Zoeken

Vluchtkalender aanpassen is een verantwoordelijkheid van iedereen met als centraal gegeven: het welzijn van onze duiven

Nooit in de geschiedenis van onze duivensport zijn er zoveel aanpassingen aan de vluchtkalender gebeurd als dit jaar. Centraal gegeven is het welzijn van de duiven.

Het ziet er naar uit dat zowel de KBDB, de inrichters als de transporteurs en de liefhebbers zelf die boodschap hebben begrepen, ook al verloopt dat niet altijd van een leien dakje.

Dit jaar is er praktisch geen weekend voorbijgegaan zonder aanpassingen aan de vluchtkalender. In Nederland werden vorig weekend zelfs alle programmavluchten afgelast, maar zover liet de KBDB het niet komen. Onze nationale bond vaardigde wel een resem bijkomende maatregelen uit richting de verenigingen en de vervoerders. Aan de verenigingen werd gevraagd het aantal duiven in de manden met 10 tot 20 procent te verminderen en de duiven te drenken vanaf de inkorving tot de ophaling. De vervoerders kregen de opdracht om de stapelhoogte van de manden met één laag te verminderen en het drenken van de duiven strikt volgens de criteria toe te passen.
Het mag gezegd dat al die maatregelen samen met de aanpassingen van de vluchtkalender hun effect niet hebben gemist. Getuigen zijn het vlotte verloop van de vluchten en het geringe aantal verliezen. “Als iedereen in deze materie zijn verantwoordelijkheid neemt – en dat is nu gebeurd – boeken we de beste resultaten op het vlak van dierenwelzijn en verloop van de wedstrijden,” zo klinkt het bij de KBDB.

Hitteprotocol

In Nederland bestaat een “Hitteprotocol Duivensport” dat een nuttige leidraad is om het welzijn en de conditie van de duiven te waarborgen en voor onverstoorde thuiskomsten van de duiven te zorgen. Duivenliefhebbers, verenigingen, vervoerders en organiserende instanties vinden in dit protocol maatregelen waarmee zij het verzorgen, vervoeren en lossen van postduiven in de beste omstandigheden kunnen doen verlopen. De maatregelen die de KBDB in ons land voorstelde zijn stuk voor stuk terug te vinden in dit protocol. Daarin schuilt ook een nieuwe opdracht voor de KBDB, met name de liefhebbers er op te wijzen dat het beschermen van de duiven tegen de hitte begint bij de melkers zelf. Zij kunnen cruciale stappen zetten om de duiven weerbaar te maken, nog voordat vervoerders en lossingsfunctionarissen de verantwoordelijkheid over de duiven overnemen. “Voor jonge duiven zijn hoge temperaturen tijdens het vervoer en op de losplaats risicovol. Het drinken uit de goten in de verzendmand is een essentiële gedragsvaardigheid die duivenliefhebbers hun jonge duiven actief dienen te leren,” zo schrijft het protocol voor.

Maatregelen

De aanpassingen die de KBDB oplegt in het kader van dierenwelzijn, hebben ook minpuntjes. Zo vonden de transporteurs niet kunnen dat er geen of nauwelijks overleg met hen wordt gepleegd als de vluchtkalender wordt aangepast. Dit “misverstand” werd bijgelegd en leidde tot een compromis met als centraal gegeven: de beste verzorging voor de duiven.

Voor de werkende duivenliefhebbers komen de aanpassingen bijwijlen slecht uit. Soms zijn ze genoodzaakt om te passen bij dergelijke wijzigingen. Voor deze groep is het niet altijd haalbaar om alle wijzigingen nog in te plannen, al valt zelfs dan enkel maar toe te juichen dat het welzijn van de duiven centraal staat.