Jellema Jelle: "Overwinnaar nationale fondspiegel Nederland 2006 categorie 8"


Jellema Jelle wint op 6 juli 2007 Poitiers Sector IV NPO tegen 4780 duiven


13.01, 13.11, 13.20, 13.22, 13.24, 13.29, 13.30, 13.33, 13.34, 13.41, ....
Nee nee, dit zijn geen aankomsten van een halve fondvlucht maar wel degelijk de aankomsten van overnachtvlucht Bergerac, ongeveer een 1000 km verwijderd van het hok van Jelle Jellema uit Steggerda ! Nationaal sector 4 tegen 3432 duiven behaalt hij hiermee op zaterdag 5 augustus 2006 volgende indrukwekkende uitslag: 7e, 16e, 24e, 26e, 28e, 36e, 41e, 44e, 46e, 63e, 92e en zo verder en 23 prijzen van 34 duiven. Dit waren trouwens niet zijn enige topresultaten van 2006, op de overige overnachtvluchten behaalt hij volgende resultaten:
Ruffec (870 km) 14/07/06 sector 4 : 14e, 15e, 30e, 31e, 33e, 45e, 45e, 51e, 55e, 56e, 60e, 65e, 68e, 69e, 70e, 71e, etc. tegen 3570 duiven en 34 van de 44 prijs.
Perigueux (940 km) 01/07/2006 sector 4 : 14e, 40e, 81e, 117e, 125e etc. tegen 2569 duiven en 16 van de 25 prijs
St Vincent (1160 km) 24/06/06 sector 4 : 7e, 9e, 14e, 27e, 158e, 169e, 170e en 210e tegen 1373 duiven. 8 van de 8 prijs.
München (646 km) 05/08/06 sector 4 : 12e, 17e, 26e, 41e, 62e, 72e, 80e, enz. tegen 1824 duiven en 18 van de 23 prijs.

Jelle wordt met deze uitslagen in 2006:
* 5de hokkampioen Internationaal Fondspel Noord (over 5 meerdaagse fondvluchten)
* in sector 4 meerdaagse fond : 4de onaangewezen, 7de aangewezen en 4de duifkampioen (Nirvana)
* in Friese fondclub : : 2de onaangewezen, 3de aangewezen en 2de duifkampioen (Nirvana)
In 2007 pakte Jelle direct al fors uit op de eerste overnachtvlucht uit Limoges : in sector 4 tegen 5239 duiven : 3e, 12e, 14e, 18e, 21e, 22e, 42e, 43e, 64e, 85e, 94e, etc. En 45 van de 78 prijs.
Hij blijft dit dus verder doen in 2007 want:
St Vincent 16/06/07 sector 4: 24e, 48e, 59e, 61e, 120e, 127e, 142e, 234e, 272e, 313 tegen 1313 duiven (10 van de 13)
Pau 23/06/07 nationaal ZLU 20e, 121e, 277e en 511e tegen 2344 duiven en 4 van de 7 prijs.
Perigueux 29/06/07 Friese fondclub 1290 duiven : 17,25,48,62,82, 126 en 11 van 17 prijs.
En als kers op de taart op 07/07/07 Poitiers sector 4 tegen 4780 duiven: 1, 35,... (totale uitslag nog niet gekend), een nationale overwinning die er zat aan te komen en meer dan verdiend is.

Indrukwekkende resultaten, hoog tijd dus om Jelle zelf voor te stellen. Ik had het genoegen om een vrijdagvoormiddag begin mei bij het Hok Jelle Jellema op bezoek te mogen gaan. Ik spreek van het Hok Jelle Jellema want eigenlijk wordt de dagdagelijkse verzorging van de duiven grotendeels door vader Últsje gedaan. De hokken bevinden zich ook nog bij de ouderlijke woning. Jelle woont zelf op een uur rijden.
Iedere vrijdag gaat Jelle een volledige dag naar Steggerda om zich met de duiven bezig te houden. Ondertussen past Jelle’s moeder op diens dochter. Je ziet we kunnen dus eigenlijk wel zeggen dat gans de familie Jellema bijdrage heeft tot de successen!
Ter plaatse aangekomen en na een half uurtje kennismaking en een deugddoende kop koffie stelt Jelle voor om de duiven eens te bekijken. We gaan eerst naar het hok van de jongen. Ze zijn net gespeend en wagen zich aan een eerste badje. Ze zitten in een volière die langs de windkant afgesloten is en aan de voorkant gedicht kan worden met windbreekgaas. Ik begin vragen af te vuren aan een hoog tempo.


