Guido Loockx (Tessenderlo, BE) kent na topseizoen in 2012 ook in 2013 een goed jaar

Na een schitterend 2012, met onder andere de titel Nationaal Kampioen Jaarlingen en de Gouden Duif België, wachtte Guido Loockx de moeilijke taak om te proberen in 2013 even goed te doen. Een taak waarin Guido goed slaagde, al zegt hij zelf dat het aanduiden van de eerstgetekende duiven het wat liet afweten.

Guido Loockx is een naam als een klok in de duivenwereld. Zijn superduif Pantani uit 1996, de stamduif van zijn kweekhok, moet zowat even bekend zijn als de overleden oud-renner. Sindsdien vliegen de duiven van Guido de ene eerste prijs na de andere. In 2012 behaalde hij onder andere volgende resultaten:

1e Nationaal Kampioen Jaarlingen KBDB
Winnaar Gouden Duif België
1e provinciaal kampioen jaarlingen fond KBDB
1e provinciaal kampioen jonge duiven midfond KBDB
5e nationaal kampioen jonge duiven midfond KBDB
6e nationale asduif midfond KBDB
1e nationaal ZC Montluçon oude duiven
1e nationaal ZC Argenton jaarlingen
1e nationaal ZC Tulle jaarlingen
1e provinciaal Gien I en Gien II
2e nationaal Montluçon oude duiven

Niet gemakkelijk om dat te evenaren in 2013, al deed Guido wel een succesvolle poging. Met twee eerste prijzen nationaal zone C, een 1e provinciale asduif grote halve fond KBDB en een 12e nationale asduif in diezelfde categorie mocht de Limburger zeker niet klagen. Een paar van Guido's kopuitslagen in 2013:

1e nationaal ZC1 La Souterraine
1e nationaal ZC1 Bourges
1e provinciaal Guéret
2e nationaal Issoudun

Jaren en jaren werken

En zoals bij iedereen kwamen ook bij Guido de successen niet vanzelf. “Na het beëindigen van mijn universitaire studies en na het vervullen van mijn militaire dienstplicht heb ik het duivenbestand van mijn vader overgenomen”, begint Guido Loockx. “Door zijn zelfstandige activiteit had hij zelf te weinig tijd om er nog echt mee bezig te zijn. We zijn in 1990 samen op onze huidige locatie in Tessenderlo gestart. Enkele jaren later is mijn vader er dan door gezondheidsproblemen volledig uitgestapt en sindsdien run ik de kolonie alleen.” In 1996 kweekte Guido dus een superduif, de Pantani. Die werd onder andere 1e nationaal op Bourges en Olympiadeduif Allround Blackpool. Momenteel is bijna het volledige kweekhok van Guido dan ook verwant aan Pantani.

Kopprijzen als graadmeter

Het spreekt voor zich dat Guido intussen zijn eigen manier van werken heeft. Die werkt gezien de resultaten zeker en vast. “Uit ongeveer 40 kweekkoppels kweek ik twee rondes jonge duiven voor eigen gebruik”, zegt Guido. “Die worden goed opgeleerd en vliegen op de snelheids- en halvefondvluchten. Soms korf ik ze ook in op de nationale vluchten, maar er zijn ook jaren dat ze er niet op worden ingezet, als het weer of de conditie dat niet toelaat bijvoorbeeld.” De liefhebber uit Tessenderlo geeft toe dat het jongeduivenspel voor hem zeker geen prioriteit is en dat hij vooral met de oude en jaarse duiven focust op de nationale vluchten op de grote halve fond. “De meeste jongen worden dan ook doorgehouden als jaarling en dan moeten ze bewijzen dat ze uit het goede hout gesneden zijn”, zegt hij duidelijk. “Zowel met de duivinnen als met de doffers wordt er op klassiek weduwschap gespeeld. De doffers vliegen tot Argenton half augustus, de duivinnen tot de allerlaatste vlucht op Guéret. Op het eind van elk seizoen wordt dan de selectie gemaakt.”

Na die selectie blijven enkel de duiven met echte kopprijzen over. “Het aantal prijzen of prijzen per 10-tal tellen niet, enkel de kopprijzen”, aldus Guido. “Ik selecteer op basis van prestaties, nooit op basis van uiterlijke kenmerken. Vleugeltheorie, ogentheorie, … het zegt mij allemaal niets. Enkel de korf telt.”

Vier vroege kweekrondes

Ook wat het kweken betreft, heeft Guido zijn eigen manier van werken. “Begin december worden alle kwekers gekoppeld. De beste kwekers worden regelmatig omgekoppeld en hun eieren worden verlegd onder voedsterkoppels. Zo heb ik van de beste kwekers vier vroege rondes i.p.v. twee”, zegt hij. “Ook met de weduwnaars wordt aan winterkweek gedaan. Zij brachten allemaal een ronde jongen groot. Vanaf februari worden zij dan terug dagelijks buitengelaten, als het weer het toelaat tenminste.” Met de vliegduivinnen wordt niet gekweekt voor het seizoen. “Hen probeer ik zo rustig mogelijk door de winter te krijgen. Ook hun trainingen starten terug in februari. Ze krijgen pas een duiver te zien bij thuiskomst van een snelheidsvlucht, ongeveer half april.”

Op die manier hoopt Guido zijn duiven ook dit jaar weer klaar te krijgen voor een topseizoen.