Op de praatstoel: Joost De Smeyter

Joost De Smeyter heeft naast talent duidelijk iets wat een ander niet heeft. Een uitzonderlijke feeling voor (top)duiven, naast de kunde het maximale rendement uit een duif te halen. Van zo iemand valt altijd wel iets te leren. In een open dialoog praat hij ronduit over zijn aanpak, zijn leidraad tot succes.


Internationale topper bij uitstek op fond en grote fond: Joost De Smeyter-Restiaen

Mocht er een onderscheiding of award bestaan voor beste grotefondliefhebber van België in 2015, Joost De Smeyter stond bij velen beslist bovenaan hun ranglijst als topfavoriet. Volkomen normaal voor iemand die in 2015 adelbrieven kan voorleggen als winnaar Pau Internationaal 9.052 d., winnaar Euro Diamond, 1e West-Europese Marathon, 2e Nat. Asduif Grote Fond KBDB en beste duif van België over 3 internationale vluchten. Fenomenaal!

Joost De Smeyter is als prille veertiger een toonbeeld voor velen binnen onze duivensport. Een nationale duiventopper pur sang. No nonsense, rechttoe rechtaan. Joost is een allesspeler, van halve fond tot grote fond. Veel kweken, leren, spelen en keihard selecteren. De enige rechte weg naar de top. Simpel maar doeltreffend. Van zo iemand valt iets te leren. Wegens net dat ietsje meer kunnen met een duif dan een ander, dan Jan Modaal. We vuurden in een open dialoog enkele vragen op hem af.

PIPA: Joost, je bent afkomstig uit het wielermilieu en van de wielerschool. Heeft die kennis bijgedragen tot je successen in de duivensport?

Joost: "Zeer zeker. In beide gevallen komt dat overeen met het begeleiden van topatleten. Noem het topsportbegeleiding. De evolutie in het begeleiden van atleten naar topprestaties staat niet stil. Komt eerder in een stroomversnelling. Dat merk je ook in de duivensport. Het gaat er de jongste seizoenen almaar sneller en sneller aan toe. Wanneer je duiven niet top zijn, kom je er gewoon niet meer aan te pas."

PIPA: Op welk vlak biedt die kennis dan een meerwaarde?

Joost: "Vooral het belang van training, recuperatie, rust en opbouw, en de rol en de invloed van voeding en voedingssupplementen in dat proces. Weten wat je waarvoor nodig hebt. Het gebruik van proteïnen en vetten bijvoorbeeld. Waarvoor dienen ze, waar kan je ze in terugvinden, en vooral: hoe en wanneer ga je die toedienen? 
Ook buiten het seizoen is begeleiding noodzakelijk. Tijdens de rui, de kweek en het winterseizoen moeten duiven evenzeer begeleid worden. Ook dan worden hier bepaalde natuurproducten toegediend. Duiven hebben dan bijvoorbeeld nood aan ijzer en mogen daar buiten het seizoen geen tekort aan hebben. Aminozuren tijdens de rui, nog zoiets. Tijdens de rustperiode moeten ze ook zuiver van bloed zijn. Duiven begeleiden doe je 365 dagen op 365. Zowel qua voeding als supplementen. Een teveel kan schadelijk zijn, een tekort nefast."

PIPA: Met talent alleen kom je er niet?

Joost: "Niet noodzakelijk, neen. Kijk: klasse of talent, doorzettingsvermogen en oriëntatie, het zit in de genen. Het is aangeboren. Die gaven optimaal benutten, is de taak van de liefhebber, via voeding, training, rust en observatie. Ik zag het genoeg in de wielersport: jonge gasten met talent zat, maar te lui om te trainen. Ze kwamen er niet. Terwijl kereltjes met minder talent en meer inzet en karakter hen roekeloos voorbijreden. Het is in de duivensport niet anders."

PIPA: Dus training en discipline is de boodschap?

Joost: "Voeding speelt daarbij voor mij een primaire rol. Voeding en training zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Werken en trainen om te winnen. Training is hier dan ook de harde waardemeter naar conditie en prestaties toe."

