Oplossing vogelgriepproblematiek voor onze duivensport dringt zich op

De roep naar een structurele oplossing voor de gevolgen van de nieuwe Europese diergezondheidswetgeving (“Animal Health Law” of AHL) klinkt steeds luider.

Een oplossing komt mogelijks voort uit hoogstaand wetenschappelijk onderzoek dat over de loop van vele jaren keer op keer kon vaststellen dat de duif geen echte rol speelt in de verspreiding van het huidige vogelgriepvirus.

Het vogelgriepvirus hield de jongste weken onze duivensport opnieuw in zijn greep. Dat bleek nog maar eens nadat er een vogelgriepuitbraak werd vastgesteld in de streek rond Meulebeke, waar pogingen om tot een oplossing te komen voor de getroffen duivenliefhebbers op een sisser afliepen. In de Europese wetgeving die momenteel in voege is, wordt geen rekening gehouden met de wetenschappelijk onderbouwde bevinding dat een duif als doodlopende gastheer (“dead-end host”) het virus niet meer doorgeeft aan pluimvee of andere vogels. Dat hieraan voorbij wordt gegaan in de wetgeving heeft verstrekkende gevolgen voor onze duivensport zoals een maand geleden opnieuw bleek na een vogelgriepuitbraak in Meulebeke.

Vogelgriepuitbraak in de streek rond Meulebeke zorgt voor problemen

Op 30 maart 2022 werd een nieuwe uitbraak van het hoog-pathogene H5N1-vogelgriepvirus vastgesteld in een pluimveebedrijf in Meulebeke, provincie West-Vlaanderen. Rond het uitbraakgebied werd toen een beschermingszone ingesteld met een straal van 3 km waarbinnen een ophokplicht van toepassing was. Verder kwam er een bewakingszone met een straal van 10 km waarbinnen duiven enkel mochten uitvliegen maar niet opgeleerd worden. Deze zones werden 30 dagen lang gehandhaafd.

In tegenstelling tot vorig jaar kwam er bovendien dit keer geen positief antwoord op de vraag van de getroffen duivenliefhebbers voor versoepelingen voor de maatregelen die genomen werden binnen de schutkring van 10 km rondom de haard waar de uitbraak werd vastgesteld. Hierdoor konden zij 30 dagen lang met hun duiven niet aan wedstrijden deelnemen.

De toelating hiervoor werd hen door de overheid geweigerd ondanks herhaaldelijke pogingen vanwege de KBDB, de internationale dierenartsenvereniging IVPA, een 17-tal burgemeesters van de getroffen gemeenten, bijgestaan door initiatieven ondernomen door enkele van de 387 getroffen liefhebbers uit deze streek (waaronder Chris Debacker die een voortrekkersrol vervulde). Hun schrijven aan het kabinet van David Clarinval, Minister van Landbouw, en het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) leverde, in tegenstelling tot de voorbije jaren, niet de verhoopte versoepelingen op. Pas nadat 30 dagen verlopen waren kwam er op 29 april een verlossend bericht dat de eindevaluatie in de zone Meulebeke met gunstig advies werd afgerond waardoor de maatregelen konden worden opgeheven. De duiven die gehouden werden in Meulebeke konden hierna zoals voorheen weer aan wedstrijdvluchten deelnemen.

Van enige euforie is er momenteel geen sprake. Een nieuwe uitbraak loert immers steeds om de hoek. Zo vielen goed een week geleden enkele nieuwe gevallen van vogelgriep te noteren in Nederland. Het vogelgriepvirus kan duidelijk om het even waar plots weer opduiken en voor een nieuwe uitbraak zorgen. Het blijft dus voor alle liefhebbers hartje vasthouden.

Het vogelgriepvirus is hierdoor precies een donkere wolk die boven onze duivensport hangt. Gezien het voor de getroffen liefhebbers verboden is om duiven op te leren en aan wedstrijden te laten deelnemen, missen deze duiven hierdoor niet alleen de broodnodige voorbereiding op de nationale klassiekers, maar verliezen zij zo ook kostbare punten voor allerlei kampioenschappen.

Jaarlijks weerkerend probleem

De meeste vogelgriepuitbraken doen zich voor tijdens de rustperiode van de duivensport, in de late herfst en tijdens de winter wanneer het virus overgebracht wordt door trekvogels die vanuit het Verre Oosten over Europa heen vliegen. Jammer genoeg zijn er ook sporadisch uitbraken in het voorjaar die voor problemen zorgen voor het uitlaten en trainen van de duiven in volle voorbereiding van het vliegseizoen. Allermeest worden de jonge duifjes getroffen die in het voorjaar hun eerste toertjes rond het hok maken, en zo de omgeving leren (her- of ver)kennen.

