De ogentheorie in de duivensport

Hoe de goede van de slechte ogen te scheiden

Wat zoek ik allereerst in een duiven oog?

Deze dient vooral vol levenslust te zijn helder en beweeglijk, de pupil speelt hierbij een voorname rol, deze dient snel te reageren op licht en donker. Het oog mag vooral niet nat zijn en moet vitaliteit uitstralen. Het is de bedoeling met deze illustratie in simpele begrijpbare mensen taal mijn kennis inzake de ogentheorie van de duivensport te verduidelijken. Niet dat ik een specialist ter zake ben, maar ik heb al jaren lang de theorie aan de praktijk getoetst en ben tot de ondervinding gekomen dat vooral met het kweken van duiven betere resultaten geboekt worden met duiven die over een kwekers –oog beschikken. Vooraleerst ik start met de opsomming van datgene wat de specifieke eigenschappen moeten zijn van zulk een kweekers –oog wil ik de verschillende onderdelen van het oog opsommen en aanduiden in fig1.

FIGUUR 1

1. Pupil
2. Verkenningscirkel of correlatiecirkel
3. Iris
4. Vermeyeren cirkel


Met deze wil ook meegeven dat ik het duidelijk mag zijn dat de ogen sterk te lijden hebben tijdens een wedstrijdvlucht en wanneer deze niet van een goede kwaliteit is, de duif daar ook fysiek zal onder lijden. Stel U maar eens voor in volle zomer een 5 tal uren tegen de zon in te moeten kijken met een striemende wind in de ogen, want door de snelheid van de duif is deze wind onoverkomelijk. Doe de proef op de som en kijk maar eens een aantal minuten in de richting van de zon of ga maar eens op de motorfiets zitten zonder beschermbril. Daarbij is bewezen dat de duif zich het laatste 20 tal kilometers oriënteert op het zicht. In het boek ogen in kleur citeert John Lambrechts “Velen beweren dat de pupil beweegbaar is. Ik ben hiervan (nog) niet overtuigd. Laat ons nu eens uitgaan van een andere basis en veronderstellen, dat het de correlatiecirkel is die deze beweging regelt. Dan zouden wij het volgende verkrijgen: de correlatiecirkel, die tegen de pupil aanligt, is een weinig minder zwart dan de pupil zelf; hij zou het zijn die het oog beschermt tegen het felle zonlicht.

Ik heb dit alles lang geleden zorgvuldig nagegaan en toen deed ik deze ervaring op: wanneer een duif in de verte kijkt, zet de correlatie- of de zogenaamde verkenningscirkel uit naar de punt van de bek en hij trekt zich samen als zij een punt van nabij bekijkt of bij donkerder weer.
Mogelijk heeft de lezer reeds bemerkt, dat naarmate de dag vordert, het kijkgat (pupil) groter en de verkenningscirkel minder zichtbaar is. Hij is bijna onzichtbaar wanneer de duif recht in de zon kijkt. In dit laatste geval zal zij de pupil sluiten met haar correlatiecirkel. De duif blijkt dan het gezicht te verscherpen en het oog te beschermen.

Bij een vogel die sprankelt van levenslust, zal de rand van de pupil en de iris aanhoudend trillen. Hoe sterker de oogspieren, hoe beter zij de bewegingen van de correlatiecirkel regelen.”

Verkenningcirkel of correlatiecirkel

Velen denken, dat sommige ogen geen cirkel vertonen. Wanneer echter nauwkeurig toegekeken wordt, bemerkt men een zeer dun cirkeltje, soms volledig, dat op enige afstand los van de pupil gelegen is. Tussen dit deeltje cirkel en de pupil heeft de correlatiecirkel een groen- of geelachtige kleur, alhoewel het zwart er meestal lichtjes doorheen schijnt.
Ik zie het liefst, dat deze verkenning cirkel zo breed mogelijk is. Bovendien bezitten sommige cracks een donker gevulde verkenningscirkel en dit meestal tussen 6 en 9 uur, dit komt door het feit dat daar de streepjes nog dichter bij elkaar liggen en krijg je als het ware een donkere vlek in deze ring.