PIPA: Je bent een allesspeler, van halve fond tot grote fond. Je wint met sprekend gemak eerste prijzen van pakweg Pont en Souppes tot Barcelona. Merk je een verschil in de duiven in de onderliggende disciplines?

Joost: "Zeker en vast. Voor iedere discipline zitten er andere duiven. Ik probeer die zoveel mogelijk apart te houden en ook apart te laten trainen."

PIPA: Als ik het goed begrijp, heb je voor iedere discipline andere duiven?

Joost: "Klopt! Voor de halve fond doen we het vooral met rechtstreekse duiven van Willem de Bruijn, een vleugje Charles Van Lancker en Robert De Clercq. De fondploeg trachten we te bouwen rond duiven van Gaby Vandenabeele, Rudi De Saer, Wim Boddaert en Sébastien Casaert-Sénéchal (via samenkweek). Voor de grote fond gebruik ik uiteraard mijn eigen stam, gebouwd rond de lijn van de Joost, Grand Cru, Peggy en Elsie in kruising met nieuw bloed afkomstig van nationale asduiven en echte winnaars."

PIPA: Je zei daarnet ook apart trainen?

Joost: "Ja, ik ondervond dat halvefondduiven anders trainen dan fondduiven. Halvefondduiven trainen mijns inziens sneller (hoger tempo, red.) met een hoger energieverbruik. Fond- en grotefondduiven trainen precies aan een lager tempo, maar wel langer. Dat merk je ook op de uitslagen. Zwarefondduiven komen er op snelheid en halve fond nauwelijks aan te pas. Ze zijn trager. Dat is een reden waarom ik ze liever apart laat trainen. Een andere reden is het verschillende tijdsstip waarop die duiven top moeten zijn. Dat verschilt per discipline, met andere piekmomenten. Dus vergt dat ook een andere trainingsopbouw."

PIPA: Is de aanpak dan zo verschillend?

Joost: "In principe niet. Begrijp me niet verkeerd: het is eenzelfde manier van doen. Daarmee bedoel ik: de ingrediënten zijn dezelfde. Ze worden wel op een andere manier gebruikt. De halvefondduiven gaan quasi iedere week de mand in. Die van de grote fond met een tussenfase van drie weken. Het spreekt voor zich dat die halvefondduiven sneller moeten gerecupereerd zijn terwijl de opbouw naar de volgende vlucht zoveel korter is."

PIPA: Betekent dat anders voederen of ook andere voedingssupplementen?

Joost: "Eerst en vooral, de voeding is dezelfde. Alleen wordt die iets anders toegediend. Recuperatie en training kan je sturen met voeding en voedingssupplementen. Mijn vertrouwen gaat reeds jaar en dag uit naar de Plus I.C.-mengelingen van Versele-Laga terwijl de supplementen komen van Belgavet. Het extra korretlje in de Plus-mengelingen werkt de mogelijke tekorten in de voeding weg (aminozuren, vitamines en sporenelementen, red.). Ik gebruik de mix van Depure Plus I.C. (zuivering), Gerry Plus I.C., Champion Plus I.C. en Superstar Plus I.C. Na een zwarefondvlucht durf ik ook wel eens de kweekmengeling Start Plus I.C. te verstrekken omdat daar meer eiwitten in zitten. Er zit echter geen vaste regel in, want de verschillende disciplines vergen een andere aanpak. Mede omdat de zwaarte van de vluchten verschilt."

PIPA: Hoe ga je dan te werk?

Joost: "Kijk, tot pakweg Vierzon krijgen de duiven allemaal dezelfde voeding. Dat is makkelijk omdat ze dan ook allen meegaan op dezelfde vluchten. Vanaf de fond (Limoges, red.) volgt dan de opsplitsing. Zolang er hok per hok gespeeld wordt, is dat geen probleem. Dan voeder ik in een gezamenlijke voederbak op de bodem. Maar met vliegers en thuisblijvers op hetzelfde hok dien je de duiven apart te gaan voederen in een eetpotje in hun bak.
Tot pakweg Vierzon is dat een lichte mengeling (een mix van bovenstaande mengelingen, red.). Eens de fond op de agenda staat, worden de duiven de laatste dagen opgevoederd met de vliegmengelingen Champion en Superstar Plus, met wat snoep als dessert. Na de vlucht hangt veel af van de recuperatie van de inspanning die werd geleverd."

