Gerard Koopman & Team (Ermerveen, NL): of hoe een filosofie zich ontwikkelt - Deel 2

In het eerste deel van deze reportage, beste lezer, hebben wij jullie uitvoerig over de actuele situatie van de Koopman-hokken geïnformeerd, zowel over de actuele prestaties als ook over de afstammingen van alle huidige beste vliegers van deze uitzonderlijke kolonie. In deze aflevering wil ik proberen de mens, de duivenliefhebber, de idealist Gerard Koopman wat dichter bij u te brengen.

Hiervoor heb ik met Gerard een uitvoerig gesprek gevoerd.

Gerard, in de duivensport wordt veel over motivatie gesproken. Dat geldt voor duiven, maar ook voor de liefhebber. Laten wij eens met de laatste beginnen, hoe is het voor jou mogelijk dat je ondanks alle reizen en zakelijke beslommeringen je toch ieder jaar weer maximaal weet te motiveren en je op de sport weet te concentreren?

Dat is gemakkelijk voor mij! Het heeft ook veel met de liefde voor het dier, de duif, te doen. De interactie van mens en dier speelt een belangrijke rol! Maar ook de mentale toestand waarin je je als mens bevindt, in dit geval de kweker en speler, is van groot belang. Ben je goed gezond en vrij van financiele zorgen, oftewel is men uitgebalanceerd en zit je lekker in je vel, dit zijn elementaire voorwaarden voor een goed duivenseizoen. Wanneer je in het leven problemen hebt of je ziet je geconfronteerd hetzij met een ziekte of scheiding van partner, de problematiek kan heel divers zijn, dan werkt het vaak met de duiven ook niet zo goed.
Uit mijn winterse reizen haal ik mijn hernieuwde motivatie. Ik leer de meest verschillende types kennen, zowel duivenliefhebbers als zakenmensen en ik moet zeggen, alle mensen die ik door onze mooie hobby, welke altijd is terug te voeren op liefde voor dieren, heb mogen leren kennen waren het waard te leren kennen. Dat geeft mij plezier en ik kan de lege batterij na een inspannend seizoen op een aangename manier weer opladen.


Duiven, we raken er nog elke dag door gefascineerd

En het moet ook in de genen zitten, ben je een winnaars-type, verlies je niet graag maar kun je ondanks dat, een betere toch zonder afgunst feliciteren, dan ben je op weg naar een kampioen te zijn. Ondanks alles moet je altijd voor ogen houden dat, ook een top-liefhebber  tolerant moet zijn en zijn medestrevers met gepast respect benadert. Iedere liefhebber die het anno nu volhoudt om onze hobby te beoefenen is eigenlijk al een winnaar en verdient ons aller respect!  

En eigenlijk moet je ook een dromer zein. Onze dromen sporen ons aan, zij helpen ons, nieuwe doelen te stellen. Is het niet zo dat je een duif in de hand houdt en niet alleen de prachtige veerkwaliteit voelt maar ook al het andere klopt, je de stamboom bekijkt en je in gedachten doen afdwalen….. en plotseling verschijnt er denkbeeldig een nieuwe crack! En inderdaad, sommige dromen komen ook uit. Ik heb wel eens gelezen: Dromen is de brandstof voor de motivatie! Ik dacht dat dit een uitspraak van Jose de Cauwer is. Dit alles bij elkaar motiveert mij enorm, en hier komt bij dat ik volledig kan vertrouwen op mijn fantastische team. Ik hoef mij geen zorgen over mijn favorieten te maken  wanneer ik in de winterse periode op pad ben. Mijn team thuis verzorgt de duiven als ware het hun eigen. En wanneer ik dan thuis kom kan ik eigenlijk niet wachten, mijn duiven te zien, gek op duiven en tot in mijn teennagels gemotiveerd.

