Hoe harder de selectie, hoe hoger het prijzenpercentage!

Het sorteren van een kolonie bestaat erin, de duiven uit te kiezen die in staat zijn de beste reisploeg te vormen. Selectie biedt zekerheid nopens de toekomst van de kweek. Zij wijst de rasduiven aan, die het best geschikt zijn om produkten te brengen, wier waarde jaar op jaar verhoogt.

Het is tijdens de lange winteravonden dat een vooruitziend liefhebber de tijd neemt om rustig het sorteren, de selectie en het koppelen van zijn duiven te overleggen. Het is van de al dan niet goede oplossing, die aan deze verschillende problemen gegeven wordt, dat niet alleen de voortgang inzake kweek voor de volgende jaren afhangt, maar in de meeste gevallen evenzeer het succes van het wedstrijdseizoen, dat eens nieuwjaar voorbij zeer rap nadert.
Laten we met orde te werk gaan. De sortering moet ons in staat stellen deze duiven uit te kiezen die de best mogelijke ploeg reizigers uit ons hok kunnen samenbrengen. Om dit probleem op te lossen, moet men eerst en vooral juist weten hetgeen men eerlang van zijn reizigers zal vergen. Het komt er op aan een wedstrijdprogramma vast te leggen, dat zoveel aan onze opvattingen en verwachtingen, als aan de middelen waarover wij met onze duiven beschikken beantwoordt.
Eens dit werk gedaan, zullen wij de duiven die het best geschikt zijn om in de door ons vastgestelde wedstrijden met goed gevolg uit te komen. Naar het uitgekozen programma en de keuze van de kandidaten, zal de leeftijd een belangrijke rol spelen. Het staat bijvoorbeeld vast, dat een liefhebber die uitziet naar grote afstandsvluchten, eerst en vooral over meer duiven moet beschikken en vervolgens moet kunnen rekenen op een ploeg redelijk oude duiven. Gezien de fysische kracht niet alleen de kwaliteit uitmaakt van een lange afstandsvlucht. Het komt wel meer voor, dat opgedane ervaring en weerstandsvermogen er in ruime mate een zeker gebrek aan dynamisme, dat uit de leeftijd kan voortkomen, goed maken.
Het is om dezelfde reden, dat alwie de grote afstanden wil spelen en er regelmatig sukses wil behalen, duiven ter beschikking moet hebben die lang meegaan, t.t.z. duiven die niet reeds versleten zijn vooraleer ze de gewenste ondervinding hebben opgedaan, zodat ze het werk ook bij ongunstige weersgesteldheid nog met vol succes aankunnen.
De kwestie ligt natuurlijk anders alswanneer het om vitesseduiven gaat. Dank zij de verschillende weersites, internet en andere vooruitgang, gaan de meeste vluchten nu in gunstige omstandigheden door, zodat verworven ervaring op dit stuk niet doorslaggevend is.
De grootste hoedanigheden van een vitesse-duif zijn: strijdlust en vlug oriëntarievermogen. Strijdlust is een voorrecht van de jeugd. Het is niet te loochenen, dat een jonge duif gestuwd wordt door dynamisme, dat meestal de bovenhand haalt op de reeds minder scherpe ijver van de talrijke oudere mededingers. In een zelfde gedachtengang mogen wij niet uit het oog verliezen, dat hetzelfde geldt wat betreft de voorbereiding tot de wedstrijden, waarover wij reeds in onze studie over het weduwschap uitvoerig hebben gesproken; de minste toets laat een sterke indruk op het meer emotioneel zenuwstelsel van een jonge duif,  terwijl het soms zeer moeilijk valt een meer uitgeslapen kandidaat, die sinds lang het klappen van de zweep kent, in beroering te brengen. Wat het  oriëntarievermogen betreft, dit is een aangeboren kwaliteit, die de liefhebber slechts door training tot ontwikkeling kan brengen. Eens zover, vervult de ervaring omzeggens een onbeduidende rol bij het rendement van een vitesseduif.


Welke mogen blijven en wie moet weg?, steeds een moeilijke opdracht

Als besluit van hetgeen voorafgaat, kan gezegd worden, dat een liefheber die uitsluitend snelheidsvluchtcn speelt, er zorg moet voor dragen dat zijn ploeg reizigers voor het grootste deel uit jonge elementen bestaat. Men moet eens en voor goed ermede gedaan maken het aantal prijzen te beschouwen; het is op de waarde van de prestatie dat het aankomt. Men kan er nimmer iets bij verliezen een oude, versleten, afgestompte duif, die nog slechts in staat is laatste prijzen te verdienen en wier rendement overigens alleen nog in dalende lijn gaat, te vervangen door een jong element, vol vuur en dat de toekomst voor zich heeft.
Dit stelt voorop, dat een liefhebber die zich beperkt tot de kleine afstanden, jaarlijks kwaliteitsduiven moet inkweken, zodat hij voortdurend zijn kaders kan verjongen. Uitzondering op deze regel van het ver vangen mag slechts gelden voor sujekten die op de leeftijd dat andere verminderen waarlijk nog extra zijn. Overigens mag evenmin niet uit het oog verloren worden, dat dergelijke extra elementen, die onverslijtbaar en vol vitaliteit blijven, even waardevol en even noodzakeliik zijn op het kweekhok als in de reisploeg. Wijsheid legt op, ze stil te leggen vooraleer de eerste tekens van sleet zich vertonen. Eenzelfde bemerking geldt eveneens voor de fondduiven.
Wij zullen de overige punten voor het sorteren vlug doornemen: gezondheid, rui, waarborg van afstamming, uitwendige hoedanigheden  bij het prototype vastgelegd, zenuwstelsel, gedraging op het hok en tijdens de vlucht. Het staat de liefhebber vrij, bij volle kennis van zaken, na talrijke waarnemingen en controles waartoe het hok dagelijks gelegenheid biedt, een oordeel te vellen. Deze waarnemingen zijn soms meer waard dan de geleerdste theorieën...

