Zoeken

Kuypers Hendry, "Rood-Wit-Blauw wint nationaal Marseille België"


Hendry met echtgenote en een van de vier kinderen zoon Sander – duivenmelker met toekomst


Hendry Kuypers – Maasmechelen:


Inleiding

Het is zo’n 7 jaar geleden dat er vanuit het Nederlandse Someren-Eind een jonge man zich met zijn gezin vestigt in de Limburgse provinciestad Maasmechelen. Hendry Kuypers kent de streek heel goed. Jaren komt hij dagelijks vanuit Someren-Eind naar Maasmechelen om er zijn job in de slachterij uit te oefenen. Eens een familiebedrijf, maar uitgegroeid tot een multinational. Lange dagen vergen hun tol, en het beoefenen van de duivensport wordt steeds moeilijker. Maasmechelen, een stad aan de Maas, waar de duivensport al vele decennia hoogtij viert. Een plek waar Hendry besluit zich met zijn gezin te gaan vestigen. En…. de duiven kwamen er natuurlijk ook. ‘Zonder duiven bestaat niet’, steekt: Hendry van wal. ‘Ik heb de duivensport met de paplepel binnengekregen zoals dat zo mooi heet. In Someren-Eind woonden wij in een straat met 4 beroemde duivenmelkers. Aan de ene kant de van Doorn’s en Martien van den Eijnde beter bekend als de combinatie van de Eijnde - Bernards en aan de andere kant Lei van den Eijnde. En wij daar dan midden tussen in. Je kunt je voorstellen dat dat een en al duif was wat de klok sloeg’.


Ouders ‘Sander’ speciaal even bij elkaar gezet


Herstart

In 1998 werden de duiven vanuit Someren-Eind overgewend naar de nieuwe hokken in Maasmechelen. Overwennen de schrik van elke liefhebber, maar niet voor de fanatieke Hendry. ‘Ik zou en moest zo snel mogelijk weer aan de vluchten kunnen deelnemen. Overwennen is dan de enige mogelijkheid als je snel aan de gang wilt. Direct na de verhuizing in april 1998 ben ik begonnen met het overwennen van de duiven. Uiteindelijk viel dat reuze mee. Enkele keren duiven terug gehaald en dat was het’.

Verbazing
Hendry zit op zijn praatstoel en vervolgt zijn verhaal: ´Je kunt je voorstellen dat ik zo snel mogelijk weer aan fondvluchten wilde deelnemen. Het was april en nauwelijks 3 maanden later stond Barcelona op het programma. Ik werd heel vreemd aangekeken door mijn duivencollega’s in de maatschappij en “hoorde” ze denken: Barcelona spelen met overgewende duiven bestaat niet.
Het onmogelijke gebeurde dan toch. Op 9 ingekorfde duiven won ik 4 prijzen, te beginnen met de 306e nationaal’.
Niet slecht, en de concurrentie was gewaarschuwd, want vanaf dat moment diende men in Belgisch Limburg terdege rekening te houden met de fanatieke Nederlander. De jaren die volgden zouden aantonen dat zijn duiven uit het juiste Nederlandse fondhout gesneden zijn en van wanten weten als het op presteren aankomt. Vroege prijzen op de nationaals volgden elkaar in rap tempo op en ook het prijspercentage was van hoge kwaliteit. De voorlopige kroon op het werk kwam in 2002 toen op internationaal Perpignan de 2e prijs jaarlingen werd gewonnen. Het succesverhaal van Hendry was en is nog niet teneinde. Steeds weer vroege nationale klasseringen in de seizoenen die volgden en dat was in het seizoen 2005 tot nog toe niet anders. Op Montelimar 11 van de 22 beginnende met de 78e nationaal tegen 10195 duiven en 9 prijzen bij de duivinnen te beginnen met de 8e, 18e en 21e nationaal. Orange 9 van de 11, Barcelona 10e provinciaal en 60e nationaal en nog een bijzondere reeks er achteraan. En dan…..

