Duivensport in coronatijden: Anticiperen met voeding

Een zeer belangrijk item om in te spelen op het uitgestelde seizoensbegin van onze duivensport is de voeding. We haalden er voedingsdeskundige Eddy Noël bij en hij gaf zijn visie om in te spelen op de huidige crisissituatie.


Eddy Noël (links), deel van de tandem Team Noël-Willockx

Zaken zijn zoals ze zijn, echt leuk is het misschien niet maar er zijn belangrijkere dingen in het leven dan met duifjes spelen. Uitstel is geen afstel evenwel en wat niet is kan nog komen. Opleervluchten of niet, wedstrijden of niet, feit is dat we hoe dan ook onze atleten dag na dag goed moeten verzorgen en blijven verzorgen.
Twee belangrijke onderdelen daarin zijn training en voeding en het is zaak de conditie van de duiven hoe dan ook top te houden. Conditie en vorm zijn evenwel twee verschillende dingen. Hoe beter de conditie, des te makkelijker en sneller we duiven in vorm en topvorm kunnen krijgen. Wanneer we zo ver zijn, en of we er wel aan toekomen, is gezien de huidige toestand vooralsnog een beetje koffiedik kijken.

Welk voer?

Het soort voer voor duiven die gewoon dagelijks rond het hok trainen of duiven die op wedstrijd moeten, is uiteraard verschillend. Voor de dagelijkse trainingen verbruiken duiven veel minder calorieën dan ze verbruiken tijdens wedvluchten. Die calorieën komen bovendien ook nog uit andere voedingsbronnen.
Om thuis wat rondjes te draaien zijn duiven vooral gebaat bij koolhydraten en weinig of geen vetten. Het komt er dus in deze omstandigheden op aan een mengeling te kiezen met een relatief laag vetgehalte. Een andere voorwaarde om duiven op gewicht en fit te houden is dat er ruim veel ruwe celstof in onze mengeling aanwezig is. Granen die veel ruwe celstof bevatten zijn bijvoorbeeld: gerst, paddy, zonnepitten, kardi, boekweit, haver en kempzaad.


    Gerst                                                          Kardi                                                           Paddy

    Boekweit                                                     Zonnepitten                                                 Kempzaad

Ruwe celstof

Ruwe celstof ofte vezels in deze granen zijn niet verteerbare koolhydraten en hebben geen voedingswaarde. Ze zorgen daarentegen wel voor een perfect goede darmwerking en doen dienst als voedingssubstraat voor probiotica. Dat, en het feit dat ze de darmen schoon houden, zorgt er voor dat onze dieren in optimale conditie blijven en bijgevolg er tijdens de training ook flink tegenaan gaan.

Conditie – vorm

Hoe beter de conditie, hoe beter duiven zullen gaan trainen en hoe meer energie ze daar vervolgens ook voor nodig hebben. Het is aan de liefhebber ze daarvan in toereikende mate te voorzien. Om dat cirkeltje rond te houden, volstaat het de duiven steeds voldoende voer te geven. We letten er uiteraard op dat ze zo goed als alles opeten. Een klein beetje gepunte haver en/of gerst mag gerust blijven liggen. Zo doorbreken we niet het cirkeltje van meer trainen en meer energieverbruik. Zouden we dat wel doen, limiteren we zelf de trainingsintensiteit en kwantiteit, en bijgevolg ook de conditieopbouw.

Gelimiteerd voederen

Is vandaag de dag met het beter, makkelijker verteerbaar en de hogere opneembaarheid van duivenvoer niet echt meer aan de orde. Afhankelijk van de situatie halen we de calorieën gewoon uit andere bronnen met een respectievelijk lagere of hogere caloriewaarde. Een kropje sla met wat tomaatjes zullen een pak minder calorieën bevatten dan een portie lekkere Belgische frietjes om het met andere woorden te zeggen. Duiven gerantsoeneerd of met de soeplepel voederen werkt bovendien contraproductief. De stofwisseling zal vertragen, het lichaam zal van nature uit spaarzamer omgaan met energie en dan is het “vaarwel” langere intensievere trainingen en conditieopbouw als goede basis voor het seizoen. Komt daar nog bij dat wanneer er daarna toch ruimer gevoederd wordt er meer energie zal opgeslagen worden. Dan loert overgewicht snel om de hoek en ook dat is uiteraard niet besteed aan dieren waarvan we topprestaties verwachten.

