Zoeken

Exotische pestwants overwintert meer en meer in duivenhokken

Leptoglossus occidentalis ofte de Bladpootwants is een grote randwants (16 tot 20 mm) die de laatste 10 jaar aan een flinke opmars bezig is in onze contreien. Deze exoot, afkomstig van Noord-Amerika, zoekt in het najaar huizen en duivenhokken op om te overwinteren. In zijn land van herkomst noemt men het een pestwants omwille van de grote schade die hij aan naaldbossen aanricht.

De “pestwants” is van alle andere wantsen te onderscheiden door zijn formaat, de van doorns voorziene achterdijen en de sterk verbrede en afgeplatte achterschenen. Op onze duivenhokken, vooral in de buurt van dennenbossen, duiken ze nu massaal op, vaak verscholen achter kweek- en weduwnaarsbakken, in donkere hoekjes enzovoort. Heel wat liefhebbers vragen zich af of ze deze insecten wel mogen dulden op hun hokken.


Een aangenaam gezicht is het niet, zo’n grote wantsen, maar verder richten ze geen schade aan.

In het voorjaar verlaten ze hun overwinteringsplaatsen. De wants zuigt plantensappen, waardoor de zaadproductie van de naaldbomen gevoelig kan afnemen. In Noord-Amerika staat de Bladpootwants bekend als een pestsoort die schade kan aanrichten aan naaldbomen.


De bladpootwants komt in deze periode van het jaar overwinteren in duivenhokken. 

Waarschijnlijk is de bladwants in Europa verzeild geraakt via de import van hout. De eerste Belgische vondst gebeurde in 2007 in Oostende, in Nederland in Bergen-op-Zoom. Nadien nam het aantal waarnemingen gestaag toe. In Nederland werd de soort in 2008 op tien locaties aangetroffen, in Vlaanderen op acht. Sindsdien ging het elk jaar sneller. Een wants kan niet bijten of steken. Hij heeft immers geen angel.