Gommaire Verbruggen - Kagevenne (BE) boekt 36e Prov. overwinning uit zijn carrière - Blois 11/7/2009 - 1840 Yls

Volgend jaar is het exact 40 jaar dat Gommaire Verbruggen (Kagevinne-Scherpenheuvel) zijn eerste stappen zette in de duivensport. Zijn mentoren van weleer vader Verbruggen en Nonkel Lous (Van Diest) konden toen in de verste verte niet vermoeden welke hoge vlucht de duivencarrière van hun pupil zou nemen.

De “Verbrugggen” heeft ondertussen een vaste stek verworven in het collectief internationaal duivensportgeheugen.

De opkomst, de eerste grote successen, de jarenlange onophoudende strijd om het behoud van het duur bevochten plekje aan de top van de moderne duivenhierarchie, het leest als een boek.
We denken hierbij aan de vele nationale topnoteringen welke hij gedurende al die jaren op zijn actief schreef.
In semi-nationaal verbond won hij een tiental maal de eerste prijs: 1ste Châteauroux 1986-1989-1991-1997; 1ste uit Argenton 1993-2003 (jaarse)-1ste Clermont Ferrand.  Zonaal toonde de kolonie zich het snelst uit Limoges (jaarse-2003) en Argenton (jonge duiven-2005).
3x als 2de nationaal afgeklokt worden op een nationale Bourges –vlucht-een mens zou er moedeloos bij worden en Gommaire had zich er reeds bij neergelegd dat een nationale overwinning voor hem niet was weggelegd. Een liefhebber kan enkel het beste van zichzelf geven. Een 1ste nationaal komt letterlijk en figuurlijk uit de lucht gevallen. De “Gil” besliste er anders over en brak de nationale ban met de eerste nationaal te winnen uit Bourges 2006.

Aan de top van de duivensport geraken is moeilijk, éénmaal je er bent is het nog moeilijker je de daarop volgende jaren te handhaven, het moeilijkst is evenwel  ieder jaar weer opnieuw de duivenwereld te verbazen. Ook dit seizoen mogen zijn prestaties gezien worden. Zijn overwinning uit Blois (11/7 ll.-1840 jaarlingen) is ongetwijfeld de kers op de taart. Wetenswaardig is evenwel dat dit zeggen en wel en men zegge het voort, de 36ste provinciale zege is van een onuitgegeven duivensportcarrière.

Deze prachtige duiver-2040077/2008-
treedt met zijn exploot uit Blois  langs de grote poort de imposante galerij aan Verbruggen-toppers binnen. Wie deze reeds mocht bezoeken weet wat dit betekent. Het hoort tot de huisstijl “Verbruggen “ aan de lopende band topduiven te kweken uit zijn met zorg samengestelde kweekstal, het resultaat van een aantal gerichte aankopen (remember “den As” Van de Velde Maurice) en het tijdig overhevelen van de eigen topvliegers naar de kweek. De provinciale overwinnaar vindt zijn roots bij een aantal zogenaamde “basisduiven”, iedere generatie goed voor een aantal toppers. Wie de afstammingskaart eventjes onder de loep neemt, komt een aantal duiven tegen welke duivensportgeschiedenis met een hoofdletter schreven.
Langs vaderszijde komen wij terecht bij de Wrat –(2061350/1994)-of de vader en grootvader van meerdere zeer goede vlieg- en kweekduiven en zelf een zoon van  de “Blauwe 020” eerste provinciaal Orleans (1489 duiven)-.

en kleinzoon van niemand minder dan de legendarische “Kletskop” is. Deze oerbasis van het hok “Verbruggen “ in combinatie met een kleindochter van de “Wittebuik” van Gaby Vandenabeele” moest wel vuurwerk opleveren. De afstamming langs moederszijde is eveneens niet min want hier duiken twee prestatie duiven op welke begin van de eeuwwisseling een uniek prestatiekaartje bijéénvlogen nl. de “Duke” en de “Turbo”.

De provinciale winnaar “goed voor de zesendertigste in de rij” verpersoonlijkt volledig Gommaire’s duivenfilosofie inzake selectie en speelwijze. Als laatje van 2008 kan hij geen overvolle prestatiekaart voorleggen. “Hoe zou het?” want de jonge duivers worden doorgehouden op basis van de afstamming en bovendien moeten zij Gommaire in de hand aanstaan. Als “laatje” komt er nog bij hun opstart zeer geleidelijk dient te gebeuren. In het duivenjargon klinkt et dat zij dommer zijn dan vroege jonge duiven. Zij dienen met veel geduld en stap voor stap ingepast te worden in het weduwschapsysteem. Met de prachtprestatie uit Blois wordt voor de zoveelste maal aangetoond dat geduld loont.

Veertig jaar topduivensport, van de kleine snelheid, over de halve fond naar de fondwedstrijden. Gommaire doorliep alle klassen van de duivensportschool. Mooie momenten mocht hij en zijn “Annie” beleven doch ook hij bleef van geen tegenslag gespaard. Ook hij speelde mee in het verhaal van vallen en opstaan. Het blijft wel een feit dat de grootste onder de duivenmelkers wel het vlugst opstaan. Feit is zeker, na de schandelijke achterbakse diefstal van een 25-tal topduiven waaronder de eerste nationale asduif fond 2007, Gommaire zich strijdvaardiger toonde dan ook en zijn resultaten bleven van uitzonderlijk hoog sportief niveau bleven.

Ligt hier het verschil tussen de top en de grijze middenmoot ?