Marseille: 1e nationaal!
De droom van elke liefhebber is het winnen van een nationaal, maar slechts voor enkelen weggelegd. Er zijn er immers maar enkele op een jaar te winnen en dan moeten je duiven in topconditie verkeren willen ze er eentje van te pakken krijgen. Op Marseille was het de beurt aan Hendry of beter gezegd: gezien de prestaties van voorgaande jaren en die in 2005 kon men zich beter de vraag stellen: wanneer pakt hij nou eens een eerste nationaal? ‘Op een moment dat je er niet aan denkt gebeurt het dan. Een onbeschrijflijk moment als je hoort dat die nationale zege een feit is. Je kunt het niet bevatten en nu een week na datum begin ik eigenlijk pas echt te beseffen wat ‘Sander’ heeft gepresteerd’.
De nationale Marseille-winnaar is genoemd naar Hendry’s zoon Sander, die steeds meer interesse krijgt in de duivensport en anno 2005 met een eigen hokje met succes aan de jonge duivenvluchten deelneemt. De Marseille-winnaar is een blauwsjek, gespierd met een prachtig oog en klein van stuk. Een echte wringer die niet rustig in handen te houden is. En is er ook eentje die alles ziet wat er in het gebeurt. Een uiterst attente duif. Veel is er afgelopen weken al geschreven over de Marseille-winnaar, vandaar dat ik tijdens het gesprek met Hendry naar andere zaken op zoek ging. Ik stelde Hendry de volgende vragen:

Wat zijn de sterke punten van je duiven?
Hendry: ‘Eigenlijk kan ik dat in een woord samenvatten: karakter aangevuld met een zeer zachte pluim en sterke spieren. Dat sterke karakter blijkt uit de prestaties die ze leveren. Niet alleen de Marseille-zege maar eigenlijk al vanaf de start hier in 1998 en voordien in Someren-Eind. Ze kunnen heel veel, zoals: niet opgeven. Een gegeven dat ikzelf niet in mijn woordenboek heb staan en de duiven hebben dat van mij overgenomen. Hoe dan ook keren ze altijd huiswaarts van gelijk welke vlucht. Door de jaren heen heb ik dan ook steeds minder geselecteerd op bijvoorbeeld de bouw van een duif. Natuurlijk moet niet alles aan een duif verkeerd zijn, maar het zegt niet alles. Ik zie liever een goede bloedlijn waarin meerdere generaties goede duiven zitten verweven, zachte pluim en goede spieren. De rest is vaak bijzaak. Ik zeg altijd: ‘een mooie zit op de tentoonstelling, hier moeten ze vliegen’. Aan tentoonstellingsduiven heb ik niets, die leveren meestal geen prestaties. En om dat laatste draait het hier toch’.

Veel africhten tijdens de voorbereiding, is dat van belang?
Hendry: ‘Vast en zeker. De jonge duiven worden hier soms niet of slechts een enkele keer afgericht in hun geboortejaar. Ik hecht daar niet zoveel waarde aan en vaak heb ik er ook de tijd niet voor. Maar eens jaarduif wordt een heel ander plan getrokken. Elke week de mand in! Ritme op doen en dat tot twee weken voor Barcelona of een van de andere fondvluchten. De jaarlingen moeten minstens een grote fondvlucht doen, Bordeaux, Perpignan, Marseille of Narbonne. Dat laatste geldt uitsluitend voor de eigen soort die ik beter kan inschatten dan bijgehaalde duiven. Deze laatste gaan soms een keertje vaker op een grote nationaal mee. Voordat de duiven aan het echte werk gaan beginnen hebben ze al een Chateauroux (520 km) en Argenton (550 km) onder de vleugels. Het is niet belangrijk of ze prijs spelen. Goed inspelen en fit naar huis, dat is op deze vluchten de stelregel’.

