Janssen Gebroeders: The End!

De Schoolstraat n° 6 zal nooit meer bezocht worden door buitenlanders… PIPA verkoopt straks het complete levenswerk. Rechtstreeks uit Arendonk!

Het moet zowat een maand of vijf geleden zijn dat we zelf nog eens in Arendonk langs gereden zijn. Arendonk, het kleine dorpje in de Antwerpse Kempen dat met een dikke rode bol op alle internationale wereldkaarten met stip werd aangeduid door de internationale duivenliefhebberij. Iedere gerespecteerde duivenliefhebber die België ooit bezocht, heeft steevast Arendonk bezocht. Het waren daar de broertjes Janssen die voor het meeste spektakel zorgden. Internationaal geroemd om hun duiven die ze op de aardbol gezet hebben. Meer dan 100 jaar geleden – U leest het goed! – begon ‘Driekske’ Janssen met duiven te spelen. Het moet zowat 1884 geweest zijn.

In 1886 stichtte hij in Arendonk een duivenbond zodat de sport in ons eigen dorp kon beoefend worden. In die tijd was het niet alleen belangrijk goede duiven te hebben, men moest ook een goede loper hebben. De duivenmelkers hadden immers geen eigen tijdsklok en de binnengekomen duiven moesten zo vlug mogelijk naar het lokaal gebracht worden voor de tijdsregistratie. Een van de beste lopers was Fik van Jan Pietjes, de molenaar. Die liep voor Kup en Gust Peeters.

In de jaren 1914-18 werd er niet gespeeld, maar de duiven mochten wel los van 12 uur 's middags tot 10 uur 's avonds. Voor het duivenvoeder was men aangewezen op eikels die werden gedroogd en dan gekapt. De Duitsers hadden ook een maandelijkse controledienst ingesteld en alle dode vogels en vermissingen moesten opgegeven worden. Vader Janssen bleef in de sport actief tot 1947. Ondertussen hadden zijn zonen reeds een gedeelte van de taak op zich genomen. De Tweede Wereldoorlog was opnieuw een moeilijke periode. De duiven moesten ditmaal gevoederd worden met korrels. De gebroeders gaven deze korrels aan het varken en zorgden ervoor dat de duiven het beste voedsel kregen dat er maar te vinden was. Ondanks de slechte tijden kreeg men er nog 50 duiven door.

De echte glorietijd begon al in 1933. Van 1945 tot 1954 haalden ze 154 eerste prijzen. Het geheim van de duivenmelkerskunsten zat er volgens de familie in dat men is kunnen beginnen met zeer gezonde duiven (door het ‘doorbrengen’ in de oorlog), en dat het ras door kruising steeds verbeterde. Krachtvoeders of drankjes kwamen er niet aan te pas.
De beesten van de Janssens’ werden wereldnieuws. Afstammelingen van hun duiven werden tot ver buiten België gegeerd en zijn terug te vinden in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Engeland, Denemarken, Bangkok, Japan, Zuid-Afrika, … Gigantische bedragen werden in de loop der jaren aangeboden voor de ‘indrukwekkende’ kweekduiven die Louis Janssen nog in zijn hok zitten had… Nooit ging hij er op in. “Al die kweekduiven moeten hier blijven,” zei hij steevast. Niks of niemand kon hem van zijn stuk brengen. Maar de afgelopen maanden ging de gezondheid gestaag achteruit van de enige overblijvende ‘telg’ van de Janssen-broertjes. Hij was de enige die overbleef. Op dit moment is hij net geen honderd jaar. Bijna een eeuw oud. En dan begint een mens last te krijgen van ouderdomkwaaltjes. Niks aan te doen, zeker? Hij vertoeft op dit moment in het ziekenhuis, waardoor de verzorging van zijn duiven niet echt meer op punt staat.

Toen las één van de kinderen van één van de broers een berichtje in de krant ‘De Duif’, neergepend door Ad Schaerlaeckens. Schaerlaeckens schreeft een klein stukje kritiek neer in de krant in verband met de hoge prijzen die op sommige internetwebsites gemaakt werden (en refereerde daardoor rechtstreeks aan PIPA). Het was dit berichtje dat de aanleiding gaf voor deze nazaten om PIPA te proberen te contacteren. Ze hadden tenslotte nog nooit van deze veilingwebsite gehoord. Simpelweg omdat ze géén internet thuis hebben. En dus ook niet konden ‘turen’ naar die ‘lichtbak’ om de torenhoge prijzen te bekijken die PIPA de afgelopen jaren gehaald heeft. Kortom: via via werd een telefoonnummer verkregen van de kantoren van PIPA. Contacten werd gemaakt, afspraken werden mondeling verkregen, en na enkele dagen mocht Thomas Gyselbrecht zélf naar Arendonk rijden. Om zowaar alle duiven in te laden. Vierentwintig stuks oude duiven en twee jonge duiven.

