Stijlmeubelen uit Lauwe "Stichelbaut via Labeeuw" - Deel 3

Gans de historiek van mijn succes op Barcelona heeft zijn oorsprong die begint en eindigt met de "Zwarte Chateauroux" van Daniel Labeeuw. Hij won de eerste nationaal en ik de tweede met "De Stier".

We waren zeer goede kameraden en we pesten en beduvelden nogal eens mekaar als we samen in 't lokaal waren. Ge weet hoe dat allemaal gaat tussen pot en pint en een snede grof brood met een schelle hesp. Zegt Daniel na zijn overwinning: 
Mijnen zwarten heeft het geluk gehad  van te mogen meekomen met joen stier. Maar ja, de stier moet eerst nog even omzien naar een schoon wuveke en mijnen zwarten vloog recht  binnen. Zo zijt gij geklopt geweest Vanbruaene door om te zien naar 't vrouwvolk hé.
Zouden we samen niet eens een koppel eitjes trekken uit De Zwarten met een dochter van joen (uwen) Stier. Ze gaat dat  allemaal   nietwaar, meester, tussen kameraden in de sport. En daaruit, uit die twee eitjes had ik twee zwarte, duiver en duivin. Dien zwarten duiver heb ik dan voort gekoppeld met mijn soort en dat gaf den eersten Barcelona van '61. Ik was dus zeer goed met die kruising met Labeeuw.

Den domste stoot die ik toen begaan heb is deze van dien Barcelona te verkopen.
Gelukkig heb ik die Japannees wat aan de lijn ghouden want uit een duif op weduwschap hebt ge nog niet zoveel zitten,. Ik ben hem dan vlug enkele duivinnen laten bevruchten,  een chance, want dat gaf me dan "Den Elektriek" en mijn sproete duivinnen en al zulke gasten waaruit nu al die goede duiven gekomen zijn. Dat was een  "formidabele" duif, meester, mijnen eersten Barcelona, en een uitgelezen kweker. Want dat hebt ge nog niet zo gauw. Een goede duif die ook een extra kweekduif wordt. Ze zetten niet allemaal voort. Maar dat was eens een grote uitzondering. Gans mijn huidige stam komt er van voort met successen aan de lopende band, hier en elders ook, meester.
Mijn tweede winnaar van Barcelona is er toch ook een kleinzoon van. Wanneer hebt ge zulke kwekers. Ik ga  deze keer zo'n misstap niet meer begaan. Zulke duiven mogen het land niet verlaten. Ge kunt er Bruggen mee opbouwen. En wat het duivenspel betreft, meester, moest ik twintig jaar jonger zijn, dan deed ik mee op de grote nationale vluchten voor jonge duiven. Nu laat ik dat over aan de  jeugd. Ik leer mijn jonge duiven met moeite op tot 200 km. De zomerjongen leer ik zelfs niet meer op als jong. Er is tijd zat met de jaarlingen,  vooral als ge ingesteld zijt op het spel met de oude duiven. Als ge wat doet moet ge het goed doen of ge moe er niet meer aan beginnen. Ik heb nog twee nationaals gewonnen in acht dagen tijd. Een Limoges en een Libourne. De meeste goede duiven heb ik bekomen door relaties.
Zo was de moeder van de Cahors een bijouke van gebrs. De Baere, origine. Desmet-Matthys. En in de Limoges zat nog het bloed van "De Louis" van  Cattrysse.
Het wordt moeilijk voor mij o,m dat allemaal te onthouden. Mijn kleinzoons Patrick  en Pascal zijn beter op de hoogte van mijn duiven dan ikke. Zo  kwam mijn Olympiade uit een dochter van De Barcelona van "De professor" met mijn "Boerinne". Maar mijn beste sproete duivin kwam er uit met mijn "Baronnesse". Het zijn allemaal maar namen. Maar ja, wij geven ze graag een schone naam als 't goeie zijn, nietwaar. De beste kweek is toch nog  altijd uit mijnen eersten Barcelona met drie duivinnen waaruit "De Jonge Barcelona" van '67, "Den Elektriek" van '67, "Den Elektriek" van '67 en de duivinnen "939 '67" en "9 '67". Het zijn deze vier duiven die gans de basis uitmaken van het huidige hok. Wel heb ik drie keer tegenslag gekend met drie duiven die ik verspeelde net voor ze naar het kweekhok moesten verhuizen! Dat is het duivenspel. Vandaag heb ik een tegenslag en morgen een andere kameraad. Zo heb ik dit jaar in '86 niet minder dan vijf duiven gekwetst thuis gekregen.


