Stijlmeubelen uit Lauwe "De natuur" - Deel 6

Mijn duiven, vertelt Vanbruaene, krijgen bij thuiskomst twee dagen "zeem" (honing) met wat citroen, ledere duif wordt gul in zijn bak gevoederd. Aan elke bak hangt een drinkpotje en in elke bak staat een potje met voer.

Niet tijdens de kweek voor en na het seizoen en ook niet tijdens de rui en in de winter.
Dan is alles gemeenschappelijk. Maar, eens het seizoen daar, worden de duivers overdag opgesloten in hun bak. 's Avonds en 's nachts niet, dan
zijn ze los op het hok. Dat is mijn mening van zo te handelen met een weduwnaar. Weduwnaars moeten keuze van voer hebben. Zich overeten bestaat niet. Zowel voor als na de vlucht. Wat ze niet opeten of wat ze laten liggen wordt aan de andere duiven; jonge of duivinnen gegeven.' De duivinnen zitten op het terras van de meubelzaak in een bijna volledig met plastiek afgeschermde ren. Alleen bovenaan is zowat 40 cm open voor de verluchting. Vroeger jaren, zegt André, maakte ik mijn mengeling zelf. Nu koop ik ze uit de handel hier in de streek. Ik wil het mij ook wat gemakkelijker maken. Ik koop de rijkste mengeling. En dan staat er tijdens het seizoen nog altijd een "tele" (bord) met paardébonen op elk hok.
Wie wil kan er wat van nemen. Een maat telt niet voor mij. De duiven hebben altijd eten staan. Ook in de winter hebben ze altijd hun portie gerst staan. Als ze de gerst 'aten liggen, krijgen ze niet veel meer. En tijdens de rui geef ik tamelijk veel koolzaad en wat ijzersulfaat in het drinken. Het is altijd mijn oordeel geweest, dat dit de kwaliteit van de pluim bevordert. Nu en dan een beetje carlsbadzout in het drinken en bij rui en ook in de winter strooi ik wat solferbloem over het eün ik beweer niet dat alle produkten die nu in de handel zijn goed of slecht zijn. Maar ik vind dat   overbodig. Ik geef rijkelijk voer en ik gebruik de oude dingen zoals ze te lezen waren in het groene boekske. Ik bakte vroeger zelf mijn pillen met deeg en solferbloem om dat aan de duiven op te  steken. Nu doe ik gewoon een schep solferbloem in de voederbak. Er kleeft altijd wat aan het eten. Vroeger stak ik een pil op na de vlucht. Nu doe ik gewoon wat solferbloem in hun eten om ze te zuiveren. Ik heb veel hokken waarop ik  gemakkelijk nog zoveel duiven zou kunnen houden. Mijn principe is dat ge met mijn getal duiven gemakkelijk alle vluchten kunt spelen. Alleen mijn kweekhok telt 24 bakken en daar zitten nu 22 koppels.

Op mijn hokken staat ook altijd een bord met grit en een piksteen met zout. Iedereen heeft zo zijn principes. Er zijn er die met andere middelen ook goed spelen. Ik zeg nooit dat dit of dat het beste is. Wel geef ik toe dat velen de duiven tegenwoordig een beetje te "tere" behandelen. Ik bekijk mijzelf altijd zoals een boerenzoon die tegen een slootje kan. Vele jonge gasten worden te zere in de watte gelegd als kind. Met de duiven gebeurt net hetzelfde. Sommige soorten kunnen niets meer verdragen omdat ze teveel krijgen wat allemaal afbreuk doet aan hun natuurlijke weerstand. Ge moogt de natuur niet bevelen. De natuur is sterker dan al de rest. Natuurlijk ga ik voor het seizoen ook eens naar de veearts. Geen zoge heten duivenspecialist hoor. En ik ga ook naar de raadpleging bij het minste dat ik verkeerd zie aan de duiven of zelfs maar aan één duif. Ik ga altijd als ik aan mijn kot wat zie dat niet mag. Zelfs met één duif die mij niet aanstaat. Ik doe mee met de tijd. Maar ik overdrijf er ook weer niet in. Mijn duiven blijven samen tot Nieuwjaar. Aan elke bak hangt een zitplank. Na het seizoen, na de rui, ook nu nog In  november, vliegen de duiven de ganse dag los. Uitgenomen als er mist hangt, of in geval van slechte weersberichten. De hokken worden elke morgen gekuisd. Ik koppel altijd de jaarlingen en de kwekers rond half februari. De oude duiven in de week van de 1 maart. Dat is een principe waar ik niet van afwijk. De oude duiven kweken ook een koppel jongen en gaan na  tien dagen op het tweede broed op het spel. Ik heb mij nooit laten verleiden  om vroeg te kweken, ook niet om ze te verkopen. Maar iemand die met de jonge duiven wil spelen, moet "tielijke" (vroege) jongen hebben om ze zowel op nest als op weduwschap te spelen.