 


Gerard en zijn vader Cornelis voor de kweekvolière in Nieuw Amsterdam

En nu over motivatie bij duiven, ook dat moet in hun zelf zitten, ze moeten naar huis willen, dat is een deel van hun karakter! Op dit vlak doen wij niet aan experimenten. Het is met dit aantal duiven, welke wij op de vluchten inzetten, ook helemaal niet mogelijk, ieder dier apart te motiveren. Natuurlijk brengen wij wel wat afwisseling aan in hun bestaan, een keer de partners tonen of iets dergelijks. Maar eigenlijk geloof ik er niet zo in. Wanneer het een super is laat hij het ook zien en wanneer ze meer middelmatig zijn blijven ze dat ook voor altijd. Wanneer ik terug denk aan onze beste jaren, aan de super jaren, toen heb ik ook geen duivinnen getoond of iets speciaals m.b.t. de motivatie gedaan. Ik geloof, dat ze zich meer onder elkaar motiveren, de hele setting speelt een rol, krijgt hij regelmatig zijn voer, ervaart hij stress met de buurman in de bak naast hem, behoort hij tot de dominante exemplaren in zijn afdeling en voelt hij zich in het algemeen lekker op het hok? Allemaal zaken die men als oplettende liefhebber in de gaten moet hebben. In de kern beperkt mijn aandeel zich tot het voor de duiven zo aangenaam mogelijk maken. En één ding is zeker: Klasrijke duiven zijn altijd gemotiveerd!


Puur natuur: Gerard holt achter de kippen aan

Gerard, er doen zich ook vele geruchten de ronde over de verzorging bij jullie, er zou sprake zijn van enkele geheimen ?

Nou ja, wij hebben een eigen systeem ontwikkeld maar een geheim is dat heel zeker niet. Dan hadden wij ook de firma Beyers geen groen licht gegeven, het door ons ontwikkelde mengsel  "all in one"  commercieel te maken.
Reeds meer dan 30 jaar geleden maakte mijn oude vriend en leermeester Jules Ryckaert mij duidelijk, Sportduiven hebben meer nodig, dan uitsluitend graan en water. Zijn duiven hadden hem dat telkens weer laten zien, wanneer ze met o.a. slakjes rond hun snavel naar huis kwamen. Zij hadden dierlijk eiwit nodig. Toentertijd zijn wij, op aanraden van Jules, met het geven van kaas begonnen. Het is natuurlijk behoorlijk tijdrovend, wanneer je de kaas met de hand in kleine stukjes maakt, en wat wanneer je ze in de keukenmachine verkleint? Daarvoor is de kaas te vet en verkleeft alles. Toen wij hieraan pinda’s toevoegden, toen ging het zeer goed. Vanaf toen ging het vlot en ze wilden het ook graag eten. Hoe het schaapsvet erbij kwam ? In de dierenspeciaal zaak die wij indertijd runden verkochten wij al veel van dit schaapsvet, in het bijzonder aan mensen, die vachtproblemen met hun honden hadden. Door schaapsvet te verstrekken kregen zij een bijzonder mooie vacht en het werkte ook tegen het veelvuldig krabben door een geirriteerde huid. Misschien dat door het verstrekken ook een tekort aan vitaminen of mineralen werd gecompenseerd, ik weet het niet maar in ieders geval werden de problemen verholpen.


Ik heb je!

Biergist-tabletten met schaapsvet, in negen van de tien gevallen waren de vachtproblemen geschiedenis. Ongeveer in 1997 kreeg ik voor het eerst bezoek uit Taiwan. Dat was in de tijd dat de bekende „Beatrixdoffer“ begon te haperen in de bevruchting. De Taiwanese liefhebber zegde mij toe een recept te sturen, welke het bevruchten weer in gang zou brengen.  Op de lijst, die hij later stuurde, stond o.a. ook schaapsvet. Dat was voor mij de aanleiding, mijn kaas-pinda’s mix met schaapsvet te verrijken. Schaapsvet is relatief goedkoop en heeft een positieve invloed. Hier de actuele samenstelling: Pinda’s 60%, Kaas 30%, schaapsvet 10%.
Voor mensen die het maken van deze mix te ingewikkeld of kostenrovend vinden, hebben wij een korrel, onze Goldcorn, ontwikkeld. De tijd blijft immers niet stil staan en deze Goldcorn is natuurlijk ook  in de „Koopman All in One“ van de firma Beyers present.
Hier de samenstelling van Goldcorn:
Schaapsvet, dierlijk Eiwit met unieke eigenschappen.
Zonnebloemen-, lijnzaad- en Pindaolie leveren de omega vetzuren;
Dierlijke vetten, zoals eierdooier, kaas en melk zorgen exact voor dat stukje extra energie die ze nodig hebben;
Tarwekiemen en vitamine E zijn de zuurstof leveranciers, waardoor het uithoudingsvermogen toeneemt;
Luzerne, betakaroteen, zeealgen en biergist zorgen voor het broodnodige vitamine B-komplex en de essentiele enzymen.

