Lismont Patrick, "1ste nationaal kampioen snelheid oude 2006 KBDB, 6de nationale asduif snelheid oude 2006 KBDB"


Patrick Lismont, Bekkevoort


Bekkevoort is een gemeente in Vlaams-Brabant van ongeveer 6.000 inwoners. Tot de deelgemeenten behoren Assent en Molenbeek-Wersbeek. Bekende steden in de onmiddellijke nabijheid zijn Diest en Scherpenheuvel.

Geschiedenis
In het schilderachtige Hageland vlogen afgelopen seizoen de snelheidsduivels van de 40-jarige Patrick Lismont naar de nationale titel op de korte afstand. De familienaam Lismont staat in deze regio al generaties synoniem voor sterke vitesseliefhebbers. Zo was de grootvader, tevens peetvader, van Patrick al een te duchten concurrent in het Linterse en ook nonkels van vader én moeder speelden op behoorlijk niveau. Vader Emiel doet het te Budingen nog steeds uitstekend.
Als tiener begon Lismont in 1982 met de duivensport. Na zijn huwelijk in 1992 schakelde hij langzaam over van het houden van duiven bij zijn ouders, naar het houden van duiven op zijn huidige adres. Was Patrick Lismont al meteen een kampioen? “Daar heel veel mensen in de familie met duiven speelden en goed speelden, kon ik meteen met de goede soort aanvangen. Van het begin af aan speelde ik dus goed mee en dat is steeds beter en beter gegaan!”, vertelt de gastheer eerlijk.

Spelsituatie
Bij de kersverse nationale kampioen wordt uitsluitend het snelheidsspel beoefend. De twee afstanden die men daar onder verstaat, zijn: Momignies (115km) en Soissons (199km). Te Kortenaken wordt ingekorfd. De lokale speelstraal bedraagt 8km. Doch voor aan een serieus aantal duiven te geraken, richt men zich op het overkoepelende spel, VSOB-overkoepeling (VSOB = Verenigd Snelheidsspel Oost-Brabant), waar ongeveer 150 liefhebbers van een 7-tal lokalen met elkaar de degens kruisen. In deze zone ligt men aan de “hoge achterkant”, toch dient men rekening te houden met een 6-tal kilometers "overvlucht".

Basisrassen
Zoals al aangehaald, kon men van start gaan met prima prijsbeesten van familieleden. Die werden gaandeweg aangevuld met volgende soorten: Patricia Verhaegen (Aarschot), Cumps (Langdorp), Geerinck Danny (Zolder), Guisson-Vanbrabant (Kuringen), Benny Willemsen (Bekkevoort) (De eerste nationale asduif jaarlingen van Omer Coeckelberghs (Binkom) zou eveneens van Willemsen-origine zijn, aldus de gastheer), Marc Medart (Sint-Truiden) (een duivin werd de moeder van de zesde nationale asduif). Er wordt jaarlijks versterkt. Dit doet men door zomerjongen te halen, die rechtstreeks naar het kweekhok gaan.

Spelsysteem
Wat de oude en jaarse duiven betreft, wordt er enkel met weduwnaars op het klassieke nestspel gespeeld. De 36 nestbakken zijn bij het begin van het seizoen allemaal bezet. De laatste week van maart worden ze op broeden meegegeven naar Fleurus, een leervlucht. Bij de thuiskomst zijn eieren en partners weggehaald en zitten de duiven effectief op weduwschap. Vanaf dan moeten ze wekelijks de mand in en dit tot de eerste week van augustus. Daar zijn twee redenen voor: ten eerste komen de vluchten voor het nationale kampioenschap tot die datum maar in aanmerking én verder is Patrick tegen dan zelf het spelletje wat "beu".
3 à 4 oude en jaarse worden op Momignies gehouden. Ook hiervoor moeten we de redenen niet te ver zoeken; om in aanmerking te komen voor maandelijkse noteringen in de Gouden Duif-competitie dient men resultaten met de eerste drie getekenden in te kunnen geven. Al de andere duiven vliegen Soissons.

De goed verzorgde snelheidsduivels moeten hier in het Hageland minstens 80% prijs winnen en liefst regelmatig in de top van de uitslag verschijnen. Eens missen of tweemaal na elkaar zijn kat sturen, hoeft geen ramp te zijn, maar een tweede maal moet men dergelijke grap niet trachten uit te halen. 20 doffers haalden uiteindelijk de eindmeet, al zullen er nog enkele plaats moeten ruimen opdat de jeugd kan doorstromen en de verhouding oude ­ jaarlingen ongeveer fifty fifty wordt.

