Wat een apotheker zoal vertelde...

Een apotheker "X" in Duitsland stond destijds bekend omdat zijn duiven topprijzen aan de lopende band vlogen. Een collega ging er op interview en uit dat toenmalig onderhoud vermeld ik nu een en ander dat vermeldenswaard is.

Zijn de uitslagen het gevolg van uw beroep als apotheker? Het antwoord luidt: ik kan die vraag niet beantwoorden zoals ik verkies. Mij zal alleen die melker geloven, die geen apotheker is en ook topprijzen wint. Het gemakkelijkst lijkt mij bij goede uitslagen, deze toe te schrijven aan wondermiddelen. Voor mij tellen: goede duiven, een droog hok, geen overbezetting en een consequente verzorging gedurende het ganse jaar door. Het is waar dat ik een en ander (preparaten) geef, ook aan andere melkers, met dit verschil dat ik waarschijnlijk veel minder geef dan de meeste melkers.

Doping bij duiven is mogelijk doch zij werken onmiddellijk na het toedienen en ze geven slechts twee-drie uur uitslag na het toedienen. Daarna krijgt men een enorme verslapping. Onze duiven zouden zich met grootste moeite naar huis slepen. Opwekkende middelen veroorzaken geen grotere presteermogelijkheid en wordt eenmaal de grens overschreden, dan ruïneren zij het normale leven.

Wat hormonen, cortisone en anabolica betreft, ze storen het gewone ritme van de cyclus tijdens het vliegseizoen bij de weduwnaars. Topprijzen zijn het gevolg van superforme, die zich op natuurlijke wijze bij de duiven vertoont. Als duiven gezond zijn, blijft de superforme niet uit.


In de beginjaren 1900 waren reeds drankjes, pilletjes en zalfjes ter beschikking van de duivensport.
(foto: Tom Van Nieuwenhuyze)

Wat nu bedoeld is met preparaten die ik mijn duiven verschaf, daarmee zijn uitsluitend vitaminen bedoeld. Vitaminen doen geen mirakels. Ze helpen de regelmatige stofwisseling in het organisme wanneer vitaminen niet voldoende in het voer gevonden worden. In het bijzonder vernoem ik het vitamine B-complex. Wie groen uit zijn tuin kan geven, zal het gerust doen. Uit graanvoer is de dag van heden zelden voldoende aan vitamine te halen. Ik heb geen tuin, dus beschik ik niet over groenvoer.

Ik moet onder de aandacht brengen dat vitaminen slechts in uiterst minieme hoeveelheden door het organisme gebruikt worden. Met een teveel aan vitaminen verhaast men de rui zo zeer dat de duiven nog nauwelijks behoorlijk in de pluimen zitten voor de laatste vluchten.

Wat nu het gebruiken van voorbehoedsmiddelen tijdens de reisvluchten betreft, dat is doodeenvoudig een stommiteit. Geneesmiddelen zullen slechts verstrekt worden na advies van de dierenarts die dosis en tijdstip zal bepalen.

De piepers van de apotheker worden elk jaar tegen pokken geënt half juni voor de aanvang van de vluchten. De inenting is deugdelijk voor één jaar, doch hij meent dat jonge duiven levenslang van pokken bevrijd blijven, omdat nog nooit een jonge geënte duif later pokken kreeg. Elk jaar krijgen de duiven een kuur tegen coccidiose en trichomoniase. Voor een klein hok, waar de mest goed bleef (gebonden, niet waterachtig) is kuren tegen coccidiose overbodig. Wat mede het voornaamste is?... het hok moet zuiver gehouden worden en elk jaar wordt zijn hok ontsmet. Wie één keer per week zijn hok reinigt, doet goed, waar het elke dag gebeurt, daar is het nog beter en tweemaal daags is veruit best.

De apotheker heeft thuis altijd duiven gezien, is eerst in 1969 als zelfstandig melker begonnen. Met beste duiven van prima hokken pakte het niet. Tot er duiven uit België ingebracht werden. De melker geeft niemand schuld want hij had de zekerheid prima duiven te hebben verkregen. Als men vraagt of hij een oorzaak kent van de tweevoudige mislukking, dan zegt hij: men speelt een jaar goed en een jaar minder en zo is het ook met de kweek.

De helft van de duiven bestaat uit jaarlingen, de andere helft uit oudere duiven en na het seizoen wordt elke helft nog eens gehalveerd omdat strenge selectie aan de basis ligt van duurzaamheid en kwaliteit.

Ik lees dat de melker uiterst licht voer aan de duiven verstrekt en dat dit zelfs in Duitsland verbazing opwekt. Ik beken dat ik me nooit zal bekeren tot het voer van de apotheker. Hier komt het:

Ik voer zeer zuinig waardoor mijn duiven waakzamer, levendiger en strijdlustiger zijn. Ik voer licht en wek hun nijd op wanneer ik het rantsoen geef. In de vluchtperiode voer ik de laatste twee dagen iets meer, de andere dagen zelfs het ganse jaar door, houd ik ze een beetje systeem schraal. Natuurlijk laat hij zijn duiven geen honger lijden. De mest mag niet waterachtig zijn. Als het gaat om vluchten zonder een zondag rust, krijgen de duiven tot woensdag inbegrepen uitsluitend gerst met een weinig dari en tarwe. Van donderdag af krijgen de duiven mengeling waarbij nog maïs, dari en tarwe gevoegd worden. Daardoor wordt de hoeveelheid peulvruchten tot ongeveer 10 procent verminderd. Snoep krijgen de duiven niet. De duiven moeten rustig gehouden worden, daarom wordt de duivin zelden getoond voor de afreis. Uitzondering wordt slechts gemaakt als een weduwnaar het een tikje minder goed doet. Het ganse jaar door krijgen de duiven hetzelfde voer, dat hoofdzakelijk bestaat uit gerst met een weinig dari en tarwe, zelfs in de winter en tijdens de rui krijgen de duiven dat voer, door de melker als zuiveringsmengeling bestempeld. Dat geldt voor morgenrantsoen. De tweede maaltijd is samengesteld uit mengeling met maïs, dari en tarwe.

Zelfs de jonge duiven krijgen hetzelfde voer en als de nestduiven broeden, krijgen ze altijd 20 procent gerst.

Ik stop. Nu mijn oordeel:
Ik zou die mengeling willen zien en hoeveel er van elke soort graan, dat er bijkomt, gegeven wordt. Op papier is men soms dichtbij, soms ver van wat de lezer zich voorstelt. Ik lees in het palmares topprijzen met 26 prijzen op 56 inzetten en 2246 duiven – 22 prijzen op 53 inzetten en 1972 duiven – 25 prijzen van 38 inzetten en 1691 duiven.

Ik blijf bij ons algemeen gebruikelijk systeem van voederen. Voor mij mag gerst nooit als hoofdbestanddeel van een mengeling gelden. Het is moeilijk voor ons het juiste oordeel te vellen over vluchten en voer van melkers buiten de grenzen. Ik ken Duitse melkers die 100 procent voeren als wij. Voor de rest is uit de opgave van de apotheker veel te leren.