Jelle, hoeveel jongen speen je en wat doe je precies met deze jongen?”
“Wel ik speen zo een 80 duiven voor eigen gebruik. Het spel met jonge duiven is voor ons van ondergeschikt belang. We moeten keuzes maken hé. Ze worden gespeend begin mei en worden een maand of twee later direct met de vereniging meegegeven op zo’n 100 km. Ze leren immers meest bij als ze in een grote kudde hun weg moeten zoeken. Verder krijgen ze de verplichte paramyxo enting en worden ze gevaccineerd tegen paratyfus. We proberen ze zeker ook nog een 420 km vlucht te laten doen.”


Zijn ze dan niet al serieus aan het ruien gegaan?”
“Inderdaad, sommigen zijn zelfs al volledig kaal. Toch zijn wij van mening dat ze deze halve fondvlucht moeten meegaan. Wij spelen immers al vrij intensief met jaarlingen op de overnacht dus moeten ze in hun eerste levensjaar al voldoende ervaring hebben opgedaan.”
Tot daar het hok van de jonge duiven, het spel met de jonge duiven is hier duidelijk niet zo belangrijk en dus geen verdere vragen van mijn kant.
Vervolgens gaan we naar het werkgebied van Jelle, het kweekhok. Een 12tal kweekkoppels bevolken het kweekhok aangevuld met enkele voedsterskoppels. Aan het kweekhok voorzien van houten bodemroosters, is er een volière aangebouwd zodat de kwekers altijd buiten kunnen. Jelle geeft me enkele van zijn belangrijkste kwekers in de hand zodat ik me een indruk kan vormen van de Jellema duif. Ik zou deze kunnen omschrijven als klein, een goede onderbouw en rond vooraan, goed opgesloten en heel zacht in de hand. Jelle toont me ook enkele recent bijgehaalde duiven van het ras Brugemann via Derksen uit Almelo, ik kan ze er zo uithalen door het verschil in bouw.

Jelle kun je wat meer vertellen over de historie en de opbouw van de huidige stam Jellema?”
“Wel de oude stam bestaat uit duiven van Piter Beerda uit Ter Idzard. Later zijn daar nog duiven van Akkermans uit Nieuw-Vossemeer en twee kweekdoffers (de broers 584 en 585) van K.J. Dijkstra uit Wapserveen bijgekomen. De kruisingsproducten van deze duiven met onze eigen stam vormden de basis. Momenteel kunnen we vooral spreken van twee lijnen : enerzijds het Fondkoppel bestaande uit de Bergerac doffer NL97-2229689 (Beerda ) x De Blauwe Dame NL99-5974843 (Beerda x Akkermans) en anderzijds kweekdoffer Zwart Goud (Akkermans met vooral Ko Van Dommelen bloed).. Vooral de kruising tussen de kinderen van deze twee lijnen, geven heel goede duiven. Zo zitten Orion en Saffier, zoon en dochter van Zwart Goud, ook al op het kweekhok en produceren ze gekoppeld met kinderen uit het Fondkoppel, heel goede vliegers. Nemen we bijvoorbeeld Orion een zoon van Zwart Goud. Deze duiver van 2001 vliegt onder andere 6e Nat. Bergerac '04 van 4588 d, 7e Nat. St. Vincent '06 van 1373 d, 48e Nat. Ruffec '02 van 5132 d, 51e Nat. Ruffec '06 van 3570 d. Gekoppeld aan een dochter van het Fondkoppel is hij al vader van 12e Nat. Munchen 1824 d, 14e Nat. Ruffec '06 3570 d, 14e sector 4 Perigueux 2569 d, 24e Nat. Bergerac '06 3432 d. Orion zijn bekendste zoon is misschien wel Nirvana, mijn beste duif van 2006 met onder meer 14e Perigueux '06 2569 d, 24e Nat. Bergerac '06 3432 d en 2de duifkampioen in de afdeling Je ziet deze twee lijnen tegen elkaar doen het bijzonder goed”