Ambitie, om zijn geluk te beproeven op verdere afstanden, is er niet en ook dit wordt met duidelijke en aannemelijke argumenten gestaafd: Uiteraard is er het mooie samenspel op de snelheidsvluchten, met voldoende deelnemers tot augustus. Maar er is ook het feit dat de heer Lismont werkzaam is in een drieploegenstelsel en dus dient te rekenen op de hulp van zijn vrouwtje Sonja om alles in goede banen te leiden. De duiven worden tweemaal per dag verzorgd en Patrick en Sonja nemen daarvan één sessie voor hun rekening. Komt daar nog eens bij dat de vrouw des huizes ook werkt op zaterdag.
Sonja maakte haar debuut op de duivenhokken pas sinds haar huwelijk met Patrick, maar onder andere haar broer en nonkels hadden ook duiven, dus het was geen complete nieuwe wereld die openging. Patrick is trouwens zeer te spreken over zijn wederhelft. Zij voert namelijk stipt de orders uit en de resultaten de laatste jaren bewijzen het goed op elkaar ingespeelde koppel.

In de vliegploeg waren de ouderdomsdekens twee doffers van het “bouwjaar” 2002. Eentje daarvan vliegt 32 prijzen, tenminste per viertal, in een tijdspanne van twee jaar. De “202” had een groot aandeel in de nationale titel en de “268” is de 1ste provinciale asduif grote snelheid.
Een 32-tal kweekkoppels zorgen (samen met de betere vliegers) voor een 100 à 150 jonge duiven. Deze worden verduisterd van eind februari tot eind mei. Eind april start het opleren. Na een drietal vluchten worden de geslachten gescheiden en begint het hanteren van het schuifdeursysteem. Dit houdt men vol tot half augustus, alvorens nog verder te gaan op nest. Dit jaar had Patrick iets te lang gewacht om van systeem over te schakelen. De jonge duiven moeten dan nog de baan op tot de tweede week van september, vanaf dan kalft het deelnemersveld in het samenspel zodanig snel af, dat verder spelen een beetje zinloos is. Ook al omdat men zijn duiven graag terug in orde heeft voor een vroege kweek.

Er worden relatief veel jongen geringd. Patrick onderbouwt dit als volgt: “Als U denkt met 20 jongen te kweken er tien door te houden voor een carrière aan de regionale top (of hoger), denk dan maar gauw iets anders!” De voormalige voetballer geeft ook toe dat hij relatief veel verliezen lijdt. Dat wordt deels geweten aan de strenge begeleiding. Zo zijn de jongen verplicht om tweemaal per dag te trainen aan huis. Sommigen kunnen dit regime niet aan. De duiven gaan ook uit als er lossingen overkomen. Ook dit zorgt voor verliezen.

Volgend verhaal geeft goed de hardheid van de nationale kampioen weer: “In 1998 had ik de jongen in de mand gezet voor een lapvluchtje uit Fleurus. Toen ik daar aankwam stond het weer me plots niet meer aan. Het was bijzonder heet, die dag en vele duiven zaten al met de bekken open in de reismand. Toch vond ik het zonde ze mee terug naar huis te nemen en ik besloot te lossen. Pas drie uur later arriveerde de eerste duif en meer dan de helft zou nooit meer weerkeren. Die eerste duif werd mijn beste duif van dat jaar (beste duif ooit?!) en werd bovendien een superkweker. Zouden er die dag nog betere achtergebleven zijn?”


Medisch
De oude duiven krijgen een tricho-kuur voor en eenmaal tijdens het seizoen. Daar april nogal verraderlijk was, kregen ze na die maand ook een 5 daagse kuur tegen de kopziekte. Voor het seizoen wordt er eveneens 10 dagen gekuurd (geen enting!) tegen paratyfus. Dit jaar ook voor het eerst tien dagen erna. “Is dit nodig? Dat weet ik niet. Waarom dan doen? Je leest er over, spreekt er over, checkt alles en besluit het ook (eens) te doen. Daar de resultaten niet tegenvallen, is er geen reden om te veranderen.”, aldus een open gastheer.

De begeleiding van de jongen is vergelijkbaar met die van de weduwnaars. “Wat goed is voor de ene groep, moet maar goed zijn voor de andere ook”, is Patrick Lismont kristalhelder. Misschien krijgen de jongen iets vaker tegen tricho. Ze krijgen 1 kuur tegen kopziekte voor de eerste opleervlucht. De dierenarts zou worden bezocht als het een aantal weken vierkant draait, niet na 1 mindere vlucht. Maar in principe wordt er naar de man met de witte schort gegaan voor de kweek, voor het seizoen van de oude en voor het seizoen van de jongen.
Ook een gamma aan natuurproducten vinden we terug bij de kampioen: biergist, appelazijn, seduchol, elektrolyten, vitamines, thee (maandag en dinsdag). De gastheer zelf stelt hierbij de nodige kritische vragen: “Is het nodig elektrolyten te geven? Ik weet het niet! Vroeger gaf ik vaker vitamines. De afbouw hiervan heeft niet tot een vermindering van resultaten geleid!”