Andre met zijn kleinzoon Patrick

Ik zat gerust in mijn zetel om het kampioenschap van België te winnen. Maar ge ziet dat het ook zo goed kan marcheren dat ge u niet aan zulke dingen verwacht. Van de jaar ik en morgen een ander. Zo ook mijn twee duiven die ik dit jaar eerst ging afgeven op Barcelona. Ge moet ze toch eens leren. Ik steek ze op een Oriéans in Deerlijk, 't Was felle  wind in 't gat. Ze zaten door (over). In 't weerkeren tegen de wind op werden ze ook alle twee gepakt door de draden van de hoogspanning. Zo heb ik in hun plaats de Diplomaat moeten inkorven. Maar, zulke duiven zijn voor gans het jaar uitgeschakeld. Riskeert ge het toch van ze mee te geven, ge zijt bijna zeker van ze nooit meer weer te zien. Praten telt natuurlijk niet. Het zijn de uitslagen  die tellen. Kijk naar De Gimondi. Hij is de vader van de fameuze kweker van Gilmont. Hij vliegt hier de tweede nationaal Périgueux en daarna verspeel ik deze duif, weerom net vooraleer hij naar het kweekhok moest. Op Périgueux heb ik hem ook op het kot gevonden en misschien de eerste verspeeld. Als ge goede duiven in form hebt dan moet ge altijd vroeger op post zijn dan uw berekening, 't Is mij zo al een keer of drie voorgevallen  dat ik een duif op het hok gevonden heb. Dat zijn allemaal toeren die niet van tel zijn. Ge moet maar tijdig op post zijn. Voor het moment heb ik een  schoon kweekhok. En er zijn nog vijf gasten die in 1978 hun laatste seizoen vliegen.
Deze vijf zijn ook voor de kweek bestemd. Oudere duiven gaan dan weg en de jongere generatie neemt hun plaats dan in. Ook ik heb meerdere  proeven gedaan die niet gelukt zijn. Het klikt niet allemaal in de kweek. Dat is geen reden om iemand een steen toe te gooien. 't Gaat niet 'op' van te zeggen: Ik ben bedrogen of 't was dit of 't was dat. Kruisingen moeten zich naast mijn duiven kunnen klasseren. Het is altijd zo geweest. Ge moet streng zijn aan de ene kant en toch niet afgeven. Nu heb ik een proef gedaan met André Broeckaert. Ik weet er nog niks van. Of 't zal lukken moeten wij nu ook afwachten. Dus moet ge daar nu nog  niet van spreken. Ik heb ook twee duivinnen verwisseld met Van Hee. Wel, als 't goed pakt zullen ze daarvan afkomstig zijn en niet andersom. Ge  moet in zulke zaken consequent zij, meester. Proberen, uittesten en toch de beste vrienden blijven. Zowel wanneer het meezit als wanneer het tegenslaat. Er zijn er ook die met mijn duiven niet lukken.
De Pau van Lefebure heeft ook van mijn bloed. De ene lukt, de andere misschien niet.

 
Mevr, Vanbruaene

Niet Iedereen kan zeggen dat er zovele overwinningen, nationale en  internationale geboekt worden met zijn soort.
Maar alles lukken, dat is iets wat niet bestaat. We moeten de realiteit willen inzien. Ik kan nog voorbeelden geven zoals Schellekens van Niel uit Nederland met zijn overwinning uit St. Vincent en Bennet uit Engeland tot twee maal toe zelfs en de eerste St. Vincent in Frankrijk en de tweede nationaal van Brouckaert in '84, enz...
Dat zijn allemaal halve Vanbruaeneduiven.  En daaruit blijkt, evenals uit voorbeelden van andere duiven, dat het ras primeert. Met de ene soort moet ge wel wat meer geduld hebben dan met de andere. Vooral wanneer ge zeker zijt wat er in steekt. Vandaar dat ik nogal vaak gekweekt heb als  volgt: voor elk een ei en zien leggen. Dan voelt niemand zich beduveld en juste is juste. Als ge zeker zijt, dan staat ge ook veel vaster in uw  schoenen. Maar ja, alleman kan dat ook niet. Bij mij gaan ze het komen vragen en bij een ander niet.

 
"De Ballon" 3068934/1961

 
"Tarzan" woog 450 gr, ter vergelijking,
"De Zieken" 490 gr, "Louis" 470 gr, Coppi 450 gr, "Rosten" 460 gr, dus allemaal onder de halve kilogram.