Na het seizoen kweken alle duiven weerom een koppel jongen en we trekken het tweede nest uit op twee weken broeden. De ene broed dan al wat langer dan de andere. Dsn gaan de bakken dicht en 't is ermee gedaan. Ik neem dan ook geen enkele duif meer in de hand tot ze volledig door de rui zijn. Met  het schone najaar dat we nu gekend hebben is er gisteren (17.11.86) nog een ei gevallen. Dat kan immers geen kwaad. Het is een teken  dat ze gezond zitten. En om duiven gezond te houden moet ge over hokken beschikken die de gezondheid in de hand werken. Het is net zoals met  het leefmilieu van de mens. Dat is actueel. Waarom restaureert men oude huizen? Een duivenhok moet daarom niet met luxe bedeeld zijn. De vloer van de zolder is beton met een planken vloer er op. De hokken op de meubelzaak zijn net tuinhekken met gewoon materiaal getimmerd. Deze hokken zijn zelfs bedekt met golfplaten, maar ja, de zon kan er ruimschoots binnen. Overal steken nieuwe golfplaten in heldere plastiek. Om tijdens de  zomder veel zuurstof te geven zijn er overal klapramen met vogeldraad ervoor. Alles is simpel gemaakt. Maar grote ingangen heb ik niet. In de  schuiframen zijn smalle ingangen slechts voor één duif, slechts twee triangels of zo'n 12 è 15 cm breed. Ik moet dat niet weten al die grote gaten, zegt hij. Ge moet altijd trok (tocht) op uw duiven vermijden. De hokken zijn niet diep. Twee meter maximum. En er is electriciteit op de hokken. Als hetduister is moet er bij hem geen licht branden. Hij moet dan ook niet meer bij de duven vertoeven. De duif leeft in de natuur. In het seizoen moet hij een lucifer aansteken om wat te zien. Luxe is absoluut geen synoniem voor een goed kot. Er zijn 101 dingen die goed "zijn, uitgenomen pafade. Ik heb mijn principen en een andere de zijne.
Ge moet u aan een vaste regel houden. Alles geven, alles proberen is knoeien met de duiven. Er zijn ondermeer veel bloedzuiverende middelen in de handel. Ik geef nu geen thee en toch solferbloem. Ik geef ook geen zuivering, ik ken dat niet, en toch ga ik middenin de winter tot 50 gerst geven. Ik kuis wel dagelijks en in het seizoen tweemaal bij de weduwnaars. Ik geef weinig en een1 ander denkt dat hij van alles aan de duiven moet geven. Gij zult mij spreken over vitoimine C, meester, maar ik ben niet geleerd en ik ken dat niet. Dus ik mijne citroen en gij het uwe. Daarom gebruik ik oen rijke mengeling en ik weet zeker dat mijn duiven daarmee genoeg voedsel krijgen. Ik gebruik chloor en kalk, waarvan beweerd wordt dat het de pluimen niet ten goede komt. Ge verstaat, meester, dat ge mij niet van mijn principes kunt afleiden. De fout van velen is dat ze alles geloven en het aan hun duiven geven. Een vast systeem hebben ze niet. Duiven houden van regelmaat, van stiptheid, van schoon water. Mijn drinkpot wordt ook niet alle  dagen uitgewassen. En ene keer per week zal wel genoeg zijn zeker. Ik lees wekelijks de krant en de jongens ook. We nemen er het onze van  zonder afbreuk te doen aan ons systeem.

  
"De Prins"
Vloog in 1961 - 4 maal meer dan 600 kmmet 11e, 28e, 4e en 13e prijs
In 1964 - 7 vluchten, 2e, 6e, 18e, 19e, 29e en 48e
 
De "Jonge Bolle"