Martens Staf, "De man die zijn volk leerde met de duivinnen spelen..."


95-Jarige Staf Martens


Stafke Martens, de smid van Melsele vergaarde grote roem in de duivensport door zijn weergaloze spel, vooral met de duivinnen, maar zeker ook door zijn unieke systeem, een product van feeling voor duiven en vakmanschap als smid. Van alle kampioenen die wij door de jaren heen bezochten was hij onze grote favoriet. Als mens en als duivenmelker. Na een bezoek aan Stafke gingen wij altijd weer met een rugzak goede raad en informatie huiswaarts.

Als 19-jarige was Stafke de jongst gediplomeerde hoefsmid van Belgie en groeide later uit tot een van de besten van zijn land en veel dure paarden werden dan ook aan hem toevertrouwd.
Het spel met de duiven kreeg hij met de paplepel ingegeven van zijn vader, maar toen Stafke nog slechts vijtien jaar oud was liet vader de dagelijkse zorg voor de duiven al aan hem over. Hij had het in zijn vingers.

Vader ging wel inkorven en natuurlijk een goeie pint drinken.
Stafke, die 14 mei 95 is geworden, heeft dus maar liefst 80 jaar met de duiven gespeeld. In de beginjaren was het vooral Quievrain, de pure vitesse dus.
Maar Stafke droogde de concurrentie zo ongenadig af dat die van Melsele niet meer in Beveren mochten meespelen. Bleef over het plaatselijke spel en spelen op Noyon in Sint Niklaas. Die boeren die met hun zware paarden bij hem kwamen daagden hem meermaals uit om tegen hen te komen spelen. Toen Stafke echter serieus op Noyon ging spelen en die mannen flink klop gaf was het ook rap gedaan in Sint Niklaas.

Dan maar naar Den Union van Antwerpen, toen vaak bestempeld als de hoge school van de duivensport. De meeste melkers uit de streek zagen geen heil in Union Antwerpen, maar Stafke besloot de strijd aan te gaan.
Daar hij geen rijbewijs had ging hij met de autobus inkorven. Een korfke met vier van zijn beste duivinnekes. Van hoe daar met geld gespeeld werd had Stafke geen kaas gegeten. Wel van duivenspelen…het werd 1 en 2 en 4 prijzen.

Ook de tweede keer zette hij geen geld op zijn duifkes. Die pakten nu 2 en 3 en wederom alle vier prijs. Er stond meer dan 20.000 frank achter zijn naam. Staf wist van niets, maar andere mensen hadden geld op zijn duiven gezet. In de week kwamen wat sjarels uit Antwerpen vertellen dat een stel dokwerkers had gevraagd of die smid van Melsele een doodarme mens was of helemaal zot. Wie zette in godsnaam geen geld op zo’n goei duiven?

Stafke besloot de strijd aan te gaan en speelde jarenlang om het grote geld tegen de grote namen van de Union Antwerpen en had er menige week bij dat hij meer met zijn duifkes verdiende dan met zijn werk als hoefsmid. Naast het halvefond spel bleef Stafke ook altijd op Quievrain spelen. De snelheid sprak hem zeer aan en ook dit jaar speelde hij nog goed zijn partijtje mee.

Het versleten duifke
Roger van Gulik, de bekende fondspeler van toen, verhuisde van Kalloo naar Melsele en kwam met Stafke in contact. Hij plaagde Stafke graag dat die snelle duiven alleen maar goed waren voor de vluchten rond de kerktoren. Het kwam zover dat Staf mee in zou gaan korven voor Brive als van Gulik hem op kwam halen. Zo gebeurde. Maar…de Staf had er niet meer aan gedacht en er dus ook geen duivinnekes voor klaar gemaakt. Om zijn gegeven woord niet te breken pakte hij vier duivinnekes uit de ren, die reeds twee weken op rust zaten omdat ze niet snel genoeg meer waren om op Quievrain voor de grote zak knikkers te vliegen.
Op de dag van aankomst kwamen die vier duifkes vrij vlot na elkaar en Staf besloot om naar van Gulik te gaan om te vragen hoe hij het er af had gebracht.
Het zou wel niets zijn, dacht Stafke.
Maar toen hij bij van Gulik kwam toerde daar juist de eerste duif rond. Stafke was er beduusd van en van Gulik kon het niet geloven. Hij als crack op de fond geklopt door dat smidje van Melsele.
Niet alleen Roger maar ook de mannen van Fondclub Antwerpen waren verrast door de uitslag van Stafke. Het zou wel toeval, het zou wel een eendagsvlieg zijn. Niets was minder waar. Ook de tweede fondvlucht, als ik me niet vergis, vanuit Cahors was het weer raak.
Miel van den Branden, destijds van de Reisduif, belde schrijver dezes op en zei: ‘Harry, jouw grote vriend Martens de smid van Melsele is fondspeler geworden. Ongelooflijk..voor de 2e keer achtereen zit hij knalvroeg met hetzelfde duifke’. Wij als de weerlicht naar Melsele om van Stafke te vernemen wat er allemaal aan de hand was en een verhaal te maken voor de Brabantse Reisduif, die toen in Nederland uitkwam..
Toen Stafke ons de smederij in zag komen lopen zei hij: ‘Harry, gij komt toch zeker niet speciaal naar Melsele om naar dat duifke te kijken wat ik twee keer vroeg heb gepakt van ver. Het is eigenlijk een versleten duifke. Maar het zal haar eigen holleke door de lucht hebben, veel minder kilometers vliegen dan die andere duiven en daarom zo vroeg zijn’.
Zie daar de uitleg van de bescheiden smid van Melsele.
Het verhaal van ‘het versleten duifke’ werd nog veel mooier toen het Beste Fondduif van België werd en uitgezonden naar de Olympiade in Tokyo.