De uitbraken komen steeds frequenter voor. De jongste jaren werd West-Europa overspoeld met uitbraken van vogelgriep, met ook nu en dan uitbraken in België in volle vliegseizoen en zomertijd. Soms komt een uitbraak voor bij een particuliere vogelhouder, maar in het ergste geval treft het evenzeer een commercieel pluimveebedrijf. Voor de bescherming van onze voedselketen, de volks- en diergezondheid vraagt dit vanuit de overheid telkens om gepaste ingrepen om verdere verspreiding van het vogelgriepvirus tegen te gaan.

Dat deze maatregelen ook de duivensport treffen, valt ten zeerste te betreuren, gezien herhaaldelijk gedane wetenschappelijke experimenten aantonen dat onze sportduif weinig vatbaar is voor vogelgriep en dat indien een duif alsnog besmet raakt ze het virus in normale omstandigheden niet overdraagt naar andere vogels en pluimvee. Men verwijst daarom binnen dierenartsenkringen naar de sportduif als een doodlopende gastheer (of “dead-end host”) voor vogelgriep. “De duif speelt geen rol in de epidemiologie van het virus”, zo stelt professor Celia Abolnik, wereldautoriteit inzake vogelgriep, verbonden aan de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit van Pretoria, Zuid-Afrika. Met andere woorden, met betrekking tot vogelgriep is de sportduif geen bedreiging voor mens, dier en de voedselketen.

Deze wetenschappelijke bevindingen raakten in de afgelopen jaren met dank aan de inspanningen van IVPA ook bij de Belgische overheid steeds beter bekend. In het recente verleden werd daardoor telkens na overleg door de KBDB en IVPA met de Minister van Landbouw en het FAVV een oplossing gevonden voor de duivensport wanneer vogelgriepuitbraken zich voordeden. Dergelijke oplossing liet dit jaar op zich wachten, en kwam er uiteindelijk niet. Wat is veranderd in het afgelopen jaar?

Sinds 2007

In 2003 en 2007 kregen we in onze contreien voor het eerst te maken met de gevolgen van vogelgriepuitbraken voor de duivensport. Duivenvluchten werden toen stilgelegd voor een bepaalde periode.

Dierenartsen Ruben Lanckriet en Pascal Lanneau, respectievelijk voorzitter en vice-voorzitter van de Belgische afdeling van IVPA, maken daarom sinds 2007 samen met enkele andere collega’s werk van het samenstellen van wetenschappelijk onderbouwde dossiers waarin zij ontegensprekelijk bewijs verzamelen dat aantoont dat het vogelgriepvirus geen ziekmakende impact heeft op duiven en dat duiven geen bijdrage leveren aan de verdere verspreiding van het virus.

Wij staken ons licht op bij hen om de oorzaak achter de huidige problemen te achterhalen.

Twee winters terug (2020-2021) zorgde een uitbraak van vogelgriep opnieuw voor een ophokplicht voor onze duiven, die vanaf medio november tot 15 februari niet meer mochten uitvliegen. De KBDB zette toen mee haar schouders onder dit dossier, en uiteindelijk werd een oplossing gevonden zodat vanaf 15 februari 2021 de duiven terug konden uitvliegen, en zodat vanaf medio maart de individuele trainingsvluchten konden gestart worden.

Vanuit IVPA en de KBDB werden toen reeds e-mails aan het Belgische Ministerie van Landbouw gericht om op een geschikt moment samen te zitten om een structurele oplossing voor het probleem te vinden. Een voorstel werd gedaan om een draaiboek op te stellen om ook duiven die binnen een schutkring vallen te allen tijde te laten uitvliegen, en zo mogelijk - in volle vliegseizoen - ook aan wedstrijden te laten deelnemen. Daarvoor werden verschillende scenario’s op tafel gelegd. Eén daarvan bevatte het voorstel om alle duiven die binnen een bepaalde schutkring vallen apart in te korven zodat ze niet in aanraking komen met duiven die van buiten de schutkring komen, om zo alsnog op een veilige, gecontroleerde manier aan vluchten te kunnen deelnemen.

Helaas bleek in 2022 dat er geen structurele oplossing meer zat aan te komen.

