Duivenlongen en zuurstof

Zuurstof is het belangrijkste supplement en een zeer omstreden begrip in de sport in het algemeen. Denk maar aan al de histories rond EPO, Aranesp (alias de “wespen” van veearts Landuyt) en consoorten. Met EPO konden wielrenners in de jaren ’90 boven hun eigen kunnen uitstijgen. Iedereen weet dat EPO de rode bloedcellen in het bloed doet stijgen, maar waarom heeft dit zo’n ongelofelijk effect? Het antwoord is heel simpel, zuurstof!

De spiercellen hebben voortdurend zuurstof nodig voor hun optimale werking, en hoe meer zuurstof ze ter beschikking hebben, des te minder melkzuur gevormd wordt. Dit betekent dat er geen pijn en geen vermoeidheid in de spier ontstaat.

De longen zorgen voor de overdracht van zuurstof uit de buitenwereld naar het bloed. De rode bloedcellen (met hemoglobine) brengen ze naar de spier en het myoglobine in de spier zorgt voor de zuurstofopname.

Longen van duiven (of van vogels in het algemeen) zijn heel anders opgebouwd dan die van zoogdieren, en dus ook mensen. Duivenlongen zijn ongeveer tienmaal efficiënter! Dit komt omdat, door het systeem van luchtzakken en uiterst kleine “luchtvaatjes” (in plaats van longalveolen zoals bij ons, mensen), er een voortdurende uitwisseling is van zuurstof.

Bij zoogdieren gebeurt de zuurstofuitwisseling in zogenaamde longalveolen. Dit zijn als het ware “blaasjes” die direct omgeven zijn door bloedvaatjes. De verse lucht is in feite slechts kortstondig aanwezig in deze alveolen.

Bij vogels is er een voortdurende luchtstroom in de kleine “luchtvaatjes”, luchtcapillairen genoemd in medische terminologie. Door een ingewikkeld systeem van luchtwegen van en naar luchtzakken, bevat deze luchtstroom steeds verse lucht, ook bij uitademing! De lucht in de buikluchtzak heeft namelijk nog niet door de longen gemoeten bij inademing. Deze zuurstofrijke lucht (uit de buikluchtzak) gaat wél dóór de longen bij uitademing. Bij inademing komt de lucht die dóór de longen gaat terecht in de voorste luchtzakken en passeert in mindere mate door de longen bij uitademing. Op die manier ontstaat een zeer ingenieus respiratiesysteem met een voortdurende passage van verse lucht door de longen van de duif. Ik weet nog dat ik dit een intrigerende materie vond tijdens de lessen fysiologie (in het kader van mijn opleiding diergeneeskunde). Het klaarde heel wat misverstanden die ik vroeger in duivenlectuur gelezen had op. Voor de duidelijkheid, duiven hebben dus géén longalveolen (of longblaasjes) maar “luchtcapillairen” waardoor verse lucht “stroomt” in plaats van “stilstaat”!

Wij als mensen zijn dus eigenlijk wat onderontwikkeld op dat gebied want bij ons gebeurt er enkel zuurstofuitwisseling bij de inademing. Daarom moet onze ademhaling ook direct omhoog bij inspanning. Bij duiven is dit niet zo. Zuurstoftekort is helemaal geen probleem bij onze duiven en zal dit ook nooit zijn. Daarom is het ook absoluut zinloos om ook maar naar één zuurstofoplapmiddel te zoeken. Die oplapmiddelen werken wél bij mensen en zoogdieren in duursporten, precies omdat die het zoveel moeilijker hebben om hun zuurstofconcentratie in het bloed hoog genoeg te houden bij inspanning. Wij zijn sneller “buiten adem”. Onze duiven ervaren dit nooit, behalve bij ziektetoestanden. Ook als duiven bij warm weer met hun bek open ademen, dan heeft dit niets te maken met zuurstoftekort maar is dit een manier om overtollige warmte kwijt te geraken, net zoals de hond moet hijgen om zijn warmte kwijt te geraken. Wij doen dit door te zweten.

EPO of erytropoëtine werkt sowieso al niet bij duiven omdat het hormoon een andere structuur heeft. Vogels staan te ver af van zoogdieren in de evolutie waardoor de structuur van dit eiwit (want EPO is een eiwit of beter een polypeptide) totaal is gaan verschillen. Het gen voor EPO heeft reeds meer dan 100 miljoen jaar de kans gehad om veranderingen te ondergaan enerzijds bij zoogdieren en anderzijds bij vogels, dit o.a. door mutaties. Het is dus begrijpelijk dat het niet meer hetzelfde hormoon is! Zelfs bij paarden blijkt menselijk erytropoëtine (EPO) slechts zeer geringe effecten te geven, want ook bij paarden wijkt het hormoon reeds af van het menselijke in structuur.

Zelfs áls EPO zou werken bij duiven, dan zou het nogal zinloos zijn om dit te geven. Integendeel, onze duiven zouden er slechter door worden omdat het bloed als een stroop door de bloedvaten moet geraken. Hun hart zou het heel snel begeven. Tevens zou de winst in zuurstofmetabolisme veel geringer zijn dan bij de mens, juist omdat dit metabolisme bij de duif reeds superefficiënt is.

Het enige in de zuurstofpathway die volgens mij bij duiven van belang is, is de hoeveelheid myoglobine in de spier. Bij goede voeding is dit volledig genetisch bepaald en niet te beïnvloeden van buitenaf. Er is dus één ding dat men kan doen om dit te verbeteren, kweken! Het is gekend dat duiven reeds zeer donkere spieren hebben. Kijk maar eens hoe donker het vlees van jonge duifjes is als je ze oppeuzelt. Dit wordt veroorzaakt door de zeer hoge myoglobine (kippen hebben zeer bleke spieren –ze hebben zeer weinig myoglobine- en zullen dus ook zeer snel melkzuur opstapelen en pijn voelen bij inspanning). Onze duiven zijn dus reeds door selectie volledig geoptimaliseerd in hun zuurstofmetabolisme. Vandaar ook dat ze in staat zijn om tot zulke ongelofelijke prestaties te komen. Dat sommige topduiven op de fondvluchten nog zo fris kunnen thuiskomen, is daar het beste bewijs van. Bij deze topduiven kan er aan het zuurstofmetabolisme niets meer veranderd worden. Enkel door voort te kweken kan men die eigenschap behouden. Topduiven zijn een combinatie van ideale (erfelijke) eigenschappen. Daar naartoe kweken is de beste garantie voor voldoening in onze mooie sport