Een uitstekend liefhebber van snelheidsvluchtcn deed ons laatst de volgende bemerking: alswanneer ik op het hok kom, dan ga ik aandachtig en soms zeer lang het gaan en keren van mijn duiven na. Zo bijvoorbeeld zijn er duiven tussen die 6 tot 7 vleugelklappen geven om op.een vak dat 1.50 m hoog is, te geraken, andere integendeel, die veel zenuwachtiger zijn, geraken er met drie of vier klappen. Moet ik U zeggen, dat de beste steeds tussen deze laatste te vinden zijn. Nog andere even belangrijke opmerkingen kunnen door een liefhebber, die zich op waarneming toelegt, gedaan worden.
                            
Voor diegenen die een duif grondig kennen, vallen de uitwendige fysische hoedanigheden niet zo moeilijk vast te stellen. Deze kwaliteiten zijn in hoofdzaak:  evenwicht, beenderstelsel, spierstelsel, bouw van de vleugel, gevederte en vitaliteit.
Fysische hoedanigheden zijn jammer genoeg niet alle uitwendig en hierdoor wordt de taak bemoeilijkt van alwie geroepen wordt een oordeel te geven.
De inwendige organen van een duif: hart, longen, lever, klieren, darmen, wier waarde een grote rol vervult bij haar prestaties, kunnen slechts min of meer juist beoordeeld worden volgens de opvallende kentekens die zich bij een onderzoek voordoen. Dit feit maakt op zichzelf de taak van een onderzoeker moeilijker en sluit elk onfeilbaar oordeel uit. Wij spraken zopas over een volmaakte en gelijktijdige werking van de inwendige organen, waarvan het onderzoek altijd moeilijk uitvalt. Er is nog een andere kwestie even belangrijk, die eveneens, ook voor de meest bevoegde, de absolute zekerheid ontoegankelijk stelt: de  psychische hoedanigheden.
Een duif kan best onder alle opzichten volmaakt gebouwd zijn en over een uitstekende gezondheid beschikken, niettemin maakt dit nog geen onfeilbaar teken uit van een grote waarde in de wedstrijden. Indien ze naast alle kwaliteiten, niet eveneens de wil te overwinnen en het vermogen van het snelle oriëntatie bezit, zal ze nooit meer dan een middelmatige soort worden.
Op dit punt staat de liefhebber die voortdurend met zijn eigen duiven begaan is, die ze kweekt, ze  bestudeert, traint en hun afstamming kent, op eigen hok sterker zijn dan de beste keurder. Eigen waarnemingen en de mand blijven op dit stuk zijn  kostbaarste hulp en zijn veiligste gids. Hetgeen voorafgaat doet niets af aan een strenge selectie op een duif in de hand, zodat de sportieve waarde van deze duif kan nagegaan en aangevoeld worden. Er komen tegenwoordig veel te veel duiven voor, die niet lang genoeg meegaan. De reden daartoe ligt hoofzakclijk hierin, dat de selectie reeds lang en te uitsluitend steunt op alleen maar de psychische kwaliteiten, d.i. het oordeel van de mand, zonder acht te geven op al de rest. Om stand te houden moet men terzelfderrijd goed kweker en goed speler zijn. Intelligentie, wilskracht en fysische mogelijkheden moeten tegelijkertijd vooruitgang maken. Het kan best dat een duif de rechtstreekse weg volgt en de sterkste wil heeft zo vlug mogelijk haar hok te vervoegen. Indien haar krachten onderweg te kort schieten of na enkele vluchten begeven, dan is het geen interessant element.                                                      ,
Volledig slagen ligt in het samenvoegen van de twee voornoemde  faktoren: fysische en psychische kwaliteiten. Een speler op de snelheidsvluchten bereid zijn ondergang voor, indien hij zijn kweek enkel en alleen afstemt op de kwaliteiten die de mand hem te kennen geven; spelers op grote afstandsvluchten vergissen zich evenzeer alswanneer ze enkel en alleen bekommerd zijn om uitwendige hoedanigheden, zonder rekening te houden met de psychische faktor en deze na te gaan.
Om zeker te zijn van vooruitgang, moeten de twee hier behandelde op gelijke voet gesteld worden. Eerst en vooral: selectie met de duif in de handen, nopens de fysieke conditie en de sportieve waarde die men zo nauwkeurig mogelijk tracht uit te maken.
Terzelfderrijd, jaar op jaar, de proefbank teneinde zeker te zijn, dat intelligentie, wilskracht en oriëntarievermogen nog steeds bij de gekweekte lijn aanwezig zijn.
Alswanneer dit werk, van in het begin op duiven van goede kwaliteit  toegepast, gedurende jaren streng doorgevoerd wordt, dan zal in een groot percentage van de gevallen volmaaktheid worden bereikt en slechts  duiven worden behouden, die fysisch in staat zijn te verwezenlijken wat verwacht werd en die meteen geurende jaren de zwaarste wedstrijden aankunnen.