Een parlementaire vraag (ingediend via één van de burgemeesters van een getroffen gebied) over vogelgriepuitbraken en onze duivensport haalde op donderdag 28 april 2022 het Vlaams Parlement net niet, maar met dank aan Europarlementslid Hilde Vautmans, een persoonlijke kennis van dierenarts Raf Herbots, kon een persoonlijk gesprek plaatsvinden met het kabinet van bevoegd Minister van Landbouw David Clarinval.

Contact met het ministerie leert dat er nog steeds bereidheid is bij de Belgische nationale overheid om oplossingen te vinden, alleen heeft men sinds het voorjaar van 2021 geen nationale bevoegdheid meer om dit te doen. De regels die worden toegepast worden opgelegd door de Europese Commissie via de nieuwe Europese “Animal Health Law” (AHL) die sinds 21 april 2021 van kracht werd.

Voor de duivensport werd vorig jaar na heel wat lobbywerk door onze sector door de Europese Commissie een overgangsperiode van 6 maanden goedgekeurd waardoor de regels pas echt gingen gelden vanaf 21 oktober 2021. Alle lidstaten dienen sindsdien deze wetgeving zonder uitzondering te handhaven, vandaar dat de problemen nu pas voor het vluchtseizoen van 2022 opduiken. In België werd de opdracht tot handhaving toebedeeld aan het FAVV.

Minister Clarinval antwoordde hieromtrent ook nog op een vraag van Federaal Volksvertegenwoordiger Leen Dierick (CD&V) in de Commissie Gezondheid op 2 mei 2022 en vermeldde hierbij het volgende:

“Eind april 2021 is de nieuwe Europese wetgeving, de ‘Animal Health Law’ van toepassing. Anders dan de vorige wetgeving is het nu niet langer mogelijk afwijkingen toe te staan. De nieuwe verordening voorziet in een verbod op het vervoer en het bijeenbrengen van gevoelige dieren in de beperkingsgebieden. Voor vogelgriep, worden alle vogelsoorten als gevoelig beschouwd en worden er geen afwijkingen meer voorzien voor de duivensport waardoor duivenliefhebbers die actief zijn binnen de gebieden die aan beperkingen onderworpen worden niet aan duivenwedstrijden mogen deelnemen.”

Om deze reden staan alle Europese nationale overheden machteloos om uitzonderingen te voorzien voor de duivensport wanneer zich vogelgriepuitbraken voordoen op hun grondgebied.

Nochtans lezen we in de wettekst dat de Europese Commissie rekening moet houden met de meest recente wetenschappelijke bevindingen bij het uitwerken van maatregelen.

Onder andere een recent Belgisch experiment uitgevoerd door Dr. Mieke Steensels, experte in aviaire virologie en immunologie verbonden aan de Belgische federale onderzoeksinstelling Sciensano, toont aan dat de duif een verwaarloosbare rol speelt in de overdracht van vogelgriep op andere vogels en pluimvee. Dit experiment kwam er op vraag van David Madeira van de ‘Fédération Colombophile Internationale’ (FCI). Ook FCI houdt zich namelijk bezig met dit dossier, omdat het een heus probleem vormt voor de duivensport in alle Europese lidstaten.

Voor het experiment werden duiven besmet met 3 verschillende stammen van het vogelgriepvirus. Deze besmette duiven werden tussen kippen gezet. Kippen zijn uitermate gevoelig voor het vogelgriepvirus en zouden dus in theorie indien duiven het virus effectief doorgeven besmet kunnen worden en sterven aan het vogelgriepvirus. Er werd echter net zoals bij eerdere experimenten in het verleden géén besmetting en sterfte bij de kippen vastgesteld. Er werd slechts één duif ziek wegens de door de onderzoekers onnatuurlijk hoge toegediende virale lading, wat in normale, natuurlijke omstandigheden zo goed als nooit zal voorkomen. Dat de duif een doodlopende gastheer is voor het vogelgriepvirus en in de praktijk geen gevaar vormt voor pluimvee en onze voedselketen werd zo opnieuw aangetoond. Het resultaat van dit onderzoek is voorlopig nog niet door Dr. Steensels gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift.

In twee risicoanalyses die de Britse en Franse overheden recent maakten in functie van de duivensport werd ook verwezen naar studies die aantonen dat de sportduif slechts in zeldzame omstandigheden vatbaar is voor het vogelgriepvirus en dat de meeste wetenschappelijke bevindingen erop wijzen dat er geen gevaar is dat ze het virus overdraagt naar pluimvee. Een besmette duif scheidt niet genoeg virusdeeltjes uit om zelfs in dichte nabijheid een gevaar voor bv. kippen te vormen.