Aan alles komt een einde
Onlangs kregen wij bericht van zoon Frans dat Stafke ging stoppen met zijn duifkes. Met een kleine ploeg heeft hij dit jaar nog Quievrain gespeeld, maar nu gaat het echt niet meer. Na 80 jaar duiven spelen gaat Stafke er de pannen opleggen.
En weer zijn we als de weerlicht naar Melsele getogen om onze vriend te bezoeken en uit zijn mond te vernemen dat het echt definitief was.
We troffen Stafke op zijn praatstoel. In een klein anderhalf uurke passeerde heel zijn levensverhaal. Stafke was niet te stuiten. Daar hij practisch helemaal doof is wacht hij niet op antwoord, maar vertelt aan een stuk door. Mooie verhalen over zijn duivinnekes en ook over zijn doffers, die hij liefkozend als brave soldaten bestempelt.
En nog steeds probeert Stafke ons van goede raad te voorzien.
‘ Harry, ge moet de duifkes altijd goed voeren, ze moeten krachten opdoen om iedere week te presteren. Als het kan iedere week een bad geven, zodat zij schoongewassen de mand in gaan. En vooral….iedere duif die ge inzet goed klaarmaken voor de vlucht. Daar moet je alle aandacht aan besteden. Ik heb het altijd gedaan met jalouziespel, dat weet ge. Op de dag van inkorven heb je eigenlijk geen tijd om te werken. Om alles uit een duif te halen moet je de doffers van de duivinnen die ge speelt thuis houden en andersom ook. Alleen dan kunt ge de duiven honderd ten honderd motiveren. En geloof het of niet….ik heb altijd op graan en water gespeeld. Ik ben misschien wel de enige Belg die dit nog doet. Maar allez kijk naar mijn duifkes…ze zijn nog kerngezond. En pas op….de meeste duivenmelkers verdoen veel van hun tijd aan het zoeken naar de geheimen van een ander, maar waar het grote geheim ligt, thuis op hun kot, daar wordt niet gekeken’.
De duiven uit die roemruchte stam van de smid van Melsele worden aan huis verkocht voor dezelfde prijs als Stafke 25 jaar geleden voor zijn jonge duif vroeg.
We zijn naar zijn hokken getogen om enkele duiven uit te zoeken voor ons kweekhok. Stafke raffelde zo van alle duiven de laatste twee cijfers van de ring op en zei met een gulle lach: ‘Ja Harry, het manneke is gans versleten, maar zijn kopke nog niet’.
Tussen de bedrijven door kregen we ook nog even les hoe of een duif gebouwd moet zijn. Veel waarde hecht Stafke aan sterke stuitbeentjes en voor de verdere rest moet ge goed plantgoed hebben dat jaar op jaar goede vruchten voortbrengt, geen papieren duiven, maar duiven waarvan de mand vertelt dat het goede zijn.
‘ Ge krijgt hier een duif mee en het kaartje, meer niet’, zegt Stafke, ‘in mijn tachtig jaar duiven spelen heb ik nog nooit een stuk papier prijs zien spelen’.
Met het stoppen van Stafke Martens met de actieve duivensport is weer een van de Belgisch coryfeeën in de geschiedenisboeken beland. Stafke Martens, de man die zijn volk leerde met duivinnen te spelen, was voor ons en velen met ons de professor in de Hogeschool van de Duivensport.
Het laatste woord aan Staf zelf: ‘Ik heb dit jaar nog meegespeeld, maar het gaat niet meer, zeker omdat ik zelf niet kan gaan inkorven. En als ge niet meer met je maten kunt klappen, lachen en af en toe een beetje ruzie maken dan is de duivensport voorbij’.