PIPA: Hoe sneller ze recupereren, hoe sneller je kan starten met de opbouw.

Joost: "Juist. Dat kan je naast de voeding het best sturen met de bijproducten of voedingssupplementen. Zoals gezegd gebruik ik daarvoor de producten van Belgavet. Het zijn producten van natuurlijke oorsprong , vandaar mijn voorkeur. Voor de recuperatie zijn dat de proteïnepreparaten Inovator en Biceptorax. Zijn de duiven echt heel diep moeten gaan, kan je dat een paar dagen na elkaar geven. Voor de opbouw en ondersteuning is dat een mix van Garlic (lookpoeder, red.), Vegetural (groenten in poedervorm, red.) en Tzurex, met nog wat oliën, biergist en vita."

PIPA: Je zegt ‘als ze heel diep zijn gegaan’. Zijn er tekenen waaraan je merkt hoelang je recuperatiemiddelen moet geven?

Joost: "Een beetje melker zal dat in eerste instantie zien aan hoe ze zitten op het hok. Ze tonen het. Je kan het ook aanvoelen aan de spieren. Neem nu mijn Barcelonaploeg van 2015. Dat waren duivinnen op nest. Je kon aan de duiven zien dat ze afgezien hadden op Barcelona. Niet verwonderlijk met die hitte, waardoor het een van de zwaarste edities ooit werd. Ik heb toen besloten om de duiven vijf dagen niet uit te laten. Die rustperiode deed hen duidelijk goed. Op donderdag kwamen ze voor het eerst los en ze trainden meteen een dik half uur. De volgende dag al een klein uurke."

PIPA: Barcelona, is dat niet met nestduiven?

Joost: "Uiteraard. Met duivinnen op nest. Pas op, in de aanloopperiode zitten die nog op weduwschap. Dan is het een plezier om hen te zien trainen. De dametjes trainen een stuk harder dan de doffers. Soms tot anderhalf uur zonder probleem. Ze gingen dit jaar mee tot op Vierzon en Issoudun (de week voor Bourges/Limoges, red.). Dus twee weken op rij grote halve fond (400 à 450 km, red.). Toen werden ze op nest gebracht. Dan krijg je het omgekeerde effect en trainen ze voor geen meter meer tenzij je ze verplicht of een eind gaat opvoeren. Af en toe durf ik dat wel eens doen. Wanneer ik ’s avonds ergens naartoe moet, durf ik ze wel eens meepakken, al is dat geen vaste regel.
Na de provinciale Issoudun vliegen ze enkel nog ieder weekend snelheid of kleine halve fond. Gewoon omdat dat maar één nacht mand is. Daardoor vermijd ik het risico op kapotte nestjes. Welke vlucht ze afhaspelen, hangt gewoon af van het weer. Geven ze goed weer op zaterdag, dan vliegen ze Souppes-sur-Loing (kleine halve fond, red.). Zijn de vooruitzichten beter op zondag, dan vliegen ze snelheid op zondag. Voor Barcelona gaan ze de mand in op kleine jongen."

PIPA: En daarna Perpignan?

Joost: "Ja, maar dan gaan ze mee op een tiental dagen broeden. Totaal verschillend dus van Barcelona, al merk ik weinig tot geen verschil in de prestatie. Het is voor mij veeleer een kwestie van kunnen en conditie. Zoals gezegd kregen ze na Barcelona vijf dagen complete rust. Op vrijdag werden ze dan herkoppeld voor Perpignan."

PIPA: De doffers vergen een aparte aanpak.