Wat de voeding betreft, krijgen de oude duiven in principe 1 lepel ’s morgens en 1 ’s avonds. In het begin van de week betreft het een afgestreken lepel. Naarmate de vlucht dichterbij komt wordt dat meer. Op maandag bestaat de voeding uit zuivering en dieet. Op dinsdag komt er een derde sportmengeling bij. Op woensdag bedraagt al de helft sportmengeling, de volgende dagen gaat men zelfs naar tweederde. De jongen krijgen vergelijkbare verhoudingen in de samenstelling van de voeding. Het systeem geldt zowel voor de Momignies- als de Soissons-vliegers.
De uitslagen waarmee de nationale titel werd veroverd:
Datum
Vlucht
Aantal duiven
1ste getekende
Coëfficient
2e getekende
Coëfficient
Totale
Coëfficient
15/05
Momignies
825
26
3,151
1
0,121
3,272
21/05
Momignies
222
2
0,901
1
0,450
1,351
28/05
Momignies
235
16
6,809
5
2,128
8,937
04/06
Momignies
165
7
4,242
10
6,061
10,303
11/06
Momignies
148
1
0,676
3
2,077
2,703
02/07
Momignies
109
3
2,752
2
1,835
4,587
16/07
Momignies
196
3
1,531
5
2,551
4,082
06/08
Soissons
113
4
3,540
5
4,425
7,965
Totaal
43,2


Met diezelfde uitslag zou Patrick Lismont in 2005 “slechts” 4de geworden zijn. Dit geeft hij ruiterlijk toe, maar ook hier schuilt een addertje onder het gras: “Als ik vroeger vier duiven gelijk kreeg, waaronder mijn getekende nummers, dan mocht je zeker zijn dat deze als eerste werden geklokt. Met het elektronisch constateren, ben je meer overgelaten aan de willekeur van binnenlopen van de duiven zelf. Wanneer je getekenden dan andere voorlaten, doe je op die manier jezelf “schade”. En toch ben ik tevreden over het elektronisch klokken. Ik kan nu de duiven zien thuiskomen en zowel oude als jongen blijven een heel seizoen goed binnenlopen, bovendien hoef ik me ook niet meer steeds te verplaatsen van de til van de ene categorie naar die van de andere”, aldus een nationaal kampioen met een realistische kijk op de zaak.

De uitslagen waarmee “507” zesde nationale asduif werd: 2220507/05
Datum
Vlucht
Aantal duiven
Uitslag
Coëfficient
23/04
Momignies
922
27
2,93
08/05
Momignies
966
4
0,41
21/05
Soissons
762
27
3,54
28/05
Soissons
762
1
0,13
11/06
Soissons
543
2
0,37
18/06
Soissons
373
1
0,27
16/07
Soissons
170
2
1,18
Totaal
9,48


De asduif is een product van het “oude, rode soort” met een duivin van Medart. Deze klepper was helemaal niet aan zijn proefstuk toe. Hij was vorig jaar reeds 3de Provinciale Asduif Jonge Duiven op de Grote Snelheid.

Een kleine greep uit de veroverde titels van dit jaar:
1ste nationaal kampioen snelheid oude 2006 KBDB
6de nationale asduif snelheid 2006 KBDB
3de Algemeen provinciaal kampioen 2006
1ste Prov. Asduif 2006 oude + jaarse grote snelheid
3de Prov. Asduif 2006 jonge duiven grote snelheid
3de Prov. Asduif 2006 oude + jaarse kleine snelheid
5de Prov. Asduif 2006 jonge duiven kleine snelheid
2de Algemeen kampioen Het duivenblad 2006
1ste Asduif oude + jaarse snelheid Het Duivenblad 2006
4de Asduif jonge duiven snelheid Het Duivenblad 2006
6de Asduif jonge duiven snelheid Het Duivenblad 2006
10de Asduif oude + jaarse snelheid Het Duivenblad 2006

De voorbije jaren speelden de nieuwe snelheidskoning en zijn koningin een vergelijkbaar palmares bij elkaar. De nationale kampioenstitel is de verdiende kers op de taart. Wij wensen Patrick en Sonja nogmaals proficiat met de schitterende uitslagen en de gastvrije ontvangst!