Eieren : Van leg tot ...

Alles over een duivenei, van het broeden over het leggen tot het bewaren ervan

 

 

Het eieren leggen
De duivin legt haar eerste ei rond vijf uur 's avonds en twee dagen nadien haar tweede tussen één en drie uur in de namiddag. Om eieren te bekomen met flinke schalen, moet de liefhebber zijn duivin goed verzorgen. Verder kan hij ze een mengsel geven van oude kalk, mortel en zachte rode baksteen, alles redelijk fijn verbrijzeld en vermengd met een weinig keukenzout.

Eieren met dunne schalen
Wanneer duivinnen eieren leggen met dunne schalen, dan is het gewoonlijk het gevolg van een zwakke
lichaamsgesteldheid, die oorzaak is van een vroegere ziekte. Slechts zelden is de oorzaak te zoeken in slechte voeding of gebrek aan kalkstoffen. Zo het geval zich voordoet bij een goede kweekduivin, zal men haar onmiddellijk van haar duiver scheiden. Men bestudeert dan mijn platen en leest de beschrijvingen. Om zeker te zijn van degelijke eierschalen, geef uw duiven dagelijks oude kalk, zachte baksteen of grit, vooral gedurende het nestjagen.

Het moeilijk leggen
Het moeilijk leggen van eieren komt vooral voor bij duivinnen, die bloedarmoede vertonen, doordat ze de ene of andere besmettingskiem dragen, waar de liefhebber niets van kent. Ook kan dit nog het geval zijn met jonge duivinnen, die voor de eerste maal moeten leggen. De koude in het vóór- of najaar kan het leggen ook moeilijk maken, zowel voor oude als jonge duivinnen. Kentekens. De duif zit met de stuit omhoog, laat vleugels en staart hangen en geeft zodoende bewijzen van afgematheid als gevolg van de grote kracht- inspanning, welke zij gedaan heeft om het ei kwijt te geraken. Om zulke duif te helpen, geeft men haar driemaal daags ('smorgens, 's middags en 's avonds) telkens drie levettraanpillen. Dit geeft nieuwe en taaie wilskracht, om geweld te zetten voor het leggen. De ttaanpil versterkt tegelijkertijd de duivin en verwekt een zachtheid en lenigheid van de dikke darm, waarin het eierkanaal uitgeeft tegen de aars. Verder doet men wat slaolie (fijne olie) in de aarsholte, waardoor het eierkanaal glibberig wordt, wat het leggen vergemakkelijkt. Plaats daarna de duivin in een mandje, waarvan de bodem goed bedekt is met kleine krollen of zaagmeel en zet ze in een warme plaats. Het te lang ophouden van een ei heeft voor gevolg, dat het kanaal opzwelt, wat voor het leggen nog nadeliger wordt en waaruit ontsteking of breuk kunnen ontstaan. Wanneer dit laatste ongeval zich voordoet, mag men de duivin als verloren beschouwen. Indien uw duivin na twee dagen haar ei niet kwijtraakt nadat ge mijn raad hebt gevolg, dan wordt de toestand zeer gevaarlijk (zie de plaat van de lichaamsorganen). In zulk geval duw dan zachtjes de schaal van het ei stuk, en wel op de manier: knip eerst en vooral goed uw nagel, dat er geen scherpe kanten aan zitten; doop uw vinger in de slaolie (fine olie); steek hem dan in de aarsopening en duw voorzichtig het ei een weinig achteruit; plaats dan uw vinger boven het ei en houd de hand, die ge nog vrij hebt, onder de buik tot steun aan de vork; breek dan zachtjes het ei door er op te drukken. Laat hierna met een glazen druppeltcller omtrent twintig drup- pels olie in de aarsholte lopen om alle ontsteking of gezwel in het eierka- naal te voorkomen. Herhaal dit gedurende vijf of zes dagen. Geef de duivin andere eieren en laat ze een jong grootbrengen tot op de ouderdom van tien dagen. Op deze manier heeft ze de tijd om te herstellen.