Joost: "In die zin dat die moeilijker te sturen zijn. Zolang ik ze per hok kan spelen is dat geen probleem. Maar als je alles wil spelen, dan moet je de ploegen gaan verdelen. Dan zit je met duiven die moeten ingemand worden en thuisblijvers voor een volgend weekend. Dat vergt een andere aanpak."

PIPA: Hoezo?

Joost: "Zolang het ganse hok meegaat, zit de duivin klaar voor alle doffers bij thuiskomst. Van bij het opleren hanteer ik die maatregel. Ook bij het opleren zit hun duivin steeds klaar bij thuiskomst. Zo leren ze het spelletje vlugger, vooral jaarlingen dan. Noteer: voor het vertrek komen hier nooit duivinnen op het hok. Hooguit hun nestschotel, die altijd omgekeerd in hun nestbak staat, wordt eens omgedraaid."

PIPA: Wat doe je eens er thuisblijvers op het hok zitten?

Joost: "Dan zijn we al een eind verder op het seizoen. Dan zitten er geen duivinnen klaar voor de doffers die van de vlucht komen. Niet echt nodig ook, want ze hebben toch meer nood aan recuperatie en rust, dan aan hun duivin. Op zondag of de dag na de vlucht komen die toch niet los. Dan krijgen ze hun duivin wanneer hun hokgenoten-thuisblijvers uitvliegen.
Het belangrijkste is en blijft: goede duiven en forme. Dat is de taak van de liefhebber."


Een deel van de hokken bij De Smeyter-Restiaen. Hun oriëntatie heeft volgens Joost invloed op de vliegconditie.

PIPA: Topconditie hangt toch ook af van het  hok?

Joost: "Een stuk wel, daarmee doel ik op ‘oriëntatie’ van het hok. Maar in een slecht hok geloof ik niet. In het eerste of tweede jaar na de bouw van het hok kan het wel nog kleine mankementen vertonen. Het is de taak van de liefhebber om te maken dat zijn hok goed is. Een slecht hok tref je volgens mij enkel aan bij een slechte liefhebber, punt!"

PIPA: Een straffe uitspraak!

Joost: "Dat weet ik, maar het is toch zo. De liefhebber moet maken dat zijn duiven in topconditie zijn op het moment dat hij wil pieken. Op de halve fond moet je conditie hebben vanaf half mei, voor de fond begin juni en voor de zware fond vanaf Pau. Dat kan je sturen.
Er is ten eerste de oriëntatie van het hok (de stand of richting, red.) waardoor er sneller of trager conditie op het hok komt. Maar dat zijn dingen die je artificieel kan gaan bijsturen door bijvoorbeeld te spelen met licht en warmte."

PIPA: En medicatie?

Joost: "Ik probeer dat tot een minimum te beperken. Zonder kan niet, dat geef ik toe. Wie echter veel moet sleutelen en bijsturen tijdens het seizoen zal nooit een topseizoen draaien. Hier zorgen we voor een goede basisconditie, waar de natuurproducten van Belgavet ideaal tot bijdragen. Voor het medische plaatje doen we een beroep op Pascal Lanneau (uit Moen, red.). Vanaf Vierzon tot Perpignan komt hij wekelijks langs voor nazicht. Er wordt enkel behandeld op zijn advies. Zijn wetenschappelijke knowhow naast mijn dagdagelijkse bevindingen. In onderling overleg wordt dan bekeken of er wordt behandeld en zo ja, met wat. Het kan bijdragen tot een boost of piek op het juiste moment. Anders heeft een behandeling geen enkele zin. Wanneer er niets is, blijven we er dus af."

PIPA: Dus de conditie sturen en pieken op het juiste moment.

Joost: "Zoiets ja. Als je de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix wil winnen moet je er staan op het juiste moment. Het is met duiven niet anders. Er proberen staan op de uitverkoren klassiekers van de fond en grote fond. Belangrijke parameters die je kan sturen zijn voor mij: licht, warmte, voorbereiding en training."

PIPA: Hoe ziet de voorbereiding op een fondseizoen voor de De Smeyter-Restiaenduiven er dan uit?