Nodig voor een top conditie zijn ook de vitamine A, K en E en natuurlijk de mineralen, aminozuren en sporenelementen, hierbij ook lecithine als transporteur van vetten door het lichaam en probiotica voor een goede darmflora, welke de gezondheid serieus ondersteund! Soya- en Pindameel voorzien de energiebehoefte tijdens zware vluchten, hierbij extra vitaminen zoals K3, B-komplex, C, A, D3, E enz…. Zo heeft eigenlijk een goede tip van onze mentor Jules Ryckaert een ontwikkeling in gang gezet, die zeker nog niet aan het einde zit, maar voor mij een mijlpaal in de verzorging betekend.


Gerard met zijn Goldcorn

Met het mengsel "all in one" hebben wij een graanvoer voor het gehele jaar ontwikkeld, dat naar behoefte met gerst, paddy of zuivering gemend kan worden.
Zo ziet u maar geen geheimen in ons systeem, alles wordt openlijk op tafel gelegd. Ook in de jaren voor ons zullen wij zeker nog enkele nieuwe zaken uitproberen en wanneer zich hieruit iets positiefs ontwikkelt, dan zullen wij heel zeker dat niet voor ons zelf houden!

Bedankt Gerard, voor deze klare taal, zeker heb je nog heel veel te vertellen maar ook voor deze reportage is de ruimte niet onbeperkt. Misschien nog een paar actuele tips voor onze lezers?

Iets wat ik van mijn leermeester Louis van Loon over genomen heb en wat mij tot in mijn dna gekropen is: je besten, hiervan mag je nooit afstand doen! En voor de kweek moet men uitsluitend exemplaren inzetten welke uit goede familie komt, uit familie, die telkens weer as-duiven brengen. Dat vergroot je kansen enorm! Verder waardeer ik zeer, natuurlijke zaken, zaken die je begrijpt en verklaren kunt en die in de praktijk bewezen zijn. De duivensport is geen kwestie, waarvoor je gestudeerd moet hebben of hoogdravende theorien moet aanhangen, nee, dat is zeker niet mijn ding! Maar echte praktijk mensen, zoals jaren geleden, de Gebr. Janssen of Louis van Loon, of zoals je laatste 20 jaar ook Günter Prange, die zijn altijd op de juiste koers en van zulke mensen kun je leren. Dat zijn de witte raven onder de liefhebbers, altijd op zoek naar nog betere duiven en nog betere prestaties! Bovendien blijven ze dicht bij de natuur, en kunnen zij zich inleven in een duif. Voor mij zijn de wedstrijden nodig om vast te kunnen stellen hoe goed een duif is.


De familie Koopman op bezoek bij de gebroeders Janssen

En wanneer ik zelf nieuwe exemplaren invoer, dan will ik ze alleen van de beste liefhebbers hebben uit hun beste koppel. Deze nieuwelingen krijgen dan twee tot drie jaar de kans, hun klasse als kwekers te bewijzen. Geven ze in deze periode geen As, dan gaan ze met al hun nakomelingen weer van het hok. Een duif moet bij mij echt laten zien dat het een crack is, een duif die één keer iets laat zien heeft nog niet overtuigd. Deze testfase kan verschillende jaren duren voordat ik echt overtuigd ben. Kleine Dirk had hiervoor 1 jaar nodig.
Je hebt een idee, een uitstippeld pad waarvoor men kiest, zoals je wilt een bepaalde filosofie; een uitgangspunt, en door eventuele tegenslagen mag je niet al te zeer onder de indruk geraken, hiervan wordt immers niemand uitgezonderd!

Tot zover deel 2 van onze kleine Koopman Trilogie. Het derde deel zullen wij dan aan referenties, en jullie de hokken voorstellen, die met de duiven van het Koopman-ras het gesprek van de dag zijn.
Wordt vervolgd


De doffer NL10-5011833 met de naam ‘Jerson’, vertegenwoordigt Nederland in de categorie 'Sport'
op de Olympiade van 2013. Hij is de derde Nederlandse duif in de categorie fond (C).