Doelloos?

Ik ga al wel eens een eindje fietsen en ik doe dat omdat ik gewoon graag fiets. Ik doe dat niet omdat ik aan de Ronde van Vlaanderen wil deelnemen of het werelduurrecord zou willen breken, maar gewoon omdat ik wil genieten van de natuur, het ontspant en goed is voor lijf en leden.
Ik ben in eerste instantie duiven beginnen houden omdat ik het leuke beestjes vond. Niet om er persé wedstrijden mee te gaan vliegen en Bourges of Barcelona wilde winnen. Ik was en ben er gewoon graag mee bezig.

Wedstrijden met duiven

Natuurlijk is dat leuk, maar als dat zoals momenteel niet het geval is, verzorg ik nog steeds de diertjes met veel passie en plezier omdat ik nu eenmaal graag met dieren, en in dit geval duiven, bezig ben. Wedstrijden vliegen of winnen is niet echt een doel op zich. Is of zou het dat wel zijn, is het overigens nog steeds zaak te genieten van de weg naar het doel. Het er dagelijks mee bezig zijn geeft me hoe dan ook meer voldoening dan de competitie zelf.

Van de nood een deugd maken

Misschien is dit wel een uitstekend moment om je voer beter te leren kennen en er beter mee te leren werken. Op elke mengeling reageren duiven anders en het is handig die dingen een beetje in de vingers te hebben. Een systeem is immers maar zo goed als je het kent!

  • Mengelingen met veel ruwvezel en een relatief laag vetgehalte (6-7%) zonder mais, daar trainen duiven vlotjes een uur tot zelfs anderhalf uur op bij goed weer. Ze vliegen hoog en snel. Het is evenwel van belang dat die 6 à 7 % vetten in ons voer voor een flink deel uit zaden komen met een goede omega 3-6 verhouding. Dat zijn onder andere kempzaad, lijnzaad, koolzaad, raapzaad.
  • Van mengelingen met veel ruwvezel, een relatief laag vetgehalte (6-7%), maar met mais of waaraan je zelf wat mais toevoegt gaan ze net hetzelfde doen maar met dat verschil dat ze langer zullen vliegen en naar het einde toe lager en met lagere snelheid rond het hok gaan toeren.
  • Geven we voer met een hoger eiwitgehalte en die eiwitten komen voornamelijk uit peulen zoals bijvoorbeeld alle soorten erwten, vitsen, linzen, katjang idjoe zullen duiven er makkelijker op uit trekken maar minder lang, minder hoog en minder snel vliegen.
  • Verstrekken we een vetrijker voer (12-14%) trekken duiven er op uit en vliegen ze bij aanvang van de training hoog en snel. Nadien verlagen de hoogte en snelheid maar ze zullen veel langer rond het hok blijven vliegen.

Een goed doel zou dus kunnen zijn een beetje te experimenteren met je voer. Ze hoger, lager, langer, korter trager, intensiever enz. laten trainen. Vezel- en koolhydraatrijk voer geeft de dag nadien al resultaat. Meer eiwit- en/of vetrijk voer geven we best 2 dagen na elkaar voor optimaal resultaat. Uiteraard neem je best de tijd om de duiven te observeren, niet alleen tijdens de trainingen maar ook op het hok.

Wie niet waagt niet wint

Alles wat duiven eten wordt verteerd en als we het over energietoevoer hebben wordt (kort door de bocht) alles omgezet in glycogeen dat vervolgens wordt opgeslagen in de lever, het bloed en de spiercellen. Wanneer dat het geval is voelt de duif mooi rond en licht aan. Die vertering duurt voor koolhydraten tussen de 12-24 uur terwijl vetten daar 24 tot 48 uur voor nodig hebben om te kunnen worden omgezet in glycogeen. Afhankelijk van welke soorten koolhydraten en vetten (korte, middellange, lange ketens) er in het voer dat je gebruikt aanwezig zijn, kan dat nogal variëren.

