Stijlmeubelen uit Lauwe "De Louis" - Deel 2

Het verhaal begon op de hofstede bij de jongste broer van vader. Ernaast stond een kasteel in Rekkem waar André en zijn kameraden al eens een "keuntje" (wild konijn) te grazen namen en dit te verkopen voor wat zakgeld.

De Louis
Trouwens, onze gastheer was, nu nog misschien, niet geboren om hem in een klooster te stoppen. Ik schreef onlangs nog in een practicum, de guitestreken stralen uit zijn pientere oogskes. In zijnen glorietijd zou't nog gevaarlijk geweest zijn van er uw duivinne bij te steken. Alle gekheid op een stokje, André Vanbruaene is een personaliteit die niet weg te cijferen is uit de geschiedenis van de Belgische duivensport.
Ik ben er mee doorgegaan, zegt hij, mede door de invloed van Jules Vermote. Het was in de jaren 36-37 toen ik ook nog met duivinnen en alles speelde, dat de grondvesten met het weduwschap gelegd werden. Zo speelde ik al een eerste uit Angoulème in het cursaal van Oostende, waarvan een uniek exemplaar nl. een vaas van Val St. Lambert getuigt. Het was met De Stier "op een vlucht ingericht door Luik.


Japaners op bezoek bij Vanbruaene, Ze kochten de 3068902/61 in 1966 nadat hij de eerste prijs internationaal Barcelon won.

In die tijd ging zelfs Pol Bostijn reeds met ons mee. Toen gingen we al op de baan met de eerste auto in West-Vlaanderen en die was van Remy Molein uit leper. Ik was veruit de jongste tussen al die heren. Zelfs toendertijd gaven ze nu en dan een feestje, niet zo uitgebreid als nu, maar met een goede pint en een boterham met hesp. Poelen op de duiven kon ik ook nog niet. Van thuis uit niks. Het moest allemaal van mijn zakgeld komen. Ik moest maar zelf instaan voor het onderhoud van mijn duiven. Soms zat ik aan tafel tussen grote bonzen, meester, zoals een Allumiez van Oostende, die groothandelaar was in vis. Als ik nu al die namen langs mij heen zie passeren, denk ik dat deze nu niet meer gekend zijn. Alleen enkele namen die meer bekendheid verworven zullen sommigen lezers nog aanspreken. Ik heb het geluk gekend van mij, nog zeer jong  zijnde, reeds tussen de groten uit de vooroorlogse periode te kunnen manifesteren. Zo heb ik veel gehoord en veel geleerd op alle manieren.
Tegenwoordig hebt ge van die bluffers waartegen ge niet meer kunt klappen, meester. Ik hield mij op mijn plaats en ik probeerde uit de vele  gesprekken wat op te rapen dat mij kon vooruit helpen. Nu leven we natuurlijk in een andere tijd. Alles evolueert snel. De jeugd staat hier ook aan de deur te trappelen. Nu, waarom zou het in de duivensport anders gaan, dan in de rest van de wereld. Iedereen doet mee met de moderne tijden. Maar, zo gemakkelijk is het nu ook weerom niet. Het ene jaar is het andere op verre na niet. Ge moet weten, ik ben van 1910 en getrouwd in 1934. Tussen u en mij, meester, zit er al een verschil van een generatie.
Toendertijd ben Ik ook eens naar de Cattryssen getrokken om een duif te kopen. Zeven maanden zijn er verstreken vooraleer ik die duif te pakken kreeg.
En het is dan nog tot een akkoord gekomen door toedoen van Ernest Derumeaux, die er een vriend des huizes was. Vader Oscar was de leepste. Ik kwam boven op  't kot samen met Gerard. Het was in de periode dat ze daar veel last hadden van de draden van de hoogspanning.
We komen boven en er zit daar een duif met hangende vleugel op de plank. Ik was er met mijn oom en Gerard zegt tegen hem: ziet die duif daar nu zitten, 't Is dan nog een broer'' van onze Louis. De beste duif die ze toen hadden, meester, en 'k was niet doof. Ik had het gehoord en mijn
gedacht er op gezet. Die draden, zegt Gerard dan nog, die hebben ons al vele schade berokkend. Ik gebaarde van niemendalle, maar 'k had dat goed verstaan. Oscar kwam boven en hij toonde ons dit en dat. Tot ik al meteen plots zei: En dienen daar op de plank, met zijn hangende  vleugel... wat voor een duif is dat?! He, zei Oscar, dat is niks waard, dat is geen duif, dat is niets. Gerard kreeg een rood aangezicht. Hij wist dat hij zich versproken had. Ik zei: wat moet die dan wel kosten! Het werd stil en mijn .oom en ik gingen daarop voort, Zeven maanden later heb ik hem bekomen. Dat was toen nog in de hallen van Kortrijk, net voor den oorlog.
En nog mits de voorspraak van Derumeaux die een goede vriend was. Juist voor den oorlog speelde ik nog een eerste prijs met een zoon daaruit. Ik ben daar zeer goed mee geweest. Maar 2 dagen later was het zo ver de oorlog brak uit.

 
De hokken boven de meubelzaak

Tijdens deze jaren heb ik mij dan uitsluitend aan mijn oude soort gehouden. Er was weinig voedsel en iedereen behield een minimum aan duiven. Toch moesten mijn duiven dagelijks bijna uitvliegen. En dat was een groot voordeel voor het behoud van de conditie. De jongen waren voor op te eten. Het was wel gevaarlijk om niet gesnapt te worden. Maar ik had geluk door toedoen van dokter Coene, die hier een eigen kliniek in stand hield en die vele Duitsers verzorgde. Zo 't ene met het ander en met zijn steun kon ik zo de duiven regelmatig eens laten uitvliegen. Hij was een en al duif. de dokter. Hij kwam speciaal naar ons om een praatje te slaan. Zo had ik na de bevrijding een hele stap voor op vele anderen, waarvan de duiven gedeporteerd waren. Ik kon direkt van start gaan met frisse duiven. Dat is nu nog steeds zo. De meeste liefhebbers hebben duiven kort zitten om er uit te kweken. Ze hebben wel een ruime votière. Ik niet. Ik hou geen duiven opgesloten. Ze moeten buiten kunnen, zowel de kwekers als de andere duiven, zelfs als zijn het aangekochte duiven, dan nog. Ik zeg niet dat niet eens een speciaal koppel een jaartje opgehouden wordt. Dat wel. Vaak wegens samenkweek met een speciale duivin of zo. Maar jaren, of gans hun leven opgesloten, dat is ietswat  bij mij niet bestaat. Dat is mijn principe. Ik zeg niet dat ik de slimste ben, meester. Elk zijn oordeel daarover. Eens een koppel opsluiten voor een koppel eitjes, dat doe ik regelmatig. Zo ondermeer met De Barcelona van professor Van Grembergen die ook van mijn soort afstamde.
Deze duif won de tweede in 1962 en de eerste internationaal in 1964. Hij kwam uit een duivin van hier. Wel daar heb ik met een paar duivinnen ook jonge uit gekweekt in de vollere op de zolder. Daaronder mijn Olympiade en andere topduiven die er van afstammen. Zo heb ik altijd enerzijds eigen bloed met nieuw ander bloed ingevoerd.

  
De "Rode Barcelona, vloog 3 maal Barcelona en is een zoon van "De Stier"