Joost: "Na Perpignan komen de oude duiven niet meer los in het najaar. Voor januari komen er geen duiven meer buiten. Dan starten we met twee keer per week. Dat wordt dan stelselmatig opgedreven zodat ze tegen de start van het opleren dagelijks een trainingsbeurt afleggen. Dat ritme van één training per dag houden we aan tot Vierzon. Na Vierzon drijven we dat op tot twee keer per dag.
Tot Souppes krijgen ze een heel lichte mengeling geserveerd, met zuivering als hoofdingrediënt. Na Vierzon, wanneer de fond eraankomt, gaan we pas echt opvoederen, met een groter aandeel vliegmengeling en enkele dagen pure vliegmengeling net voor de inkorving. We gaan ze dan ook individueel voederen en apart opvoederen. Ook het medische luik proberen we pas op het juiste moment in te schakelen wanneer nodig. Zo volgt voor de mannen van de zware fond, indien nodig, pas ten vroegste een eerste behandeling na het weekend Bourges/Limoges. Drie weken voor Pau dus. Dat alles met als doel pas daar topconditie te creëren. Op het juiste moment dus, om daar te pieken."

PIPA: En de jonge duiven?

Joost: "Die krijgen hier niks. Zelfs niet bij adeno. Het zal misschien wat langer duren eer ze volledig hersteld zijn, maar de sterksten zullen dat overwinnen. Selecteren op duiven met de grootste natuurlijke weerstand loont, zeker voor de fond en grote fond. Jonge duiven krijgen hier op jaarbasis, behalve de verplichte inentingen, normaal maar één ding: een chipring om de poot voor Bourges. Daar kunnen ze dan wat vliegroutine opdoen. Lapvluchtjes tijdens de week kunnen daar ook bij helpen. Ja, daar zie ik echt wel het nut van in, zeker voor liefhebbers die willen uitblinken met hun jonge duiven."

PIPA: En dan selectie in de hand en op natuurlijke weerstand?

Joost: "Inderdaad. Een (zware)fondduif moet alles hebben. Ik zie graag een peervormige duif, met soepele lange spieren, een sterke rug en liefst gesloten. Cas (1e Internationaal Pau, red.) en Laval (2e Nationale Asduif Grote Fond KBDB en Beste Belgische Duif Internationale Vluchten 2015, red.) zijn daar een perfect voorbeeld van (Joost haalt ze er even bij ter illustratie).
Een klein beetje open mag, maar dan met een stevig slot. Het einde van het borstbeen zie ik graag aansluiten aan de stuit, als een geheel in elkaar overgaand. Zo zie ik het graag, al is en blijft dat theorie. En ook al geven dergelijke duiven de grootste kans op slagen, ook in de kweek, toch is en blijft de mand de enige echte selectieheer. Moest iemand het kennen, waarom zouden we dan allemaal zoveel duiven houden?"

PIPA: Geef toe, er zijn toch mensen, zoals jij, met een soort aparte feeling en kennis van duiven?

Joost: "Ik heb mooi praten, want dit jaar liep het van een leien dakje. Voor hetzelfde geld lukt het volgend jaar niet en dan sta je daar. Het verschil tussen conditie en topconditie zit hem soms in details. De opmerkzaamheid van de liefhebber is van groot belang om zaken bij te sturen. We doen ons best. Soms helpt het, soms ook niet. Wie kent het?"

PIPA: Niemand wellicht!

Joost: "Volledig akkoord. Melker zijn, dat leer je of heb je in de vingers. De rest is gebaseerd op feeling, eigen voorkeur en ondervinding. Voor wie het minst fouten maakt, is vaak een uitblinkersrol weggelegd!"

PIPA: Joost, bedankt voor deze leerrijke uiteenzetting. We wensen je alle succes toe in 2016.

Joost: "Dank u, daar gaan we opnieuw alles voor in het werk stellen. We gaan ervoor!"


Joost, vrouwtje Elsie en hun kinderen