Uit de stamboom van ‘Sander’ blijkt dat er nogal wat inteelt inzit. Wat is je gedacht over inteelt?
Hendry: “Inteelt is belangrijk. Ik hecht er veel waarde aan. Wil je de goede lijn vasthouden, dan zul je aan inteelt moeten doen. Ik kruis natuurlijk ook, maar wil hoe dan ook de basislijn vasthouden. De basislijn bestaat uit de Kuijpers- en Theelen-duiven via de Gebroeders van Doorn uit Someren maar ook rechtstreekse van de mannen uit Neer en Buggenum. In feite zijn de duiven van Kuijpers en Theelen al ingeteelde lijnen en diezelfde lijnen breng ik nog eens extra bij elkaar. Alles is gericht op Barcelona en zo is het dus dat er ook duiven van andere hokken tussen zitten maar dan wel met Barcelona winnaarsbloed in de aderen. Zo is ‘Sander’ zeer nauw verwant aan de 2e internationaal Perpignan 2002. Ook uit rechtstreekse van de Gebroeders van Doorn met daarin de Kuypers- en Theelen-lijnen. Immers de moeder van het stamkoppel van de Gebroeders van Doorn is een dochter van de 1e nationaal Barcelona van Staf Dusarduijn.

Dat kun je toch niet ongestraft volhouden? Alles wordt te nauw verwant.
Hendry: ‘Denk het niet. Ik kan er nog lang mee doorgaan. Het zijn in feite 3 verschillende lijnen die ik eerst in enge verwantschap koppel en daarna weer een generatie verder tegen elkaar koppel. Dan heb je toch weer veel verschil en mogelijkheden om later weer terug te koppelen’.

Aanvulling
Hendry: ‘Zoals gezegd ga ik duiven bijhalen uit dezelfde lijnen. Lijnen die ook goed gepresteerd hebben. Vaak half van de bekende lijnen en half iets anders. Ik probeer wel dezelfde duif te houden. Daar moet je bij de kweek ook rekening mee houden. Breng je teveel andere in, dan moet je goed oppassen. En belangrijk is ook: de duiven moeten bij je passen. Moeilijk te omschrijven wat ik daarmee bedoel, maar misschien is het wel dat je er zelf helemaal achter moet staan als je duiven gaat bijhalen. Je mag absoluut geen twijfel hebben anders is de start al niet goed met alle gevolgen vandien’.

Belangrijke kenmerken
Hendry: ‘Duiven zeggen je heel veel over zichzelf. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat een goede duif zichzelf verzorgt. Een goede is altijd in orde, die mankeert nooit iets. Het belangrijkste kenmerk op een hok is de basisgezondheid. Een duif moet van nature gezond zijn. Van november tot maart krijgen de duiven hier uitsluitend voer en water, gaan niet los en zijn altijd in blakende gezondheid. Tijdens het sportseizoen volg ik het systeem van de dierenartsen Norbert Peeters en Vincent Schroeder. Ik voel me daar al jaren goed bij, net zoals het geven van thee de dag voor inkorving. Of deze thee iets toevoegt kan ik niet zeggen, maar het is wel goed voor de gemoedsrust van de liefhebber. En dat is ook belangrijk, noem het maar bijgeloof’.

Voorbereiding
Hendry: ‘Eind april begin mei gaat hier alles op weduwschap. Dat is normaal gesproken zo’n 6 weken voor de eerste fondvlucht. De vorm komt meestal tussen de 6e en 8ste week. In de eerste 6 weken wordt de basis gelegd voor het seizoen. Je moet uitsluiten dat er iets aan de duiven mankeert. Zijn ze gezond, blijf er dan af en geef niets. Tijdens deze voorbereiding wordt gedurende een hele week Duiven T-Speciaal gegeven van de firma Kreutzer. Ik doe dit ook al jaren, het is puur natuur en is samengesteld uit 72 verschillende kruiden. Dat kan dus niet verkeerd zijn’.

‘Sander’
Deze 2-jaarse weduwnaar heeft geschiedenis geschreven voor Hendry Kuypers. Een Nederlander die met Nederlands fondbloed de gehele Belgische fondwereld de baas is. Geen sinecure natuurlijk, maar dat deze nationale overwinning niet zo maar uit de lucht is komen vallen bewijzen de Kuypers-duiven al vanaf de start op Belgische bodem in 1998. Prestaties die iedereen tot de zijne zou willen maken, maar waar wel heel veel tijd en arbeid, en natuurlijk goede duiven in zit verweven.