Opiniestuk: 14 nationale vluchten op de grote halve fond in 2013 - een nieuwe uitdaging voor de Belgische duivensport

De nieuwe nationale vluchtkalender ligt voor, waarop 14 nationale vluchten op de grote halve fond gepland staan. Toegegeven, een vrij drastische wijziging, die voor zowel liefhebbers als lokalen wat aanpassing zal vergen. Maar ook een verandering die ‘kansen’ biedt, op velerlei vlak!

Vernieuwen, innoveren… en voor iedereen trachten ‘goed’ te doen, is wellicht zonder onze duivensport gerekend. Op onze redactie rolden tal van reacties binnen na de bekendmaking van de nieuwe nationale vluchtkalender op de grote halve fond, het mag gezegd… meestal positieve, maar ook enkele uit het andere kamp. In het centrum van ons land zal deze kalender wellicht op groter gejuich onthaald zijn, dan aan de uitkanten van ons land (kustregio, Oost-Limburg en een groot deel van Wallonië). Begrijpelijk, omdat deze mensen het zelfs op provinciale vluchten meestal moeilijk hebben om echt aan de bak te komen… laat staan op vluchten met grote geografische spreiding zoals op de nationale vluchten. Externe factoren hebben er een nog grotere invloed op het wedstrijdverloop, dat moet niemand ontkennen.
We vertellen zeker niks nieuws wanneer we stellen: hoe korter de afstand, hoe groter de invloed van weer, wind, ligging, massa en ‘trek’ van de duiven… zaken die op nationale vluchten van pakweg 500 Km een enorme rol van betekenis spelen… factoren die nog worden versterkt bij massale deelname (met soms 40.000 duiven of meer).

14 nationale vluchten op de grote halve fond, nog 1 vlucht per weekend, weg versnippering

De lokroep naar ‘nationaal succes’ maakte van deze nationale vluchten op de grote halve fond gedroomde affiches... er viel roem en eer te rapen, en voor sommigen ook wel enig financieel gewin.
Iedereen had voordien dan ook de mond vol over de versnippering op de grote halve fond, er waren te veel vluchten tijdens hetzelfde weekend. Het getuigt van moed en ondernemingszin van ons Nationaal Sportcomité hieraan iets te willen en durven veranderen. Vanaf 2013 ligt een vluchtkalender ‘new look’ op tafel met  7 weken op rij (periode 25 mei-6 juli) een nationale vlucht op de grote halve fond voor oude en jaarlingen, om dan na een tussenpauze van 2 weken (13 en 20 juli) terug 7 weken op rij nationale grote halve fond voor oude (en/of jaarse) en jonge duiven te organiseren. Op de data van deze nationale vluchten worden geen andere (concurrerende) vluchten op de grote halve fond meer toegestaan. Enkel op de kleine halve fond kan en mag nog ingekorfd worden (behalve op Bourges van 27 juli, waar enkel nog een grote snelheidsvlucht voorzien is, geen kleine halve fond).

Toegegeven, de verandering is drastisch… misschien te drastisch naar de zin van sommige liefhebbers woonachtig in de uithoeken van het land. Al zijn zij in de minderheid… toch mag en kan men hun argumentatie niet zomaar naast zich neer leggen. Dat doet men bij de KBDB ook niet, er werden ondertussen reeds enkele zaken bijgestuurd, aan andere wordt momenteel nog gewerkt. Toch zal iedereen zich van één zaak bewust moeten zijn: iets veranderen of in de plaats van iets brengen… zal altijd ten koste gaan van iets anders. Veranderen zonder iets aan het bestaande te wijzigen is immers onmogelijk… dus zal iedereen zijn bijdrage daaraan moeten leveren.  Hoe groter de groep, hoe groter de kans op ontevreden individuen. Nogmaals: de duivensport organiseren naar de zin van ieder apart individu (lees: liefhebber) is onmogelijk. Laat echter het gezond verstand zegevieren.