Je kweekt dus dicht in inteelt?”
“ Ja, maar dan alleen met de allerbeste vliegers. Zo doe ik dit momenteel vooral met de Saffier. Deze dochter van Zwart Goud vloog zelf onder meer 1e Ruffec '03 Sector 4, van 3285 d, 6e NPO Brive '04, 1502 d, 24e Nat. Bergerac '04, 4588 d29e NPO Brive '03, 1484 d, enzoverder en is reeds moeder van onder meer Barabas, Fira, respectievelijk 8ste en 1ste duifkampioen Afdeling 11 NPO. Saffier wordt gekoppeld met haar zonen en die jongen worden dan alleen voor de kweek gebruikt om te kruisen tegen de andere lijn binnen onze eigen stam (Fondkoppel) of tegen andere rassen (voorbije jaar Brugemann duiven). Op die manier weet ik onmiddellijk of de bijgehaalde duiven gaan voldoen of niet. Ik heb met bijgehaalde duiven dan ook zeer weinig geduld. Een jaar te weinig jongen over van die kruising en gans de nieuwe lijn wordt geëlimineerd ongeacht het ras of de afstamming. Mijn vader heeft het soms moeilijker met deze snelle manier van eliminatie. Weet je, veel fondmannen spreken over veel geduld hebben en zo, ik ben het er eigenlijk niet mee eens.”
Na het kweekhok is eindelijk het vlieghok aan de beurt. Het (eenvoudige) hok is een tiental meter lang en is ZO gericht. Er zijn vier afdelingen die echter allemaal open zijn, de duiven kunnen dus vrij van de ene naar de andere afdeling. In de middengang liggen er momenteel tabaksstelen om nest mee te maken. Er huizen zo’n 50 koppels in dit hok.

Jelle, wat een aangename sfeer hier op het hok. Kun je eens kort uitleggen wat jij belangrijk vindt aan een hok?”.
“Tuurlijk maar vooreerst dit : het hok is SUPERbelangrijk, bijna zo belangrijk als goede duiven. Geen goed hok, is medicijngebruik en medicijngebruik is geen forme.. Dat een goed hok droog en goed verlucht moet zijn, weet iedereen, alleen hoe bereik je dit? Kijk wij hanteren meer het doos-principe. Alles dicht en aan de voorkant een opening die bij warmte vergroot kan worden. Wat ik ook heel belangrijk vind is dat de temperatuursverschillen tussen dag en nacht zo klein mogelijk gehouden worden. Daarom zijn de wanden van ons hok dik en de ramen van dubbel glas. Door het feit dat de duiven hier op houten roosters zitten, is het hok ook goed droog.”

"Ok genoteerd. Hoe worden de vliegduiven bij jou gespeeld Jelle?”
“Er wordt op nest gevlogen. Op de overnachtvluchten wordt het hele koppel gespeeld en met de koppeling wordt daarmee rekening gehouden. Na het seizoen blijven ze tot ongeveer 1 maart bij elkaar. Pas op dat moment wordt er voor slechts een tweetal weken gescheiden.. Half maart wordt er opnieuw gekoppeld.”

In de winter zitten ze dus ook bij elkaar?”
“Ja inderdaad, maar dan wel op schapjes Na het seizoen kweken ze redelijk lang door waardoor ze in de winter dan ook niet meer leggen. Tot begin mei blijven ze dan gescheiden en worden ze vijf keer opgeleerd op de vitesse en midfondvluchten tot ca. 300 km. In principe worden ze in de voorbereiding niet gespeeld op een dagfondvlucht. De jaarlingen krijgen twee of drie overnachtingen voor hun kiezen. Als ze deze krachtsinspanningen goed weten te verteren, dat betekent meestal meerdere prijzen, mogen ze blijven. De tweejaarse en oudere gaan in principe drie overnachtingen mee en ook bij hen ligt de lat erg hoog. Met name het pakken van een echte kopprijs wordt belangrijk gevonden..”

Heb je geen probleem om deze nestduiven voldoende te laten trainen?”
“Nee hoor, vooreerst de duiven trainen ook de herfst en winter door. Alleen bij extreme weersomstandigheden, dichte mist of sneeuw, willen we wel eens een keer overslaan. Het kost wel een paar duiven die ten prooi vallen van de roofvogel. Vanaf mei trainen alle nestduiven samen. Mijn vader haalt ze dan van de nest om ze te doen vliegen. Best een intensief werkje hoor. Zelf opvoeren doen we niet.”

En hoe worden ze gevoederd?”
“Wel eigenlijk vrij simpel, wij geven volle bak, altijd. De laatste vijf/zes dagen voor het inmanden voor een overnachtingsvlucht wordt er dagelijks drie keer gevoerd. De basismengeling is dan drie soorten aangevuld met vet voer GARVO High Energy. Ze mogen eten zoveel ze willen. Het restant voer gaat naar de kwekers en de jonge duiven.“

En qua bijproducten?”
“Geen bijproducten. Wel enorm veel verschillende soorten grit en mineralen. Dat vind ik heel belangrijk. Voederen zit hem ook in de details he. Bijvoorbeeld, een duivin voor de inkorving van een overnachtvlucht, zetten wij altijd een voederpotje bij de schotel. Immers omdat wij volle bak geven, is tegen de duivin van haar nest gaat, al het beste er al uit gehaald door de duivers.”

