Zoeken

Natuurlijk magnetisme lijkt meer en meer het ‘interne kompas’ voor onze duiven

Duitse wetenschappers hebben onderzocht hoe het ‘interne kompas’, waarmee onze duiven vliegen, eruitziet. De studie, gepubliceerd in het tijdschrift Naturwissenschaften, maakt gewag van zenuwstrengen die deeltjes met ijzeroxide (magnetiet) bevatten. Dat lijkt de theorie dat duiven navigeren op het natuurlijke magnetisme van de aarde, te bevestigen.

Hoe komt het toch dat duiven en bij uitbreiding trekvogels, de weg naar huis vinden? Dat gegeven houdt mensen al eeuwenlang bezig, hetgeen tot talloze theorieën leidde. Oriënteren ze zich op de sterren, op de zon? Volgen ze waterlopen, autosnelwegen of treinsporen? Hebben ze een geheugen waarin ze beelden opslaan?  Of maken ze ‘geurkaarten’ van de streken waar ze overvliegen? De theorie die de jongste jaren vooral opgang vindt, is dat duiven navigeren op het natuurlijk magnetisme van de aarde, en dat met behulp van een inwendig kompas. Duitse wetenschappers wilden er het fijne van weten en gingen met röntgenstralen op zoek naar het interne kompas van de dieren. Met behulp van röntgenstralen bestudeerden ze de snavels van de dieren. De studie, gepubliceerd in het tijdschrift Naturwissenschaften, maakt gewag van zenuwstrengen die deeltjes met ijzeroxide (magnetiet) bevatten en in een driedimensionaal patroon zijn gerangschikt. Ze zouden het de duiven mogelijk maken hun exacte positie te bepalen ten opzichte van het aardoppervlak.
Of daarmee het laatste woord gezegd is over het oriëntatievermogen van duiven, is nog maar de vraag?

Theorie

In het Journal of Experimental Biology verscheen onlangs nog een andere, bijzondere theorie. Volgens de Californische geofysicus Jon Hagstrum volgen duiven infrasone geluiden (0,1 tot 0,2 Hertz, te laag voor het menselijke oor) om zich te oriënteren. De weg naar huis kunnen ze met andere woorden dus gewoon ‘horen’.
Die theorie verklaart waarom er plaatsen op aarde bestaan waar duiven consequent verdwalen. De infrageluiden waarvan ze gebruik maken, zouden op die plekken verstoord zijn door atmosferische omstandigheden in combinatie met eigenaardigheden van het landschap, zoals rivierbeddingen. “Ik zag hoe heuvels en valleien het oriëntatievermogen van duiven kunnen verstoren”, aldus Hagstrum. “Dat gebeurt vooral bij jonge, minder ervaren dieren terwijl de oudere de signalen blijkbaar beter hebben leren interpreteren. Het is fascinerend om te zien.”
Het reisgedrag van onze duiven blijft een fascinerend gegeven. Wetenschappers breken er zich het hoofd over. Hier en daar komen ze tot de conclusie dat het wel eens mogelijk kan zijn dat de duiven een combinatie gebruiken van magnetisme, geurzin en infrasone geluiden.