Tip top aan de start

Om duiven met een volle tank aan de start te laten verschijnen is het van belang dat tegen de tijd dat ze gelost worden alles netjes omgezet is. Wanneer duiven de dag van inkorving voor een wedstrijd met 1 nacht mand nog gevoederd werden met een vetrijke mengeling hebben we daar wat optimale energietoevoer betreft niet echt veel aan. De meeste vetten zijn nog niet verteerd en kunnen dus niet voldoende efficiënt omgezet worden. Dat zal de snelheid en het actieradius van de duif gevoelig naar beneden halen.

De mand

Om je voer beter te leren kennen en gebruiken hebben we niet alleen wat trainingen betreft in deze wedstrijdloze periode een goede mogelijkheid één en ander uit te proberen. We kunnen deze tijd ook benutten om het opvoederen van onze atleten te perfectioneren om ze toekomstgericht zo optimaal mogelijk aan de start te krijgen.
Je voedert gewoon je duiven op zoals je ze op wedstrijd mee zou geven. Op de tijd dat ze ingekorfd zouden worden stop je ze in een verenigingsmand, net als zouden ze op reis gaan. Water er aan en klaar voor 1 nacht mand. Hebben ze 2 of 3 nachten mand, je bootst gewoon de toestand van het op reis zijn na. Als voer krijgen ze, net als in de manden enkel en alleen mais.

Controle en bijsturen

Wanneer de duiven onder normale omstandigheden zouden gelost worden ga je naar je mand en neemt de duiven vast. Ze moeten aanvoelen als opgeblazen ballonnetjes. Als dat niet zo is er iets niet helemaal goed gegaan. Ofwel werd het voer te vroeg omgezet en dan voelen duiven aan als een ballon die er al twee dagen ligt. Anderzijds kan het nog niet volledig omgezet zijn en dan voelen de duiven pas tegen ’s avonds of de dag nadien aan als opgeblazen ballonnetjes.
Al doende leert men uiteraard en afhankelijk van wat zich voordeed kun je je voerplan naar voor of achter bijsturen. Perfect gevoederde duiven hebben de tank op het juiste moment helemaal vol en dat kan toch al gauw anderhalve tot 2 minuten winst per vlieguur opleveren.
Natuurlijk hebben we het hier over gezonde duiven die de weg naar huis weten te vinden. Goed voer maakt van slechte duiven geen goeie, maar het laat goede atleten wel toe nog beter te presteren.
Goed om weten is dat het voor elke soort voer en elk ander merk weer anders is. Het is voornamelijk afhankelijk van de samenstelling en de balans tussen de verschillende soorten koolhydraten, vetten en eiwitten.
Het is zeker de moeite waard het eens te proberen en eventueel bij te sturen. Hoe beter de liefhebber wordt, des te beter het de duifjes toelaat betere prestaties te leveren.
Gezien de omstandigheden misschien een geschikt moment en “doel”. Niet geschoten is altijd mis en de betere liefhebbers hebben waarschijnlijk al vaker gefaald dan anderen ooit al geprobeerd hebben.

Concreet

Kunnen we stellen dat we onze duiven een zo vezel- en koolhydraatrijk mogelijk voer met een vetgehalte van 6-7%  voorschotelen. Dat mag voldoende zijn tot er wat gerst blijft liggen en dat 1 x per dag na de training. Een weinig lijnzaadolie er overheen is niet verkeerd omwille van de bijzonder goede omega 3-6 verhoudingen er van. Eénmaal per week een goed probiotica kan ook nog maar hou momenteel alle andere bijproducten zo ver mogelijk weg van je duiven. Het zijn zeer sterke dieren en als ze voor 1 of anderhalf tot 2 uur per dag aan huis trainen al potten en pannen zouden nodig hebben vrees ik dat het nooit echt kampioentjes zullen worden. Die dingen belasten bovendien vaak alleen maar onnodig het organisme. Een wielrenner neemt ook geen gellekes om een uurtje te gaan losrijden.

Eén keer per week een badje en de duiven samen laten kan heus geen kwaad. Het houdt stress weg en de diertjes blijven gelukkig en tevreden.

Succes gewenst !

Voor reacties, ideëen of vragen omtrent de duivensport in tijden van corona, 1 adres: redactie@pipa.be