/tiny-loft-fascinating-pigeon-racing-method/

about a champion flier like Ron Stampford in the market town of Ware in Hertfordshire, England who feeds all his pigeons all year round ONLY BEANS, then all the hype about balanced feeding, proteins, carbohydrates and what not, comes off as not really all that important ... Smile

Here are a few lines from Alan’s article:

What is also remarkable about Ron’s loft is his feeding. You would think that he has a really complicated feeding regime, with high fat diets and massive carbohydrate loading before a big race but no, you’d be wrong. All that Ron feeds is beans. I’ll repeat that in case any of you think that this is a misprint. Beans! Yes beans, just beans and nothing but beans. I can hear the continental distance fliers giving out cries of disbelief but I’ve been there and seen it. Just beans. He does trap with a pinch of canary seed but after that its beans.
I asked him what he put in his water … his answer … just water. What about vitamins, anti-canker treatments, anti-coccidiosis treatments…..he never uses them. All he does is vaccinate against paramyxovirus then after that nothing. His pigeons are hard.