Jonge duiven met eieren
Het is zeer gcraadzaam jonge duivinnen geen eieren te laten leggen, daar zij hierdoor in krachten, verminderen. Veel kunnen nog geen bevruchting verdragen. Door het jagen van de duiver verzwakken ze en wanneer het zo ver komt, dat ze toch eieren moeten leggen, is ontsteking van het eierkanaal meestal het gevolg. Daardoor ontstaat dan een gezwel, waaruit abcessen volgen, zodat de duivin voor goed verloren is. Wanneer de liefhebber tijdig het geval bemerkt en het toch wil toelaten om de ene of andere goede reden voor de duiver, dan moet hij kalkeieren in het nest leggen op het uur van de legtijd. Hij maakt ze echter eerst warm, om de duiver aan te zetten ze gemakkelijker aan te nemen en de duivin te doen broeden. Algemeen wordt aangenomen, dat de jonge duivin na negen maanden volledig ontwikkeld is en voor de bevruchting in aanmerking kan komen.

Tijd van het broeden
De duivin broedt van in de namiddag tot de volgende morgen rond negen uur. Dikwijls is zij echter verplicht en dit op onregelmatige tijden gedurende de dag de duiver te vervangen, wanneer deze gedurende een half uur of een uur soms het nest verlaat. Het gebeurt ook dat sommige duiven van hun nest niet graag weg willen en daardoor langer broeden. Wanneer men een prijsduif, die broedt, «inkorft» voor drie of meer dagen, dan neemt men de duif, waarmee ze gepaard is van het hok voor 24 of 36 uur en sluit haar op, totdat de reizende duif terug thuis komt. Men tracht tijdelijk de eieren onder andere duiven te leggen tot de terugkomst, dan zullen beide opnieuw op hun nest plaatsnemen om te broeden.

Uit het ei
In de zomer, komen de jonge gewoonlijk uit het ei op de zestiende of zeventiende dag. In het vóór- of najaar, bij koude dagen en nachten, komen ze pas te voorschijn op de achttiende dag, te tellen steeds vanaf de dag, waarop het tweede ei gelegd werd.

Jongen die moeilijk uit het ei komen
Wanneer de jongen moeilijk uit de schaal komen, zo is dit meren- deels toe te schrijven, dat de ouders gekoppeld werden zonder de nodige voorzorgen. Daardoor ontbreekt deze laatsten dan de macht, om gezonde sterke natuur te mengen bij het bevruchten van de eieren. Als gevolg hiervan missen de jongen de kracht, om de schaal te doen barsten en hun intrede in de duivenwereld te doen. Een andere mogelijkheid kan zich nog voordoen, namelijk, dat de schaal te dik is. In dat geval maakt men zachtjes met een scherpe vinger- nagel een kring rondom de kop van het ei en breekt de schaal langs die lijn met de nodige voorzichtigheid, zonder het vlies te kwetsen, waarin het jong gehuld is. Op die wijze verlost men de jonge van de dood.

De twee eerste broedsels
Indien men van het eerste brocdsel de jongen niet heeft die men wenst, met al de hoedanigheden van de oude duiven, dan moet men ze van het tweede broedsel gewoonlijk ook niet verwachten. Heeft men van de twee eerste broedsels het resultaat niet dat men verlangt, dan is zulks een bewijs, dat het koppel duiven in kwestie niet in aanmerking kan komen om uw duivcnstam te verbeteren.

OM EIEREN TE BEWAREN
Neem een doos in karton of blik, vul ze met zaagsel of kleine granen en plaats er de eieren op hun kop in. Leg ze nooit plat, omdat de dooier dan allicht door het wit heen tegen de binnenwanden van het ei kan zakken en gekwetst worden. Draag er zorg voor, dat ze volledig bedekt zijn en de doos goed gesloten wordt. Zet de doos op een plaats, waar het niet te warm is en toch goed droog: Warmte en vochtigheid zijn oorzaak van bederf. Verder moet men ze iedere dag omkeren. Om dit gemakke- lijk te doen, draait men de ene dag de doos met het deksel naar boven en de volgende dag met het deksel naar beneden. Wanneer men ze nu een paar dagen wil bewaren, neemt men wel in acht er nooit mee te schudden anders zouden de dooiers tegen de schalen aankomen en kan allicht het weefsel van de dooiers breken.