Jelle, hoe ziet het medisch plaatje eruit?”
“Wel wij geven de verplichte paramyxo enting en ook een enting tegen paratyfus. Dit niet alleen ter bescherming tegen paratyphus maar ook omdat ik meen dat dit de algemene weerstand verhoogt. In april ontwormen en twee weken later druppelen we ze tegen luis. Drie weken voor het inkorven van de eerste overnachtvlucht krijgen ze een geelkuur van een viertal dagen. Verder wordt er niks meer gegeven.
“Dus maar een keer tegen het geel? En de koppen helemaal niet?
“Ja inderdaad. Ik ben er zeker van dat kuren tegen het geel de forme ondermijnt. Ik heb wel al eens duiven onderzocht bij thuiskomst, enkelen hadden het geel en vlogen toch een topprestatie. Als er een jong sterft aan het geel vind ik dit ook helemaal niet erg, het wil zeggen dat de rest sterk genoeg is om dit te weerstaan. Wanneer de prestaties dusdanig tegenvallen behandelen we ze tussen twee overnachtingen in twee dagen tegen het geel. Kuren tegen de koppen is helemaal niet aan de orde. Als je hok voldoende goed is ingericht, is dit zeker niet nodig”.

Ik las op je website de historie van Barabas. Dat is toch wel een speciale duif he?”
“Ja inderdaad. Wacht ik pak hem wel eens voor je. Zoals je ziet, heeft hij ook die felle ogen zoals zijn moeder Saffier. De loopbaan van Barabas is wel een heel bijzondere. Hij is in oktober 2003 geboren. Het was eerst de bedoeling om hem alleen voor de kweek te gebruiken. In 2004 stond hij gekoppeld tegen z'n eigen moeder, en pas eind april 2005 is hij, zonder ook maar 1 keer in de mand te hebben gezeten, ingekorfd op 200 kilometer. Drie maanden later had hij al 4 op 4 op de overnachtfond en werd hij 8ste duifkampioen van de ganse afdeling en vliegt hij ondermeer 14e Nat. St. Vincent '06, 1373 d en 28e NPO Brive '05, 1894 d. Zijn vaste duivin is Fira, ook een dochter uit Saffier * zoon Fondkoppel. Deze Fira vloog ondermeer 18e Nat. Bergerac '05, 3680 d, 134e NPO Ruffec '05, 1981 d en is samen met Barabas al ouder van 56e Nat. Ruffec '06, 3570 d.
Een andere speciale duif is Dide, een duivin van 2001 die ook dit jaar nog een jaartje mag bijdoen. Zij komt uit de Grote Kweker maal het Kweekmoedertje, dus oude stam en Beerda. Ondanks een jaar op het kweekhok gezeten te hebben in 2005, vliegt ze ondermeer 5e Nat Bergerac '03 van 2898 d, 7e NPO Brive '03 van 2903 d, 12e NPO Ruffec '04 van 2234 d, 17e NPO Ruffec '03 van 1936 d, 92e Nat. Bergerac '06 van 3432 d.”
“ Een ander ding dat ik op je website las, was iets in verband met Limoges. Kun je dat eens toelichten?”
“ Wel wij hadden van Limoges ongewoon slecht gepakt. Daarop hebben wij een soort crisisberaad gehouden. Wat kan er misgegaan zijn? We hebben een lijst gemaakt met de 10 belangrijkste punten en zijn die een voor een afgegaan. Te beginnen met de duiven, zijn deze wel goed genoeg. Ja want ze hebben de voorgaande jaren genoeg bewezen. Toch hebben we er enkele weggedaan want er zaten er meer dan vroeger op. Ook hebben we de training opgeschroefd naar 1,5 uur per dag. Het hok? Wel een boom voor het hok was ondertussen al 5 meter gegroeid, die hebben we dus neergelegd. De ramen zijn ook gewassen, want de laag stof erop was te dik geworden. De voeding? Wel we zijn terug vetter gaan voederen voor inkorving. Wat het hem nu juist gedaan heeft, weet ik niet maar wat ik wel weet is dat we de vlucht erop op St Vincent 8 op 8 hebben te beginnen met een 7de en 9de nationaal sector 4.”


Met deze laatste paragraaf kunnen we niet beter afsluiten, want het typeert het hok Jellema. Geen gewone duivenmaar kwaliteitsduiven bij geen gewone maar ambitieuze duivenmelkers resulteren in geen gewone maar fantastische uitslagen. Jelle en Últsje, bedankt voor de aangename ontvangst en het interview.