Op basis van onder andere dergelijke risicoanalyses die onderbouwd werden door de meest recente wetenschappelijke vaststellingen werden zowel in Frankrijk als Duitsland de afgelopen jaren de nationale wetgevingen ter bestrijding van vogelgriep aangevuld of aangepast met regels voor de duivensport. Dit schiep in tijden van vogelgriepuitbraken duidelijke regels voor de duivensport.

In Frankrijk werd een wettelijk kader gecreëerd met duidelijke voorwaarden met betrekking tot wie, wanneer en waar er mocht gespeeld worden met sportduiven in tijden van vogelgriepuitbraken op het Franse grondgebied.

In Duitsland ging men nog verder en werd de duif zelfs helemaal uit de Duitse vogelgriepwetgeving gehaald gezien de Duitse overheid de onbestaande rol die de duif speelt in de verspreiding van vogelgriep erkent, onder meer omwille van de vaststelling dat er tijdens de vogelgriepuitbraken in Duitsland en Zwitserland in 2016 en 2017 onder de 1500 onderzochte dode en met vogelgriep besmette vogels geen enkele duif werd aangetroffen (zie BDRG).

In België, Nederland en Groot-Brittannië hanteerden de bevoegde overheden op basis van dezelfde wetenschap eerder een soepel ad hoc beleid.

Kortom, in West-Europa waren de overheden stilaan goed op de hoogte dat duiven geen echte rol spelen in de overdracht van het vogelgriepvirus. Jammer genoeg vervangt de nieuwe Europese wetgeving (AHL) alle nationale regels en wetten waar het vogelgriep betreft. De duivensport zit hierdoor opnieuw in nauwe schoentjes, zoals ook al vorig jaar bleek toen de AHL plots overheidscertificatie voor alle verplaatsingen van duiven naar het buitenland verplicht maakte. Gelukkig werd deze verplichting voor wat wedstrijden en trainingsvluchten betreft op de valreep geweerd uit de Europese regelgeving zodat onze duivensport tenminste niet helemaal ten onder ging.

Hoe moet het nu verder?

De Europese Commissie houdt dus bij het opstellen van wetgeving naar eigen zeggen rekening met de meest recente wetenschappelijke vaststellingen.

Met het oog op het maken van een risicoanalyse voor specifieke diersoorten en ziekten doet de Commissie een beroep op wetenschappelijke adviezen van EFSA (European Food Safety Agency), EURL (European Union Reference Laboratories, zoals Sciensano) en OIE (World Organisation for Animal Health).

Tijdens de ontwerpfase van de AHL werd op basis van deze adviezen door de Commissie beslist de duif onder te verdelen in de dierengroep “in gevangenschap levende vogels” waarvoor men een hoog risico ziet op verspreiding van hoog-pathogene vogelgriep. Om deze reden zijn ook zeer strenge bioveiligheidsmaatregelen van toepassing op sportduiven.

Bij de Commissie bepleit Europarlementslid Hilde Vautmans daarom op vraag van de sector een compleet aparte regelgeving voor de sportduif die in verhouding staat tot de werkelijke risico’s. Een eerste overleg tussen de sector en Dhr. Bernard Van Goethem, bevoegd binnen de Europese Commissie voor de AHL, vond al plaats eerder dit jaar waarbij gewezen werd op de uiterst schadelijke impact van deze wetgeving voor de ganse sector die gezien de huidige wetenschap erg buitensporig is en blijft ondanks de eerdere versoepelingen die vorig jaar toegekend werden. De Commissie houdt de door de duivensportsector geleverde argumentatie in beraad. Wordt (hopelijk) vervolgd.

De afgelopen weken en maanden werd voorts door FCI en IVPA contact gelegd met het OIE om hen te overtuigen hun adviezen inzake sportduiven en vogelgriep te wijzigen. Er wordt ook nagedacht om vanuit de sector herhaaldelijk experimenten op te zetten om bijkomend wetenschappelijk bewijs te verzamelen.

Tot slot, op nationaal vlak blijven de KBDB en IVPA er verder werk van maken om de problemen die de duivensport ondervindt onder de nationale aandacht te brengen bij het FAVV en het Ministerie van Landbouw.

KBDB-petitie

Om voorgaande reden lanceerde de KBDB recent een petitie om het probleem dat zich stelde in Meulebeke te blijven aankaarten bij onze politici zodat ook zij zich nog meer als voorheen achter een structurele oplossing voor de duivensport scharen.

Link naar de petitie: www.openpetition.eu/kbdb