Iedereen weet bij voorbaat dat op nationale vluchten van pakweg 500 km quasi de helft van het deelnemersveld bij lossing, op voorhand verloren is. De nationale winnaar is die dag niet noodzakelijk de beste duif in wedstrijd, dat is nu eenmaal het grote nadeel van onze duivensport… met voor iedere duif een verschillend traject richting huistoe, richting eindstreep! Weer, en vooral wind en ‘trek’ van de duiven bepalen waar op die dag de vroegste duiven en de vetste prijzen zullen behaald worden. Is dit echter een reden om deze nationale vluchten bij voorbaat af te schieten? Dan zeggen we volmondig ‘nee’! Ieder weekend is er een ander weerbeeld, dus ook wisselende kansen, al zullen bepaalde regio’s altijd in een favorabele positie liggen, omdat de duiven schijnbaar bepaalde vliegroutes volgen, het zij zo… want dit gegeven zal op provinciale en/of semi-nationale wedstrijden niet anders zijn. De lokale uitslag is en blijft daarom nog altijd de eerste en ideale waardemeter voor de prestatie van het eigen hok. Voor al de bovenliggende dubbelingen (provinciaal, zone en nationaal) is iedereen afhankelijk van zijn ligging, het weer, de wind en een stuk ‘geluk’ van de dag.

Lokale dubbeling verplicht, intentie tot opdeling in 6 zones

Vandaar de maatregel vanuit de KBDB om de lokale dubbeling van de duiven voortaan verplicht te maken, en de intentie om te gaan werken in 6 zones op nationaal vlak. Het is reeds een stuk inspelen op de noden van de liefhebbers, zeker in de uithoeken van ons land… en na een evaluatie aan het eind van 2013 zal men vanuit de KBDB zeker bijsturen waar nodig.

Dat een opsplitsing in 6 kleinere zones meer dan noodzakelijk is, bewijst een kleine studie die ons vanuit de westhoek van ons land bereikte. Daarin werden de nationale winnaars op de vluchten van de ‘grote halve fond’ in kaart gebracht. Niet over 1 jaar, maar over de afgelopen 5 seizoenen, zodat we een duidelijk beeld krijgen over de verdeling van de prijzenkoek in de periode 2008-2012. Meteen wordt duidelijk waar enkele pijnpunten van ons nationaal spel (zeker op de grote halve fond) gelegen zijn. Zie maar:


De locatie van de nationale winnaars uit 2012


De kaart met winnaars uit 2011


De winnaars uit 2010 in kaart gebracht; de nationale overwinning van Jozef Devriendt (punt C) uit Aartrijke
kwam er pas na diskwalificatie van R & X Verstraete (te laat klokken van de controlegummi)


Het beeld uit het sportseizoen 2009


De locaties met de winnaars uit 2008

Eén zaak kunnen we hieruit alvast concluderen: de liefhebbers woonachtig in de uithoeken van ons land… zeg maar deze op de huidige westenlijn en oostenlijn…  ondervinden het grootste nadeel op de nationale vluchten van de grote halve fond, bovenstaande kaartjes bewijzen dit volkomen. Nationale winst is er enkel mogelijk met wind volledig in het voordeel, we moeten daar niet moeilijk over doen… de feiten zijn nu eenmaal de feiten. De grote bezorgdheid bij deze mensen is wellicht dat de uitbreiding van het nationale grote halve fondspel in zijn huidige vorm, zowat het failliet dreigt te betekenen van een mooie discipline in hun oostelijke en westelijke uithoek  van het land. Vandaar dat de intentie tot een opsplitsing in 6 zones een goede zaak kan zijn… en daarvoor zou men ook best eens de bestaande zones hertekenen per vlieglijn, rekening houdende met bovenstaande geografische bevindingen. Zo zou zone A, best beperkt worden tot de huidige bestaande ‘westenlijn’, zone B tot de ‘middenlijn’, en zone C tot de huidige ‘oostenlijn’. Deze 3 zones dan nog eens opsplitsen in de lengte in 2 delen (A1, A2, B1, B2, C1, C2) zou wellicht het meest aanleunen bij de noden van de liefhebbers uit de uithoeken van ons land bij de nieuwe nationale vluchtkalender op de grote halve fond.