Fig 2 : Voorbeeld oog goede verkenningscirkel



Richting Snavel
Brede verkenningscirkel


Fig 3 : Voorbeeld oog slechte verkenningscirkel

Richting snavel

De verkenningscirkel kan uit verschillende kleuren bestaan en de kleur heeft mijn inziens niets te maken met de kwaliteit van de cirkel. Er zijn prachtige grijze en gele verkenningscirkels maar de meest voorkomende zijn de zwarte en juist daar zijn er vele misverstanden doordat de pupil ook zwart is denkt men soms dat de deze cirkel ontbreekt. Persoonlijk zie ik graag een brede verkenningscirkel, hoe breeder hoe beter ( Fig 2).en een donkere vlek tussen 6 en 9 uur.

De iris

De iris dient vooral uit een rijk gevulde kleur te bestaan, en er dienen de zogenaamde streepjes in terug te vinden zijn. Alhoewel mijn inziens deze streepjes aanduidingdingen zijn van een bepaalde structuur van vlokjes. Voor de duidelijk zal ik me zo uitdrukken je kunt het vergelijken met rijstpap die men van bovenaf bekijkt en dikke vlokkerige structuur. Hoe fijner deze structuur, hoe vlakker het uitzicht bv. Pudding. De iris dient deze vlokkerige structuur te bevatten en bovendien een diepe heldere kleur te bevatten.

Opmerking: Maar hierbij dient opgepast te worden, want de vogels vertonen die niet altijd vóór hun tweede levensjaar. De kleur van het oog wordt eveneens rijker (of méér gebonden) naargelang de duif uitgroeit.
Vandaar dat vele 'ogenkeurders' pas een duif juist kunnen beoordelen als zij twee jaar oud is en de oogtekens zich laten zien . Het is echter op dat ogenblik dat deze duif tot volle rijpheid gekomen is en bekwaam om datgene te volbrengen wat de eigenaar van haar verlangt.
Het bovenstaande betekent bepaald niet, dat zulke personen sommige toekomstige goede vliegers van minder dan twee jaar oud naar de soeppot zullen verwijzen. Dit gebeurt niet, omdat zij in het oog (buiten de nog niet verschenen streepjes) toch voldoende kwaliteiten opmerken die de duif van goede herkomst kenmerken.

Fig 4 : Voorbeeld oog slechte Iris

richting snavel

Fig 5 : Voorbeeld oog Goede Iris

Richting snavel

De Pupil

Een grote pupil zie ik persoonlijk niet graag, het wijst meestal op verval. Kweken uit duiven met een kleine pupil is niet slecht bekeken. Maar beweren dat alleen duiven met een kleine pupil goed zijn, daar geloof ik niet. Verder moet de pupil snel reageren op licht en donker en moet ze steeds lichtje naar de bek gericht zijn. De Pupil zet uit of word groter in de duisternis, dit om toe te laten zoveel licht te laten binnenvallen, en het omgekeerde effect doet zich voor bij “licht”.

De Vermeyeren cirkel

De vermeyeren cirkel is de cirkel helemaal aan de buitenrand van de iris, en deze is bij vele duiven aanwezig maar lang niet even duidelijk bij elke duif. Deze ring dient zich duidelijk zwart af te teken en is voldoende breed. Het duid op de gezondheid en vitaliteit van de duif bij een duif in forme is deze steeds sterk aanwezig. Mijn inziens is het uit den boze kweekduiven te bezitten waarvan deze cirkel ontbreekt of slecht gering aanwezig is.

Fig. 6 : foto van uitstekend aanwezige vermeyeren cirkel.

Foto’s van kwekers ogen

Tot slot nog enkele foto’s om te bestuderen het zijn stuk voor stuk ogen die volgens HOFMANN selectiemethode de hoogste score haalden 50/50 50punten voor kweek en 50 punten voor reisduif. Vergelijk deze ogen met de duiven die in UW bezit zijn. Opmerking hierbij is dat de kleur van het oog hierbij niet van belang is. Succes ermee ...

Tot besluit nog dit, het is met deze uiteenzetting niet de bedoeling een eigen theorie rond de studie der oogkenmerken mede te delen, maar het zijn slecht de reeds bestaande theorieën die ik doorheen de jaren heb toegepast en dit met succes. Dit sluit natuurlijk niet uit dat ik rond bepaalde theorieën een eigen menig heb ontwikkeld. Daarbij besluit ik dat een brede verkenningscirkel en rijk gevulde iris in de aanwezigheid van de vermeyeren ring alleen maar een toegevoegde waarde is voor een reisduif en zeker voor een kweekduif. Hoppend heb ik enkel non believers over de streep kunnen halen om deze theorie toe te passen op eigen hok.