“Het was een bijzonder raar gevoel om de duiven in Arendonk te moeten weghalen…” (Thomas Gyselbrecht)

Afgelopen weekend reed Thomas vanuit het Gentse richting Arendonk. Een trip die hij nooit meer zal vergeten: “Wel, ik ben nog niet zo vaak in de Schoolstraat in Arendonk geweest. Dus het voelde aan als een eer om daar te gast te mogen zijn. Maar toch voelde het een beetje raar. Geen Louis Janssen in zijn ‘oude getrouwe’ stoel. De familie vroeg me zelf om de duiven van de hokken te nemen. Geen gedoe: inpakken en wegwezen. Op de plaats waar misschien wel duizenden duivenliefhebbers op bezoek kwamen, mocht ik de allerlaatste pareltjes van de eeuwenoude hokken halen. Meer dan honderd jaar zaten hier duiven en nu plotseling niks meer. Een bijzonder gevoel!” Ondertussen zitten al de duiven voor de veiligheid op een geheime locatie.
En met het langskomen van Thomas Gyselbrecht verdwijnt meteen de complete dynasty die de gebroeders Janssen in Arendonk hebben opgebouwd. Er zijn reeds diverse iconen de afgelopen decennia ‘verdwenen’ uit onze sport. Grotendeels door overlijdens, anderen die gewoon stopten wegens diverse, uiteenlopende redenen. Maar de allergrootste iconen zijn zeker en vast Louis Janssen en zijn broers geweest. Bonken-van-gasten die een standbeeld verdienen.

We kunnen u verschillende anekdotes vertellen dat we in de Schoolstraat nummer zes meegemaakt hebben, maar hetgeen wat ons altijd gaat bijblijven is het feit dat Louiske niet echt een vriend was van de banken. “Het zijn allemaal dieven”, wist hij ons steevast te vertellen. Met dit ‘gedachtegoed’ ging hij door het leven. Geld potte hij thuis op. De ‘beroemde’ waterput werd nog gebruikt tot een paar maanden geleden. Het was alsof de tijd stil was blijven staan in Arendonk. Alles is authentiek. Noem het een stukje ‘Bokrijk’ in de Antwerpse Kempen. Arendonk was duivensport. Het ademde duivensport. Grotendeels door Louis Janssen en zijn kornuiten. Zij hebben van Arendonk en de Schoolstraat een waar bedevaartsoord gemaakt. Duivensport wordt hier aanbeden als nergens ter wereld. Mensen zaten hier als het ware op hun knieën om een duifje te kunnen bemachtigen. We hebben het zelf meegemaakt. Bijna bedelaars waren het. Heel hun portemonnee ging open. Maar dan haalde Louis zijn notitieboekje boven. De laatste jaren bleek dit onveranderd te zijn. Hij verwees er altijd naar. “Maar mijnheer toch, kijk eens hoeveel wachtenden er nog voor jou zijn”, zei Louis Janssen steeds opnieuw. Amper een paar koppels bevolkten de laatste jaren het hokje. Janssen was altijd klein gebleven. Zelfs ondanks hun gigantisch opgebouwde naam. Ze konden groeien zoveel ze wilden. Louis heeft het nooit gedaan. Zijn eigen waarden waar heel simpel: klein, gezond, goed en topkwaliteit. “Da’s alles wat telt”, zei hij onlangs nog. En ja, hij heeft gelijk. Straks gaat zijn hele handel en wandel onder de hamer… Ergens midden of eind april, wisten ze ons bij PIPA te vertellen. Thomas Gyselbrecht zo fier als een gieter: “Ik ben heel waarschijnlijk de allerlaatste persoon geweest die hier op de hokken rondliep. Een dubbel gevoel overviel me. Gelukkig en trots omdat wij hen ‘mogen’ verkopen. Maar toch ook een beetje triestig. Want zoals je zelf zegt: Janssen is een monument. Het enige echte monument die de duivensport gehad heeft en ooit zal hebben. En dat zoiets ten einde moet komen, is nooit echt een goede zaak!”