Daarbij rijst de vraag… of men meteen ook de lijn kan doortrekken naar een volgende noodzakelijke stap (op zijn minst naar 2014 toe): het inperken van het wekelijkse heen-en-weergeloop van liefhebbers op zoek naar het inkorfbureel waar ze het komende weekend volgens de weersvoorspellingen het gunstigst zullen gelegen zijn… lees: de grootste kans maken op winst. Ook dit euvel zorgt voor een pak ongenoegen in sommige lokalen. Wanneer straks de opsplitsing wordt gemaakt in 6 zones, kan men ook hier toch een stuk verder gaan, en de liefhebbers op voorhand laten bepalen in welk lokaal waar ze binnen de lokale speelomtrek vallen ze wensen in te korven het volgende sportseizoen… en dit voor een gans jaar in hetzelfde lokaal (ieder jaar te hernieuwen, met kans om te veranderen). Een gans seizoen in hetzelfde lokaal inkorven, zal ook het heen-en-weergeloop van de zogenaamde en vaak verguisde ‘windspelers’ uitsluiten, een pak frustraties in sommige lokalen aan banden leggen. De nieuwe nationale kalender, met nog 1 grote halve fondvlucht per weekend, leent er zich toe om vanaf de nationale vluchten de liefhebber deze keuze te laten maken… met mogelijk alternatief voor een 2e lokaal, wanneer zijn keuzelokaal op een bepaalde vlucht(en) niet zou inkorven.

Wat met de nationale kampioenschappen grote halve fond?

Voor de nationale kampioenschappen grote halve fond zou men best ook rekening houden met de nieuwe factoren (6 zones), en de liefhebber de keuze laten tussen de nationale, zonale en lokale uitslag (mits een voldoende aantal duiven en deelnemers). Wel met die verstande dat men voor het indienen van de uitslagen voor de nationale kampioenschappen slechts deze uit één en dezelfde dubbeling kan in aanmerking nemen. We verklaren ons nader: ofwel neemt men allemaal lokale prestaties, ofwel allemaal zonale uitslagen, ofwel allemaal nationale uitslagen. Het bevordert enkel de gelijkheid aan kansen over gans het land, of men nu in het voordeel lag of niet! De keuze tussen de meest gunstige coëfficiënt per weekend (provinciaal, zone of nationaal), zoals dit momenteel gebeurd, moet komen te vervallen omdat dit een totaal vertekend beeld geeft.

Hierbij zou ook de provinciale dubbeling voorlopig niet meer in aanmerking mogen komen voor de nationale kampioenschappen. Eerst en vooral omdat in bepaalde provincies momenteel niet eens een apart provinciaal resultaat bestaat. Ten tweede omdat men op bepaalde plaatsen in ons land niet in de provinciale uitslag (van de provincie waar men woont) wordt opgenomen wanneer men in een inkorfbureel van een andere provincie inkorft, terwijl dit op andere plaatsen in ons land wél het geval is… waardoor er dus een ongelijkheid aan kansen is! Tenzij… er vanuit de KBDB of het Nationaal Sportcomité voor de start van het sportseizoen 2013 een oplossing uit de bus komt voor dit euvel. Pas wanneer iedere provincie over een provinciaal resultaat beschikt, en in iedere provincie dezelfde criteria daarvoor gelden of worden gehanteerd, kan men dit opnieuw in aanmerking laten komen.

Innovatie

Waarom zou de KBDB op haar eigen nationale vluchten niet eens werk maken om een aparte nationale uitslag met de 4 of 5 eerst getekenden per liefhebber te publiceren, bij wijze van proef? Eens zien wat het geeft? Het hoeft geen extra kosten te betekenen… want men kan deze nationale uitslag (nationale quarté of nationale ‘top 5’, het kind moet nu eenmaal een naam hebben) gewoon publiceren op de website van de KBDB en bij de verschillende persorganen, dus geen extra kosten voor drukwerk of zo. Voor het rekenbureau (berekenaar) is het enkel een selectieknop indrukken die de 4 of 5 eerste getekenden uit de algemene nationale uitslag (de huidige) er per liefhebber uit selecteert. Denk dat velen benieuwd zullen zijn naar een nationaal resultaat waar iedereen met gelijke wapens (lees: gelijk aantal duiven) de strijd aangaat (externe factoren niet mee gerekend). Een proefproject, eens zien wat het geeft…  Een nationaal resultaat met beperkte deelname zodat het element massa meer wordt geneutraliseerd, waarbij de kleinere liefhebber met een handvol duiven niet langer het gevoel heeft weggeblazen te worden door de megahokken. Moet toch kunnen?

Uitstraling van onze duivensport, ook naar de buitenwereld toe

Gelijk welke sporttak men neemt, de uitstraling ervan heeft te maken met competitie of strijd op het allerhoogste niveau. De echte wielerfan kickt op de ‘klassiekers’, de ‘Tour’, de ‘Giro’, de ‘Vuelta’. Een voetbalfanaat kijkt met belangstelling uit naar de ‘Primera Division’, de ‘Calcio’, ‘Premier League’, ‘Bundesliga’, zo u wil ‘Jupiler League’…  met als toetje op de taart uiteraard de ‘Champions League’ of het grote kampioenenbal! Als we aan onze duivensport nog enige uitstraling willen geven - ook naar de buitenwereld toe - dan zal het ook via de echte  ‘duivenklassiekers’ moeten gebeuren, en dat zijn nog altijd de nationale vluchten. Op dat vlak schiet de nieuwe bewindsploeg onder leiding van Stefaan Van Bockstaele en Dirk Schreel alvast meteen pal in de roos, met de nieuwe nationale vluchten voor de grote halve fond. Dat er voor bepaalde streken nadelen aan verbonden zijn, moeten en zullen we niet ontkennen. Iets meer afwisseling van de vluchten tussen oost en west zal naar de toekomst toe mogelijks enig soelaas bieden… als een Montluçon en Nevers aan de noden en wensen van de mensen uit de oostkant voldoen, waarom zou er dan naast een Poitiers ook geen ruimte zijn voor pakweg een nationale Tours of zo… voor de mensen van de westkant of de kuststreek, om aan de noden van deze liefhebbers tegemoet te komen. Hoop doet leven… Noem het werkpunten, of evaluatiepunten voor het eind van volgend seizoen.

Maar laten we vooral met zijn allen het eigenbelang eens opzij schuiven, even positief denken, en het belang en de uitstraling van onze duivensport eens vooropstellen en prioriteit verlenen... en vooral de nieuwe vluchtkalender een kans geven. Geen speculaties en negatieve commentaren meer vooraf, maar de vluchten afwerken… ze spelen… en pas aan het eind van de rit, ergens in september, de zaak evalueren en de nodige conclusies trekken. Dankzij deze nieuwe nationale kalender komt er meer centralisatie, kan men de kosten drukken, mooier spel organiseren en meer uitstraling geven aan onze sport, en een oplossing bieden aan de versnippering.

Deze nationale klassiekers zijn de ideale aangelegenheid om onze duivensport een nieuw elan te geven, in een positief daglicht te stellen, onze sport in de publiciteit te brengen… ook naar de buitenwereld toe. Een niet te missen kans! Laat dit dan ook de taak zijn voor de brede duivenpers… Wie weet, volgen andere media vroeg of laat hun voorbeeld!

Wie zijn mening kwijt wil, kan dit doen op het forum bij het bijbehorende topic.